Dinsdag 12/11/2019

expo

Rinus Van de Velde: "Soms loont een beperkt talent"

Op bezoek in het universum in wording van Rinus Van de Velde: "Iedereen die hier straks binnenwandelt, wordt volledig mijn wereld ingezogen." Beeld STEFAAN TEMMERMAN

Verzamelaars tellen vlot 40.000 euro neer voor zijn tekeningen. Maar het succes maakt kunstenaar Rinus Van de Velde (32) niet minder onrustig. 'Vannacht schrok ik wakker. Ik ben als de dood dat ik ziek word.'

"Die tweede deur moet vergrendeld, nee, onzichtbaar worden. Dit moet één afgesloten universum worden. Dat iedereen die hier straks binnenwandelt volledig in mijn wereld wordt gezogen."

Rinus Van de Velde baant zich een weg door het oerwoud, ontwijkt de truck met giftig afval en verdwijnt dan achter een gigantische golf. De tentoonstellingsruimte in het Gentse S.M.A.K. heeft er nog nooit zo exotisch uitgezien. De witte muren zijn gevuld met negen grote houtskooltekeningen, in Van de Veldes herkenbare, zwart-witte gedetailleerde stijl. Maar het midden van de zaal wordt ingepalmd door torenhoge, kleurrijke sculpturen.

Kartonnen palmbomen, een houten schip: wie goed kijkt merkt dat ze terug komen in de tekeningen. "Sommige kunstenaars kunnen alles uit het hoofd tekenen. Als ik een schip wil tekenen, moet ik het eerst zien."

Dus besloot hij er gewoon een te bouwen. Om dan zelf, met enkele vrienden, in het schip te poseren, een foto van het geënsceneerde tafereel te nemen en die foto na te tekenen. Duur: ongeveer een maand per doek, waarvan het tekenen zelf slechts een week in beslag neemt. "Je moet van je beperkingen net je kracht maken. Als ik wél alles uit mijn hoofd kon tekenen, had ik nu geen sculpturen om te tonen. Soms loont het om een beperkt talent te hebben."

"Een beperkt talent": het klinkt wat vals bescheiden uit de mond van de 'wonderboy van de Belgische kunstscène'. In enkele jaren tijd is Van de Velde van nobele onbekende uitgegroeid tot de meest gewilde kunstenaar van het moment, met werken waar makkelijk 40.000 euro voor wordt neergeteld. Vaak nog voor de expo's openen. Dat de dertiger de looks heeft van een herrezen James Dean, verhoogt zijn allure alleen maar.

Rinus Van de Velde. Beeld Stefaan Temmerman

Geen Picasso

Zijn galerist Tim Van Laere heeft ons net toevertrouwd dat Van de Velde zeer ambitieus is. Dat hij kunstgeschiedenis wil schrijven, en met minder geen genoegen neemt. "Ik vind ambitie helemaal geen vies woord: geen enkele kunstenaar wil in de marge blijven aanmodderen", zegt Van de Velde, terwijl hij ons door de exporuimte loodst.

"Je wilt dat je werk impact heeft, dat mensen over vijf jaar nog over je tentoonstelling bezig zijn. Dat het, wel ja, geschiedenis wordt. Maar daar hoef je geen virtuoos als Picasso voor te zijn. Doorzettingsvermogen, creativiteit, gedrevenheid: dat zijn ook talenten."

Al is 'gedreven' een zwaar understatement in zijn geval. Vrienden en familieleden omschrijven Van de Velde als ronduit obsessief. Zijn dagen zien er allemaal min of meer hetzelfde uit: hij staat op, en wandelt de trap af naar zijn atelier in zijn huis in Borgerhout. Stoppen doet hij enkel voor een korte lunch in brasserie Stanny om de hoek.

Als hij een dag niet tekent, voelt hij zich slecht. Een week vakantie is al helemaal een ramp. "Dan zoek ik toch manieren om met mijn werk bezig te zijn: nadenken over ideeën, of iets kleins schetsen. Anders word ik vreselijk onrustig."

Zaken die voor veel andere mensen net ontspannend zijn, zoals koffie gaan drinken, tv kijken of wat rondwandelen in de stad, ervaart Van de Velde als puur tijdverlies. Soms tennist hij, en elke zondagavond gaat hij naar de film, maar 90 procent van zijn leven speelt zich toch af tussen de potloden en houtskool.

