Donderdag 09/12/2021

InterviewYong Yello

Rapchansonnier Yong Yello: ‘Ik wil niet langer de geslagen hond zijn’

null Beeld Thomas Sweertvaegher
Beeld Thomas Sweertvaegher

Van kleins af al bekijkt Yello Staelens het leven door een troebele bril. Op zijn debuutalbum als Yong Yello veegt de Antwerpse rapchansonnier stijlvol de brokstukken samen. ‘Ik zoop me lam uit ontevredenheid over mezelf.’

Slechts weinigen sleten voor hun 30ste meer uren in de loopgraven van het bestaan dan Yello Staelens (29). Als kind deelde hij een kamer met zijn geadopteerde zus en twee halfbroers, terwijl hij zijn vader alleen in de weekends zag. Hij was 10 toen voor het eerst suïcidale gedachten opspeelden. Op zijn 12de rookte hij zijn eerste sigaret, een jaar later ontdekte hij alcohol.

Yello Staelens had vrijkaarten bij de vleet voor de emotionele roetsjbaan die kraters sloeg in zijn binnenste. Aan drank had hij een bondgenoot, aan muziek een levenspartner. Hij begon als 10-jarige te rappen, hij was 11 toen hij zijn eerste beats maakte op de zolderstudio van zijn oudste broer Seno. Die was het die de jonge Yello opzadelde met een kinderdroom: rapper worden.

“Ik pikte zijn cd’s van Wu Tang Clan, Suprême NTM en Nas, en bladerde door zijn hiphopmagazines. Ik fantaseerde over optreden voor een menigte, over een leven in de spotlights”, mijmert Yong Yello. “Er is een periode geweest dat ik gorilla’s wilde bestuderen, daarna dacht ik striptekenaar te worden. Na een tijdje vervaagden die fantasieën, terwijl de muziekdroom wél bleef.”

“Ik droomde, maar ik geloofde niet in mijn dromen”, zegt hij bijna verontschuldigend. “Ik zag dat de andere kinderen op school het thuis breder hadden. ‘Die krijgen automatisch meer kansen’, dacht ik. Ik heb altijd het gevoel gehad dat anderen een streepje voor hadden. Hoe hard ik er ook voor zou werken, de kans dat ik deftig de kost zou verdienen met iets wat ik oprecht leuk vond, achtte ik nihil.”

Telkens als Staelens thuiskwam van school werkte hij aan beats. Hij was 14 toen Tourist LeMC – een vriend van zijn broer – per abuis zo’n compositie te horen kreeg. Yong Yello werd zo onverhoopt de architect van Tourists debuutplaat Antwerps Testament. “Er staan beats op dat album die ik heb gemaakt toen ik 14 was en waar ik een gouden plaat voor heb gekregen op mijn 26”, grijnst hij.

Ondanks zijn werk voor Tourist – en hoewel hij het niet onaardig deed als rapper bij het hiphopcollectief Eigen Makelij – begon Yello Staelens niet te zweven. “Op de middelbare school volgde ik humane wetenschappen. Ik dacht eraan psychologie of maatschappelijk werk te studeren. Ik wilde iets doen dat je zingeving geeft.”

Op dat moment kwam zijn andere broer, Aiko, tussenbeide. “‘Je maakt elke avond muziek, doe daar verdorie iets mee’, zei hij. ‘Kies voor zekerheid’, is een mantra die door mijn hoofd bleef spoken, maar dankzij Aiko dacht ik ‘fuck it’ en heb ik mij aangemeld voor muziekproductie aan het KASK Conservatorium in Gent.”

Conceptplaat

Vandaag is Yong Yello een graag geziene producer, die onlangs nog aan de platen van Glints en Noémie Wolfs sleutelde.

Nadat hij zich jaren heeft weggecijferd voor anderen, is het nu aan Yello zelf. Met Marcel & het magnetisme van de goot debuteert de Antwerpse rapchansonnier met zijn afstudeerproject van 2017 aan het KASK. “Ik ben blij dat er tijd over is gegaan en dat ik de plaat heb kunnen laten rusten. Ik heb de meeste nummers in een slechte periode in mijn leven geschreven.”

Het is een conceptplaat, vertelt Yello Staelens. Over Marcel De Smet, “een fictief personage”. Maar in werkelijkheid liggen Marcel en Yello niet ver van elkaar. “Marcel zijn al mijn mannelijke voorbeeldfiguren samengevoegd tot één personage. Hij is de verpersoonlijking van de gast die ik niet wilde worden, maar die ik – zo stelde ik vast – soms wel was.”

Hoeveel percent Marcel zit er in Yello Staelens? “Dat is moeilijk te zeggen, maar alles wat in de nummers wordt gezegd, is waargebeurd.”

Enkel ‘Londenburg’ niet, waarin Marcel zelfmoord pleegt. “Dat verhaal is verzonnen, maar ergens ook niet”, blijft hij eerst aan de oppervlakte. “Ik heb al van jongs af suïcidale gedachten. In de lagere school maakte mijn liefje het op een bepaald moment gedaan, waarop ik heel fel reageerde. Ik wilde niet meer leven, wat natuurlijk totaal absurd is. Telkens als ik door zware periodes ga, overvalt het gevoel mij om uit het leven te stappen. ‘Londenbrug’ heb ik geschreven op mijn 26ste verjaardag. Ik was een liefdesbreuk aan het verwerken en kon niet slapen van de waanbeelden. Sinds ik daarover kan praten, gaat het beter.”

