Zaterdag 26/09/2020

Interview

Ruben Van Gucht: ‘Aan botox begin ik niet, al zeiden sommigen dat ik het moest doen’

Ruben Van Gucht (33) aarzelde toen we hem vroegen om over zijn onweerstaanbare verschijning te spreken. De sportjournalist had net weer een storm aan commentaar gekregen vanwege het opvallende pak dat hij tijdens Het journaal droeg: zo’n 190 mensen vonden het nodig om hem daar via Twitter op te wijzen. Pas toen we beloofden dat hij zich niet hoefde uit te dossen voor de foto, stemde hij toe. ‘Wat maakt het ook uit? Ik ben wie ik ben. Take it or leave it.’

Ruben Van Gucht: “De reacties raakten me eigenlijk echt niet. Ze mogen natuurlijk geen gevolgen hebben voor mijn job, want die job is waar het voor mij over gaat.”

Die doe je toch niet minder goed als je een keer in een bloemenpak verschijnt, zoals je ook al eens deed?

“Dat is waar. Ik droeg dat toen niet voor een schermopdracht, maar voor een radio-uitzending. Het was 20 juni en ik dacht: vandaag begint de zomer, ik trek een pak met bloemen aan.”

Was het een pak van Dries Van Noten?

“Ben je gek? Het is confectie. Al mijn pakken zijn van State of Art, een merk uit Nederland waar ik me goed in voel.”

Eigenlijk doe jij wat in het boek De karakterman wordt beschreven: je niets aantrekken van wat de mannelijke stereotypen voorschrijven.

“Is het niet juist een teken van mannelijkheid dat je durft te dragen waar je zin in hebt of wat je mooi vindt? Nu, ik drijf die mannelijkheid ook niet tot het uiterste: ik kweek geen sixpack in de fitness, ik ga niet naar de zonnebank en ik zal ook nooit mijn tanden laten bleachen.

“Toen ik begon te werken bij de VRT, hebben ze weleens tegen me gezegd: ‘Je bovenste oogleden hangen zo laag, de mensen zien je ogen niet. Daar moet je iets aan doen.’ Maar dat overweeg ik zelfs niet. Ik heb dat van mijn moeder en ik ben haar er heel dankbaar voor. Aan plastische chirurgie of botox begin ik nooit, ik zie dat als een aanslag op mijn gezondheid, en die gaat voor alles.»

Ik zag op Instagram een foto van je boodschappen: alleen maar groenten en fruit.

“Ik eet zelden vlees en probeer brood en aardappelen te beperken. Mijn vrouw hecht veel belang aan gezonde voeding, nog meer dan ik al deed. Zij heeft me ervan bewust gemaakt dat ik maar één lichaam heb. En daar moet je zorg voor dragen. Dat vergt discipline, iedere dag. Ken je het Chinese model Wang Deshun, die nu op zijn tachtigste op elke catwalk loopt? Dat soort mensen zijn voorbeelden. Maar als je op je tachtigste zo fit wilt zijn, moet je daar nú de basis voor leggen.”

Je loopt dodentochten en marathons. Voel jij je op je mannelijkst wanneer je je lichaam weer eens tot het uiterste hebt gedreven?

“Dat klinkt zo ‘vol testosteron’, maar je kunt op verschillende manieren mannelijk zijn. ’s Avonds liggen mijn vrouw en ik weleens samen tv te kijken. Zij ligt dan aan de ene kant tegen mij en mijn hond aan de andere kant. Dan hoed ik het gezinnetje een beetje. Misschien ben ik dan wel op mijn mannelijkst.”

Dat doet me denken aan wat je over je grootvader vertelt: ‘Als hij in Italië had geleefd, was hij een don geweest.’

“Ja, ik ben natuurlijk nog maar een donnetje. (lacht) Mijn grootvader is helemaal selfmade: afkomstig uit een heel modaal gezin, tot z’n veertiende naar school mogen gaan, zijn eigen huis gebouwd zonder daarvoor opgeleid te zijn, de huizen van zijn kinderen helpen bouwen, en zijn negen kinderen heeft hij allemaal laten studeren.”

Een rambofiguur heb je hem ook al genoemd.

“Hij was een heel sterke kerel, bekend in het dorp vanwege zijn karakter en onverzettelijkheid, echt het archetype van een man: hard karakter, maar toch ook zorgzaam. Niet zo zacht als een moeder – klonk het niet, dan botste het – maar in the long run wilde hij vooral het beste voor alle mensen die hem omringden.”

Is je vader ook zo?

“Zeker, maar hij is een heel ander type. Hij is ook een doorzetter, maar dan in stilte. Om mijn grootvader kon je niet heen. Als zijn negen kinderen rumoer maakten aan tafel, dan sloeg hij met de vlakke hand zo hard op tafel dat de borden een meter de lucht in vlogen. Daarna durfde niemand nog zijn stem te verheffen. Hij was ook een geboren verteller.”

