Donderdag 18/07/2019

Interview

Raymond van het Groenewoud: "Samenwerken met vrouwen? De kans op verleiding is te groot"

Een nieuw album, Allermooist op aard, met daarop een nieuwe versie van ‘Meisjes’, de single waarmee alles pas goed begon. Raymond van het Groenewoud (67) overschouwt 40 jaar leven, werk en liefde. ‘De muziek is nooit verdwenen, net als het idee dat meisjes zo opwindend zijn.’

Beeld Wouter Van Vooren

Er was afgesproken in een koffiebar in Brugge. Het is de stad waar hij woont. Maar terwijl je op de trein zit, ergens tussen Brussel en Gent, belt hij. “Het weer is te mooi. Kom maar naar mij thuis. Ik heb een dakterras.”

‘R. van het Groenewoud’ staat er op de bel. Drie verdiepingen hoger biedt het appartement een heerlijk uitzicht. “Ik wilde dezelfde rode daken zien als in Firenze.” Twee uur later sta je weer beneden. Met een bandje vol mooie zinnen. En met een verbrande kop.

De reden waarom je uitvoerig kunt praten met Raymond van het Groenewoud, is dat hij een nieuwe versie heeft gemaakt van ‘Meisjes’. Veertig jaar oud is het nummer, en het heeft alles voor hem in gang gezet, zal hij dadelijk vertellen.

Niet dat het vlekkeloos verlopen is sindsdien. In 1981, bijvoorbeeld, stopte hij er even mee. “Murw was ik. Uitgewrongen. Ik was verkeerd gemanaged, had niet geleerd hoe ik met de tijd en het werk moest omgaan.” Jan Smeets, de organisator van Pinkpop, waar Van het Groenewoud een jaar eerder op het podium had gestaan, vond het een krankzinnig idee om er de brui aan te geven. “Je moet het ijzer smeden als het heet is, zei hij tegen mij. Ik heb niet naar hem geluisterd. Dat heb ik nooit gedaan, naar anderen geluisterd. Je eigen ritme zit in jezelf, niet in de betweterigheid van anderen.”

Marc Didden, die blijkbaar in de buurt was toen u ‘Meisjes’ schreef, zegt dat u in die tijd op zoek was naar een hit, om eindelijk op de rockpodia terecht te komen. Klopt dat?

Raymond van het Groenewoud: “De nuchterste versie van het verhaal is dat ik brood op de planken nodig had. Mijn tweede langspeelplaat, Ik doe niet mee uit 1975, was door een Nederlander geproducet en had veel gekost. Robert Long had op dat moment waanzinnig veel succes met zijn album Vroeger of later, en men dacht dat het blijkbaar de tijdgeest was om in het Nederlands te zingen. Ik begrijp dus waarom het risico genomen werd. Maar bij mij mislukte het grandioos. Omdat ik niets anders wilde dan liedjes maken en optreden, was ‘Meisjes’ een zoveelste poging.”

Beeld Wouter Van Vooren

Dat klinkt echt alsof u wanhopig was.

“Als je nauwelijks kunt overleven met wat je doet, is de wanhoop in de buurt, ja. ‘Meisjes’ is dan gelukkig wel een hit geworden. Een cult­hit, eigenlijk. Het nummer is beroemder vanwege het rumoer dat het veroorzaakt heeft dan vanwege de verkoopcijfers.

“Maar de wanhoop was wel over toen. Ik wist al dat ik het kon, maar vanaf dat moment had ik er ook vertrouwen in dat ik het ging kunnen vasthouden. Ik dacht: nu de mensen de weg naar mij kennen, kan ik er heus wel voor zorgen dat ze geboeid blijven.”

Hoe komt het dat u altijd zoveel vertrouwen hebt gehad in uw eigen kunnen?

“Dat is genetisch. Mijn moeder was ook zo zelf­bewust. (glimlacht) In werkelijkheid was ze een eenvoudige huisvrouw, maar ze vond wel dat ze het had en dat ze het was.

“Bovendien zit muziek gewoon in mij. Ik heb nooit hollywoodiaanse ambities gehad om een ster te worden, maar ik wilde wel in de wereld van de muziek vertoeven. Niet als slaaf. Eerder als meester. Nu ja, je bent altijd een beetje een slaaf. Van je agenda, bijvoorbeeld. Of van interviews met journalisten.” (lacht)

Weinig mensen die ‘Meisjes’ niet zullen kunnen meebrullen. Bent u het zelf nooit beu gespeeld?

