Zaterdag 04/02/2023

Interview

Rani De Coninck: "Sinds de dood van mijn zus leef ik voor twee"

Rani De Coninck:
Rani De Coninck: "In mijn ideale wereld stellen mijn bazen me uitsluitend programma's voor die perfect bij me passen, zodat ik zonder risico 'ja' kan zeggen."Beeld Diego Frannsens

'De koningin van de gulle lach', noemde tv-recensent Jules Hanot haar ooit. Rani De Coninck (44) heeft van vrolijkheid haar handelsmerk gemaakt. Maar aan haar tv-carrière ging peilloos verdriet vooraf: 28 jaar geleden verongelukte haar hoogzwangere zus Debbie. "Jarenlang heb ik niet geweten hoe ik verder moest."

Stef Selfslagh

Wij hebben elkaar lang geleden al eens gekust", zeg ik nadat Rani De Coninck (44) me bij wijze van begroeting een zoen op de wang heeft gegeven.

Voor ze in haar geheugen kan duiken om na te gaan of we ooit lagereschoolliefjes zijn geweest die zich tijdens de speeltijd in de fietsenstalling terugtrokken, vertel ik haar dat ik in een ver verleden een tv-spotje voor Humo heb gemaakt. Dat ik daar een reclameprijs mee had gewonnen. Dat zij op de prijsuitreiking de schnabbelende presentatrice van dienst was. Dat ik na het in ontvangst nemen van mijn prijs drie kussen van haar heb gekregen. En dat ik daar alles goed en wel beschouwd blijer mee was dan met de prijs in kwestie.

Ze lacht haar beroemde Rani-lach en bedankt me voor het compliment. Dat iemand die door het leven gaat als VTM-coryfee complimenten nog altijd niet vanzelfsprekend vindt: het is op een of andere manier een geruststelling.

We hebben afgesproken in De Eetwinkel in Destelbergen: een markthal die zowel winkel als restaurant is en waar de groenten biologisch, de broden artisanaal en de vissen dagvers zijn. We zitten aan een tafeltje in de ontbijtbar en omklemmen allebei een dampende kop koffie, als thermisch tegengewicht voor de vrieskou die door de schuifdeuren naar binnen probeert te glippen.

De aanleiding voor ons gesprek is 'De waarzeggers': het gloednieuwe programma waarmee Rani De Coninck haar plaats in de primetime van VTM opnieuw heeft opgeëist. Ik vraag haar of ze het goed vindt dat we 'De waarzeggers' als gespreksonderwerp een bijrol geven en dat we samen haar grotere verhaal optekenen: waar ze van droomt, hoe ze in het leven staat, welke gebeurtenissen haar keuzes hebben beïnvloed. "Ben je er wel zeker van dat er een groter verhaal is?" antwoordt ze glimlachend.

Nauwelijks een uur later zal ze me vertellen hoe de vroege dood van haar zus Debbie haar eerst bijna onderuithaalde en nadien haar stuwende kracht werd. There's a crack in everything, that's how the light gets in, zong Leonard Cohen. Het geldt dus ook voor Rani De Coninck.

Geen minirokje

Maar eerst hadden we het dus over televisie. En over VTM. Dat is al lang niet meer de zender waar zogezegd niemand naar kijkt. Met programma's als 'Cordon', 'Safety First' en 'Het lichaam van Coppens' oogst de 'Tien om te zien'-zender van weleer tegenwoordig zelfs creatieve bewondering.

Of het leuk is om nog eens in het winnende kamp te zitten, vraag ik. "Zeker. Al werk ik even graag voor de underdog. Bij VT4 moesten we destijds opboksen tegen het grote VTM en de nog grotere VRT. Dat was ook leuk."

Ik herinner haar aan een uitspraak die ze deed tijdens haar VT4-periode: "Ik ben een uitvoerend product. Het is voor iedereen beter dat ik me niet met de inhoud bemoei." Dat was ofwel een stuitend gebrek aan ambitie, zeg ik, ofwel een bewonderenswaardig geval van zelfkennis.

