Woensdag 17/08/2022

OverzichtRock Werchter

Rock Werchter 2022 zit erop, maar deze vijf toppers zullen we nog lang onthouden

null Beeld DM
Beeld DM

Het was mooi, het was stemmig, en het was overwegend droog en zonnig. Rock Werchter doet er weer een jaartje het zwijgen toe, al zullen deze vijf topoptredens nog wel even doorklinken in ons hoofd.

Redactie

Phoebe Bridgers ★★★★★

Zaterdag, The Barn, 16u35

Phoebe Bridgers. Beeld Koen Keppens
Phoebe Bridgers.Beeld Koen Keppens

Beeldschoon, rotgetalenteerd, gezegend met een ontembare coolheid en beslagen in poëtische volzinnen die je het leven in vers daglicht doen zien, sexy én jong én volstrekt onoverwinnelijk. Maar genoeg over mezelf: ik ging in dit stukje over Phoebe Bridgers dromen.

Phoebe Bridgers, die in The Barn op Rock Werchter de ontroering van een heel festival in één set stopte. Phoebe Bridgers die bewees dat zachte indie en kribbige folk ook nog massa’s kunnen vervoeren. Phoebe Bridgers, met ‘r skeletjurk en heavymetalgitaar. Phoebe Bridgers die met één schuine blik - een monkellachje dat je overtuigde van een diepe wederzijdse verstandhouding - je hart deed kloppen in je keel. Phoebe Bridgers dus!

Ze haalde haar nummers voornamelijk uit Punisher: over gerechten die voornamelijk uit het Hof van Cleve komen, zeur je ook niet. Elke Punisher-song werd in de geweldige visuals in een pop-upboekje gegoten. Zo nam ze ons in ‘Moon Song’ via het Griffith Observatory in haar thuisstad L.A. mee naar de maan – daar lagen we in mijn verbeelding lepeltje-lepeltje naast een onaangeroerde Aperol Spritz. Het ene nummer dat ze uit debuut Stranger in the Alps haalde, was ‘Scott Street’: geschreven met de huidige drummer, haar ex-geliefde. Onbetrouwbaar individu, als u ‘t mij vraagt.

‘Garden Song’ was niet voor niets Humo’s Nummer Van Het Jaar 2020 - waarom ook niet 2021 én 2022? ‘Chinese Satellite’ leidde ze in door de abortuswetgeving in de VS te decimeren (“heel cool om nog eens in een beschaafd land te zijn, dat van mij is fucked”). ‘I Know the End’, de apotheose, werkte toe naar een trompetgedreven freak-out die nóg prangender was dan de gelijkaardige uitbarsting van maatje Conor Oberst in ‘Road to Joy’ (dat uitzinnige slot van ‘I’m Wide Awake, It’s Morning’). Vijf minuten lang was het ‘t kostbaarste liedje op aarde. ‘ICU’ ging, zo vertelde ze, over ruziemaken met je moeder. En dus: over liefde. Met één lapje tekst vatte ze nietsvermoedend haar show samen: ‘I feel something / When I see you.’

Phoebe Bridgers is een herfstkleurige zonsopgang: het mooiste is achter de rug, maar je moet de rest van de dag nog door. (vvp)

Bazart ★★★★★

Vrijdag, Main Stage, 17u15

null Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee

Bazart maakte dusdanig veel indruk op de Main Stage van Werchter dat zelfs Metallicafans die net een bakje bloedzuigers hadden verorberd straks het gezicht van Mathieu Terryn op de kuit zullen tatoeëren.

Kippenvel bij zonnebrilweer, anderstaligen die zich naar Duolingo repten om een cursus Nederlands in te slaan, hier en daar een lichte aardverschuiving: er waren tussen opener ‘Anders’ en slotsong ‘Denk Maar Niet Aan Morgen’ voldoende tekenen aan de wand dat het concert van Bazart via de linkerrijstrook naar de hel zou uitmonden in complete waanzin.

