Woensdag 06/07/2022

InterviewRudeboy (Urban Dance Squad)

Rudeboy doet Urban Dance Squad (gedeeltelijk) herleven: ‘Ik wil niet aardig gevonden worden. Laat dat maar aan Kanye West over’

null Beeld Guy kokken
Beeld Guy kokken

Voor mij en de mijnen was Urban Dance Squad de belangrijkste groep van de vroege jaren 90. Ze speelden cross-over lang vóór dat een naam had, wezen Rage Against The Machine de weg, rekenden de Red Hot Chili Peppers tot hun vrienden en werden door de Beastie Boys bedankt op de hoes van Check Your Head. Op 7 mei, ruim twee decennia na de split, staan twee stichtende leden in de AB voor enkele mijmeringen op speed.

Jurgen Beckers

Urban Dance Squad was de enige groep die er ook cross-over uitzag. Gitarist René ‘Tres Manos’ van Barneveld was een zigeuner slash hippie die speelde alsof hij drie handen had, Silvano ‘Sil’ Matadin was een funkbassist, Michel Schoots een rockdrummer, en de frontman en de dj, Patrick ‘Rudeboy Remington’ Tilon en Arjen ‘DNA’ de Vreede, waren diep geworteld in de hiphop. Wie wil weten wat voor een explosie The Squad op het podium was, mag op YouTube de woorden ‘UDS Pinkpop 1990’ intikken. ‘1994’ mag ook, maar toen was DNA er al niet meer bij. Op plaat mag u grijpen naar hun iconische, door Jean-Marie Aerts geproducete debuut (dat logo alleen al, ontworpen door Peter te Bos van Claw Boys Claw), maar eigenlijk kan alles dienen wat de Squad in zijn veertienjarige bestaan heeft gemaakt, want laat u niets wijsmaken: een slechte plaat is er van hen niet verschenen.

In 2000 viel het doek en zes jaar later speelden ze naar aanleiding van The Singles Collection nog één keer op Pukkelpop en in de Petrol, maar daarna bleef het stil. Daar komt op zaterdag 7 mei in de AB verandering in: Rudeboy plays Urban Dance Squad ft. DJ DNA. Niet de hele Squad dus, maar wel twee stichtende leden, aangevuld met een handvol topmuzikanten. De perfecte aanleiding voor een gesprek met Rudeboy (58), die na het verscheiden van UDS nog een tijd is doorgegaan als vocalist van Junkie XL, en later actief was in League of XO Gentlemen en Servant of the Servants. Rudeboy werkt ook al een hele poos aan een autobiografie die een kruising wordt tussen Ik, Jan Cremer, The Catcher in the Rye en Mein Kampf. “Het boek van een idioot”, zegt hij vandaag. Een releasedatum is er nog niet, maar eind dit jaar zou kunnen.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: heb je geprobeerd om de hele band samen te krijgen?

“Nee. Ik heb deze rotzooi over me heen gekregen door Franse boekers. Ik had meegedaan aan een tribute to N.W.A – productietechnisch een ramp, maar omdat ik mijn woord had gegeven, ben ik er in tegenstelling tot andere rappers niet uit gestapt. Wat ik niet wist, was dat er opnames waren gemaakt van repetities waarin ik ‘Straight Outta Compton’ bracht, en wel de strofe van Eazy-E, en dat die op het internet waren beland. Dat hadden die Fransen gezien, en ze wilden me boeken in heel Frankrijk. Op één voorwaarde: het moest voor minstens 80 procent Urban Dance Squad zijn. Ik heb DNA gebeld omdat hij me destijds bij de groep heeft gehaald, en omdat hij in veel opzichten de motor was. Met Silvano heb ik ook contact opgenomen, en voor hem was het oké, maar door dat hele wokegebeuren wilde ik hem er liever niet bij betrekken. Hij is in de groep altijd degene geweest die op een conservatieve manier naar huidskleur kijkt. Als ik jou niet moet, dan is dat omdat ik je een klootzak vind, niet omdat je blank bent. Ik denk niet in termen van huidskleur. Silvano wel, voor hem komt de zwarte zaak op de eerste plaats. Altijd. Ik vind dat je als individu moet opereren en je beste beentje moet voorzetten, hoe de kaarten ook liggen. ‘Het is door dat gedoe uit het verleden dat ik vandaag nog altijd last heb,’ dat vind ik gelul. Ik breng de zwarte zaak pas naar voren als het nodig is.”

