Zaterdag 16/01/2021

BoekenGarage Rock

Rocken op vier wielen: boek ‘Garage Rock’ vertelt over band tussen muzikanten en hun bolides

Oasis-frontman Noel Gallagher poseert op de hoes van ‘Be Here Now’ met een verzopen Rolls-Royce.Beeld rv

De term ‘garage rock’ wordt vooral gebruikt om het lo-figeluid te omschrijven van jonge rockgroepjes die in de garage van hun ouders hun eerste repetitiekot zien. Niet zo in Garage Rock, een boek waarin aan de hand van korte anekdotes de voorliefde van rockmuzikanten voor chique auto’s en vlammende bolides uit de doeken wordt gedaan.

Op de hoes van Oasis’ Be Here Now  poseert gitarist-songschrijver Noel Gallagher voor een zwembad waarin een Rolls-Royce staat geparkeerd. Dat detail kostte de band zo’n 100.000 pond, maar het is niet enkel een folietje van een rockband met te veel geld en te veel extravagante ideeën: het is ook een ode aan The Who-drummer Keith Moon, wiens vierwieler – of het om een Rolls-Royce of een Lincoln Continental gaat is blijkbaar voer voor discussie – al dan niet per ongeluk in een zwembad terechtkwam.

Moon was een briljante drummer, maar was minder begenadigd als chauffeur: toen hij ooit zelf achter het stuur van zijn Bentley kroop, belandde zijn eigenlijke chauffeur en bodyguard onder de wielen. De arme man zou het ongeval niet overleven, zo lezen we in het boek Garage Rock, en het schuldgevoel zou Moon voor de rest van zijn leven achtervolgen.

De term ‘garage rock’ verwijst in dezen niet naar het genre van groepjes als The Strokes of The Hives, wiens rauwe geluid klonk alsof ze nog steeds in de garage van vader- en moederlief repeteerden. Het verwijst naar de link tussen rockmuziek en de autocultuur, een link die al sinds de doorbraak van de rock-’n-roll, in de jaren 50, niet te verbreken valt, zo betoogt auteur Pieter Ryckaert in de inleiding: “Rock-’n-roll belichaamt voornamelijk de opzwepende soundtrack naar de queeste van ultieme vrijheid, eentje die zich bijna altijd op vier wielen afspeelt”, schrijft Ryckaert op de eerste pagina’s van Garage Rock. “Vanaf de allereerste song is de rock-’n-roll onlosmakelijk verbonden met de automobiel. Auto’s zouden niet hetzelfde zijn zonder rock-’n-roll, en andersom. De auto is hét vervoermiddel waarmee de rock-’n-roll groot is geworden.”

Ryckaert, hoofdredacteur van het magazine Motorrijder, koppelt zijn beroepsmatige voorliefde voor auto’s dus aan zijn persoonlijke passie voor gitaarmuziek. Hij is daarbij niet verlegen om zijn eigen mening over bepaalde songs te laten doorschijnen – zo vindt hij Elton Johns ‘Nikita’ maar een “flauw” nummer – en schrijft met kennis van zaken over de bolides waarin Elvis Presley, John Lennon of Bruce Springsteen de wegen onveilig maakten: autofans kunnen hun hart ophalen aan de verschillende modellen, inclusief serienummers, bijhorende opties en afwerkingen van de carrosserie.

Achterbank

Met passende illustraties van Ryan Roadkill en een uitgebreide waaier aan foto’s krijgen de rockers en hun auto’s ook de visuele representatie die ze verdienen. De teksten zelf worden kort en krachtig gehouden, maar blijven voor muziekliefhebbers soms dan ook steken in ietwat oppervlakkige anekdotes. 

Dat Queens of the Stone Age-zanger Josh Homme ooit het concept ‘party crashen’ al te letterlijk nam door met zijn Camaro een tuinfeest binnen te vallen is een leuk detail, maar dat hij zijn bekendste album, Songs for the Deaf, concipieerde als één lange roadtrip van Los Angeles naar Joshua Tree, blijft achterwege. Zo mist Garage Rock wel vaker de kans om de diepte in te gaan: het had geen kwaad gekund om iets vaker de voet van het gaspedaal te halen en wat langer stil te staan bij een stukje geschiedenis.

Wanneer Ryckaert dat tóch doet, is Garage Rock het interessantst. Zo wordt ingezoomd op Little Deuce Coupe (1963), het album waarin de Beach Boys hun liefde voor een Ford Coupe uit 1932 botvieren. Ook fascinerend: het verhaal achter David Bowies geweldige song ‘Always Crashing In The Same Car’. Blijkbaar was The Thin White Duke nogal overstuur over de oplichterij van een Berlijnse drugsdealer, wiens wagen hij vervolgens meermaals ramde met zijn eigen Mercedes.

Over Mercedes gesproken: er wordt ook een hoofdstukje gewijd aan Janis Joplins ‘Lord, Won’t You Buy Me a Mercedes-Benz?’. Het is een van de weinige passages waarin een vrouw in deze historie aan het stuur komt te zitten. Garage Rock valt ook op door de wel érg masculiene ondertoon van de relatie tussen auto’s en rockmuziek: vrouwen werden blijkbaar vooral geacht groupies te zijn, wier plaats zich in de passagiersstoel of op de (in dit geval niet eens spreekwoordelijke) achterbank bevond, waar ze zich kennelijk aan het motto ‘sois belle et tais-toi’ dienden te houden. In Garage Rock lijkt testosteron de voornaamste brandstof.

Het is nochtans niet zo dat alle mannelijke sterren een gigantisch talent hadden voor autorijden. Dat rockers het niet altijd nauw nemen met de regels, geldt immers ook in het verkeer. Een volledig hoofdstuk wordt gewijd aan ‘killer crashes’, waarin muzikanten het leven lieten. Het meest tragische voorbeeld is misschien wel dat van Marc Bolan, die in 1977 bij een auto-ongeluk om het leven kwam. De zanger van T-Rex was nauwelijks 29 jaar.

Bolan zat overigens niet zelf achter het stuur: hij had geen rijbewijs. Dat roze papier is immers ook geen voorwaarde om het te maken in de rockmuziek. Ray Davies van The Kinks passeerde nooit zijn rijexamen: de opvolger van zijn hit ‘Lola’ schreef Davies op de achterbank van de auto waarmee zijn vrouw rondreed. Ook Noel Gallagher had overigens geen rijbewijs, wat hem er niet van weerhoudt om twee Rolls-Royces te bezitten. Of om te poseren voor eentje die in een zwembad staat geparkeerd.

'Garage Rock' is verschenen bij Waft Publishing.Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234