Donderdag 29/07/2021

Interview

Ruben Block gaat solo: ‘Mijn hoofd werkt beter als het onder stroom staat’

Ruben Block: ‘De meest crazy ideeën hebben hun weg naar mijn soloplaat gevonden. Ik heb zelfs onze grasmachine gesampled. De creatieve vrijheid die ik voor dit album nam, voelde geweldig.’ Beeld Charlie De Keersmaecker
Ruben Block: ‘De meest crazy ideeën hebben hun weg naar mijn soloplaat gevonden. Ik heb zelfs onze grasmachine gesampled. De creatieve vrijheid die ik voor dit album nam, voelde geweldig.’Beeld Charlie De Keersmaecker

Twintig jaar lang doorkruiste rockmuzikant Ruben Block met Triggerfinger de wereld, maar vlak voor zijn 50ste verjaardag is het tijd voor iets anders: zijn eerste soloalbum. Een gesprek over rock-’n-roll, de liefde van lange duur, het vaderschap, en vooral: hoe al die wonderlijke identiteiten te combineren.

Achter de gevel van een statige herenwoning in Merksem wordt een zorgeloos deuntje gefloten. Dan opent Ruben Block de voordeur, uitgedost in een nette, zwarte pantalon, een hemd met panterprint en de zilveren haren strak achterovergekamd. Dat de zwaartekracht ook tot grote kunst in staat is, bewijst de ene witte haarlok die uit de greep van de pot wax is kunnen ontsnappen en die nonchalant voor zijn voorhoofd slingert.

Twee decennia lang trok Ruben met Triggerfinger van de ene concerthal naar de andere festivalweide, tot de groep twee jaar geleden besloot om de stekker tijdelijk uit de band te trekken. “Om even op andere projecten te focussen”, klonk het toen. Nu wordt duidelijk waar het destijds over ging. Enkele dagen voor ons gesprek liet Block zijn eerste single als soloartiest, ‘Lights’, los op de wereld, volgend jaar volgt een hele plaat op eigen naam. En over een paar dagen mag hij ook weer het podium bestijgen voor een – helaas reeds uitverkochte – reeks van tien benefietconcerten in de Antwerpse Roma.

BIO * geboren in Lier op 26 juni 1971 * studeerde schilderkunst aan Sint-Lucas in Gent, maar rondde die opleiding nooit af * begon zijn muziekcarrière als ­gitarist bij de bands Sin Alley en AngeliCo, en richtte daarna ­Triggerfinger op in 1998 * leverde met Triggerfinger vijf ­platen af, en werkt nu aan zijn eerste soloalbum, dat volgend jaar verwacht wordt * heeft al 20 jaar een relatie met Valérie, is vader van twee kinderen: Arthur (16) en Lizzie (13) * woont afwisselend in Merksem en in ­Brasschaat

“Natuurlijk is het extra spannend om in mijn eentje nieuw materiaal uit te brengen”, zegt Block, die ondertussen de koffiemachine tot leven wekt. “Ik ben het gewend om geschouderd te zijn door mijn vaste compagnons, Paul (Van Bruystegem, bassist, red.) en Mario (Goossens, drummer, red.). Doorheen de jaren heb je een bepaald vertrouwen ontwikkeld in die gasten: ik wéét dat ik met hen ook in slechte omstandigheden kan spelen omdat we elkaar zo goed aanvoelen. Deze keer ben ik volledig op mezelf ­aangewezen om iets nieuws op te bouwen.”

Terwijl ik me op het zonovergoten terras nestel, draagt  Ruben koffie aan in stijlvolle rode kopjes. En een karaf water mét citroenschijfjes – Block ontpopt zich tot de ideale ­gastheer, zich volledig bewust van het feit dat voorkomen en inhoud idealiter hand in hand gaan. Dat de rocker ook vader is van twee pubers, en al twintig jaar samen is met Valérie Matthyssen, daar is vandaag niks van te merken. Ten huize Block is het stil: zijn gezin verblijft in hun ándere woning, in Brasschaat – daar kom ik straks nog op terug. Eerst muziek.

“Met deze soloplaat wou ik iets volledig anders doen dan bij Triggerfinger. De meest crazy ideeën hebben hun weg naar die plaat gevonden. Denk: veel dierengeluiden, zelfs onze grasmachine heb ik gesampled. (lacht) De creatieve vrijheid die ik voor dit album nam, voelde geweldig. Terwijl de werkwijze vaak behoorlijk primitief was. Veel van mijn muziek ontstaat heel klein, op het notitieblok van mijn smartphone. Beperkingen kunnen heel inspirerend ­werken.”