“Tres Manos vond het te gek dat we het gingen doen, maar het mocht geen Urban Dance Squad heten.”

Hij wilde niet meedoen?

“René is tien jaar ouder dan ik, en hij is alleen nog geïnteresseerd in gitaargeluid, en het perfectioneren ervan. Dat was bij de Squad ook al een heel ding, en bij de opnames van ‘Persona Non Grata’, onze derde plaat, nam het zelfs groteske proporties aan. Voor de song ‘Good Grief’ heeft hij zésendertig takes opgenomen. In mijn ogen is elke take van hem 10 op 10, maar op een bepaald moment zijn de producers met hem gaan praten: ‘What are you looking for?’ Dat is altijd een probleem van Tres geweest, het gaat veel verder dan puur professionalisme. Toen ik DNA onlangs sprak, zei hij: ‘Hij heeft het geluid eindelijk gevonden!’” (lacht)

“En dan was er nog Michel Schoots, die bijna niet te benaderen was. Hij werkt nu voor Sony/BMG.”

‘Urban Dance Squad was een ingewikkelde band. We hielden van elkaar, maar we waren geen vrienden. We were a five nation army. Vijf wilde paarden bij elkaar. Een wirwar van emoties.’ Beeld rikken/sunshine
‘Urban Dance Squad was een ingewikkelde band. We hielden van elkaar, maar we waren geen vrienden. We were a five nation army. Vijf wilde paarden bij elkaar. Een wirwar van emoties.’Beeld rikken/sunshine

De eerste repetitie van Urban Dance Squad, eind 1986, was een jamsessie op het podium.

“DNA had me in Paradiso in Amsterdam een briefje in de handen geduwd: kom op die dag op dat uur naar Utrecht naar De Vrije Vloer, wat ik toen niet kende. DNA kende ik ook niet, ik dacht dat hij een nutcase was, maar ik ben toch gegaan. Ik kwam daar aan en alles was dicht. Ik hing er even rond en wilde weer naar huis gaan, toen er plots een deur openzwaaide: DNA. Twee deuren verder stonden we op het podium. Ik zag een man met zwart haar, een leren jekker en een Telecaster. Dat was Van Barneveld. Ik zag een heel grote drummer, en daarnaast was DNA z’n plek. Silvano stond vooraan, en ik dacht dat hij de leider van de groep was. Ik wist meteen: dit is een uitzonderlijke groep idioten. Ze straalden iets uit. Muziek maken is niet genoeg. Goed zingen is niet genoeg. Het gaat om de muzikale persoonlijkheid. Alle vier hadden ze dat, op hun manier.”

Waarom duurde het drie jaar voor jullie een eerste plaat uitbrachten?

“Omdat we niemand vertrouwden. We waren geen hechte groep vrienden: wat ons bond, was dat we de industrie haatten. We waren anti-establishment, anti-industrie. En we wisten dat platenmaatschappijen uit hun nek kletsen als het over budgetten gaat. De eerste twee jaar kwam het gewoon niet in ons op om een plaat te maken. Pas in 1988 zijn we toevallig met Jean-Marie Aerts in contact gekomen, via Schoots. Ik kende hem van TC Matic, die ik als jongen op tv had gezien – zo fucking goed! Voor mij is Jean-Marie één van de besten met wie ik ooit heb gewerkt. Een echte producer, omdat hij kijkt naar wat er in je zit. Terugkijkend wordt mijn waardering voor hem alleen maar groter. Maar als hij dronken was, had ik hem iets minder graag, dan werd hij plots een andere man. Ik was eens bij hem thuis, en hij zei (met een Zeebrugs accent): ‘Ge kunt wat platen opleggen, hè, doe maar.’ Wat later op de avond zette ik de stereo iets harder, waarop hij, al flink bezopen: ‘Wa doede gij? Dat is hier uw huis niet, hè!’ (lacht) But I love him. Hij is altijd eerlijk. En hij houdt van wijn. Tijdens de opnames van ‘Mental Floss for the Globe’ ging ik ’s ochtends altijd met hem naar de bakker – ik hield ervan om met hem achter het stuur door Brussel te rijden. Dan gingen we eerst stokbrood halen, kaas kochten we in een andere zaak, en op het einde zei hij: ‘Nu moeten we nog pinot noir hebben!’” (lacht)