Hij heeft daar onlangs een verhelderend gesprek over gehad met een psychoanalytica, vertelt hij. De vrouw wilde hem interviewen in De Studio in Antwerpen voor een psychoanalysekring, Van de Velde stemde toe. "We hebben het uitvoerig gehad over mijn constante nood om voortdurend verder te doen. Ik wil niet dat de dingen stoppen, dat een dag verstrijkt zonder dat ik iets betekenisvols heb gedaan. Elke dag is een gevecht tegen de leegte."

Rinus Van de Velde

• geboren in Leuven, opgegroeid in Haasrode
• studeerde aan de Hogeschool Sint-Lukas in Antwerpen en aan het Higher Institute for Fine Arts/HISK in Gent
• exposeerde al onder meer in Londen, Sao Paolo, Istanbul, Tokyo, Berlijn en New York
• zijn werk hangt ook in de collectie van het Vlaams Parlement en in diverse museale en privécollecties
• woont en werkt in Antwerpen

Alle werken in de expo verwijzen naar een filmscript uit 1920: Donogoo Tonka ou Les miracles de la science, waarin een suïcidale jongeman lukraak een auto halt houdt en in de vreemdste avonturen belandt. Rinus is de jongeman in het verhaal. Beeld Stefaan Temmerman

Donkere gedachten

Dat gevecht strekt zich zelfs uit tot in de exporuimte van het S.M.A.K. De kunstenaar kreeg verschillende van de gegeerde zalen in het Gentse museum tot zijn beschikking. Hij wilde er maar één. "Omdat ik een geconcentreerde expo wilde maken met alleen nieuw werk. Maar ook omdat ik het lastig zou vinden als die zaal te leeg zou zijn."

Zelfs de witruimte tussen de grote tekeningen vult hij met zelfgeschreven, Engelse teksten. Letters die zijn verhaal vertellen. Zoals: "It just never stops, the constant production of images (...) some I will cut up or burn."

Van de Velde mag dan niet zonder tekenen kunnen, dat wil niet zeggen dat het tekenen ook altijd leuk is. Zeker niet voor een perfectionist die de lat altijd hoog legt, en elk werk dat die lat niet haalt, onverbiddelijk naar de prullenmand verwijst. "Soms zegt mijn vriendin: kruip toch gewoon in je bed, maar dan moet ik toch nog even verder doen, proberen."

Hij is als de dood dat hij ziek wordt, zegt hij, terwijl hij zijn zoveelste sigaret van de voormiddag opsteekt. Een milde vorm van hypochondrie. Vanochtend werd hij nog wakker met "de irrationele angst" dat hij griep begon te krijgen, ook al ontbrak elk symptoom. "Maar eigenlijk is dat gewoon angst voor tijdverlies. Ik wil nog zo veel doen. Mijn oeuvre moet groeien, en ik wil niet dat iets stoms als griep daar tussenkomt. De laatste keer dat ik griep had, vijf jaar geleden, was de hel: alles voelt dan donker en nutteloos, en dan schieten plots donkere gedachten als 'waarom ben ik hier eigenlijk mee bezig' door mijn hoofd."

Het gesprek met de psychoanalytica heeft hem doen inzien dat obsessie geen probleem hoeft te zijn. Dat het gewoon zijn manier van leven is, die hij beter kan omarmen dan doodanalyseren. "Als ik de leegte probeer te vullen door knappe dingen te maken voor de wereld, en zo betekenis geef aan mijn leven, dan is dat eigenlijk zo erg nog niet."

Zo maniakaal hij nu met zijn werk bezig is, zo chill was hij als kind en tiener. Oudere broer Freek herinnert zich de jonge Rinus vooral als iemand die fluitend door het leven wandelde. Laisser faire, laisser passer. En ook Rinus zegt: "In mijn hoofd was ik een tiener die vaak in de zetel zat en naar televisie keek." Hij had wel veel hobby's - inlineskaten, skateboarden, tennis, badminton, voetbal, gitaar - maar die verdwenen vaak weer even snel als ze gekomen waren.

Tekenpotloden interesseerden hem lang voor geen meter. Van de Velde is niet het soort kunstenaar waarvan op driejarige leeftijd al werd gefluisterd dat hij een artistiek genie in de dop was. Wanneer de passie is begonnen, hangt af van wie je het vraagt. Van de Velde vertelt in interviews graag dat de vonk oversprong op een schooltrip in een Parijs museum, toen hij zag met welke kleuren de fauvisten de wereld uitbeeldden. Volgens zijn broer wilde Rinus op zijn zestiende gewoon even goed kunnen tekenen als hun buurjongen. De kunstacademie bleek hem ook veel meer te liggen dan wiskunde of talen.