Bazart is een solide band geworden met de betrouwbaarheidsfactor van Dovy Keukens: vertrouw hen een festivalweide toe, en de klant zal erover te spreken zijn. Ze zijn als livegroep de middelmaat definitief ontgroeid – zeker sinds ze Triggerfinger-drummer Mario Goossens aan boord hebben gehesen en Tom Coghe van Goose er de bas bestiert. De Goossens en Coghe BVBA heeft songs als ‘Nacht’, ‘Onder Ons’, ‘Onderweg’ potiger, sneller en beter gemaakt dan op plaat door ze drie jalapeño’s in de poep te rammen.

Mathieu Terryn, Simon Nuytten en Oliver Symons, de trekpaarden van Bazart, hebben elke song herwerkt met een kolkende mensenzee in het achterhoofd, en daar plukte de Clouseau van nu de vruchten van. Ze hebben naar dvd’s van The Verve, One Direction en Soulsister gekeken om tot een popshow te komen die met de precisie van een penseelstreep van Kevin De Bruyne is samengesteld.

‘Van God Los’ van Monza (met een cameo van Stijn Meuris) coveren en van een extra batterij brutaliteit voorzien was een onverwachte wending, maar bracht Bazart wel op het spoor dat naar bakvisseneuforie leidde, wat de prestatie gezien de veelheid aan Metallicafans voor de Main Stage des te indrukwekkender maakte.

Ik heb de zon zien zakken in een zee van zwartzakken. ‘Maanlicht’ liet zelfs de bokkigste pruillippen in de omgekeerde richting krullen, een bonkige Italiaan in de snake pit hield aan ‘Goud’ een nieuw lijflied over. “Het maakt mijn dag dat ik in de verte iemand met een cowboyhoed en een Rammsteinshirt zie die volledig los gaat op onze muziek”, zei Mathieu Terryn. Onderzoek moet nog uitwijzen of de cowboy in kwestie ingehuurd is door Bazart.

Bazart is een polariserende groep, maar de Terryn die over het terrein regeerde was als een Club Med-animator die zonder moeite een bejaardentehuis in West-Vlaanderen of de redactie van De Tijd aan het dansen zou krijgen. Zeg over Mathieu Terryn wat je wil. Noem hem een zendeling van het kwaad, maar je kan onmogelijk om zijn charisma heen.

Je gaat het de haters niet horen zeggen – laat mijn mailbox uw spuwbak zijn – maar wat Bazart gesandwicht tussen Sum 41 en Metallica neerzette, heet imponeren. (elv)

IDLES ★★★★★

Vrijdag, Main Stage, 15u35

20220701 Werchter Belgium: Rock Werchter, Idles Beeld © Stefaan Temmerman
20220701 Werchter Belgium: Rock Werchter, IdlesBeeld © Stefaan Temmerman

IDLES was het nijdigste, entertainendste, vuilste, meest intense, échtste, zelfs verrassend hartverwarmendste en domweg beste Werchter-concert dat we vrijdagmiddag al hadden gezien, een vuile bitterbal – krokant van buiten, bloedheet van binnen.

Joe Talbot is een frontman die energie tankt door zich tijdens het refrein van openingssong ‘Colossus’ met gebalde vuist in het gezicht te kloppen. Een frontman die, als hij wil afkoelen, omhoog spuwt en het spuug met zijn voorhoofd opvangt. Ene die eerst “Belgium” roept en dan, wanneer hij merkt dat het publiek wat mak reageert, antwoordt met “What’s the matter? You don’t like your country?” Een halve zot, die Talbot. Een frontman met aders als gespannen staalkabels op zijn voorhoofd tijdens ‘Car Crash’.

En IDLES is een band die – op basis van karakter, charisma en energie – eigenlijk vijf frontmannen telt. Mark Bowen, de man in enkellange Kurt Cobain-jurk, kwam voor de doorbraak van IDLES trouwens aan de bak als tandarts in Fulham. Doe daar je mond voor open!