Lijk jij meer op je grootvader dan op je vader?

“Ik vrees van wel. (lacht) Maar ook op mijn moeder. In haar familie zijn ze geen zelfstandigen, zoals in die van mijn vader, maar het zijn wel allemaal mensen die hun leven nooit hebben ondergaan, die altijd hun eigen lot hebben bepaald. Dat is iets dat ook heel erg in mij zit. Ik werk in dienst van een huis, maar ik probeer toch mijn eigen verhaal te vertellen. Dat doet niemand voor jou, dat moet je zelf doen.”

In het vijfde seizoen van je programma De kleedkamer, waarin je portretten schetst van sportgrootheden, wilde je absoluut ook steeds een vrouw aan tafel. ‘Als er vijf mannen aan tafel zitten,’ zei je, ‘reageren ze vaak heel onbehouwen op gevoelige thema’s.’

“Klopt. In een groep met alleen maar mannen zorgt de sociale controle er kennelijk voor dat ze gevoelige thema’s uit de weg gaan. In de één-op-ééngesprekken gebeurt dat niet. Er zijn zelfs al vaak tranen gevloeid.”

Zelf vertelde je in een interview uit 2016 dat je voor het laatst had gehuild in 2004!

“Dat kan niet. Mijn grootvader is gestorven in 2012 en daar ben ik echt kapot van geweest. Maar ik ben geen veelhuiler. Ik voel die drang gewoon niet zo snel opkomen.”

In 2004 huilde je omdat je held Johan Museeuw tijdens Parijs-Roubaix lek reed. Je bent je tranen toen gaan verstoppen op het toilet.

“Ik ben me niet gaan verstoppen! Ik kon die koers gewoon niet meer uitkijken, want er was voor mij maar één winnaar, en die kon niet meer winnen. Ik vond het lot toen zo oneerlijk.”

Je liefde voor de koers heb je van je grootmoeder.

“Ja. Zij hield van de koers, maar ik wist er al snel meer van dan zij, en als we samen keken, vertelde ik haar altijd wie op kop reed, wie gelost was, vanwaar ze welke renner kon kennen...”

Zij was jouw eerste publiek.

“Ja. Ik heb altijd veel gesport, maar ik heb van kleins af maar van één ding gedroomd: sportcommentator worden, precies de job die ik nu heb.”

Omdat er een performer in je zit. Je bent was ook ooit lid van een toneelvereniging.

“Vroeger hielpen mijn broers en ik in de zomer altijd de prei te planten op een boerderij in de buurt. In het begin was ik zo klein dat ik op het veld nog niet veel kon betekenen, maar dat zette ik recht door tijdens de drankpauzes te animeren en sketches na te spelen. Dat was niet omdat ik ervan droomde op een podium te staan en dat krampachtig probeerde na te streven. Ik ben nooit bezig met de wereld iets te bewijzen, ik animeerde graag en doe graag waar ik zin in heb. Dat mijn moeder mij en mijn broers voor de toneelvereniging had inschreven, was ook helemaal niet om ons de spotlights in te pushen, maar omdat we met die groep ook op kamp gingen. Mijn ouders dachten: af en toe zonder die drie gasten is ook wel prettig.

“Ik vind het van een ongelooflijke waarde dat mijn ouders ons zonder issues hebben opgevoed. Ik heb lang niet beseft hoe uitzonderlijk dat is. Veel mensen, heb ik gemerkt, dragen iets mee dat hun een minderwaardig gevoel geeft, of ze hebben angsten die ze willen compenseren.”

Daarom denken de mensen dat jij dat ook aan het doen bent.

“Ik denk het.”

Als er één wereld is waar de mannelijke stereotypen gelden, dan is het de sportwereld. Homoseksualiteit is in het voetbal nog steeds compleet taboe.

“Ja, maar dat ligt dus totaal níét aan de ploegmaats: die zullen elkaar steunen. Dat voetballers niet uitkomen voor hun geaardheid, komt doordat het publiek hen dan keihard op de korrel neemt – soms zijn mannen echt gorilla’s, vind ik. Ik snap dat je je als speler dan afvraagt: durf ik het aan om het te zeggen, en om elke keer weer onder een fluitconcert dat veld op te moeten gaan? Maak ik mijn leven niet onmogelijk? Hun carrière kan er ook onder lijden, want supporters hebben echt wel macht binnen een club. Ik vind eigenlijk dat men, net zoals met racistische spreekkoren, de wedstrijd moet stilleggen wanneer een gaye speler wordt uitgefloten. Wat en hoe je wilt zijn als man, zou nergens nog een rol mogen spelen.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234