“Nee, nooit. In tegenstelling tot bijvoorbeeld ‘Je veux de l’amour’. Dat is een nummer dat theatraal vertolkt moet worden, en helemaal door mij gedragen moet worden. Bovendien is het ook een hartenkreet die je echt moet menen. En je kunt het niet blijven menen, zeker niet als je alle liefde en aandacht krijgt die je maar wilt. (glimlacht) Terwijl ik de meisjes nog altijd en overal opnieuw voor mij zie.

“Maar los daarvan drijft het nummer op muziek die vooral door anderen wordt gespeeld, waardoor ik het heel onthecht kan brengen, en ik zelfs bijna een toerist word. Dat geldt ook voor nummers als ‘Zjoske’ of ‘Maria’. Ik bedoel het niet oneerbiedig, integendeel, ik blijf het heel plezierig vinden om die nummers te spelen.”

U hebt wel iets veranderd aan ‘Meisjes’. In plaats van het beroemde ‘Ze komen zelden klaar, mijnheer’ is het in de nieuwe versie ‘Je bent er nooit mee klaar, mijnheer’ geworden. Sommigen vragen zich af wat u in godsnaam heeft bezield om die historische woorden te vervangen.

“Ik begrijp de heisa niet. Die nieuwe zin vertolkt mijn levens­loop. Net zoals ik blijven miljarden mannen heel hun leven lang door de vrouwen geboeid. Als ze hetero­seksueel zijn, tenminste. Bovendien was ik dat klaarkomen beu gezongen. Ik heb nog dingen veranderd. ‘Amelinckx-meisjes’, niemand begrijpt dat nog. (Bouw­onderneming Amelinckx ontwierp in de jaren 70 vrij robuuste gebouwen, red.). En ‘soms stort ik in hun kas’ vond ik nogal bot. ‘Amore, ambras’ is het nu geworden. Stukken beter.

“Ik wou er gewoon vanaf zijn, van dat zinnetje. Ik heb er in interviews zo vaak over moeten praten. Hoewel, het probleem verschuift, want nu moet ik het weer hebben over de wijzigingen eraan.” (lacht)

De nieuwe versie is ook opgenomen met een aantal vrouwen, onder wie Slongs Dievanongs, Tine Reymer, Lady Linn en Lara Chedraoui. Was dat uw eigen idee?

“Nee. En normaal gezien neem ik niks aan van een ander, maar na enkele minuten nadenken vond ik het toch een leuke gedachte dat de vrouwen nu zelf eens zingen dat ze het allermooiste zijn op aarde. De opnames waren ook heel leuk. Apart, vooral. Ik werk niet zo vaak samen met vrouwen.”

Waarom niet?

“Tja. De kans op verleiding is te groot.”

Echt?

“Vanochtend nog las ik de tekst van ‘Pour sûr’ van Bourvil (Frans acteur en zanger, 1917-1970, red.). In dat lied zingt hij: ‘Mijn hart is veel te frivool, het gaat te vlug sneller slaan.’ Of zoals een bevriende kok het nogal plastisch uitdrukt: never fuck the payroll. Om dat niet te moeten meemaken, hield ik alles maar af. Ik dacht pas met vrouwen te kunnen samenwerken als ik de oefening in onthechting onder de knie meende te hebben.

“Toen ik begon als muzikant, waren de vrouwen in dat wereldje bovendien op één hand te tellen. De instrumentalisten, bedoel ik, en dat zijn net de mensen naar wie ik op zoek ben. Het verandert, dat zie ik ook, en dat vind ik leuk. De ontvoogding van de vrouw is prachtig. Maar als ze de foute manieren van de mannen beginnen over te nemen, haak ik af. Gewichtig doen, bijvoorbeeld. Typisch iets voor mannen. Ik heb dat niet graag bij vrouwen.”

U lijkt nogal een mythisch oerbeeld te hebben van vrouwen.

“Dat beaam ik. Ik weet wel dat de dagelijkse realiteit anders is, dat niet elke vrouw een mythisch wezen is. Het is zoals met optredens. De magische optredens zijn misschien op één hand te tellen. Maar het ingebeelde optreden, datgene waarvoor we repeteren, is altijd magisch.”