Kippenvel dat hard genoeg prikte om er een vleesmes aan te scherpen tijdens ‘Mr. Motivator’, waarbij Talbot als een drachtige mustang het podium afdweilde. Tussendoor deze bindtekst van de dag, wanneer hij het over zijn geïnfecteerde, gezwollen, karmozijnrode been heeft: “Het voelt alsof het op ontploffen staat. Het voelt ook alsof al mijn exen ernaar zitten te kijken, te wijzen en te lachen.” En daarna: een weelderig, schonkelend, machtig ‘The Beachland Ballroom’.

Ook heel goed: ‘A Hymn’, voorafgegaan door een gesprekje met enkele Metallica-fans op de eerste rijen: “Can James Hetfield do THIS?”, waarna een spastisch buikdansje volgde.

‘Fear leads to panic/Panic leads to pain/Pain leads to anger/Anger leads to hate’: ‘Danny Nedelko’, de spionkopmeezinger from hell, was een viering van open grenzen, open geesten en open armen: “This is a celebration of opening your gates to immigrants and to the effects they have on you and your country, and it’s fucking beautiful.” En dan, droog: “Don’t worry, I’m not going to stay.”

IDLES was, kortom, wat het moest zijn. “Gracias. Grazie. Merci. Arrigato. Fuck.” Vijf sterren, want hier viel geen hol op af te dingen. (fvd)

Metallica ★★★★★

Vrijdag, Main Stage, 22u40

null Beeld © Stefaan Temmerman
Beeld © Stefaan Temmerman

Een auto die onvermijdelijk richting muur gaat, een trein die van de rails dendert, een komeet die afstevent op aarde: op dát punt van impact speelde vanavond de headlinerset van Metallica zich af – een hogedrukreiniger voor korstjes op je verstarde ziel.

Geen Greta Van Fleet én twintig minuten extra Metallica, zo werd op voorhand aangekondigd. Ik dacht: rustig, meneer de Kerstman, Sinterklaas is net door de schouw gepasseerd. Vond ook Metallica zelf, die van de weeromstuit dan maar twintig minuten later aan hun set begonnen, teneinde het universum – na die vijf sterren voor Bazart – niet té veel uit balans te brengen. Bovendien: de zonsondergang was nog niet helemaal klaar, en Metallica kickbokst alleen tegen het donker.

Ten tonele verscheen – na traditiegetrouw AC/DC en Ennio Morricone – een bezield en vooral geolied Metallica. James Hetfield is een eenmansband, die bij een coronageval desnoods nog bas, drum, klavecimbel én didgeridoo op zich had kunnen nemen. Robert Trujillo torst nog steeds de coolste vlechtjes sinds Pippi Langkous, en Kirk Hammett – geen onaardige gitarist, heeft iemand dat ooit al opgemerkt? – verfde zijn nagels al decennia vóór Harry Styles zwart. Lars Ulrich dan? Ontegensprekelijk de drummer van Metallica. Krijg daar maar eens een speld tussen.

‘Whiplash’ was een opener die in z’n titel niks overdreef. Alsof de atoombom op Hiroshima ‘Plof!’ had geheten. ‘Enter Sandman’ was vroeger dé afsluiter van een Metallica-set. Nu niet: alsof een sterrenchef zijn peperdure Kobe-steak opeens zou serveren als voorgerechtje. Tijdens ‘Nothing Else Matters’ – op Pinkpop speelden ze ‘t droogweg niet – zag je verschillende De Afrekening-fans terug naar hun tent hollen om van onderbroek te wisselen. ‘For Whom the Bell Tolls’? Zó straf dat Ernest Hemingway er na de show snel-snel een niet onaardig boek over heeft geschreven.

Dé grote levensvreugde spatte vanavond niet af van Metallica, maar wel van de showbeesten, de zakenmannen. “We are Metallica and so are you,” beloofde Hetfield, al heb ik ‘m niemand horen vragen of hij niet een parkingticketje hoefde te valideren. Dát niet. Maar ‘Ride the Lightning’ ging wel via ‘No Leaf Clover’ (van het gewraakte S&M) naar ‘Master of Puppets’: het allerbeste nummer, de gedoodverfde afsluiter, de song die enige zakelijkheid automatisch vergeeft.

