Zaterdag 14/12/2019

Interview Roberto Camurri

Roberto Camurri schreef een van de meest aangrijpende boeken van het jaar. ‘Het gaat zo goed met het boek dat ik er bang van word’

Roberto: Camurri: 'Om te ontdekken hoe de wereld in elkaar zit, moet je niet bij mij zijn' Beeld rv

De menselijke maat, de debuutroman van de Italiaan Roberto Camurri (37), is één van de meest aangrijpende boeken van het jaar, verpakt in de mooiste boekomslag van het jaar. Het is een zinderend, zinnelijk en zonovergoten verhaal over een driehoeksverhouding tussen drie jonge mensen in Fabbrico, een godvergeten dorp in de zuidelijke Povlakte dat een landmark in de Italiaanse literatuur zal worden. ‘Toen het boek uitkwam, was ik veel banger van het oordeel van mijn voormalige dorpsgenoten dan van dat van de critici.’

“Als je uit Fabbrico komt, kún je geen verhaal schrijven dat zich ergens anders afspeelt”, lacht Roberto Camurri. Hij zit in Parma, waar hij nu woont en op zijn 8-jarige dochter Ludovica past. Ik bevind mij duizend kilometer lager, in het meest zuidelijke punt van Puglia. We bellen een voormiddag lang. Af en toe onderbreekt hij de conversatie om verse koffie te halen. Af en toe hoor ik hem inhaleren en de rook van zijn sigaret weer uitblazen.

Roberto Camurri: “Fabbrico is een klein, onbetekenend dorp in de provincie Reggio Emilia, tien kilometer verwijderd van de bewoonde wereld. Als je tegen iemand uit de streek zegt dat je van Fabbrico bent, zal die antwoorden: ‘Jammer voor jou, innige deelneming.’ Maar mijn vrienden en ik vonden het helemaal niet jammer. Integendeel, wij waren er trots op dat we uit niemandsland kwamen. Eén vriend heeft het groot op zijn borst laten tattoeëren: ‘Made in Fabbrico’. En ik heb een tattoo van de postcode van Fabbrico: 42042. Wij keken neer op de omliggende dorpen, en bij uitbreiding op de rest van de wereld.”

Zijn de personages die u in De menselijke maat ten tonele voert geromantiseerde versies van uw echte vrienden uit het echte Fabbrico?

“Nee. Het gevoel dat ik in het boek heb proberen te leggen, is echt, en mijn gevoelens voor het dorp en zijn bewoners ook, maar de personages zijn verzonnen. En dat er maar één bar zou zijn in Fabbrico, is ook gelogen. In werkelijkheid zijn er meer bars dan mensen. Ik heb er één mythische plek van gemaakt om niet alle cafébazen tegen mij in het harnas te jagen, anders spuwen ze straks in mijn bier. Voor mij is De menselijke maat één langgerekte liefdesverklaring aan Fabbrico. Toen het boek uitkwam, was ik ook veel banger van de reacties van mijn voormalige dorpsgenoten dan van het oordeel van de grote literaire critici.”

Ondubbelzinnig is uw liefdesverklaring niet. Het gaat over liefde en vriendschap, maar ook over ontrouw en verraad. Er is veel zinnelijkheid en seks, maar nog meer stilte en dodelijk ennui. Doelloos en hopeloos vluchten sommige personages in de drank, anderen vluchten weg uit het dorp. Het is een mooie, hartverscheurende leegte.

“Het gaat in de eerste plaats over iemands wortels, de mijne om precies te zijn, en hoe die mee bepalen wie je bent en wat je wordt. Of je ze nu cultiveert of ervan wegloopt, of je blijft of weggaat: je zult je ermee moeten verzoenen om je weg te vinden in het leven. Dat is vaak moeilijk en zwaar. En verder gaat het over gevoelens – andermaal de mijne – en hoe complex die kunnen zijn. Hoe je kunt worstelen met totaal tegenstrijdige gevoelens. Hoe je tezelfdertijd heel gelukkig én gruwelijk eenzaam kunt zijn met je lief of met je beste vrienden. En hoe liefde het meest schrikwekkende, bedreigende gevoel van allemaal is. Diep vanbinnen is Davide bang van Anela, precies omdat ze onvoorwaardelijk van hem houdt. Hij denkt dat hij haar alleen maar kan teleurstellen, met om het even wat hij doet. En dus doet hij zo weinig mogelijk. De oude partizaan Giuseppe had er geen moeite mee om de wapens op te nemen tegen de fascisten en de nazi’s, maar gewoon toegeven, zeggen, uitspreken dat hij verliefd is op Bice, de eigenares van de dorpsbar, lukt hem tot het einde van zijn dagen niet. Ik denk dat ik een boek geschreven heb over mannelijke fragiliteit en mannelijke sprakeloosheid.”