“Hij heeft me meegemaakt op mijn ergste momenten. Fatalisme, hevige buien van ‘ik kan dit niet’. Maar hij is smart as hell. Hij laat je praten, en als je uitgepraat bent, doe je je vocals. Toen Michel Schoots de productie deed, ben ik twee keer weggelopen.”

Waarom?

“Dat moet ik eerst even kaderen. Onze tweede plaat, Life ’n Perspectives of a Genuine Crossover, had Lenny Kravitz moeten producen. Schoots had hem ontmoet bij de VARA. Kravitz heeft er nog voor gezorgd dat onze single ‘Fast Lane’ in 1990 in de film Pump Up the Volume zat, maar daarna is zijn carrière ontploft en had hij geen tijd meer voor ons. Lang verhaal kort: Schoots heeft het toen overgenomen, iemand moest het doen. Op een bepaald moment zat hij in de studio te huilen, en ik vroeg hem wat er was. ‘Ik heb een probleem met Van Barneveld,’ zei hij, ‘we zijn het niet met elkaar eens.’ Ik naar Van Barneveld. Bleek dat Schoots hem had gezegd hoe hij een bepaalde partij moest spelen. Dat moet je met Van Barneveld niet doen. Het duurt soms wat langer, maar hij zal altijd met de juiste gitaren tevoorschijn komen.”

'Je mag niet alles doen voor het succes, maar als je dat in Amerika zegt, verklaren ze je stapelgek' Beeld Guy kokken
'Je mag niet alles doen voor het succes, maar als je dat in Amerika zegt, verklaren ze je stapelgek'Beeld Guy kokken

“Mijn vertrouwen in Schoots was toen al geknakt, maar acht jaar later, bij Planet Ultra, was hij weer producer, in de Jet Studio in Brussel. Voor de song ‘Stark Sharks & Backlashes’ wilde ik een vocal doen met een speciaal soort effect. Ik zei: ‘Als het niet werkt, laten we het vallen.’ Vond hij geen goed idee. ‘Kunnen we later nog, in de mix,’ zei hij. Waarop ik: ‘Je snapt het niet, ik wil het nu doen, vanuit de performance.’ Geen doorkomen aan. Toen heb ik gezegd: ‘Ik vind het niet leuk meer met jou. Jij kunt niet producen, dit hoort een speeltuin te zijn. I’m done, ik vertrek nu naar huis.’ De rest van de vocals heb ik in Amsterdam opgenomen met Andrew Weiss, de bassist van Ween en Rollins Band. Ik wilde eerst Kim Deal, en ze zag het zitten, maar ze had geen tijd.”

Overbetaald

Even terug naar Mental Floss for the Globe. Bij de heruitgave zit een concert uit die tijd in een kleine club in Hollywood. Jullie waren toen al een hype.

“De tent zat stampvol. Iedereen van South Central was er, de Red Hot Chili Peppers, met John Frusciante aan boord. Een heel lieve gozer, heel timide, hij zei geen woord. Robert Trujillo en Mike Muir van Suicidal Tendencies waren er ook.”

Op het podium laat je herhaaldelijk horen niet opgezet te zijn met de hype rond The Squad.

“Wij wilden het clean doen. De platenfirma was enthousiast en deed zijn uiterste best. Ze hadden ons getekend als tegenhangers van de Whitney Houstons en zo, wij pasten in hun alternatieve stal. Maar alternatief of niet, er komt hoe dan ook geld bij kijken, en daar wilden wij niet te veel mee te maken hebben. We wilden het maken op ónze voorwaarden. Daarom zei ik die dingen. En wat er op het podium uit komt, kun je vergelijken met een lichte vorm van het tourettesyndroom: je wilt iets integers zeggen, maar er komt allerlei shit mee naar buiten. Wij waren geen rocksterren, we waren niet bezig met carrière maken, we wilden slaan en weer wegwezen. Misschien was dat een manco.”