Wat beperkingen betreft, kan dat virus ook wel tellen. Hoe heb jij de pandemie beleefd?

“Dat was heel, heel vreemd. Het eerste halfjaar lag mijn creativiteit lam. De plaat was bijna klaar, maar zonder publiek ontbrak de urgentie. Ik bleef maar teksten schrijven en musiceren, maar maakte niks waarvan ik dacht: dít kan iets worden. Ongelofelijk frustrerend.

“Ons gezin heeft die pandemie dan weer wél heel goed doorstaan. We konden natuurlijk nergens naartoe, maar genoten ervan om samen in de tuin te zitten. We wandelden veel en ik bracht mijn twee kinderen van dertien en zestien af en toe mee naar de studio om hier samen wat te spelen. Ook de barbecue werd een dankbare bondgenoot. Ik ­realiseerde me eens te meer dat er ook veel plezier te halen valt uit die gewone activiteiten.”

Heb je het gevoel dat het alledaagse leven wat aan je voorbij is gegaan? Je hebt vast behoorlijk wat gemist omdat je honderd dagen per jaar op tournee bent.

“Ja, en daar heb ik me soms ook schuldig over gevoeld. Ben je weer eens niet thuis op de verjaardag van je kind, dan baal je natuurlijk. Maar in dit vak kan het gewoon niet anders. Daarom is het met Triggerfinger ook wat geworden.

“Pas op: als het nodig is, sta ik ook om half zeven op, hoor. Valérie en ik hebben een beurtrol. We checken regelmatig bij elkaar wie het nodig heeft om ’s ochtends wat langer te slapen en stemmen onze agenda’s op elkaar af. Maar soms gaat het inderdaad niet anders. Wanneer ik op tournee ben, komt de opvoeding van onze kinderen en het huishouden bij haar terecht.”

Was het voor hen niet vreemd dat jij plots zo vaak thuis rondhing?

“Dat denk ik wel. Mijn vrouw zei weleens: ‘Jij bent hier nu wel echt áltijd, hè’. (lacht) In dat opzicht is het fijn om twee huizen te hebben. Als het voor een van ons twee even te veel wordt, hebben we een plek om naar uit te wijken. Al kun je ook stoom aflaten door even met de hond te gaan wandelen. Allebei je eigen ding doen om dan weer samen te komen, daarin schuilt zoveel kracht. Dankzij dat kleine huisje in Brasschaat kunnen we die twee werelden – de muziek en het familieleven – wat gescheiden houden als het nodig is.”

’Het is fijn om twee huizen te hebben. Als het voor een van ons twee even te veel wordt, hebben we een plek om naar uit te wijken.’ Beeld Charlie De Keersmaecker
’Het is fijn om twee huizen te hebben. Als het voor een van ons twee even te veel wordt, hebben we een plek om naar uit te wijken.’Beeld Charlie De Keersmaecker

Hoe kwamen jullie erop om je leven over twee huizen te spreiden?

“Het was nodig omdat we het zo druk hadden met de band. We leefden op een ander ritme. Het gezinsleven speelt zich vooral overdag af, maar door Triggerfinger werd ik een nachtmens. Het voorbije anderhalf jaar hebben we wel grotendeels samen doorgebracht. Zelfs in deze uitdagende omstandigheden lukte dat aardig. Misschien eindigen we ooit nog wel samen in één huis.” (lacht)

Je bent niet bepaald het prototype van de wilde rocker. Je relatie houdt al twintig jaar stand, en thuis lopen er twee tieners rond. Klopt het dat je niet stond te springen om vader te worden?

“Soms ben je samen met iemand bij wie je het gewoon niet ziet, maar bij Valérie was dat anders. We hadden vrij snel het gevoel dat we ooit een kind wilden. Maar uiteindelijk kwam het onverwacht, zestien jaar geleden was ze plots zwanger van onze oudste zoon. We beseften: dit is het moment, anders komt het er misschien nooit van.”

Dat het met zijn levensstijl niet eenvoudig is om die vaderrol op zich te nemen, beseft hij maar al te goed. “Er komt sowieso veel op de schouders van Valérie terecht, en dat is niet altijd gemakkelijk. Als ik thuiskom, ben ik automatisch the good guy omdat de kinderen me natuurlijk gemist hebben, terwijl zij de machine wel draaiende moet houden als ik er niet ben. Een tijdlang probeerde ik dat te ontkennen. Ik schoot in het defensief als ze zei: ‘Jij bent nooit thuis!’ ‘Ja maar, ik was er wel op die en die momenten’, gooide ik ertegenaan. In plaats van te erkennen dat ik er inderdaad vaak niet ben, en naar oplossingen te zoeken. Nu proberen we bijvoorbeeld vaker om leuke gezinsactiviteiten in te plannen als ik erbij kan zijn. Dat is constructiever.”

