Woensdag 19/06/2019

Biografie

Rocklegende Herman Brood door de ogen van de vrouw die 15 jaar aan zijn zijde stond

Herman, Xandra en dochter Lola Pop in 1985. Beeld Gerard Wessel / HH

Deze zomer zal het vijftien jaar geleden zijn dat Herman Brood van het Amsterdamse Hilton-hotel sprong. Deze herfst zou hij zeventig zijn geworden. Aanleiding genoeg voor weduwe Xandra Brood om in geschrifte terug te kijken op de liefde van haar leven.

Een hoogtepunt van de ontegensprekelijk beste plaat die Herman Brood ooit uitbracht, Shpritsz namelijk, uit 1978, is het nummer 'Doreen'. Hij schreef het voor de genaamde Doreen van der Valk, die door de jaren heen in interviews altijd even formeel als nuchter bleef klinken toen haar gevraagd werd waarom juist zij door de rusteloze veelwijver Brood was uitverkoren om althans voor een tijdje zijn 'vaste verkering' te zijn. Dat kwam, zei ze, omdat ze hem aanvankelijk afwees. Brood, die met een vingerknip de halve wereld tussen de lakens kon krijgen, moest warempel moeite doen voor haar.

Precies dezelfde bescheiden verklaring geeft Xandra Brood voor de interesse die zij begin jaren tachtig als barmeid in de befaamde Amsterdamse discotheek '36 op de schaal van Richter' bij de rockgod wist te wekken. Nadat ook al Elvis Costello een blauwtje bij haar had gelopen en ze zelfs niet onder de indruk van Robert De Niro was geraakt, haalde ze ook haar schouders voor Brood op. Ze wist amper wie hij was. Hij miste een hoektand, zag ze. Toen zij uiteindelijk dan toch een keer op Broods smerige junkiematrasje belandden, kreunde en zuchtte het 25-jarige meisje de volgende woorden: 'Steek hem er nou maar in, want dan kan ik gaan slapen.' Op 3 januari 1985 traden zij in het huwelijk, even later werd dochter Lola Pop geboren.

Cliché

In het samen met Rutger Vahl geschreven Xandra Brood. Rock-'n-roll widow - eerste zin: 'Als ik langs het Hilton kom, kijk ik altijd even omhoog' - brengt de voormalige dorpelinge Xandra Jansen, die door toedoen van haar oom, de clubeigenaar en latere televisiefiguur Gert-Jan Dröge, in het rumoerige, zeer blitse Amsterdam van de jaren tachtig terechtkwam, het relaas van haar leven aan de zijde van één der meest tot de verbeelding sprekende mannen die Nederland ooit voortgebracht heeft.

Waarom zij dat doet? Wel, deels omdat ze nog steeds gek op hem is, zoals ze in de inleiding schrijft. Deels ook, echter, om het publieke beeld dat Brood altijd onvermoeibaar van zichzelf is blijven creëren, bijschaven en bevestigen, en dat na zijn dood een eigen, onverwoestbaar leven is gaan leiden, enigszins te corrigeren. Hij was zoveel meer, schrijft Xandra, dan de speedspuitende wichtenverslinder die iedereen zich herinnert. 'In het beeld van anderen herken ik mijn man vaak maar ten dele. Ik mis zijn veelzijdigheid. (...) Er wordt een cliché van hem gemaakt en dat verdient hij niet.'

Het neemt niet weg dat ook Xandra zelf wel moet toegeven dat haar echtgenoot tot aan het eind van zijn leven, toen de drugs hun heilzame werking verloren, dagelijks twee gram peppoeder aan zijn bloedbaan toevertrouwde, en dat ze hem in de ruim vijftien jaar dat ze hem gekend heeft nooit (dit is dus nóóit) iets heeft zien drinken waar geen alcohol in zat.