Een vriend van me vroeg zich af of meisjes nog altijd het allermooiste op aarde zijn als je 67 bent. U vindt duidelijk van wel.

“Het komt door hun ogen. Ogen zijn de spiegel van de ziel, wil het cliché, en dat is ook de reden waarom ik eventueel wat kan beginnen te zwijmelen als ik in mooie vrouwen­ogen kijk. Bij mannen­ogen zal ik dat niet hebben.”

Allermooist op aard is wel een pak vrolijker van inborst dan uw vorige album, De laatste rit.

“Dat klopt, en daar ben ik zelf blij mee. Er zit van alles in mij. Thuis ben ik introvert, maar op het podium niet. Op het podium ligt de klemtoon op levens­lust. Ik was dus blij dat ik een zakje met enkele nieuwe, levens­lustige nummers kon presenteren voor deze plaat. Ik zal nooit kunnen wat Leonard Cohen kon: altijd op die ene lijn blijven van bezinning en introspectie. Ik heb te veel het zot.”

U beschouwt die dualiteit niet als een nadeel?

“Absoluut niet. Ik ben graag een bastaard van Chuck Berry en Cohen.”

De laatste rit wordt meestal wel omschreven als uw beste werk ooit.

“Het zijn de schrijvende mensen die dat zeggen. De feestvierders denken er anders over. Zij vinden dat ik maar één goed nummer heb gemaakt, en dat is ‘Liefde voor muziek’. (lacht)

“Je kunt het positief of negatief bekijken. Je kunt zuchten dat je tussen twee stoelen valt, of je kunt zeggen dat je een geweldig spectrum bestrijkt. Maar ik neem het wel graag op voor de underdog, en dat is de deugniet. Chuck Berry wordt nog altijd te laag geschat, vind ik. Bij Cohen zal dat nooit gebeuren. Van hem durven sommigen hoogstens zeggen dat het saai is, maar die mensen schrijven geen artikels in de pers.”

U bedoelt dat de getormenteerde kunstenaar toch altijd meer krediet krijgt dan de vrolijke frans?

“Daarom deed het mij enorm veel deugd wat Philippe Claudel (Franse schrijver en regisseur, red.) in een interview over zijn komedie Tous les soleils vertelde. Hij had ervaren dat het veel moeilijker is om iets lichtvoetigs goed te maken dan iets zwaars goed te maken. Het is een cliché, maar het klopt.”

U hebt over de liefde geschreven, over drankzucht, weemoed, wanhoop, racisme, seks, seks met opblaaspoppen zelfs. Is er nog een onderwerp waarover u wilt schrijven?

“Absoluut niet. Ik vertrek niet van een tekst of onderwerp. Het meest universele is de melodie.

Beeld Wouter Van Vooren

Dat is ook de grootste reden waarom een nummer als ‘Twee meisjes’ zo succesvol is, omdat iedereen het kan mee­neuriën.

“Als ik nummers maak, probeer ik de tekst­schrijver de mond te snoeren tot de melodieën er zijn. Dat lukt niet altijd, maar toen de melodie van ‘Twee meisjes’ in mijn hoofd zat, dacht ik: wat moet ik daar in godsnaam bij schrijven? Vervolgens kwam ik simpelweg uit op de beelden van de plek waar ik op dat moment was. Op het strand, dus.”

Ik dacht dat u een meticuleuze tekst­maniak was. Dat klopt dus niet?

“Vond Fernando Pessoa al zijn gedichten puntgaaf? Ik noem hem omdat hij mijn lievelingsdichter is. Zou hij, als hij zijn werk overliep, niet zeggen: dat vers irriteert me, dat woord wil ik weg?

“Voor mezelf – of voor onze onzichtbare vriend God – hoef ik me niet te schamen, denk ik. Tot daar het meticuleus zijn.

“Ik ben ook hautain genoeg om te weten dat ik de enige ben die het merkt als een tekst niet helemaal geslaagd is. Guy Mortier vormt daar de enige uitzondering op. Hij heeft ooit wat opmerkingen gehad op mijn teksten uit het prille begin, en hij legde toen de vinger op de wonde. Maar ik weet niet of ik zijn terechtwijzingen nodig heb gehad om er steeds meer op te letten. Soms denk je wel eens: ach, wat maakt het uit als een tekst niet 100 procent is. Maar na een vijftigtal uitvoeringen merk je dat het veel uitmaakt.”