Heeft het vaderschap je veranderd?

“In het begin heb je natuurlijk geen idee waar je aan begint. Je weet niet hoe dat moet, vader zijn, en je bent voortdurend bang dat je het verkeerd aanpakt. Je hebt dat nog nooit gedaan hè, zo’n klein kind eten geven of een pamper verversen. Er komt een verantwoordelijkheids­gevoel op je schouders terecht dat je daarna nooit meer kwijtraakt. Angst ook, dat die gasten iets overkomt.

“Ik probeer niet te beschermend te zijn, maar ik wil wel een oogje in het zeil houden. (denkt na) I don’t know. Je doet maar wat, hè? Uiteindelijk kan je niet anders dan die gasten hun eigen ding te laten doen, om hen builen en blutsen te laten oplopen. Als ouder ben je hen de vrijheid verschuldigd om op eigen houtje de wereld te ontdekken, vind ik.”

Je moeder was leerkracht, je vader hoofdverpleger in het ziekenhuis van Lier. Wat vonden zij er destijds van dat je een leven als muzikant voor ogen had?

“Ik kom uit een heel veilig nest, ben nooit iets tekort­gekomen. Maar die muziek, daar waren mijn ouders toch iets minder voor te vinden. (lacht)

“Na het middelbaar twijfelde ik even of ik zou gaan tekenen of acteren. Uiteindelijk ging ik schilderkunst studeren aan Sint-Lucas in Gent, waar ik een relatie begon met Martine Van Hoof (zangeres, in 2019 overleden, red.). Met haar ben ik uiteindelijk in een band beland, en daar is mijn liefde voor muziek ontstaan.”

Na een halfjaar schilderkunst te hebben gestudeerd, gooide Block de handdoek in de ring en koos hij resoluut voor zijn gitaar. “Een horrorscenario voor mijn ouders. (lacht) Vooral voor mijn moeder, die als leerkracht extra veel waarde aan een diploma hecht. Ze heeft me toen vriendelijk verzocht om toch nog zeker dat jaar af te ronden. Maar ik hield voet bij stuk: ik móést muziek gaan maken. Mijn diploma schilderkunst heb ik destijds dus niet gehaald, en tijdens de eerste jaren als muzikant had ik heel wat bijbaantjes. Maar soms moet je je gewoon smijten.”

Tot een van je eigen kinderen hetzelfde zegt, natuurlijk.

(lacht) “Ja, misschien dat ik dan toch met een bang hartje toekijk hoe ze hun eigen weg inslaan. Maar ik móést spelen, er was voor mij geen andere optie. Zelfs als ik mijn hele leven had moeten blijven werken om die muziek mogelijk te maken, zou ik dat waarschijnlijk gedaan hebben. Mijn ouders zijn trouwens bijgedraaid, hoor. Bij elke plaat komen ze naar een concert kijken. Ze zijn dus wel degelijk fier.”

'Alle reizen, de onvergetelijke plekken waar we muziek hebben mogen maken, de platen die we hebben afgeleverd, daar kan ik trots op zijn. Ik vind niet dat ik daar per se bescheiden over hoef te wezen.' Beeld Charlie De Keersmaecker
'Alle reizen, de onvergetelijke plekken waar we muziek hebben mogen maken, de platen die we hebben afgeleverd, daar kan ik trots op zijn. Ik vind niet dat ik daar per se bescheiden over hoef te wezen.'Beeld Charlie De Keersmaecker

De bandopnemer wordt gepauzeerd, de koffiemokken worden bijgevuld, blazen worden geleegd. Wie ten huize Block het toilet gebruikt, moet daarvoor langs de opnamestudio. De deur is aanlokkelijk op een kier blijven staan. De hele muur is bekleed met felgekleurde gitaren. Hoeveel het er zijn, kan Ruben niet meer met zekerheid zeggen, dus we moeten het houden op een ietwat vage omschrijving: erg veel. Het gouden doek dat ook in de studio hangt, deed in de beginjaren van Triggerfinger dienst als decor. Wetenschappers die de biervlekken op dat doek onder de loep zouden nemen, zouden met hun microscoop de ontstaansgeschiedenis van de band kunnen aflezen.

Kun je, na vijf Triggerfinger-albums, tevreden ­terug­blikken? Of moet het beste nog komen.

“Of het beste nog moet komen, dat weet je niet, hè. In de muziekgeschiedenis bestaan er genoeg voorbeelden van artiesten die gedurende een bepaalde periode prachtige dingen hebben gemaakt en daarna niks meer. Ik geloof ook niet dat je verbeelding, of je vermogen om nieuwe dingen te blijven maken, eindeloos is.

