Zondag 12/07/2020

InterviewBoeken

Rocklegende en dichteres Patti Smith: ‘Iedereen zou ‘Pinokkio’ moeten lezen’

Patti Smith op stap in New York. ‘Mijn moeder en ik waren niet altijd zo close, maar onze liefde voor boeken maakte veel goed.’Beeld NYT/ANDRE D. WAGNER

‘Onschuld, liefde, verraad, hartzeer, in Pinokkio zit alles’, zegt Patti Smith (73), rocklegende en schrijfster. Ze heeft net Jaar van de aap gepubliceerd, een autobiografisch boek over 2016, het jaar waarin ze 70 werd en waarin Trump tot president werd verkozen, tot haar grote ontzetting. Maar wat leest ze verder zoal nog?

Welke boeken liggen er op uw nachtkastje?

“Er liggen er vier, maar drie ervan heb ik bijna uit. St. Paul: A Screenplay is het draaiboek dat Pier Paolo Pasolini heeft geschreven voor een film die hij nooit heeft kunnen maken, een moderne kijk op de apostel Paulus. The Ghost in the Shell: Five New Short Stories is een verzameling coole spin-offverhalen van de populaire manga-animeserie. In Wright and New York onderzoekt Anthony Alofsin de relatie tussen de architect Frank Lloyd Wright en de Big Apple, en het ontstaan van de bohemiencultuur in de East Village. En binnenkort vertrek ik op tournee, en Signs Preceding the End of the World van de Mexicaanse schrijver Yuri Herrera, waar ik nog aan moet beginnen, mag me vergezellen.”

Wat zijn de ideale omstandigheden om een boek te lezen voor u?

“Ik lees altijd en overal – op de stoep, in een lawaaierig café, ’s nachts in mijn kooi in de tourbus. De setting doet er weinig toe: als ik een boek lees, ga ik tijdelijk helemaal op in die wereld en sluit ik me af voor al de rest. Als ik geen research doe, lees ik alleen de boeken uit waar ik echt van hou. Aan daten doe ik niet: ik weet vrij snel of ik me eraan wil overgeven of niet. Maar er zijn ook boeken waarvan ik weet dat ik er ooit van zal houden. Het heeft me bijvoorbeeld jaren gekost voor ik De toverberg (van Thomas Mann, red.) kon verteren, maar toen het begon te lukken, was ik gebiologeerd en helemaal opgenomen in die wereld van sanatoria en chronisch zieken.”

Wat is uw favoriete boek waar nog nooit iemand van heeft gehoord?

Claire Lenoir, een verhaal van de Franse schrijver Auguste de Villiers de L’Isle-Adam over de mogelijkheid om iemand te reanimeren met behulp van liefde. Ik heb het in 1974 van Tom Verlaine gekregen, en sindsdien heb ik nog nooit iemand ontmoet die ervan heeft gehoord, laat staan het heeft gelezen. Letterlijk niemand. Mijn exemplaar is heel oud, en gedrukt op papier van slechte kwaliteit dat begint te verkruimelen. Ik heb het jaren geleden al in een doek gewikkeld om het te beschermen en nu en dan haal ik het eruit en lees ik een stukje. Maar meestal staar ik er gewoon naar, waarna ik het opnieuw opberg.”

Welk boek zou iedereen gelezen moeten hebben voor hij 21 is geworden?

“Ik zou Pinokkio van Carlo Collodi durven te suggereren, want je vindt er het hele palet van onschuld en ervaring in terug, allesomvattende liefde, verraad, hartzeer, vergevingsgezindheid en verlossing. Ik heb het zelf cadeau gekregen voor mijn 7de verjaardag en het is nagenoeg stukgelezen, maar ik koester het als geen ander.”

Welke hedendaagse schrijvers bewondert u het meest?

“Ik ben vooral goede vertalers eeuwig dankbaar. Toen ik voor het eerst A Season in Hell van Arthur Rimbaud las (‘Une saison en enfer’, red.), werd ik me ervan bewust dat ik dat alleen kon dankzij de toewijding van degelijke vertalers zoals Louise Varèse. Zonder hen zou ik niet kunnen verdwalen in de duistere steegjes van Patrick Modiano of in het wedervaren van Joseph Knecht als Magister Ludi in Het kralenspel.

“Van de hedendaagse vertalers bewonder ik vooral Natasha Wimmer, die 2666 van Roberto Bolaño heeft vertaald, Jay Rubin, de vertaler van De opwindvogelkronieken van Haruki Murakami en Rashomon and Seventeen Other Stories van Ryunosuke Akutagawa, en Chris Andrews, die boeken van César Aira heeft ontcijferd, zoals An Episode in the Life of a Landscape Painter ( verschijnt in april bij Uitgeverij Koppernik als ‘Een episode uit het leven van een landschapsschilder’, red.) en The Musical Brain. Dankzij vertalers kunnen we onze leeshorizon verruimen en verrijken, en daar kunnen we niet dankbaar genoeg voor zijn.”

