Zondag 12/07/2020

Interview

Rapper Snelle: ‘Moet ik dan rappen over gemberthee?’

Beeld Marie Wanders

Van rapper naar zanger: het gaat hard met de Nederlander Snelle. Na ‘Reünie’ scoort hij met ‘Smoorverliefd’ een tweede tophit, die hem in het najaar naar de Antwerpse Lotto Arena brengt.

Natuurlijk, Snelle weet zelf ook wel dat hij anders is. Lars Bos (24), zoals hij echt heet, onderscheidt zich van veel andere rappers doordat hij een doodgewone jongen is uit een dorpje in de Nederlandse provincie Overijssel. Hij houdt van doodgewone dingen, en dus niet van drugs, geld, vrouwen of dikke horloges. Zijn label noemde hij Lieve Jongens. Je hoeft hem niet te vertellen dat dat slimme marketing is.

Maar zeg niet dat hij zich afzet tegen rappers, want dat is niet zo. Media vragen hem daar vaak naar omdat ze dol zijn op ophef. Maar Bos laat zich geen woorden in de mond leggen, hij houdt van al die jongens, zegt hij, hij is zelf alleen niet zo. Het zou toch raar zijn als hij, lieve jongen uit het oosten van Nederland, heel erg 'straat' zou gaan doen? “”e hebt hier geen straten”, zegt hij in een café in de gemeente Deventer. “Alleen zandpaden.”

Haast ongemerkt - althans, voor iedereen boven de 25 - groeide Snelle uit tot een van de populairste artiesten in Nederland. De eerste stap was begin 2018, een sessie bij 101Barz, het hiphopplatform van de Nederlandse omroep BNNVara. Daar rapte hij teksten als: “Mijn moeder heeft toevallig deze jas nog gepaid. Wat die rappers laten zien, het lijkt me allemaal fake.” En: “Boek ons nu, jongen, de prijs stijgt. Ik ben slim en lillijk, Einstein.”

Het filmpje trok 3,5 miljoen views en lanceerde Snelle als artiest met wie de gemiddelde scholier zich kan identificeren: nuchter, aardig, een gewone jongen met zelfspot. Vorig jaar bracht hij meteen twee albums uit. Met het tweede, Vierentwintig, dat de achtste plek veroverde in de Belgische Ultratop-charts, maakte hij succesvol de oversteek naar Vlaanderen. Met ‘Reünie’, een nummer over pesten op school, scoorde hij een tophit. Met het voor zichzelf sprekende ‘Smoorverliefd’ volgt momenteel een tweede.

Op die nieuwere nummers laat Snelle een ander geluid horen. Hij rapt weinig, hij zingt vooral, geholpen door een beetje autotune. Het zijn gevoelige, optimistische en licht verteerbare popliedjes, vaak beginnend met gitaar of piano, met subtiele beats en refreintjes die je na één keer horen kunt meezingen.

Snelle doet zijn naam eer aan: niet alleen zijn succes dendert in een rotgang door, ook zijn ontwikkeling gaat hard. Voor je gewend bent aan de ongekunstelde, gevatte rapper is hij getransformeerd in zanger van liefdesliedjes.

In het filmpje dat je doorbraak betekende, zei je nog stoer: ‘We gaan rappen en niet zingen. Is belangrijk.’

Lars Bos: “Tja, ik ben veranderd. (zucht) Ik word er ook de hele tijd aan herinnerd in de commentaren onder nieuwe videoclips: ‘Snelle rapt niet meer.’ Dan denk ik: ik weet niet of jij nog in dezelfde spijkerbroek loopt als twee jaar geleden, maar ik in ieder geval niet. Die uitspraak bij 101Barz is trouwens een beetje verkeerd geïnterpreteerd. Ik zong toen ook al, maar bij 101Barz moet je rappen en niet zingen, het is een platform om te laten zien hoe goed je kunt rappen.”

Je hebt een jaar geleden geroepen dat je klaar bent met rappen. Waarom?

“Ik heb een beetje spijt van die uitspraak. Het ligt genuanceerder. Ik vond het op een gegeven moment saai om drie minuten op een beat te rappen met van die typische hiphopsamples en -loops. Ik voelde me er ongemakkelijk bij en ik had het idee dat ik niets meer te vertellen had. Nu heb ik het plezier in rappen hervonden door meer als een singer-songwriter liedjes te maken en dan in het couplet veertig seconden te rappen.”

Hoezo had je het idee dat je niets meer te vertellen had?

“Mensen vergeten vaak dat je inspiratie moet hebben om te rappen. Boos zijn werkt het best. Maar ik ben nooit meer boos, het gaat fantastisch goed met me. Waar moet ik in hemelsnaam over rappen? Moet ik rappen dat ik hier een interview doe en dat ik een yoghurtje met fruit eet en een gemberthee drink? Daar gaat toch niemand naar luisteren?”

Het grote publiek maakte dit jaar kennis met Snelle door ‘Reünie’, zijn eerste grote hit. In het liedje vertelt hij dat hij vroeger vaak werd gepest vanwege zijn hazenlip. Hij richt zich in de tekst rechtstreeks tot zijn oude pesters: “Bedankt voor de vlam, want die brandt nu als nooit tevoren. En zonder jou was er geen muziek, dus het geeft nu niet. Ja, natuurlijk ben je bang voor de reünie.”

Lars Bos aka Snelle tijdens een optreden in Nijmegen, eind vorig jaar. De meerderheid van zijn fans situeert zich in de categorie van 18 tot 24 jaar.Beeld Foto: Marcel Krijgsman / Holland

Wist je meteen dat 'Reünie'een hit ging worden?

