Donderdag 22/10/2020

InterviewFilm

Roberto Benigni acteert in ‘Pinocchio’: ‘Liegen is ook een vorm van creativiteit’

Regisseur en acteur Roberto Benigni op de Nastro D'Argento Awards, 6 juli in Rome.Beeld Photo News

Meer dan twintig jaar na zijn Oscaravontuur met La vita è bella schittert Roberto Benigni (67) eindelijk nog eens in Pinocchio. De Italiaanse topregisseur Matteo Garrone (Gomorra) keerde voor zijn versie van het bekende sprookje terug naar de grimmige 19e-eeuwse roots van de marionet.

Eind februari in Berlijn. Het zijn de allerlaatste dagen van een ander, onbezorgder tijdperk. Wanneer we de Italiaanse regisseur Matteo Garrone en acteur Roberto Benigni ontmoeten in een – o, huiver – onverluchte, knus volgepakte hotelkamer, schudden we hen – jakkes! – vrolijk de hand. We kunnen nog niet samen treuren over de vele doden die heel binnenkort in hun thuisland, en enkele weken later ook in België zullen vallen. Niets dus dat ons tegenhoudt om simpelweg te praten over Pinocchio, Garrones nieuwe verfilming van het overbekende sprookje, met Benigni in de rol van vader/houtbewerker Gepetto.

Een kamerbreed glimlachende Benigni ontvangt ons met molenwiekende armen, en drukt zich uit in een zangerig, met uitroeptekens overladen brokken-Engels. Hij lijkt nauwelijks minder begeesterd dan op 21 maart 1999, toen hij voor de ogen van de hele wereld twee Oscars in ontvangst mocht nemen voor zijn geromantiseerde Holocaustfilm La vita è bella, waarin hij ook zelf de hoofdrol speelde. Het is tot op heden een van de meest memorabele momenten uit de geschiedenis van de Academy Awards: de Italiaan die geen enkele moeite doet om zijn vreugde te verbergen, onstuimig op zijn stoel klautert en zo enkele rijen naar voor struikelt. “Een ingeving van het moment”, lacht Benigni wanneer we hem eraan herinneren. “Ik had zo’n grote eer echt niet verwacht, dus toen Sophia Loren aankondigde dat mijn film gewonnen had, ontplofte ik gewoon van blijdschap!” Hij koestert de herinnering, maar niet de twee beeldjes die hij die avond won – eentje voor Beste Buitenlandse Film, en eentje voor Beste Acteur: “Ik heb geen idee waar ze liggen! In mijn huis zie je nergens trofeeën staan. Ik heb die Oscars waarschijnlijk ergens in een lade gestoken.” (lacht)

Weten wat je (niet) wil

Na La vita è bella lag de wereld aan Benigni’s voeten. Toch schitterde de acteur sindsdien nog hooguit een keer of vijf op het witte doek, meestal in een bijrol. De enige hoofdrollen die hij nog te pakken kreeg, deed hij zichzelf cadeau: La tigre e la neve (2006) en – jawel – Pinocchio (2002) schreef en regisseerde Benigni ook zelf. Het zijn twee belabberde films die door critici de grond in geboord werden. Toch beweert Benigni dat het precies zijn kieskeurigheid is die hem ervan weerhield om in meer films te acteren: “Ik pak er niet graag mee uit, maar na de Oscars heb ik héél veel aanbiedingen gekregen, over de hele wereld: Italië, Frankrijk, Amerika... Maar ik heb enorm veel ‘nee’ gezegd, zoals een mooie vrouw. (lacht) Het is belangrijk om te weten wat je wil, maar nog belangrijker om te weten wat je niet wil. Ik hap alleen toe als ik zowel het scenario als de regisseur fantastisch vind. Zo zei ik bijvoorbeeld wel ‘ja’ tegen Woody Allen: ik mocht de hoofdrol spelen in een van de episodes van To Rome with Love (uit 2012, LT). Wat een ervaring! Nu, voor de rest heb ik natuurlijk ook niet stilgezeten. Wanneer ik niet in films te zien was, maakte ik tv-programma’s en theatervoorstellingen. Ik heb jarenlang de wereld rondgereisd met een show rond De goddelijke komedie van Dante. Ik heb niet liggen luieren ofzo.” (lacht)

Beeld RV

Matteo Garrone wist hem eindelijk nog eens te strikken voor een film: Pinocchio dus, het verhaal dat Benigni zelf al een keer verfilmde, maar waarin hij eigenlijk nog veel vaker had kunnen meespelen. Grootmeesters als Francis Ford Coppola (Apocalypse Now) en Federico Fellini (La dolce vita) beten allebei hun tanden stuk op een Pinokkio-film waarin Benigni een hoofdrol zou gespeeld hebben. “Fellini was echt verliefd op Pinokkio”, herinnert Benigni zich lachend. “Hij sprak er voortdurend over, en zat het figuurtje almaar te tekenen. Voor hem was het boek van Carlo Collodi (‘De avonturen van Pinokkio’ uit 1883, LT) minstens even heilig als de Bijbel, omdat hij zo zot was van fantasie. Ik denk nog heel vaak aan Fellini, ik vind het zo jammer dat we niet de kans hebben gekregen om die film te maken. Als Fellini hier nu was, zou ik meteen klaarstaan om voor de derde keer in Pinocchio te spelen.” (lacht)

Wat blijft Benigni toch zo aantrekken in het houten mannetje met de groeiende neus? “Ik ben zelf altijd een beetje Pinokkio geweest!”, glundert hij. “Als kind noemde iedereen me zo. Ik hoor mijn moeder nog roepen: ‘Hè, Pinocchietto, kom hier! Stop met liegen!’ Ik was een wildebras, een deugniet, een verstokte leugenaar. Maar weet je, liegen kan ook gul zijn. Het is een vorm van creativiteit: je verzint de hele tijd verhaaltjes!” Zijn overbekende lach vult de kamer, rondvliegende druppeltjes en aerosolen incluis.