Welk boek heeft het meest uw artistieke ontwikkeling als schrijfster beïnvloed?

Dagboek van een dief van Jean Genet is een schoolvoorbeeld van een genre dat ik al heel vroeg wilde beoefenen, een soort autobiografische fictie: zijn vertelling heeft haar eigen onvervreemdbare waarheid. Voor Just Kids heb ik me aan de stelregel gehouden dat alles zo waarheidsgetrouw mogelijk moest zijn. Nu zit ik weer in het voetspoor van de dief, met Jean Genet als mijn gids, die me toont hoe ik mijn levenservaringen en mijn verbeelding met elkaar kan mengen.”

Waar bent u het meest door geraakt in een literair werk?

“Als het me op een abstracte plaats brengt die ik me nooit had kunnen inbeelden. Of als het verhaal je overrompelt door zijn energie, zoals Wuthering Heights van Emily Brontë, je kunt bijna de adem van de schrijfster voelen. Dat heb ik ook als ik me onverwacht verwant voel met de auteur, alsof we in dezelfde plas staan te turen en dezelfde onuitspreekbare taal lijken te delen.”

‘ Vóór ik kon lezen legde ik boeken onder mijn hoofdkussen: ik dacht dat ik in mijn slaap wel zou weten wat erin stond.’ Beeld NYT

U hebt meermaals uw voorliefde voor tv-krimi’s beschreven. Houdt u ook van het literaire genre? Of welke genres leest u wel graag?

“Ik lees vooral fictie, meestal in vertaling. Ik hou wel van detectiveverhalen, vooral wanneer de klemtoon ligt op het oplossen van een duistere puzzel, en je een glimp opvangt van hoe het brein van de detective te werk gaat. Toen ik jong was, bewonderde ik de schranderheid van Nancy Drew (het jonge hoofdpersonage van de gelijknamige meisjesboekenreeks van Carolyn Keene alias Mildred Benson, red.), de scherpzinnigheid van Sherlock Holmes (gecreëerd door Sir Arthur Conan Doyle, red.) en het geduld van commissaris Maigret (schepping van Georges Simenon, red.). Daarna stortte ik me op de hard-boiled detectives van Mickey Spillane rond Mike Hammer. De voorbije jaren heb ik alle thrillers van Maj Sjöwall en Per Wahlöö gelezen, en ik koester een diepe genegenheid voor inspecteur Kurt Wallander van Henning Mankell – Kenneth Branagh heeft Wallander zeer doorleefd vertolkt in de tv-serie.”

Hoe rangschikt u uw boeken thuis?

“Susan Sontag (schrijfster en filosofe, red.) heeft me eens haar privébibliotheek getoond, en die was in orde (lacht). Rijen en rijen boeken gesorteerd per land, en de schrijvers alfabetisch gerangschikt: dat zou ik nooit kunnen. Ik heb wel een vermoeden welk boek waar staat, maar er zit een heel aparte logica achter. Mijn dierbaarste boeken staan in een kastje bij mijn bed, zodat ik ze kan zien – boeken van mijn moeder, of uit mijn kindertijd, of gesigneerde exemplaren. In een andere kast staan boeken die ik geregeld herlees.

“De andere staan in een aparte kamer, of her en der in huis, tot in de badkamer toe. Ik heb graag dat er in elke kamer iets te lezen is. Ik heb Susans ordelijkheid niet overgenomen, maar ik heb wel haar raad ter harte genomen om meer Duitse schrijvers te lezen. Toen ben ik aan The Death of Virgil van Hermann Broch begonnen (‘De dood van Vergilius’, red.). Dat is nu een van mijn favoriete boeken, ik heb het altijd bij de hand. Het is een muzikale oneindigheid van woorden.”

Wat is het mooiste boek dat u ooit cadeau hebt gekregen?

“Er zijn er twee die meteen in me opkomen. Ik zal altijd het exemplaar van Ariel van Sylvia Plath koesteren dat Robert Mapplethorpe me in 1967 heeft gegeven, kort nadat we elkaar voor het eerst hadden ontmoet. En toen ik in 2008 een tentoonstelling voorbereidde in de Fondation Cartier in Parijs, waarvoor ik een oude Ethiopisch deken nodig had, stuurde ik mijn vriend Milos een berichtje. Hij had net wat ik nodig had en liet het me bezorgen. In de deken zat een exemplaar van De meester en Margarita van Michail Boelgakov, met een kaartje erbij: ‘READ THIS BOOK’, het leek wel een bevel uit Alice in Wonderland (lacht).