“Totaal niet. Het was de keuze van het label om die als single uit te brengen. Als jij minder wilt rappen en meer wilt zingen, zeiden ze, dan moeten we het wel tactisch aanpakken. Dan moet de luisteraar meegroeien. Zij dachten dat ‘Reünie’ de beste opstap zou zijn naar nog meer zangliedjes. Nou, daar hadden ze gelijk in.”

Je zette ook meteen slim voor het grote publiek neer: dit is het verhaal van Snelle.

“Zou kunnen, ja. Het is niet zo romantisch om te zeggen, maar ‘Reünie’ is niet geheel autobiografisch. Ik ben wel begonnen met muziek maken in een periode dat ik niet goed in mijn vel zat, rond mijn zestiende. Het was echt een soort therapie, hoe stom dat ook klinkt. Ik kon mijn worstelingen erin kwijt.”

“Ik woonde destijds deels bij mijn vader en deels bij mijn moeder. Ik zat heel erg met mezelf in de knoop: wie wilde ik zijn? Ik was al niet populair en toen ik ging rappen werd ik natuurlijk helemaal een sukkeltje. Er is ooit een filmpje uitgelekt waarop ik, in het rookhok op school, aan het rappen was. Dat werd rondgestuurd op school. Iedereen lachte me uit. Het was ook niet heel goed. (lacht) Het was gewoon kut.”

Waarom was rap de perfecte uitlaatklep?

“Als ik muziek ging maken, moest het rap zijn want dat was cool. Ik was fan van Eminem. Maar ik luisterde het meest naar de Amerikaanse rapper Mac Miller (vorig jaar overleden aan een overdosis, red.). Mijn hele stijl was op hem gebaseerd: Vans met hoge witte sokken, een brede broek, een oversized wit T-shirt en een pet. Ik wilde hem zijn. Ik luisterde toen ook al veel naar Acda en De Munnik (Nederlands cabaretduo, red.), die zijn buiten de hiphop mijn grootste inspiratie. Mac Miller had trouwens ook wel dat lievejongensimago, realiseer ik me nu. Als je Mac Miller en Acda en De Munnik combineert, dan krijg je Snelle.”

In april 2019 zat Bos met een groep producers en muzikanten een week in een huis in Friesland. Daar is driekwart van het tweede album opgenomen. “We zouden eigenlijk een bungalowtje huren, maar Beetje bij beetje was toen net uit en begon lekker te lopen. Dus opeens hadden we budget voor een villa. Boven hadden we daar een studio gebouwd. Beneden hebben we nog twee opnamehokken gemaakt en speakers neergezet, zodat producers daar tracks konden uitwerken, terwijl andere producers boven in de studio werkten.”

Als Bos praat over zijn nieuwe muziek, stijgt zijn enthousiasme hoorbaar. “Ik werk tegenwoordig altijd met sessiemuzikanten. Pianist en gitarist erbij. Dat is zoveel leuker dan met een beat werken die al af is. We maken eerst een halve pianoballad en dan gooi ik er een refrein op. Daarna gaan we kijken: moet het wel piano zijn of toch synthesizer?”

Waarom wilde je zo werken?

“Ik wilde meer experimenteren met melodie. Ik hou bovendien gewoon heel erg van de klank van gitaar en piano. Ik ben me ook meer gaan verdiepen in het schrijven van liedjes, vooral door met andere goede songwriters te werken. Okke Punt bijvoorbeeld, met wie ik 'Reünie'heb geschreven. En Matthijs de Ronden, hij schrijft voor onder anderen Nielson. Voor het nummer 'Lippenstif't heb ik met John Ewbank in de studio gezeten. Op dat nummer is ook Marco Borsato te horen. Dat zijn wel gasten van wie je veel leert.”

Wat leer je dan precies?

“Ik was op een gegeven moment heel veel liefdesliedjes aan het schrijven. Maar dan werd het te slap en stond het dus net te ver van Snelle af. Ik kreeg toen de tip om om de acht regels een giftige lijn te schrijven, even een sneertje, even iets spannends. Van Ewbank heb ik geleerd hoeveel verschil woordjes als 'als', 'wat', 'en' en 'want' kunnen maken. Je kunt een zin daardoor veel beter laten lopen.”

Hoe bedenk je melodielijntjes en refreintjes?

“Als ik een sessie doe, moet ik met mensen in de studio zijn bij wie ik helemaal mezelf kan zijn, bij wie ik het prima vind om als een idioot rond te lopen. Ik ga ijsberen en melodieën neuriën. Iemand moet tokkelen op een gitaar. Ik zeg altijd tegen de gitarist: 'Ik hoop dat je genoeg eelt hebt op je vingers, want ik heb een uur lang een tokkel nodig.' Hij moet dan de hele tijd vier akkoorden herhalen en steeds een klein snaartje extra of iets anders erbij doen, waardoor ik telkens een nieuwe prikkel krijg. Dan ga ik ijsberen door de kamer. Vaak hoor ik de klinkers van een zin. Dus als ik een melodietje hoor van aaa-èè-aa-uu, dan zou ik een refrein kunnen hebben als (zingt in melodie): 'Als je weggaat nu. En het echt lang duurt.' Zo'n moment als er iets ontstaat is magisch. Een natural high. Niks is zo fucking lekker als dat.”

Snelle staat op 14 november in de Lotto Arena in Antwerpen. De voorverkoop begint deze ochtend om 9 uur.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234