Daar had u vast een goede reden voor. Ik gok op een troebele relatie met uw vader.

“Klopt. Geen verstoorde relatie, maar wel één waarin veel, de essentie eigenlijk, onuitgesproken bleef. Ik ben in Fabbrico grootgebracht in een soort sentimentele stilte. Mijn vader was fabrieksarbeider. Toen ik jong was, heeft hij niet één keer tegen me gezegd dat hij van me hield. En nadien ook niet. Dat kan hij gewoon niet. Hij heeft zich z’n hele leven ‘sterk’ gehouden, zoals zijn vader voor hem. Toen mijn boek een succes werd, belde mijn moeder om te zeggen dat mijn vader goeie salami had gekocht, en dat hij die samen met mij wilde nuttigen. Dat was zijn manier om het te vieren.”

Bent u zelf weggevlucht uit Fabbrico?

“Ik ben er weggegaan, maar niet omdat ik mij gevangen voelde. Ik ben communicatiewetenschappen gaan studeren in Parma, 40 kilometer westwaarts. Daar ben ik mijn latere vrouw tegengekomen. Ik ga niet meer zo vaak naar Fabbrico, maar het is een geruststellende gedachte dat ik nog altijd in de buurt van mijn familie en vrienden ben.”

Uw debuut werd meteen met een paar literaire prijzen bedacht en u werd onmiddellijk erkend als een nieuwe, unieke stem in de Italiaanse literatuur. Wanneer bent u beginnen te schrijven?

“Ruim twee jaar geleden. Ik was met mijn dochtertje Ludovica aan het spelen toen ineens de gedachte door mijn hoofd flitste: ze heeft een vader nodig die gelukkig is. Net op dat moment kwam er een berichtje binnen van iemand die ik via Facebook had leren kennen: ‘Ik lees de tekstjes die je soms achterlaat op Facebook. Je bent goed, je móét naar mijn schrijfcursus komen.’ Dat heb ik gedaan. Ik ben beginnen te schrijven en ben niet meer gestopt.”

Hoe wist u zo zeker dat er een verband was tussen schrijven en geluk?

“Omdat ik, terwijl ik met mijn dochter zat te spelen, ook moest terugdenken aan een voorval uit mijn jeugd. Ik was een jaar of 8 toen we van de juf op school de opdracht kregen een verhaal te schrijven, we mochten het helemaal zelf verzinnen. Ik weet niet meer wat ik geschreven heb, maar ik weet nog wel hoe ik me voelde toen even prompt het bevel kwam ermee te stoppen: slécht. Heel even was ik volkomen vrij en gelukkig geweest, als in een roes, en het was al voorbij! Maar inmiddels was er bijna dertig jaar verstreken (lacht). Fabbrico is niet de plek waar je tegen je ouders of vrienden zegt dat je later schrijver wilt worden…”

Uw personages lijken in een waas te leven, ergens tussen droom en werkelijkheid in. Ze hebben weinig tot geen contact met de wereld buiten het dorp, laat staan met het Italië van vandaag. Denkt u bijvoorbeeld dat ze gaan stemmen bij de verkiezingen?

(lacht) “Ze moeten wel, want in Italië hebben we stemplicht. Heel af en toe dringt het hedendaagse Italië het boek binnen – bijvoorbeeld wanneer een bende neofascisten de jaarlijkse oorlogsherdenking verstoort. Maar inderdaad, om te ontdekken hoe de wereld in elkaar zit, moet je niet bij mij zijn. Ik zou er maar een potje van maken. Ik schrijf over wat ik ken: de landschappen die me vertrouwd zijn, de mensen met wie ik ben opgegroeid, hun onderlinge relaties en hun twijfels…”

“Eén ding weet ik zeker: niemand van de personages zou voor Matteo Salvini stemmen (de leider van de extreemrechtse Lega, red.). Mijn personages weten, vóélen hoe belangrijk de gemeenschap voor hen is. We leven in een tijd waarin gemeenschappen en verbindingen tussen mensen worden gebroken, vergiftigd, vernietigd. Maar in Fabbrico is er nog solidariteit, daar laten ze niemand achter.”

Zijn de filmrechten al verkocht?

“Zwijg, ik wil het niet weten. Het gaat zo goed met dat boek dat ik er bang van word. Geef me kritiek, zeg iets negatiefs over De menselijke maat en ik ben één en al oor. Maar als men mij enkel lof toezwaait, word ik een bijgelovige Italiaan. Dan denk ik dat het feest niet zal blijven duren.”

Zoals wel vaker bij goede boeken, vind ik het einde nogal teleurstellend.

“Dank u!”

De menselijke maat van Roberto Camurri is verschenen bij De Bezige Bij.

© HUMO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234