De vloek van Pinokkio en Don Quichot

Net als Benigni heeft ook regisseur Matteo Garrone (51) een levenslange band met Italiës bekendste sprookjesfiguur. “Toen ik zes jaar was, tekende ik mijn eerste storyboard voor een Pinocchio-film”, vertelt hij. “Het heeft maar 45 jaar geduurd om het geld voor die film te verzamelen. (lacht) Ik moet wel toegeven dat ik ook altijd een beetje bang was om aan deze film te beginnen. Want er zijn twee projecten waarop een vloek lijkt te rusten: Don Quichot en Pinocchio. Wie zich daaraan waagt, gaat meestal de dieperik in. Dat bijgeloof hield me tegen. Maar nadat ik Gomorra (zijn bikkelharde maffiafilm uit 2008, op basis van het boek dat onderzoeksjournalist Roberto Saviano doodsbedreigingen opleverde, LT) gemaakt had, dacht ik: als ik zo’n gevaarlijke film kan maken, dan moet Pinocchio ook wel lukken. Tja, ik breng mezelf nu eenmaal graag in de problemen.” (lacht)

Ondanks de vloek waarmee onder meer Coppola en Fellini kennismaakten, blijven filmmakers in de rij staan om Pinokkio naar het witte doek te brengen. Garrone pakte onder anderen Robert Zemeckis (die voor Disney een live action remake van de tekenfilmklassieker gaat regisseren) en Guillermo del Toro (die zijn stop-motionversie voor Netflix maakt) in snelheid. Wat is er toch zo bijzonder aan dit verhaal? “De veelzijdigheid ervan”, zegt Garrone stellig. “Het is een fabel over de menselijke natuur, over hoe kwetsbaar we zijn voor verleidingen, en hoe wreed het leven kan zijn als je niet luistert naar de mensen die om je geven. Maar het is ook een liefdesverhaal tussen een vader en een zoon. En je kan er zelfs een moderne lezing aan geven: Pinokkio als immigrant, die probeert om te integreren, en net zoals alle anderen te zijn. Je kan dit verhaal op zo veel verschillende manieren interpreteren.”

Regisseur Matteo GarroneBeeld AFP

Voor zijn verfilming ging Garrone terug naar de roots van het verhaal – het boek van Collodi – en dus weg van de Disney-tekenfilm uit 1940, die veel verser in het collectieve geheugen ligt. “Veel mensen denken dat ze het verhaal van Pinokkio kennen, maar hebben het boek niet gelezen. Toen ik het herlas, werd ik verrast door het armoedige beeld dat Collodi van Pinokkio’s dorp schetst. Hij beschrijft een wereld vol geweld en wreedheid, en dat wou ik ook respecteren in mijn film.”

Garrones Pinocchio mocht dus wat minder sprookje, en wat meer Gomorra zijn. Al zou hij dat onderscheid zelf niet maken: “Als ik sprookjes vertel, doe ik dat op een realistische manier”, zegt Garrone. “En in mijn realistische films verwerk ik dan weer altijd een sprookjesachtige dimensie. Kijk maar naar Dogman. Of zelfs naar Gomorra. Ik ben momenteel opnieuw aan die film aan het sleutelen voor een heruitgave, en nu valt me nog meer op dat het verhaal eigenlijk een variatie is op Pinocchio: kinderen die in een soort jungle opgroeien, en naar niemand luisteren omdat ze zich onoverwinnelijk wanen. Alleen jammer dat er op het einde geen Goede Fee is om hen weer tot leven te wekken.” (lacht)

Ondanks de rauwheid van het verhaal wilde Garrone met Pinocchio toch een jong publiek bedienen: “Ik wilde alles heel simpel houden, alsof ik zelf een kind was dat een film voor andere kinderen maakte. Ik koester mijn innerlijke kind nogal. Niet zo eenvoudig, want naarmate je ouder wordt, raakt dat kind steeds verder in de verdrukking. Je verliest je onschuld. Maar in mijn werk – ook vroeger, toen ik vooral schilderde – probeer ik die terug te vinden. En daarom hangt mijn oude Pinocchio-storyboard vandaag nog altijd boven mijn bureau: om mezelf te herinneren aan de directheid die ik toen had, de frisse blik die ik ook vandaag probeer vast te houden.” Met een groots armgebaar vult Benigni aan: “Het innerlijke kind is de ziel van de poëet! I am a bambino!”

‘Pinocchio’ speelt vanaf 8 juli in de bioscoop.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234