Dinsdag 22/10/2019

Concertverslag

Ronnie Flex in de AB: de popact waar jongeren naar snakken

Beeld Alex Vanhee

Ronnie Flex is de God van een generatie voor wie Instagram de Bijbel en Snapchat het Nieuwe Testament is. Na zijn passage in de Ancienne Belgique begrijpen we (deels) waarom.

Ronnie Flex, né Ronell Langston Plasschaert, heeft zijn reputatie tegen. Je hoort zijn naam en je denkt aan de hyperactivo die Vlaanderen en Nederland heeft opgezadeld met de microbe die ‘Drank & Drugs’ heet. Je kan neerbuigend doen over de man die verder nog ‘Loterij’ en ‘1,2,3’ – samenwerkingen met Lil Kleine – op zijn kerfstok heeft staan, maar kijk: het is 2018 en de nederhopper is méér dan een herinnering aan het verleden.

Dat zag je aan de manier waarop Ronnie als hinde op lachgas over het podium van de Ancienne Belgique dartelde. Hij is deze week vader geworden, en dat doet blijkbaar iets met een mens. Al zag je bovenal een artiest die na jarenlang zoeken de kunstvorm heeft gevonden waarin hij zijn ziel kwijt kan. Dat is in het geval van Ronnie Flex niet langer supermarktpop met drilboorbeats, maar r&b met het ene been in Suriname en het andere in Amerika.

Beeld Alex Vanhee

Ronnie wisselde de afgelopen jaren vaker van gedaante dan van propere sokken, maar wat hij tegenwoordig met het Amsterdamse collectief Deuxperience bekokstooft, bevalt ons het meest. “Ik doe niet aan kledingwissels. Ik kom gewoon mijn liedjes spelen”, sprak Flex duidelijke woorden. Hij hield woord: in de AB koos de Nederlander niet voor toeters en bellen, maar voor autotune en instrumenten.

Heupen in dezelfde richting

Met die uitstekende band rond hem maakt Ronnie Flex het verschil met zijn landgenoten en collega’s Lil Kleine, Josylvio, Sevn Alias en Broederliefde. Zij kiezen voor de brute aanpak, hij kiest voor een stijlvolle verpakking. ‘Non Stop’, ‘Investeren in de liefde’ en ‘Is dit over’ kwamen binnen zonder kloppen – puike popnummers waarvan wij het bestaan niet afwisten. Soms Caraïbisch, soms Afrikaans, soms Amerikaans: zijn songs kampten niet zelden met een identiteitscrisis, al ging die ratatouille wel vlot binnen.

Het zijn liedjes over de liefde waarin Ronnie Flex goochelt met woorden waarvan wij het bestaan evenmin kenden. “Ik wil peng tings ‘pon road / Nu heb ik peng tings on hold”, klonk het in ‘Energie’. Googelen was geen optie: tegen de tijd dat je pen tings in de zoekbalk had ingegeven, zat de rapper alweer drie nummers verder. In de straten van Brussel kotsten overijverige toeristen jenever uit, Ronnie Flex op zijn beurt spuwde aan een rotvaart het ene lied na het andere.

Hij bracht eigen nummers en eerdere samenwerkingen met pakweg Frenna, Lil Kleine, Mr. Polska en SFB, waarna hij ze keurig bedankte voor bewezen diensten en telkens weer op het gaspedaal ging staan. “Ik ben niet zo’n prater,” hijgde Ronnie halfweg, “maar bedankt voor de goede energie.” Je moet het de paar honderden in de AB nageven: elke song die de Nederlandse popster inzette, werd als een volksheld onthaald. Dat publiek was jong, zéér jong. Maar het was wel een troep mensen met de heupen in dezelfde richting.

Vals slotakkoord

Ronnie Flex toonde zich in Brussel een eigenwijs man. ‘Zusje’ kreeg een reggaeoutfit, ‘Fan’ was behoorlijk catchy foutediscothekenpop, en zelfs toen hij ‘Omarm Me’ van Bløf een draai gaf, kwam de Nederlander ermee weg. Flex en Deuxperience spelen een kleine twee jaar samen, vertelde hij tussen enkele songs door, en dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Wat op papier een kakofonie lijkt, bleef wel degelijk hangen.

Het stoorde zelfs niet dat hij zijn lot in de handen van de autotune legt. Waar die gerobotiseerde stem in vele gevallen goedkoop overkomt, ging dat in het geval van Ronnie Flex nooit storen. Hij klom gulzig heen en weer op de toonladder, en miste zelden een trede – het resultaat van anderhalf jaar intensieve zanglessen. Wel jammer: Flex, Nori, Flonti Stacks – die man heeft in elke broekzak een pseudoniem steken – werkt graag samen met anderen, en nam in Brussel ook andermans zanglijnen voor zijn rekening. Op zich niks niets mee, al is het wel jammer, als je weet dat hij vorige week in Amsterdam onder meer Boef, Famke Louise, Ali B en Lil Kleine over de vloer kreeg.

Beeld Alex Vanhee

Ronnie Flex presteerde in de AB lange tijd als de nederpopper waar ook de Vlaamse jeugd naar snakt. Tot hij na ‘Omarm Me’ met een aankondiging kwam. “Het eerste deel van de show is afgelopen. Nu is het tijd voor de finale.” Hij had er in een uur twintig hits doorgejaagd, toen hij Deuxperience van het podium stuurde en een dj naar voren schoof. ‘4/5’ was de eerste song die de dj uit zijn laptop toverde en we wisten meteen: nee, dit is het niet.

Een slotakkoord vol trapmuziek leek hem een goed idee, maar in werkelijkheid zag je Ronnie Flex vervellen in een rapact van dertien in een dozijn: wild, onverstaanbaar, weinig boeiend. Het is geen geheim dat hij een zwak heeft voor ratelende beats en moshpits, maar in de AB pakte de mayonaise niet. We herkenden in de verste verte iets van ‘Geekin’’ en ‘Opgekomen’, terwijl onze zenuwen stilaan overuren begonnen te draaien.

Zonde, want dat slot van Ronnie Flex & Deuxperience was een smet op een popshow die bij momenten zeer goed was. Vorige zomer speelden ze op het hoofdpodium van Pukkelpop, in Nederland zijn ’s mans songs de volksliederen van generatie nu. We begrijpen stilaan waarom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234