Nu is het normaal dat een artiest zich zakenman of -vrouw noemt, maar in de jaren 90 was zoiets ondenkbaar.

“‘Zakenman’ was een scheldwoord”»

Vind je dat nog altijd?

“Ik heb er geen probleem mee als de twee gescheiden blijven. Als de business de muziek vooruithelpt: no problem. Maar als de zakenman de muziek gaat beïnvloeden, wordt het link. Misschien ben ik een idioot, maar ik ga niet veranderen. 90 procent van de mensen die ik tegenkom, zegt: ‘Lul toch niet, jij met je principes altijd.’ Maar ik heb één voordeel: ik kan altijd vanuit het struikgewas schieten. Zij niet. Als ik de huur kan betalen en op vakantie kan: cool. Succes mag er zijn, maar je doet niet alles voor dat succes. Als je dat in Amerika zegt, verklaren ze je stapelgek. Rappers worden belangrijker geacht dan politici of mensen die een medicijn uitvinden. Het loopt vol met extraordinary nobodies, gemankeerde guys die overbetaald worden. Je kunt mij niet belazeren met Lil’ Kleine. The guy’s an idiot. En dan heb ik het nog niet eens over zijn muziek (lachje). Loon naar werken, verder kan ik niet denken. En ik denk dat dat mij in dit tijdperk vrij uitzonderlijk maakt.”

Jullie waren bevriend met de Peppers, en de Beastie Boys hebben jullie bedankt op de hoes van Check Your Head. Maar met Rage Against The Machine lag de verstandhouding moeilijker.

“Zij waren zes jaar te laat. Tom Morello vond ons geweldig, maar dat ben ik pas veel later te weten gekomen. Amerikanen kunnen goed liegen. Billy Corgan, één van mijn beste vrienden, zegt het me nog geregeld: ‘You guys were the first.’ In 2000, in 2004 én in 2014 wilde hij dat ik met Urban Dance Squad ging praten. Hij vond dat we nog een plaat moesten maken. Hij wilde producen en stelde kosteloos zijn studio ter beschikking, en hij wilde Tom Morello erbij voor wat extra gitaren. Ik zei: ‘Ik zal zien wat ik kan doen’, maar tegelijk schudde ik al het hoofd. Het was de enige keer dat ik vond dat Van Barneveld een oude man was. Ik had hem gezegd: ‘Wees niet bang, je hoeft niet te toeren, maar je bent toch een muzikant?’ Hij moest erover nadenken, hij had tijd nodig, en hij is blijven nadenken.”

“Urban Dance Squad was een ingewikkelde band. We hielden van elkaar, maar we waren geen vrienden. We were a five nation army. Vijf wilde paarden bij elkaar. Een wirwar van emoties. Wat niet wegneemt dat we hebben genoten, gelachen en voor elkaar gevochten toen het moest.”

In 1991, amper vijf jaar nadat de band was opgericht, stonden jullie bij Jay Leno in The Tonight Show.

“Een vreemde show: ik zag geen publiek, door de spotlights zag ik alleen maar een zwart gat. Jay Leno stelde goeie vragen. Een goeie talkshowhost is als een goeie prostituee: hij geeft je het gevoel dat je speciaal bent. En het respect zit in het feit dat je mag komen (lacht). Maar achteraf stond de telefoon roodgloeiend. De helft van de bellers zei: ‘Hoe durven jullie dit uit te zenden in prime time?’ En de andere helft: ‘Geweldig! Eindelijk een groep die iets over ons zegt.’ Dat vonden we van beide kanten een groot compliment. Hetzelfde toen U2 ons vroeg om in hun voorprogramma te spelen: de helft van het publiek vond het niks, de andere helft vond het fantastisch. Altijd goed. Je moet niet het huishoudmerk van de wereld willen zijn.”

