Dinsdag 10/12/2019

Recensie Boeken

Roderik Six kruipt in de behekste bovenkamer van een kille dwingeland

Roderik Six. Angst regeert in zijn nieuwe roman ‘Volt’. Beeld Studio Edelweiss

Suggestieve broeierigheid, daar weet Roderik Six wel raad mee in zijn derde roman Volt, waarin de hitte door elke spleet binnensijpelt. Angst zwaait de plak in deze dystopische eilandvertelling vol macaber verderf.

“Ik wil blijven spoken in de hoofden van de mensen. Ik vind het zeer boeiend om mijn personages onder druk te zetten, om ze samen te persen”, zo vertelde Roderix Six (°1979) vier jaar geleden in deze krant, naar aanleiding van Val. Beklemming moet op de lezer overslaan, zo predikte hij. En zie, in zijn nieuwe roman Volt blijft de Gentse auteur zijn woorden volkomen trouw. Ook hier stuiten we op een hoofdfiguur bij wie hij langzaam de bankschroeven aandraait. Duvall, een naargeestige dwingeland, lijkt eerst nog soeverein te heersen maar verzengt bijna voor onze ogen. Om uiteindelijk onder water te verdwijnen.

Volt is in zekere zin een vintage Six. Of klinkt dat wat prematuur voor een schrijver die pas aan zijn derde roman toe is? Sinds zijn bejubelde debuut Vloed (2012) en opvolger Val (2015) flirt Six constant met de demonen van de post-apocalyps. Je mag zijn romans gerust uitgekiende ceremonieën van de duisternis noemen. Teerhartige zieltjes kunnen zich maar beter onthouden. Ook in Volt, een soort sluitstuk van de V-trilogie, is dat zo.

Alwéér spreken gedoemde natuurelementen een duchtig woordje mee bij Six, doordrenkt als hij is van dystopische literatuur en scifi-klassiekers. Werden de vier studenten in Vloed gegijzeld door het wassende water, in Volt is het een hoogst benauwende hitte die alles onder een elektriserende stolp zet. Met chirurgische precisie leidt Six zijn spartelende personages naar de afgrond.

Six neemt de tijd om zijn ondergangssaga te ontvouwen. Hij doet dat in een door elkaar gehusselde structuur, volgens postmodernistisch receptuur. Dat hij een discipel is van Peter Verhelst, kan hij moeilijk verstoppen. Het blijft trouwens lang gissen welke richting hij ons precies uitstuurt.

Tropisch eiland

Zeker is dat we ons op een tropisch eiland bevinden, kennelijk voor de kust van Zuid-Afrika. Daar deelt het schimmige financiële conglomeraat Onyx na een wereldbrand de lakens uit. Het weet de volgzame inlanders voor zijn kar te spannen. Is hier een dictatoriale microstaat gecreëerd? Door de ogen van ene Duvall, die met willekeur de geheime dienst bestiert, dompelt Six ons onder in dit pandemonium. Rijkdom en armoede contrasteren fel. Toch lijkt Duvall afgrondelijk eenzaam, gevangen in een lichaam dat knerpt, kraakt en borrelt. Hij is constant op zijn hoede. Maar ook hij wordt geteisterd door boze geesten. Welke vreselijkheden onderging zijn vrouw?

Uitvoerig zoomt Six, die zelf een tijdje op het Caribische eiland Bonaire woonde, in op setting en decors, zoals Duvalls hooggelegen woonhuis, het zwaarbewaakte hoofdkwartier in een glazen torenspits en het tunnelstelsel waar archivaris Sebastian ronddoolt. En valt Victor wel te vertrouwen, een ietwat stripachtige figuur, laborerend aan een geheimzinnig serum en morbide proefnemingen?

Dan zijn er Duvalls geweldsuitbarstingen, bedoeld om zijn macht te bestendigen. ‘Soms is het beter geen ogen te hebben. Dan zou de gruwel ongezien blijven’, denkt Duvall. Tot de houdgreep van de natuur – en jawel, de mieren – steeds dwingender wordt: ‘De natuur heeft last van horror vacui, de angst voor leegtes, en ze zal er alles aan doen om die vol te proppen, desnoods met rommel.’

Trillende hand

Afwisselend waan je je in Volt in een soort remake van Joseph Conrads Heart of Darkness en in een grondig gepimpte versie van A Clockwork Orange. Toch blijkt de (dunne) plot bijzaak, en worden de parabelambities amper waargemaakt. Het is de zinnelijke stilist Six die zich wellustig uitleeft, bij het inkleuren van het eilanddecor of de behekste binnenkamer van een kille man die genadeloos ‘under pressure’ komt te staan – zijn trillende hand is symboolrijk genoeg.

Volt groeit uit tot een bezwerende trip waarin hallucinaties, wanen, dromen en spoken uit het ondermaanse de overhand nemen. Wie weet zich nog te redden? Als een bezetene speelt Six met elkaar accumulerende motiefjes – van octopussen tot aquaria – om een literair bouwsel op te trekken dat nét niet kapseist. Hoe schrikbarend goed hij soms ook schrijft, af en toe verliest hij zich in schoonschrijverij. De loden hitte wordt op wel honderd manieren verbeeld, tot je zélf door koorts bevangen wordt: ‘Dit was geen warmte meer, maar een blakering.’ Six lengt het aan met filosofietjes over de epidemische kracht van woorden: ‘Breng een paar letters in de wereld en ze groeien, gevoed door gretige ogen en vingers, uit tot een plaag. (..)’

Volt bevat veel lagen en dimensies en laat zich maar langzaam afpellen. Wie deze claustrofobische wereld betreedt, moet weten waar hij aan begint: een tergende gijzeling in een macaber labyrint. Want ‘angst is een nis, een kier die zich een kathedraal waant’.

Roderik Six, ‘Volt’, Prometheus, 240 p., 21,99 euro.

Roderik Six, ‘Volt’, Prometheus, 240 p., 21,99 euro. Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234