“Het traject dat ik als muzikant heb afgelegd, is wel iets wat ik koester. Alle reizen, de onvergetelijke plekken waar we muziek hebben mogen maken, de platen die we hebben afgeleverd, daar kan ik trots op zijn. Ik vind niet dat ik daar per se bescheiden over hoef te wezen, soms moet je het ook kunnen zéggen als je iets moois hebt gemaakt.

“Ik krijg weleens de vraag waarom ik muziek maak. Een nieuw nummer schrijven, is een proces waar ook veel des­illusie en falen bij komt kijken. Je volgt doodlopende straten voor je uitkomt waar je moet zijn. Maar het vooruitzicht dat het fantastisch zou kúnnen worden, is de schoonste roes die er bestaat.”

En zo komen we uit bij een stekelig onderwerp: de excessen van de rock-’n-roll, die ook voor de Triggerfinger-bandleden niet louter theoretisch zijn gebleven. Bassist Paul Van Bruystegem sprak openhartig over zijn zware alcohol- en Xanax-verslaving in de beginjaren van de band, en in een interview met Humo liet Hooverphonic-frontman Alex Callier zich onlangs nog ontvallen dat ook drummer Mario Goossens destijds best wat alcohol kon verzetten.

Je voelt ons aankomen: hoe zat dat bij jou?

“Dat is misschien iets waar Paul jaloers op was. Mario en ik konden wel wat drinken – en op bepaalde momenten ook veel – om dan de volgende dagen geen druppel aan te raken. Wij hebben nooit het probleem met alcohol gehad dat hij ermee had. Paul leeft op plus duizend of min duizend. Nul is moeilijk voor hem.

“Samenwerken met iemand die zo intensief alcohol en andere verdovende middelen gebruikt, is natuurlijk niet gemakkelijk. We probeerden er vooral met hem over te praten, omdat het zich anders toch maar in het donker afspeelt. Met de albumrelease van What Grabs Ya? is hij gecrasht, en toen heeft hij zich laten opnemen. Dat heb ik niet voor hem gedaan. Die beslissing heeft hij zelf genomen.”

Hoe komt het dat jij wel kon weerstaan aan de lokroep van het wilde, beschonken bestaan?

“Ik ben te bang om me volledig te verliezen in drank of drugs. Natuurlijk kan ik eens een avond stevig doorzakken, maar om de teugels zo te laten vieren, ben ik een te grote controlefreak. En de tol die je voor die levensstijl moet betalen, is te groot. Het eerste waar drank en een gebrek aan slaap een impact op hebben, is je stem, hè. In mijn hele carrière is het een keer of vier gebeurd dat ik een concert moest afzeggen omdat mijn stem het liet afweten. Weinig zaken zijn zo frustrerend.”

Heeft je lichaam schade opgelopen door je carrière?

“Dat valt al bij al nog mee. Anderhalf uur optreden met Triggerfinger is een stevige work-out, en ik heb altijd geprobeerd om redelijk goed voor mezelf te zorgen. Door regelmatig te lopen, bijvoorbeeld; dat deed ik zelfs als ik op tour was. Ik zit beter in mijn vel als ik me fit voel, en het maakt al die tournees minder abstract. Want als je lang on the road bent, verval je in een afstompend ritme. Je arriveert in een nieuwe stad, doet je soundcheck, beantwoordt wat mails en de volgende dag ben je alweer ergens anders. Zodra ik ging lopen, werd dat anders. Ik kwam locals tegen en zag een stukje van de stad.

‘Ik ben te bang om me te verliezen in drank of drugs. Natuurlijk kan ik eens stevig doorzakken, maar om de teugels zo te laten vieren, ben ik een te grote controlefreak. En de tol is te groot.’ Beeld Charlie De Keersmaecker
‘Ik ben te bang om me te verliezen in drank of drugs. Natuurlijk kan ik eens stevig doorzakken, maar om de teugels zo te laten vieren, ben ik een te grote controlefreak. En de tol is te groot.’Beeld Charlie De Keersmaecker

“Sinds een paar maanden heb ik knieproblemen, lopen zit er dus niet meer in. Dat vind ik, echt waar, verschrikkelijk. Want ook mentaal deed dat lopen me veel deugd; je laat letterlijk wind door je hoofd waaien als je er met je loopschoenen opuit trekt. Ik mis het heel hard.”

Is ijdelheid je vreemd? Je weigert al twintig jaar om in iets anders dan een kostuum op te treden.