Wat is het grote verschil tussen Raymond van het Groenewoud nu en die van veertig jaar geleden? Behalve wellicht het wilde leven?

“Mijn bassist verwoordde het onlangs goed. Hij zei dat ik gelukkiger ben. Ik verval veel minder in donkere lethargie of moedeloosheid. Ik lees graag De mythe van Sisyphus van Albert Camus. Mijn interpretatie van dat boek is deze: als je het ondraaglijke leven een betere kant wilt opsturen, dan moet je gaan spelen en verzinnen. Sigrid (Spruyt, zijn vrouw, red.) zei het onlangs zo: ‘Je moet de dingen mooier maken dan ze zijn.’ Het helpt heel goed tegen de lelijkheid. Ik probeer geen enkele negatieve gedachte meer toe te laten. Een hondse discipline. En ik zeg niet dat het altijd lukt. Maar als er een opkomt, gaat er wel een lampje branden dat me waarschuwt.

“Vroeger keek ik bijvoorbeeld nog naar de eerste pagina’s van kranten en tijdschriften die in de supermarkt lagen uitgestald. Tot ik merkte dat het slecht was voor mij. Het vergt oefening, maar het lukt me nu om er straal voorbij te lopen. En ik weet dat ik niks mis. Er is altijd wel een moord of brand of schande. Of iemand die te veel verdient. De invulling is elke keer anders, maar het repertoire ken ik ondertussen.”

Wat is er níét veranderd in die veertig jaar?

(denkt na) “De basale ervaring van hoe je de wereld rondom je aanvoelt. Die is er gekomen toen ik vijftien, zestien jaar was, en van het atheneum naar huis fietste. Ik had toen al door dat je het zelf moest beredderen, dat je niet zomaar kunt rekenen op solidariteit van anderen. Ik was ontgoocheld in de vriendschap. Heel kinderlijk, hoor, het ging gewoon om een vriend die niet was komen opdagen. Maar bij mij is afspreken nogal heilig.

“De muziek was er toen ook al. Net als het idee dat meisjes zo opwindend zijn. Doorheen mijn leven zijn ze telkens anders ingevuld, maar die drie elementen zijn wel altijd de basis gebleven.”

Uw vader, de muzikant Nico Gomez, verliet het gezin toen u vier jaar was en is veel afwezig geweest in uw kindertijd. Uw stiefvader bleek ook niet de meest aangename man te zijn. Een vrolijke jeugd hebt u niet gehad.

“Dat viel best mee. Eigenlijk overheerste de opwinding van de muziek en de meisjes. Als puber zit je heel erg in je eigen wereld. Rondom jou mag alles vergaan, het is de luchtbel van de verbeelding waarin het belangrijkste zich afspeelt. Dat zing ik ook in het nummer ‘Kind van het weekend’: ‘Duizend scherven, duizend splinters om je heen, gelukkig maar ga jij je eigen gang’. Het helpt het schuldgevoel te temperen.” (Van het Groenewoud is gescheiden van de moeders van zijn twee oudste zonen en zijn derde zoon. Het nummer gaat over het feit dat hij zijn jongste zoon Luca niet veel ziet, red..)

Beeld Wouter Van Vooren

Uw twee zonen Jasper en Leander zitten ook in de muziek. Doet u dat plezier?

“Het enige wat me plezier doet, is dat ze goed in hun vel zitten. Ze mogen ook een vuilnisman zijn. Als ze maar een gelukkige vuilnisman zijn.”

Fysiek lijken ze heel erg op u.

“Ik zie dat zelf soms ook op foto’s. Vocaal is er ook een gelijkenis. Aan de telefoon vergist men zich weleens.”

Hebben ze last van hun achternaam, denkt u?

“Terwijl mijn oudste zoon aanvankelijk vooral het negatieve aspect zag, denk ik dat hij nu ook de positieve kanten ziet. Mijn tweede zoon, die zich voltijds met muziek bezighoudt, is zo verstandig om in zijn muzikale projecten niet zijn volle naam prijs te geven. Het is voor ons allebei vermoeiend om het daar elke keer over te hebben. We zijn allebei met muziek bezig, voor ons allebei gaat het met ups en downs. Het is geen vergelijkende test.”

Uw eigen vader, die een orkest had, heeft u op uw achttiende wel in de muziekwereld geïntroduceerd. U mocht partituren kopiëren, en hij heeft een opname­sessie betaald. Heeft hij uw grote succes nog gekend?