"Dat fauvistenverhaal heeft zich misschien een beetje ontpopt tot een mythe", geeft Van de Velde nu toe. "Tekenaar word je inderdaad niet met één vingerknip of donderslag, het is een proces. Eerst wilde ik nog gitarist worden. Tot bleek dat je vingers daar pijn van gaan doen, van al dat oefenen. Tekenen daarentegen is bijna meditatief, het laat toe om na te denken en weg te dromen."

Dat laatste deed hij wel al uitvoerig als kind. Fantasie heeft Van de Velde altijd in overvloed gehad. Vrienden en familie omschrijven hem als een verhalenverteller. Deed hij als jongen het relaas van zijn voetbalmatch, dan was hij steevast de ster van het veld die een wereldgoal had gescoord. Zag hij een film over Jean-Michel Basquiat, begon hij meteen te fantaseren dat hij ook zo'n rock-'n-roll artiestenleven leidde.

In werkelijkheid groeide de kunstenaar op in een fijn, warm, doodnormaal middenklassegezin in Haasrode, een dorp net buiten Leuven. Vader is ingenieur, moeder lerares. Broer Wart volgde in de voetsporen van hun vader, broer Freek werd taalkundeprof. Het gezin Van de Velde had een goedgevulde boekenkast en ging wel eens naar een museum, maar kunst werd er zeker niet met de paplepel ingegeven.

Dus creëerde Rinus zijn eigen mythes en straffe verhalen in zijn werk. Doet hij nog steeds trouwens. "In mijn werk kan ik even iemand anders zijn."

Rinus Van de Velde test in zijn werk uit wie hij in een ander leven had kunnen zijn: een dekschrobber op een schip naar Zuid-Amerika bijvoorbeeld. Beeld Stefaan Temmerman

Verzonnen stad

Terwijl assistent Maarten de papieren golf van extra piepschuim voorziet, schrijft Van de Velde de witte muur even snel als minutieus vol in schijnbaar nonchalante blokletters. "The fantasy is very real nevertheless."

Een vriend waait binnen, die kennelijk niet tot de opening kon wachten. Hij krijgt meteen een warme knuffel en een rondleiding. De werken zijn een satire, vertelt Rinus hem, gebaseerd op een filmscript uit 1920. Donogoo Tonkaou Les miracles de la science van de Franse auteur Jules Romains. Over een suïcidale jongeman die bij wijze van therapie lukraak een auto tegenhoudt en zijn leven besluit te wijden aan het helpen van de bestuurder, een wanhopige professor wiens academische carrière op het spel staat omdat hij een stad in Zuid-Amerika heeft verzonnen.

Rinus is de jongeman in het verhaal. In de tekeningen is te zien hoe hij als dekschrobber op een schip naar Zuid-Amerika trekt, zich onverschrokken een weg door het oerwoud klieft, en daar uiteindelijk de stad sticht die de professor had verzonnen. Dingen waar de eerder angstige en gestructureerde Van de Velde zich in het echte leven nooit aan zou wagen.

Dat hij net voor dit filmscript heeft gekozen, is niet toevallig. Net als in dit verhaal speelt Van de Veldes werk met de grens tussen fictie en realiteit, en hoe fantasie soms werkelijkheid wordt. De kunstenaar duikt vaak op in zijn eigen creaties. In eerdere werken was zijn getekende alter ego al een topschaker, of hing die ondersteboven van een katrol te schilderen.

Zo test hij uit wie hij anders had kunnen zijn. "Een performancekunstenaar, een minimalist, een Amerikaanse modernist. Als je naar goede kunstenaars kijkt, ben je toch altijd half jaloers. Ik voel dan de drang om dat talent en dat leven even in te beelden, aan te raken."

Hij omschrijft zijn werk altijd als een fictieve autobiografie. Door het te tekenen, en tijdens de enscenering voor de foto ook daadwerkelijk zelf van die katrol ondersteboven te hangen, kruipt hij tenminste even in hun huid, beweert hij. Ook al is het maar voor vijf minuten? "Ja, want het gaat meer over de mythe, dan echt iemand anders te willen zijn. Uiteindelijk wil ik toch mezelf blijven, en mijn eigen werk maken. Ook al omdat het geen zin heeft om als John Currin of Ellsworth Kelly te schilderen. Beter dan zij dat doen, lukt toch niet."

Paul Smith en Dior

Maar is dat de enige reden dat hij vaak kiest voor zelfportretten? Of speelt er stiekem toch ook een dosis vanitas mee? Van de Velde mag er dan enigszins sjofel uitzien, met zijn zwarte houtskoolnagels, eeuwige jeans en trui, volgens vrienden is een gezonde portie ijdelheid hem allerminst vreemd. Hij heeft al model gespeeld voor Paul Smith en Dior, en legt toch altijd zijn haar nog even goed als ze taferelen ensceneren voor de foto.

Van de Velde: "Elke artiest is een beetje ijdel, maar die zelfportretten vertrekken allerminst uit narcisme. Ik vind zeker niet dat ik het beste pak op foto of doek." (lacht) Het is ook gewoon pragmatisch, legt hij uit. Hij moet gewoon in de spiegel kijken en hij heeft zijn model. Voor een artiest die altijd wil doorwerken en gek wordt van wachten en tijdverlies is dat handig.

Critici waarschuwen dat hij moet oppassen dat hij niet in zijn comfortzone blijft steken.Zo werkt hij nu steevast samen met een handvol goede vrienden. Ze staan ook vaak naast hem in de werken. Zelf zegt hij dat hij moeilijk of niet met vreemden zou kunnen werken. Omdat vreemden moeilijker te "commanderen" zijn. Omdat vrienden hem beter begrijpen. Omdat het in de eerste plaats leuk moet blijven.

Hij omringt zich naar eigen zeggen niet met jaknikkers. Al is hij niet te beroerd toe te geven dat hij het soms moeilijk heeft met kritiek. "Je wilt natuurlijk dat mensen je werk goed vinden. Al besef ik dat het een probleem zou zijn als echt iedereen mijn werk goed zou vinden. Als vrienden opmerkingen of kritiek hebben, luister ik altijd. Ook al ben en blijf ik eindverantwoordelijke."

Maar straks zal de immer gestructureerde kunstenaar vanzelf uit zijn comfortzone getrokken worden. Zijn vriendin bevalt binnenkort van hun eerste kinderen, een tweeling meteen. Op zich al een uitdaging, maar zeker voor iemand die zweert bij regelmaat en van 's ochtends tot 's avonds vooral op zijn werk geconcentreerd is.

Hij heeft alvast wat raad proberen inwinnen bij kunstenaars die hem in het vaderschap zijn voorgegaan. Blijkt dat er geen blauwdruk voor het ouderschap bestaat. "Het zal een nieuw soort evenwicht vragen, maar het zal zeker ook iets bijbrengen. Bovendien wil geen enkel kind een vader die enkel 'vader' is. Ik moet mijn individualiteit behouden, net als mijn vriendin, en die kinderen.Ik zie het alleszins niet als een obstakel op mijn weg, integendeel, ik kijk er naar uit."

"Als ik de leegte probeer te vullen door knappe dingen te maken voor de wereld, en zo betekenis geef aan mijn leven, dan is dat eigenlijk zo erg nog niet." Beeld Stefaan Temmerman

Terug naar de basis

"I find myself at the edge of an expanding web", schrijft hij op de muur. De expo in Gent is nog niet geopend, of hij is al voorbereidingen aan het treffen voor nieuw werk, een nieuw project. Wat dat wordt, kan of wil hij nog niet kwijt.

Slechts een week verwijderd van zijn eerste grote solo-expo in hét S.M.A.K. lijkt hij opvallend beheerst. Andere prille dertigers zouden wellicht door het dak gaan, zij het van de zenuwen of enthousiasme.

"Ik ben het S.M.A.K. ongelooflijk dankbaar voor deze kans. Maar tegelijk zie ik het gewoon als een logische stap, een kans om nieuw werk te maken vooral. Natuurlijk zal ik straks supercontent zijn als er veel volk opdaagt, natuurlijk zijn schouderklopjes leuk, maar eerlijk: dat is niet mijn grootste drijfveer. Zelfs na mijn opening in de Tim Van Laere Gallery, waar mensen buiten in rijen stonden aan te schuiven, liep ik niet op een wolk. Ik wou daarna maar één ding; meteen terug naar mijn atelier. Verder doen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234