“Natuurlijk ben ik ijdel, al heeft dat kostuum daar niet zozeer iets mee te maken. Ik vind het een teken van respect voor mijn publiek. En je beweegt je anders zodra je je in dat pak gehesen hebt. Ook mijn vrouw houdt van mooie kleren (zij werkt bij Dries Van Noten en helpt Ruben regelmatig bij het uitkiezen van zijn outfits, red.). Kleren kunnen de wereld net iets kleurrijker maken.

“Ook tijdens de lockdown zijn we ons regelmatig blijven opkleden. Soms trok ik mijn kostuum aan om daarna naar mijn vrouw te rijden. Natuurlijk doe je dat enerzijds voor jezelf, maar ik vond het ook belangrijk om aan mijn vrouw te tonen: kijk, ik doe moeite voor u. Je moet absoluut samen in je jogging in de zetel kunnen hangen. Maar daarnaast moet je elkaar ook blijven prikkelen, vind ik.”

Jullie zijn al twintig jaar samen. Wat is het geheim?

“Het is een groot cliché, maar: blijven babbelen. Dezelfde taal blijven spreken. Valérie en ik hebben het ook een tijd heel moeilijk gehad, onder meer door de twee heel verschillende werelden die we in balans moesten houden. Toen we er zelf niet meer uit geraakten, zijn we naar een relatietherapeut gestapt. We hadden hulp nodig om weer te leren praten over de essentie, over zaken die ons ook echt vooruithelpen, in plaats van elkaar verwijten naar het hoofd te slingeren. Het heeft geen zin om te blijven discussiëren over het feit dat ik altijd weg ben. Ja, dat is zo, en nu? Ook in mijn eentje ben ik al meermaals met iemand gaan praten om mijn gedachten op orde te krijgen.

“Hoe dan ook proberen mijn vrouw en ik om elkaar ­vrijheid te gunnen binnen onze relatie. Ik denk dat het voor mij veel gemakkelijker is om haar dat te gunnen dan andersom, omdat de impact van wat ik deed op ons gezin toch net iets groter was. Nog altijd vind ik het heel straf hoe Valérie mij daarin is tegemoetgekomen.”

Later deze maand word je vijftig. Kijk je ernaar uit?

“Ik ben er voorlopig niet bang voor, maar ernaar uitkijken is misschien ook wat overdreven. Ik heb me het voorbije jaar toch wat ouder gevoeld en dat vond ik beangstigend. Dat kwam enerzijds doordat ik zoveel thuis zat, maar ook omdat mijn lichaam tegensputterde. Mijn knie liet het afweten, en ik verrekte mijn schouder toen ik voor mijn vrouw een kader in elkaar aan het vijzen was. Ik voelde me gevangen in mijn lichaam en dacht: hier heb ik nog geen zin in.

“De redding was dan de focus verleggen naar de kleine opdrachten die op mijn pad kwamen. Want zolang ik muziek kan maken, voel ik me écht een gelukzak. Toen we samen met het label beslisten om die eerste single alvast uit te brengen – en er dus plots weer wat bewoog – voelde ik me opleven. Het voorbije jaar heb ik ontdekt dat mijn hoofd gewoon beter werkt als het onder stroom staat.”

De opluchting is dus bijzonder groot nu die donkere dagen van de lege agenda achter hem liggen. “Je hebt er geen idee van hoe hard ik ernaar uitkijk om weer op dat podium te kruipen”, zegt hij. Voorlopig zijn er nog geen concerten gepland op zijn verjaardag. Hoe hij dan wel gaat vieren, willen we weten. “Grote festiviteiten hoeven niet. Het zou al niet slecht zijn als we met het gezin op ons terras kunnen zitten, wat lekkere dingen op de barbecue kunnen gooien, een goed flesje wijn erbij….”

We feliciteren hem alvast, en besluiten na een gesprek van twee uur dat die stembanden hun rust verdiend ­hebben. Galant als altijd word ik naar de voordeur begeleid. Buiten schijnt de zon, en even lijkt het overduidelijk: wat voor ons ligt, is beter dan datgene wat we na anderhalf jaar pandemie achter ons hebben gelaten. Iets van het ­aanstekelijke optimisme van Block is duidelijk blijven ­hangen. Zonder achterom te kijken, hoor ik hoe de deur weer in het slot valt, en hoe het fluiten binnen onverstoord verdergaat.

Ruben Block stelt zijn solosingle en meer nieuw werk voor met 10 uitverkochte concerten in De Roma in Antwerpen, van 11 t.e.m. 22 juni. Op 17 juli speelt hij op Werchter Parklife. Tickets en info: rockwerchter.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234