En de deernes? 'Het had iets ziekelijks, zijn behoefte aan seks met andere vrouwen. (...) Zoals Herman elke dag een bepaalde hoeveelheid drank en drugs nodig had, zo leek hij elke dag met een bepaald aantal meisjes naar bed te moeten.' Het is dan ook aan deze 'ziekte', een kwaal als een andere, zeg maar, dat het huwelijk tussen Xandra en Herman ten slotte niet ten onder zou gaan, maar wel zou verglijden naar een vorm van - soms verre, soms wat dichtere - kameraadschap, al kwam daar weer verandering in toen Brood veranderd was in het ongezegende wrak dat na een bijzonder bittere aftakelingsperiode finaal op de klippen van de zelfmoord zou lopen: het was Xandra die hem anderhalf jaar lang heeft verzorgd, gekoesterd en geholpen.

Romantische films

Maar wat stelt ze in Rock-'n-roll widow nu precies tegenover dat bekende portret van Brood als de ultieme rock-'n-roller, welke andere kant is het nu die zij voor ons belicht, van welke onverwachte zijde van 'The Brood' was het brede publiek dus níét op de hoogte?

Het valt allemaal nogal mee, Brood houdt bij wijze van spreken ook in dit boek zijn lederen broek aan. Hij hield ervan te baden met veel schuim. Hij tekende graag met zijn dochters. Hij keek weleens - liever dan naar Monty Python - naar een romantische film, waarbij hij zijn tranen niet inhield. Soms kwamen er vrienden over de vloer; dan at hij gezellig mee, zo lang als het duurde. En verder kon hij ook gewoon een onuitstaanbare zak zijn, die er en public én in het bijzijn van zijn echtgenote, een moeder van boven de dertig, zijn hand geenszins voor omdraaide om doodgemoedereerd te beweren 'dat hij een vrouw van boven de dertig seksueel niet aantrekkelijk vond of dat vrijen met een vrouw die een kind heeft gebaard minder lekker was'.

Xandra hoopt, schrijft ze, dat Brood vooral zal worden herinnerd vanwege de muziek en de schilderijen die hij heeft gemaakt, maar ook aan de verwezenlijking van de betreffende wens draagt Rock-'n-roll widow niet erg veel bij. Wat Broods liedjes en zijn kunst in haar oren en ogen zo ontegenzeglijk bijzonder maakte, krijgen wij althans niet te lezen. Sterker, uit niets blijkt eigenlijk dat zij erg vertrouwd is met Broods muziek. Echt enthousiast wordt ze hoe dan ook nooit, en een opmerking als zou Brood nooit een mooiere 'elpee' dan Lola Pop (initialen: 'L.P.') hebben gemaakt, is natuurlijk erg lief en zeer navolgbaar, maar doet toch ook weer niet meteen naar de platenboer hollen.

Xandra Brood. Rock-'n-roll widow moet het dan ook niet hebben van onvermoede aspecten van de 'nationale knuffeljunk' die opeens zouden worden onthuld, noch van de enthousiasmerende werking die ervan uitgaat op potentiële Brood-liefhebbers, maar dient te worden gelezen als het vlot en zonder schroom vertelde levensverhaal van een vrouw die er voortdurend blijk van geeft oprecht dankbaar te wezen voor een liefde die haar al met al teleurgesteld heeft. Een vrouw, ook, die zichzelf bepaald niet als heilig afschildert, maar onwillekeurig uit het boek - en overigens ook uit andere boeken over Brood, zoals het laatste deel van de verrukkelijke tetralogie van Bart Chabot, Broodje springlevend - naar voren komt als iemand die in gelijke mate onverzettelijk en uiterst goedhartig is. Een vrouw die, zoals Brood zelf ongetwijfeld zou beamen, om heel ándere en oneindig veel doorslaggevendere redenen aantrekkelijk is dan omwille van haar neiging hard to get te spelen...

Rutger Vahl en Xandra Brood, Xandra Brood. Rock-'n-roll widow, Nijgh & Van Ditmar, 240 p., 19,99 euro

Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden