Woensdag 16/10/2019

Strips

Regisseur Jaco Van Dormael maakt nieuwe Blake & Mortimer: ‘In strips kan alles, en het kost niks. Heerlijk’

73 zijn ze intussen. Maar grijze haren hadden Blake en Mortimer nooit. Tot tekenaar François Schuiten en regisseur Jaco Van Dormael ermee aan de slag gingen. Resultaat: een bevreemdend Blake en Mortimer-verhaal dat zich voor het eerst op Belgische bodem afspeelt. ‘Vroeger was dat taboe.’

“Ja, ik!”, antwoordde regisseur Jaco Van Dormael toen tekenaar François Schuiten hem jaren geleden vroeg of hij een scenarist kende voor een nieuw Blake en Mortimer-verhaal. En dat was geen grapje, vertelt Van Dormael op de perspresentatie in het Brusselse stadhuis, waar hij zich ontpopte als stripfan. De Blake en Mortimer-verhalen van de Belgische auteur Edgar P. Jacobs verslond hij immers als kind al.

Anno 2019 siert zijn naam de cover van het nieuwe Blake en Mortimer-album De laatste farao, al is dat zogenaamde buitenreeksverhaal een wel zeer vreemde eend in de bijt. Het Belgische klassieke stripduo professor Blake en kapitein Mortimer, in 1946 in het leven geroepen en vandaag nog steeds een bestseller met oplages van rond het half miljoen, zijn daarin beduidend ouder geworden. Groeven in het gezicht. Grijs. Afgeleefd. En al lang geen boezemvrienden meer.

In De laatste farao stoot Mortimer in een ingestort gewelf van het Brusselse Justitiepaleis op vreemde hiërogliefen en het oorspronkelijke kantoor van Joseph Poelaert, de architect van het Justitiepaleis. Wanneer bij het openen van een toegang een ijskoud en iriserend licht van onbekende oorsprong vrijkomt, begint een apocalyps. In geen tijd wordt Brussel een hellhole. Het leger geeft het bevel de stad te verlaten. Wat volgt is een desolaat beeld van de Belgische hoofdstad: het Atomium is afgebrokkeld, overal liggen autowrakken en de natuur eist opnieuw zijn plek op. In de wateren rond de Grote Markt duikt zelfs een dinosaurus op.

De laatste farao is het resultaat van een vierkoppig team. Allen Brusselaars, en niet de eerste de beste. Tekenaar François Schuiten (63) liet zich voor de inkleuring bijstaan door illustrator Laurent Durieux (49), wiens retro filmaffiches de muren kleuren van riante optrekjes in Hollywood. Hij mag Spielberg en Coppola tot zijn fans rekenen. Van Dormael (62) zocht hulp bij de vrij onbekende Brusselse schrijver Thomas Gunzig (48). Beiden schreven samen al eerder aan de film Le Tout Nouveau Testament

Dat het album er kwam, is te danken aan een vijfde Belg, legt Schuiten uit. “Op een dag legde Le Soir-journalist Daniel Couvreur me een notitie van Jacobs voor. Toen paste het plaatje. Jaren eerder had men me al gevraagd of ik geen Blake en Mortimer wilde tekenen. Toen zag ik het niet. Dat veranderde met dat briefje”

Wat stond er dan in?

Schuiten: “Niet veel. Eigenlijk enkel dat Jacobs een verhaal wilde situeren in Brussel, zijn geboortestad, waarin aartsvijand Olrik vanuit de koepel van het Justitiepaleis wereldwijd de communicatiekanalen wilde verstoren. Wat een vondst, dacht ik. Want weet je, toen ik als kind dat gebouw bezocht, trof ik in die koepel nog de leegstaande studio’s aan van waaruit de BRT/RTBF uitzonden. Ik vond toen al dat die setting een dramaturgisch gehalte had. Dat moet Jacobs ook gedacht hebben.” 

“Maar goed, in die tijd zou hij het uitgeverstaboe hebben geschonden wanneer hij Brussel of België als decor had gebruikt. De strips kwam die dagen weliswaar vaak uit België, maar voor de Franse markt mochten er niet te veel Belgische referenties in zitten. Je ziet het ook in Guust Flater. Daarin mochten Parijse daken getekend worden, maar geen Belgische.”

Bij de presentatie daarnet passeerde op een groot scherm een foto waarop u poseert aan een muur met daarop een tekening van een piramide. Wat was dat precies?

Schuiten: “Dat was bizar. Tijdens mijn research stootte ik in die koepel op een grafittitekening van een piramide. Die ruimte werd ooit gekraakt, vandaar. Er was zelfs een tweede piramide getekend waarop hiërogliefen stonden en zelfs wortels onderaan. Ons verhaal was toen al geschreven. Ook daarin bevindt er zich een piramide onder het Justitiepaleis.”

U zei dat dit verhaal veel referenties bevat naar De valstrik, een Blake en Mortimer-verhaal uit 1962. Zou Jacobs De laatste farao hebben kunnen maken in zijn tijd?

Schuiten: “Hm, dat weet ik niet. De valstrik was zo’n apocalyptisch, angstaanjagend album dat de Franse censuur het verbood. Ze oordeelden dat kinderen zoiets niet mochten lezen. Jacobs’ daaropvolgende album, Het halssnoer van de koningin, was daarom veel braver. Dat was geen sciencefiction meer, maar een detective zonder al te veel dreiging. Jammer.”

Meneer Van Dormael, was het inbrengen van architectuur, architecten en treinen een voorwaarde van Schuiten, of hebt u als scenarist ingespeeld op zijn voorliefdes?

Van Dormael: “We wilden François er ook plezier aan laten beleven. Voor ons is het makkelijk: wij schrijven het scenario, hij moet er nadien nog twee jaar aan tekenen. We konden het dus op zijn minst aangenaam voor hem maken, hem dat laten tekenen waar hij zo van houdt. En dan kom je automatisch uit bij Brussel, architectuur en treinen. Ach, weet je, net als een cineast ben je als artiest op zoek naar die dingen die je hart raken.”

Schuiten: “ Het geniale aan Thomas en Jaco is dat ze zich in mijn leefwereld hebben verplaatst. Dat is wederzijds, want als ik voor Jaco werk, tracht ik een project op eenzelfde manier te benaderen. We zijn vrienden, we begrijpen elkaar.”

Voor welke filmprojecten hebben jullie eigenlijk samengewerkt?

Van Dormael: “Voor Mr. Nobody heeft François het futuristisch decor geschetst. Maar we kennen elkaar al langer, van bij de kortfilm È pericoloso sporgersi uit 1984. Nadien vroeg ik hem mee te werken aan Toto le héros. Helaas, zijn werk bleek productiegewijs te duur. (Minzaam lachje) Het magische aan strips is dat je niet naar je budget moet kijken. Je toont de piramide van Cheops, stukgeslagen Atomium-bollen of herten die door Brusselse straten lopen. Wat kost dat? Niks. Heerlijk.”

Brussel fungeert in dit album opnieuw als decor. In 1992 maakte u met het album Brüsel een aanklacht tegen de gigantische bouwwerf die Brussel in feite is. Hoe kijkt u er zovele jaren later naar? Is onze hoofdstad erop vooruitgegaan?

Schuiten: (Lacht) “Het is niet omdat ik in De laatste farao een apocalyptisch Brussel toon, dat ik deze stad iets misgun. Ik heb een haat-liefdeverhouding met Brussel, maar het is mijn stad en ik hou ervan. Het is het kader van mijn verbeelding, al is het geen engelen- of postkaartenstad. Brussel is chaotisch en ongeorganiseerd, onbeheersbaar zelfs, maar dat trekt me net aan. Deze stad ademt de complexiteit van de wereld uit, net zoals ze mooi en open is.”

Van Dormael: “Alle vier de auteurs van dit boek zijn Brusselaars. We kijken er misschien wel op dezelfde manier naar: zoals een kunstenaar naar een vrouw kijkt wanneer hij haar moet tekenen. Enkel door er lang naar te kijken, kan hij de schoonheid vastleggen. En tijdens zo’n proces vallen je steeds mooiere dingen op.”

De lelijke stellingen die het Justitiepaleis omgeven, kregen in jullie album een nieuwe betekenis.

Schuiten: (Schouderophalend) “Waarom staan die stellingen er al veertig jaar? Niemand die het weet. Sterker: er is onlangs geld uitgetrokken om de stellingen te renoveren die er in eerste instantie werden geplaatst om het Justitiepaleis te renoveren.”

Van Dormael: “De politiek heeft er geen antwoord op, dus hebben we er zelf betekenis aan gegeven: in ons verhaal fungeren ze als een kooi van Faraday die de vreemde straling stopt.”

Meneer Schuiten, dit album bevat zowat alle ingrediënten die in uw hele oeuvre voorkomen. Is dat toevallig? Er wordt gefluisterd dat u met dit album afscheid neemt van de strip. Klopt dat?

Schuiten: “Misschien, hoewel ik nog stripprojecten heb liggen. Ik teken al sinds mijn zestiende. Moet ik eigenlijk nog wel een strip maken? Wat heb ik nog te vertellen? En waarom zou ik dat überhaupt nog via strips willen doen? Ik heb het gevoel dat ik in dit medium alles heb verteld. Ik wil ook niet terugvallen op de vreemde logica die zegt dat als je iets succesvols hebt gemaakt, je er een vervolg aan moet breien.”

Van Dormael: “Je moet ook geen boeken maken om boeken te maken. De beste ideeën krijg je trouwens wanneer je er niet op focust.”

Schuiten: “Misschien vind ik wel heil in literatuur, sculpturen, illustraties of films. Wie weet?”

De laatste farao is vanaf vandaag te koop. In Maison Autrique in Schaarbeek loopt tot januari 2010 een expo over dit album. In de Brusselse galerie Champaka loopt tot 8 juni een verkoopsexpo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234