Zondag 28/02/2021

DM ZaptFrederik De Backer

Ruben Van Gucht laat mooiere dingen zien achter de camera dan ervoor

Ruben Van Gucht. Beeld Stefaan Temmerman
Ruben Van Gucht.Beeld Stefaan Temmerman

Frederik De Backer zet de blik op oneindig. Vandaag: De nacht van Vlaanderen.

Ik wil Ruben Van Gucht van het scherm. Niet omwille van zijn uitstraling of omdat hij tot voor kort Jacques Vermeire het toppunt van humor vond – zo iemand moet je sowieso al niet te veel zendtijd gunnen – maar omdat hij mooiere dingen laat zien gezeten áchter de camera dan ervoor. Het bewijs? De nacht van Vlaanderen. Ja, één keer hoor je hem een vraag stellen, maar dat zie ik als een signatuur. Als om je ervan te vergewissen dat de grootste prestatie niet zozeer deze prachtdocu is, maar de ijzeren zelfbeheersing om zich middenin een interview niet op de camera te storten en het, met slechts 3 centimeter tussen lens en bloeddoorlopen blik, snuivend en hijgend op een onophoudelijk ‘Zal ’t gaan ja? Zal ’t gaan ja, Jacques? Zal ’t gaan? Zal ’t gaan, Jacques? Ja?’ te zetten.

De nacht van Vlaanderen was een wedstrijd waarin mensen die zich daartoe geroepen voelden, wellicht door één van de vele stemmen in hun hoofd, 100 kilometer aan een stuk liepen. Ze deden dat in en rond Torhout, en op een gegeven moment stond er 250.000 man op te kijken. Mijn streekgenoot Jean-Paul Praet – ik kende hem niet, maar ik heb dan ook niets met lopen, het enige waar ik naartoe loop is de frigo – won ‘Torhout’ liefst acht keer, waaronder één keer in 6 uur, 3 minuten en 51 seconden. Een wereldrecord. Ook al is dat wereldrecord 6 uur, 9 minuten en 14 seconden en staat het op naam van een Japanner. Waarom dit zo is verklap ik niet, maar het heeft te maken met de kracht van deze docu en sport in het algemeen: folklore.

Jean-Paul Praet (met nummer 376) tijdens zijn wereldprestatie tijdens de Nacht van Vlaanderen in Torhout in 1986. Beeld repro CVHN
Jean-Paul Praet (met nummer 376) tijdens zijn wereldprestatie tijdens de Nacht van Vlaanderen in Torhout in 1986.Beeld repro CVHN

Sport is op haar best wanneer ze wordt bedreven door amateurs. Wanneer een entourage nog gewoon een toogmakker heet. Sport als ambacht, stof voor de heemkring. Ik wil een record zien afhangen van hoelang de pasta in het water heeft gelegen. Van een merk rijstpap. Mijn nonkel Gust werd ooit Brabants sprintkampioen op zijn gewone schoenen en stak na afloop zijn zoveelste sigaret van de dag op. Dát is sport.

Echte sport, geen topsport, wordt beleden in het dialect, zo ver mogelijk van mediatraining vandaan. Liefst een West-Vlaams, eventueel een Limburgs. Zeer onderschat, zoals Jean-Paul Praet bewijst, is de taalpracht uit het schemergebied rond Aalst. Ons dialect klinkt het mooist wanneer wordt gepoogd AN te spreken – uit beleefdheid, schroom welhaast. Men probeert, maar struikelt halverwege over ‘zoveel megelijk’, ‘ik gink’ en, natuurlijk, alle goede wil ten spijt, over de ingeslikte e op het eind van een infinitief. Geen werkwoord ontstijgt mooier de massagetafel dan ‘opoffer’n’. Bekijk deze magnifieke documentaire en geef mij gelijk. Zeker wanneer ene Yiannis Kouros opduikt en Praet zich, in zíjn Lieës, tot de filmploeg richt. Oprecht ontroerend.

Ruben Van Gucht is een straffe regisseur. Het siert hem dat hij een buitengewone gewone man dit buitengewoon eerbetoon schonk.

De nacht van Vlaanderen is nog te bekijken op VRT Nu.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234