Zaterdag 25/01/2020

concertverslag

Robert Glasper Experiment in de AB: De gedroomde liveband voor Kendrick Lamar

Casey Benjamin. Beeld Alex Vanhee

Met de energie van een rockband, de skills van een jazzcombo en de attitude van een hiphopcrew funkten Robert Glasper en zijn drie kompanen de AB compleet op. En passant lieten ze ook geen spaander heel van de schotten die tussen muzikale genres staan.

"Zijn er Kendrick-fans in de zaal? To Pimp a Butterfly-fans?", vroeg Robert Glasper zich na een handvol songs in zijn Brusselse concert af. En of die er waren: uit het gejoel bleek dat veel mensen de man wellicht hebben ontdekt in het kielzog van Kendrick Lamars hiphopmeesterwerk uit 2015, waarop Glasper aan vier tracks meewerkte - Lamar hielp ook de carrières van collega-jazzcats Kamasi Washington en Thundercat goed vooruit.

Maar Glasper heeft als pianist zijn sporen natuurlijk al veel langer verdiend, in de jazzscene waaruit hij komt, maar evengoed daarbuiten. Het lijstje van albums waaraan hij meewerkte, leest als een who's who van de zwarte muziek, wat hem uitstekend van pas kwam voor zijn met een Grammy bekroonde album Black Radio (2012). Daarop bracht hij onder meer Erykah Badu, Meshell Ndegeocello, Mos Def, Bilal en Lupe Fiasco samen om zijn mission statement te illustreren: alle muziek is jazz, en hiphop is dat zéker.

Dat bleek ook in Brussel. De energie van Robert Glasper Experiment was die van een rockgroep (wat speelden ze luid!), de bezetting die van een jazzcombo: Glasper zelf op toetsen (soms speelde hij met één hand op een synthesizer en de andere op z'n Fender Rhodes), Derrick Hodge als stille kracht op de basgitaar (zelden zo'n tedere basimprovisatie gehoord als halverwege dit concert), Mark Colenburg op drums (onwaarschijnlijk hoe die man schakelt tussen de meest diverse ritmes) en Casey Benjamin op sax, keytar en zang (meestal vervormd door een vocoder). Maar de attitude was die van een rapcrew: passeerden er in de eerste drie kwartier vooral stevig funkende jazztracks uit de twee Black Radio-platen (o.a. 'Let It Ride' en 'I Stand Alone'), dan was het vervolg een feestelijke, live gespeelde hiphopmix.

Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee

Feestmodus

De eerste glimp daarvan dook al iets vroeger op in de set tijdens 'Untitled 05 09.21.2014', een track uit Kendrick Lamars begin deze maand verschenen mini-elpee. Maar de echte oproep tot feesten was 'Lovely Day': met zijn weirde vocoderzang en harde drumslagen een vrij oneerbiedige, maar wellicht juist daarom erg effectieve Bill Withers-bewerking. Wellicht was dit wat Glasper bedoelde toen hij zei dat jazz een klap op de kont nodig had om weer wakker te worden. Het was voor ons op het randje van de ongewenste intimiteit, maar de AB was volledig mee - getuige het luide gezang uit het publiek. Nu ja, het klonk in ieder geval boeiender dan de wat suffe Little Dragon-cover 'Twice', die eraan voorafging. Alleen een stukje van John Coltranes 'A Love Supreme' tilde die track boven de middelmaat.

Daarmee is meteen het enige echte dipmoment van het concert genoemd, want na Bill Withers' classic stapten de bijzonder goedgeluimde Glasper en compagnie - de melige grappen waren niet van de lucht - helemaal over op feestmodus. 'Electric Relaxation' en 'Find a Way' - en was dat daar ook geen stukje uit 'Scenario'? - vormden een eerbetoon aan de onlangs overleden rapper Phife Dawg van A Tribe Called Quest. En dat mondde dan weer uit in een tribute aan de tien jaar geleden gestorven J Dilla, een meesterproducer en samplekoning wiens invloed vandaag nog altijd tastbaar is - J Dilla changed my life stond op Glaspers T-shirt te lezen en ook Flying Lotus is erg schatplichtig aan de man.

Glaspers opwindende livemix van Dilla-producties (en hiphopclassics) als 'The Light' (van Common), 'Runnin'' (The Pharcyde), 'Fall in Love' en 'Look of Love' (Slum Village) werd ingebed in een lange jazzversie van Nirvana's 'Smells Like Teen Spirit'. Daarbij klonken de hello's van Kurt Cobain niet meer als de schreeuw van een generatie op zoek naar een identiteit, maar als een lichtjes hilarische aansporing tot feesten. Was deze bewerking van een blanke rockklassieker door een stel Afro-Amerikaanse jazzmuzikanten een koekje-van-eigen-deeg-middelvinger richting decennia van witte appropriatie van de zwarte muziektraditie? Dat is wellicht te sterk gesteld: op de Black Radio van Glasper mag iedereen meezingen - ook de albino en de mulatto uit Cobains song zijn welkom.

Beeld Alex Vanhee

Geen opschepperij

Zoals 'Smells Like Teen Spirit' zich in Glaspers handen over een halfuur uitstrekte - ook 'If I Was Your Girlfriend' van Prince en Roy Ayers' soulklassieker 'Everybody Loves the Sunshine' doken op - maar uiteindelijk terug bij het refrein uitkwam, zo maakte ook het hele concert een cirkel rond.

In het laatste bisnummer blies Casey Benjamin net als in setopener 'Big Girl Body' zijn longblaasjes aan flarden op een saxofoon, tijdens een improvisatie waarbij hij zijn instrument binnenstebuiten leek te keren om dan weer in het basisthema te belanden. En is dat niet wat elke goeie jazztrack moet doen?

"Ik kan het niet helpen: ik doe alleen maar geweldige dingen", had Glasper gesnoefd over zijn betrokkenheid bij To Pimp a Butterfly. Na afloop zijn concert in de AB bleek dat geen opschepperij, maar zelfkennis. Rest nog één vraag: wanneer introduceert Kendrick Lamar deze jongens als zijn liveband?

Beeld Alex Vanhee
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234