Op Marcel & het magnetisme van de goot – subliem schipperend tussen chanson, hiphop en radiopop – rapt en zingt Yong Yello openhartig over opgroeien in “een onverzorgd huis van het OCMW”, over “een geadopteerde zus die schizofreen werd na experimenteren met drugs”, over ouders die “maar half zijn opgevoed”. Drankmisbruik is ook een veelvoorkomend thema.

Bad boys

Maar vaker dan dat hij anderen op de korrel neemt, trekt Yong Yello het boetekleed aan. “Als ’t café dan weer eens sluit, dan loopt ’m zwalpend terug naar huis”, klinkt het in ‘De Smet’. Hoe realistisch is dat beeld? “Zeer. Ik ben nogal vroeg beginnen puberen. In het eerste middelbaar trok ik op met de bad boys van school. Zij rookten weleens een jointje, maar ik werd daar zo mottig als nen hond van. Drank lag mij veel beter. Op mijn 13de was ik voor het eerst bezopen, op mijn 14de zat ik tot een kot in de nacht op café. Hoe ouder ik werd, hoe vrijer ik was, waardoor ik op den duur vijf avonden in de week ergens aan een toog hing.”

“Als ik drink… (denkt na) Weet je, het probleem is dat ik niet kan stoppen. ‘Ge moet door, ge moet morgen werken’, zeiden mijn vrienden, maar naar huis gaan was voor mij geen optie. Ik bleef alleen op café tot het sloot, en vervolgens trok ik naar café De Rui, dat altijd open was. Ik kroop erna naar huis, viel in slaap aan de toog of werd wakker in een huis dat het mijne niet was.”

null Beeld Thomas Sweertvaegher
Beeld Thomas Sweertvaegher

Hoe hard ze ook probeerde, het lukte Staelens’ moeder niet om haar zoon in het gareel te houden. Ook zijn broer Aiko probeerde hem op andere gedachten te brengen. Tevergeefs.

“Aiko is een keer heel kwaad geworden toen onbekenden me met de taxi thuisbrachten. Ze hadden mij ergens in een goot gevonden. Ik ben tot drie keer toe in slaap gevallen nadat ik een pizza in de oven had gestoken. En toch dacht ik niet aan stoppen. Ik heb het één keer geprobeerd, toen ik 19 of 20 was, maar na een maand ben ik hervallen. Ik heb altijd gezegd: ik ben niet verslaafd, want een alcoholverslaafde heeft – zoals zatte René in Jambers – van ’s ochtends tot ’s avonds drank nodig. Ik kon perfect een dag of vijf niets drinken, dus ik had geen probleem, dacht ik. Maar ik was wél verslaafd. Ik had het nodig, ondanks alle negatieve gevolgen: ik voelde mij er slecht door, ik pakte er drugs bij, ik werd een ambetanterik…”

In januari is Yong Yello gestopt met drinken. “Ik kán zonder en ben gelukkig.” Om de twee weken ziet hij een psycholoog die gespecialiseerd is in verslavingen. “In het begin ging het over mijn alcoholmisbruik, maar intussen gaan de sessies ook over mij – over mijn jeugd, over mijn moeilijkheden. Ik zoop me lam uit ontevredenheid over mezelf, maar ik wil niet langer de geslagen hond zijn.”

Eeuwige fatalist

“Gij hebt uw status op negatief, verslaafd aan uw dystopie”, geeft Yong Yello zichzelf een sneer in de slotsong van zijn plaat. “Ik was altijd maar aan het klagen en aan het zagen over het leven.”

Neemt hij zijn ouders zijn interne wonden kwalijk? “Mijn vader zag me enkel in het weekend en leidde een vrijgezellenleven met drank en drugs. Op mijn 14de is hij eronderdoor gegaan, nadat zijn mama was gestorven en zijn restaurant failliet was gegaan, waarop hij drie jaar ondergedoken heeft geleefd. Hij gedroeg zich als het kind, ik had het gevoel dat ik plotseling de vader moest zijn.”

“En hoewel ik mijn mama veel te danken heb – ondanks de weinige middelen was zij er altijd voor ons – was ik toch lang kwaad op haar.”

Hij zucht, maar bekoelt meteen. “Ik zou mijn beide ouders heel wat kwalijk kunnen blijven nemen, omdat het niet altijd eenvoudig opgroeien was. Maar het is gemakkelijk om achteraf commentaar te geven. Ondanks alle moeilijkheden heb ik wel altijd veel liefde gekregen, dus ik ben nu vooral dankbaar voor de goede dingen, in plaats van dat ik blijf focussen op het negatieve.”

“Ik ben echt héél gelukkig nu”, sust hij snel, met de glimlach in Colgate-modus. “Ik was soms angstig dat ik niets meer te vertellen zou hebben. Ik dacht: als ik stop met drinken en een burgerlijk leven ga leiden, waarover moet ik dan praten? Maar Faberyayo van De Jeugd van Tegenwoordig was vroeger ook een fuifbeest en is nu een huisvader die nummers maakt over een zondagochtend met zijn kinderen. Die raken mij enorm, dus waarom zou ik dat niet kunnen?”

In vier van de twaalf songs valt het woord ‘hoop’. Niet slecht voor een fatalist, werpen we op. “Hoewel de verhalen op deze plaat negatief zijn, overkomen mij ook mooie dingen. Ik ben altijd blijven hopen, hopen en hopen. Als ik diep vanbinnen geen hoop had op een betere toekomst, dan had ik er jaren geleden een einde aan gemaakt.”

Marcel & het magnetisme van de goot is uit bij PIAS. Yong Yello speelt op 29/8 op Het Zomerkwartier, Hasselt en op 2/10 in Trix, Antwerpen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234