U2 is wellicht het typevoorbeeld van een groep die wél iedereen wil plezieren, maar zo geen klein beetje verdeeldheid schept.

“Je mag niet vergeten dat je in illusies handelt. De vraag is: hoever wil je daarin gaan? Het succes van U2 is zo groot dat er altijd mensen zullen zijn die zoeken naar gaten in het verhaal. Je mag niet denken dat er geen negativiteit aan je kleeft, je blijft een mens. Bono is wie hij is, maar het is lachwekkend om je te laten filmen terwijl je met wereldleiders zit te lunchen, en het dan over de honger in de wereld te hebben. Dat is niets anders dan aapjes kijken. Die wereldleiders denken: leuke vent, die Bono, we maken er een fijne dag van. Maar er wordt niets opgelost.”

‘Iedereen wil tegenwoordig influencer zijn. Ik snap dat niet. Ik zou net zeggen: ‘Volg mij niet. Ik ben ook maar een mens.’’ Beeld Guy kokken
‘Iedereen wil tegenwoordig influencer zijn. Ik snap dat niet. Ik zou net zeggen: ‘Volg mij niet. Ik ben ook maar een mens.’’Beeld Guy kokken

Of zoals Ricky Gervais twee jaar geleden als presentator van de Golden Globes zei: ‘Als je straks iets wint, gebruik dit podium dan niet om grote boodschappen te verkondigen. Jullie weten niets van de wereld. Neem je award in ontvangst, zeg een dankwoordje en flikker op.’

“Acteurs en muzikanten zijn geen leiders. Muzikanten zijn muzikanten. Wees blij dat je mag doen wat je doet, and shut the fuck up.”

Heb jij Bono ontmoet?

“Nee, alleen hun manager, Paul McGuinness, een heel geschikte kerel. Toen wij al aan het voorprogramma bezig waren, zat U2 nog thuis in Dublin. Vijf minuten voor ze het podium op moesten, kwamen ze aan. Allemaal met een privéjet. En ter plekke stonden vier Mercedessen klaar om hen de laatste 50 meter naar het podium te rijden. Die jongens zijn superrijk, en ik kan me voorstellen dat je op een bepaald moment denkt: waarom zou ik me niet al het comfort van de wereld permitteren? Paul McCartney, die ik heel hoog heb zitten, doet hetzelfde, hoor. Hij wil elke avond in zijn eigen bed slapen, en vliegt na elk concert met zijn privéjet naar één van zijn vele huizen.”

“Ik waardeer die mensen voor wat ze hebben gedaan, en ze mogen van mij doen wat ze willen, maar ik ben niet onder de indruk van hun grillige nevenactiviteiten. Anderen wel. Daarom ga ik niet zoveel met mensen om.” (lacht)

Je werkt naar verluidt in de catering, wat doe je?

“Afwassen, en af en toe maak ik de desserts. Drie dagen per week. En ik zit in drie bands en ben een boek aan het schrijven. Als ik neerval – dat mag overmorgen zijn, in het harnas, of over vele jaren, doodgevroren op een bankje in het park – dan wil ik ergens voor gestaan hebben. De meeste artiesten maken muziek om erbij te horen. Muziek die in de Lidl en de Albert Heijn wordt gedraaid. Alsof je naar afwasmiddel luistert. ”

“Iedereen wil tegenwoordig ook influencer zijn. Ik snap dat niet. Ik zou net zeggen: ‘Volg mij niet. Don’t trust me. Ik ben ook maar een mens.’ Ik wil niet aardig gevonden worden door de hele wereld, laat dat maar aan Kanye West over. Rock-’n-roll is bij momenten incorrect, heel agressief, en niet gemaakt voor iedereen. Er hoort gevaar van uit te gaan. En als je rock-’n-roll maakt of bent, krijg je bij tijd en wijle kritiek. Je gaat me toch niet vertellen dat Lemmy Kilmister het fout had? I rest my fucking case, ladies and gentlemen.”

Rudeboy plays Urban Dance Squad ft. DJ DNA, op zaterdag 7 mei in de AB in Brussel. Info en tickets: abconcerts.be.

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234