“Jazeker. Bij ‘Chachacha’ heeft hij meegespeeld (Gomez had ook de Belgisch-Cubaanse groep The Chakachas opgericht, red.). Daar was hij wel blij mee. Want hij had het toch moeilijk met... (twijfelt of hij zijn zin zal afmaken) Het gaat hem geen pijn doen, hij is overleden nu. (hervat) Er was toch iets wat frustreerde bij het beroemd worden van de zoon. Hij vond dat hij zelf te weinig bevestiging had gekregen voor het goede werk dat hij geleverd had in de muziekwereld.

“Ik vind het zo jammer voor hem dat hij gewrongen zat met allerlei varianten op ‘Ben ik te min’. Ik wou dat hij zich beter in zijn vel gevoeld had. Ik had hem een gelukkiger leven gegund. Niet dat hij nooit plezier maakte. Maar lachen is nog iets anders dan met je leven tevreden zijn.”

Hebt u zich ooit schuldig gevoeld over het feit dat u meer succes had dan uw vader?

“Nee, daarvoor was ik veel te veel bezig met mijn muziek. Waar ik me wel slecht bij heb gevoeld, is dat ik hem onbewust ooit geschoffeerd heb in een interview. Daarin zei ik dat ik de muziek van mijn vader zelf niet interessant genoeg vond om te spelen. Ik had er niet bij stilgestaan hoe het voor hem geweest moet zijn om dat te lezen.

“Wat mijn ouders betreft, heb ik het niet fameus gedaan in interviews. Ik heb hen pijn gedaan. Wat ik niet leuk vind. ‘De waarheid moet verteld worden’, kun je zeggen, maar ik vind dat zever. De waarheid is dat die mensen gekwetst zijn als ze dat te lezen krijgen. En dat hun goede kanten niet vermeld worden. En dat ze zich niet kunnen weren als ik over hen in een interview vertel.”

Spreekt u met minder schroom over hen sinds ze gestorven zijn?

“De invals­hoek is anders. Vroeger stond de spot gericht op alles wat is fout gegaan. Nu is ze gericht op ons menselijk tekort.

“Mijn vader en ik gingen een keer samen iets eten. Ik haalde de zak met vuile was boven. Hij liet me uitspreken. Toen trok hij zijn schouders op, spreidde zijn armen, en zei: ‘Wat wil je?’ Daarna zei hij: ‘Het is moeilijk om van mensen te houden als je niet van jezelf houdt.’ Dat kwam wel binnen. Sindsdien was ik een pak minder kwaad.

“Ik wil toch nog zeggen dat de muzikanten met wie hij heeft gewerkt, hem in het hart droegen. Dat doet me goed. Van mijn moeder kon ik horen wat er allemaal niet deugde aan mijn vader, bij de muzikanten hoorde ik dat hij een toffe gast was.

“Weet je, ik ben ervan overtuigd dat mensen niet compatibel zijn met elkaar. Maar ouders en kinderen zitten onvermijdelijk met elkaar opgescheept.”

Dat inzicht heeft u niet belemmerd om zelf kinderen te krijgen.

(lacht) “Ik ben een idioot van een optimist. Dat geldt ook voor optredens. Ik zou me kunnen baseren op wat er ooit allemaal is fout gegaan. Maar ik wil optreden. Ik heb Charles Aznavour gezien in het casino van Knokke toen hij 90 was. Ik snap dat wel. Wat moet je anders doen? Als een muzikant stopt, zegt hij eigenlijk: ik ben klaar om te sterven. Zoals bij Toots Thielemans.

“Ik hoop in elk geval dat ik niet op het podium sterf. Anders is dat het enige wat ze van je onthouden. Zoals ik van de Britse komiek Tommy Cooper niets anders meer weet dan dat hij tijdens een show is doodgegaan. Hoewel, ik weet ook nog dat hij altijd een rode fez droeg. Maar goed, als ik sterf, dan liever in een bed dan op het podium.” (lacht)

Het album Allermooist op aard komt uit op 19 mei, en bevat zowel oude nummers in een nieuwe versie als nieuwe nummers.

Van het Groenewoud start ook een nieuwe tournee, en die gaat op donderdag 18 mei in première in de Roma in Antwerpen, roma.be.

Beeld Wouter Van Vooren
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden