Dinsdag 18/02/2020

Dood Prince

Requiem voor een geilneef

Prince in 1995Beeld ANP Kippa

Prince is dood. Lang leve Prince! Net als de dood van David Bowie is het verlies van Prince Rogers Nelson niet in te schatten. De muziekwereld nam gisteravond afscheid van een icoon én beeldenstormer. Maar ook van een superster die van dubbelzinnigheid een pikant punt maakte in zijn hele oeuvre.

"It is with profound sadness that I am confirming that the legendary, iconic performer, Prince Rogers Nelson, has died at his Paisele Park residence this morning at the age of 57," schreef zijn P.R.-dame Yvette Nole-Schure gisteravond in een statement. Nog voor onze adem finaal kon stokken in de keel, las haar bericht: "Er bestaan geen verdere details over de doodsoorzaak." Net als zijn leven en carrière blijft ook de dood van Prince voorlopig een mysterie. Eerder deze week liet het Purperen Genie zijn vliegtuig een noodlanding maken, omdat de muzikant griep kreeg, en in een neerwaartse spiraal verzandde. Zijn lichaam zou in vroeg in de morgen ontdekt zijn in zijn studiocomplex Paisley Park in Minnesota. De politie onderzoekt het overlijden. De omstandigheden van het overlijden zijn nog onduidelijk.

Alleen al op basis van zijn reputatie had hij twaalf jaar langer moeten leven, maar de 57-jarige popster liet niettemin een oeuvre achter dat omvangrijk genoeg was om zichzelf onsterfelijk te maken. De artiest, die geboren werd als Prince Roger Nelson, schreef sinds zijn debuut in '78 meer dan duizend songs, al dan niet voor zichzelf. De Purperen Popster tekende daarbij over de jaren voor een eindeloze rij onwrikbare classics, al zal hij ongetwijfeld het bekendst blijven om '1999', 'When Doves Cry', 'Kiss' of 'Purple rain'.

Zijn bestaan blijft voor eeuwig een mysterie, maar het enige dat als een paal boven water stond, is dat Prince even klein van gestalte was als groots in zijn daden. Zo stond hij bekend als een perfectionist, die zijn songs helemaal zelf schreef en ook alle instrumenten zelf inspeelde. Terwijl de rest van de wereld het over Thriller van Michael Jackson bleef hebben, ontdekten de échte muziekliefhebbers iets anders in zijn wereld. Iets dat rauw, scherp, onthutsend, geil en bijzonder was. Brutaliteit en meesterschap gingen hand in hand bij Prince.

Fans raakten het zelden eens, maar toch heerst een zekere consensus over zijn werk: in de jaren tachtig was Prince incontournalble. Als enige popster slaagde hij er in om liefst vijf tijdloze meesterwerken na mekaar uit te brengen. De platen 1999 (1982), Purple Rain (1984), Around the World In A Day (1985), Parade (1986) en de magistrale dubbelaar Sign "¿" the Times (1987) zijn niet te missen in uw platenkast.

Na zijn doorbraak met het album 1999 schopte Prince het tot superster. Daarna volgden talloze hits, die hem zeven Grammy's opleverden, een Golden Globe en een Academy Award. Hij trad ook op in de Super Bowl in 2007, in een van de grootste live-optredens aller tijden. Prince verkocht meer dan 100 miljoen platen tijdens zijn loopbaan.

De hitgevoelige pen van Prince stond ook vaak in dienst van andere artiesten: Sheena Easton geeft hij 'Sugar Walls', Vanity Six krijgt 'Nasty Girl', The Bangles 'Manic Monday' en Sinéad O'Connor maakt een megahit van 'Nothing Compares 2U'.

"Prince is dynamisch. Prince is een genie. Prince is muziek," lichtte de organisatie van Black Entertainment TV zijn keuze toe om de superster te bedenken met een carrièreprijs in 2010. "Prince is een artiest die tijdens de laatste decennia het gezicht van muziek veranderde, en daarbij onafgebroken platinum platen en hits aan elkaar reeg. Artistiek en commercieel staat hij daarmee op onpeilbare hoogte."

De redenen waarom Prince zo'n hoge artistieke vlucht nam, lopen uiteen. Als kind uit een gemengd huwelijk kreeg Prince Rogers Nelson het gevoel nergens thuis te horen. Zijn huid was te donker voor de conservatieve middenklasse van Minneapolis, maar net zo goed te licht voor de leeftijdgenootjes in het getto. Bovendien had hij zijn gestalte niet mee, en bleek hij een tikje mensenschuw. In afzondering zou Prince dan maar stilletjes zijn eigen niche kunnen uitkerven. In zijn slaapkamer schiep hij een zelfbeeld, waarmee hij boven zichzelf, gender en taboes kon uitstijgen. De funky, soulvolle muziek en hitsige kreetjes in zijn songs benadrukten zijn persoonlijke boetseerwerk.

Zo poseerde Prince als schandknaap in damesslip en panty's op de hoes van Dirty Mind (1980) en als bovengeslachtelijke pin-up op Lovesexy (1988). Seks en een ambigue houding leken op dat ogenblik zijn voornaamste katalysatoren. In die periode presenteerde hij zich graag als een oversekste faun. In 'Head' flirtte hij bijvoorbeeld met een dubbelzinnige seksuele appetijt: de zanger wekte de indruk dat hij zijn liefje wil beffen én pijpen. Nog iets bruiner bakt deze geilneef het in zijn incestsong 'Sister'. Op Controversy (1981) klonken dan weer existentiële vragen: "Am I black or white, am I straight or gay?"

Van bloedschande tot biseksuele veelvraat: de bijnaam His Royal Badness zou hij met gepaste onwaardigheid blijven dragen. Mettertijd gingen zijn innuendo's niettemin meer omfloerst klinken, en legde Prince het steeds liever aan met... God. Na de langspeler 1999 werden zijn messiaanse fixaties veelvuldig geanalyseerd én bespot.

De verhalen over zijn leven als Jehova's Getuige, platen die lazen als een geloofsbelijdenis en wereldvreemde houding stonden steeds meer haaks op het beeld van zijn publiek. Was de funky faun een fatsoensrakker geworden? Televisie en internet sloeg hij in de ban, want "het enige wat je nog ziet, zijn ontaarde beelden", en "je hoofd via het wereldwijde web vullen met nulletjes en eentjes kan niet goed zijn." Daar kwam de excentrieke superster voor zijn dood trouwens op terug: zijn nieuwe groep 3RDEYEGIRL begon een eigen Twitter-account, en recent speelde Prince een rol als zichzelf in de tv-serie New Girl, naast Zoeey Deschanel. Waarmee nog maar eens duidelijk werd dat Prince heerlijk tegen alle verwachtingen bleef indruisen.

Die eigenzinnigheid leverde hem evenwel ook lof en eeuwige roem op. Zijn fans én Keith Richards van de Rolling Stones vergeleken Prince zelfs ooit met een eigentijdse Mozart. Elders in zijn carrière werd hij achtereenvolgens de seksueel geobsedeerde incarnatie van Little Richard genoemd, een hysterische Jimi Hendrix, een postmoderne James Brown, en het nieuwe onderbewustzijn van David Bowie. Alleen tegen Michael Jackson kwam His Royal Badness in de jaren '80 uit als evenwaardige speler: People magazine vroeg zich zelfs op hun cover af wie de échte King of Pop nu écht was. Vandaag behoeft die vraag geen antwoord meer: zonder Prince zou de muziekwereld mank lopen.

Beeld ANP Kippa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234