Daarvoor óók al ‘Sad But True’, ‘Ride the Lightning’, ‘Seek & Destroy’, ‘Damage Inc.’... Verrassing van de avond: het obscure B-kantje ‘One’ – al van gehoord, ja? Terwijl vuurpilaren de hoogte in schoten, en vuurwerk het gewelf schilderde, overschouwden Hetfield en co in België een job well done. Niet hun beste keer, maar toch. Die van Metallica waren weer ‘ns de Vier Ruiters Van De Apocalyps, of toch op z’n minst de Vier Ruiters Van Woonzorgcentrum Het Madeliefje. Zij beschermden ons. (vvp)

Pearl Jam ★★★★☆

Donderdag, Main Stage, 23u00

null Beeld Koen Keppens
Beeld Koen Keppens

Eddie, Jeff, Stone, Mike en Matt speelden donderdag hun zesde Rock Werchter-concert. Op de dag af 22 jaar na het drama in Roskilde, dat toen negen levens (en 26 gewonden) eiste tijdens een concert van Pearl Jam. Eddie Vedder was zichtbaar geëmotioneerd toen hij tussendoor leegliep over wat nooit had mogen gebeuren. Met moeite, op karakter, met gevoel, op het gemoed.

Het concert begon nochtans vrolijk genoeg, met het country-swingende ‘Rain’ (van The Beatles), een opgedirkte Ramones-cover en een scheurend ‘Even Flow’, dat halverwege wel werd stilgelegd toen Vedder in het publiek een paar groepjes mensen in de problemen meende te zien. “Wie in adem- of andere nood verkeert: geef een signaal en we helpen je verder. Het is maar een concert.”

Geen slecht woord over ‘Quick Escape’ en ‘Whipping’, maar ze duurden misschien iets langer en kregen meer spierballen mee dan strikt genomen noodzakelijk. ‘Unthought Known’ (uit Backspacer) geurde dan weer naar ‘Summer of 69’. ‘Dance of the Clairvoyants’ was gewoon goed. Tussendoor prees Eddie afwisselend het werkelijk massaal opgedaagde publiek, de Werchterse line-up en zijn favoriete band van de dag: de jonge Texaanse soulband Black Pumas, van wie hij ook een T-shirt droeg. De collage met de honderden opgelichte smartphones was bedoeld voor de Roskilde-slachtoffers en hun families.

Werkelijk altijd mooi: ‘Elderly Woman Behind the Counter in a Small Town’, met zijn ‘Hearts and thoughts/They fade away’-mantra. Die song werd opgedragen aan iedereen uit ‘een dorp’. Met ‘Daughter’ eerde Eddie beeldend kunstenaar Sam Gilliam, die vijf dagen geleden was overleden. Het koningsnummer van Vs. vloeide op het einde nog samen met een rustieke ‘Another Brick in the Wall’-cover.

‘Do the Evolution’, ‘Given to Fly’ en ‘Nothingman’ waren de solide brug naar het zes tracks lange slotakkoord, met een fantastisch ‘Jeremy’ en een gloeiend ‘Porch’. Op basis van de geweldige bissen ‘Black’ (kippenvel!) en ‘Alive’ (adrenaline!) alleen hadden hierboven vijf sterren moeten staan. En ‘Rockin’ in the Free World’ was sterk en doorwrocht, maar niet de beste cover van dat Neil Young-anthem die we ooit hoorden en zagen, niet eens de beste door Pearl Jam.

Eddie zei op het einde nog een paar zinnen in wat vermoedelijk één van onze drie landstalen moet zijn geweest, maar dat nam niet meer weg: Pearl Jam kroonde zichzelf donderdag tot de te kloppen headliner van dit weekend. (fvd)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234