“Vanaf de eerste pagina was ik erdoor betoverd, en dat jaar heb ik alleen maar boeken van Boelgakov gelezen. Ik ben zelfs naar Moskou gereisd om belangrijke plaatsen in het boek te bezoeken, en ik heb ook aan zijn graf gestaan – een paar stappen verder ligt Nikolaj Gogol begraven. Daarna ben ik Gogol beginnen te lezen, waardoor ik als vanzelf bij Gogol van Vladimir Nabokov belandde, en bij een ander boek dat een van mijn favorieten zou worden, Nabokov’s Butterflies: Unpublished and Uncollected Writings. En dat allemaal door één boek dat in een deken gewikkeld zat.”

Wie is uw favoriete held of heldin? En wie uw favoriete slechterik?

“Ik hou wel van Katharina Blum, het hoofdpersonage in De verloren eer van Katharina Blum van Heinrich Böll. Ik kan het moeilijk uitleggen, maar ze fascineert me. Ik heb dat boek al zeker zeven keer gelezen en ik kan haar nog altijd niet doorgronden. Ik denk vaak aan haar: ze is een doodgewoon meisje dat je niet zou opvallen als je haar op straat tegenkomt, maar dat bewonderenswaardig zelfstandig is, met een eigen wil, vastberaden om te beminnen wie ze wil, en de verachtelijke kerel neer te schieten die haar publiekelijk heeft vernederd. En ze doet dat in koelen bloede, zonder enig medelijden.”

Wat voor lezer was u als kind?

“Ik heb altijd al gelezen, en vóór ik het kon, legde ik boeken onder mijn hoofdkussen: ik dacht dat ik in mijn slaap wel zou weten wat erin stond. Mijn moeder leerde me lezen vóór ik naar de lagere school ging. Ik was vaak ziek en dan kon ik dagen aan een stuk lezen terwijl ik op krachten kwam, en soms zelfs de hele nacht door, met een zaklamp onder de lakens. Wonderlijke boeken die mijn verbeelding aanzwengelden of weerspiegelden. De meeste van die boeken heb ik zelfs nog, zoals Peter Pan, A Dog of Flanders, Uncle Wiggily, The Happy Prince en Duizend-en-één nacht. Ik was dol op de boeken van Robert Louis Stevenson, Hans Christian Andersen, Lewis Carroll en L. Frank Baum. Ik las ze opnieuw en opnieuw, tot op vandaag.”

Heeft een boek u ooit dichter bij iemand anders gebracht, of van iemand verwijderd?

“Mijn moeder en ik waren niet altijd zo close, maar onze gemeenschappelijke liefde voor boeken maakte veel goed. Toen ik mijn exemplaar van The Little Lame Prince was kwijtgeraakt, was ik er het hart van in. Nergens was het nog verkrijgbaar. Op een dag ontving ik een pakketje in bruin pakpapier dat met plakband bij elkaar werd gehouden, en daarin stak een exemplaar uit 1929. ‘We hebben geen woorden nodig’, had mijn moeder op het schutblad geschreven. Sindsdien zijn we toch dichter bij elkaar gekomen.”

Als u een literair diner met drie levende of dode schrijvers mocht organiseren, wie zou u dan uitnodigen?

“Oei, ik ben slecht in feestjes organiseren. Ik zou me de helft van de tijd in de badkamer verstoppen. Ik zou liever een privéfeestje in drie delen houden. ’s Ochtends zou ik Roberto Bolaño inviteren. Ik zou de Goldbergvariaties in een uitvoering van Glenn Gould op de draaitafel leggen, en daarna serveer ik koffie en praten we over wat hij zoal doet op een doordeweekse dag, of over om het even waar hij het over wil hebben. Daarna zou ik hem dé literaire vraag van de 21ste eeuw stellen: hoe zou 2666 geëindigd zijn als hij lang genoeg had geleefd?

“In de vooravond zou ik Sylvia Plath verwelkomen. Ik zou haar een lekkere port uitschenken, een Taylor’s van 40 jaar oud, en daarna kijken we samen naar Cold War van Pawel Pawlikowski – ik denk dat ze die wel graag zou zien. Veel later op de avond mag Ryunosuke Akutagawa door een geheime deur binnenglippen. Dan drinken we sake en verzinnen we dolle verhalen tot een gat in de nacht, tot hij er genoeg van heeft en plots verdwijnt.”

@ The New York Times

Patti Smith, Jaar van de aap, De Geus, 216 p., 20 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234