"Ach, ik heb gewoon respect voor ieders vak en zal niet gauw pretenderen dat ik iets beter weet dan een ander", zegt ze. "Al laat ik me niet om het even wat opdringen. Zelfs bij VT4 heb ik nooit mijn haar in twee staartjes gelegd en in een minirokje voor de camera's gehuppeld. Ik heb me wel eens aan een minder goed programma bezondigd, maar ik heb mezelf nooit verloochend. Daar ben ik fier op, want dat is in de mediawereld allesbehalve vanzelfsprekend."

Rani in 'De MeesterBakker'. Beeld rv
Rani in 'De MeesterBakker'.Beeld rv
Rani De Coninck in 'De parenclub'. Beeld rv
Rani De Coninck in 'De parenclub'.Beeld rv

'De parenclub'

Wanneer 'De MeesterBakker' ter sprake komt - het VTM-programma over cupcakes en steviagebakjes dat ze drie jaar geleden presenteerde - zegt ze: "Dat is een programma dat ze mij nooit hadden mogen aanbieden."

Ik vraag haar waarom ze niet zegt: dat is een programma dat ik nooit had mogen aanvaarden. "Ik ben iemand die heel gemakkelijk 'ja' zegt. Daardoor vergis ik me soms. In mijn ideale wereld stellen mijn bazen me dus uitsluitend programma's voor die perfect bij me passen, zodat ik zonder risico 'ja' kan zeggen."

"Al begrijp ik wel waarom dat niet kan. Omroepbazen hebben het te druk om te doorgronden hoe je als presentatrice in elkaar zit. Jammer, want daardoor oordelen ze enkel op basis van wat ze al gezien hebben. En stellen ze je vaak hetzelfde soort programma voor."

Ik informeer of dat een oproep is aan de programmadirecteurs van VTM, om haar wat meer uit te dagen. "Absoluut, ja. Ik zou zo graag nog eens een programma maken waarvan de mensen zeggen: 'Huh? Rani?! Dat hadden we nu nooit in haar gezien.' Ik wil nog eens bang zijn als ik aan een nieuw programma begin. Eigenlijk heb ik het tv-equivalent van Quentin Tarantino nodig. Iemand die me voor een totaal andere rol cast, zodat ik iedereen kan tonen wat ik nog méér kan."

"Maar goed, ik heb nog tijd. Denk ik dan. En ondertussen engageer ik mij. Ben ik geïnteresseerd in het privéleven van BV's? Nope. Heb ik mij gesmeten voor 'De parenclub'? Jawel. Ik heb thuis zelfs naar elke aflevering gekeken. Ik vind niet dat je kunt zeggen: 'Ik kijk niet naar die zever, ik heb het moeten presenteren, dat is al erg genoeg.' En ja, 'De parenclub' werd door de tv-critici onderuitgehaald. En ja, als gezicht van dat programma word ik dan mee gevloerd. Maar ik kan gelukkig heel goed vallen."

Rani De Coninck heeft een talent voor comebacks. Terwijl collega's van haar aan de lopende band van de tv-radar verdwijnen, duikt zij na elk dipje in haar carrière weer vrolijk in primetime op.

"Weet je wat het is?", zegt ze. "Ik heb geduld. Ik ga niet kronkelend aan de voeten van mijn bazen liggen: Kijk naar mij! Kijk naar mij! Ik ben er ook nog! Nooit gedaan. Ik zorg er wel voor dat ze weten dat ik nog niks van mijn drive heb verloren. Want ik werk graag. Ik zit niet graag thuis om te kijken hoe de wortels in mijn moestuin aan het groeien zijn. Maar ik raak niet in paniek als ik eens een tijdje niet op het scherm kom."

Een fout van God

Ik werp een blik op mijn vragenblad en zie dat we in de afdeling Levensbeschouwelijke Vragen zijn aangekomen. 'Wat heeft het leven je tot nu toe geleerd?' 'Wanneer heb je je het gelukkigst gevoeld?' 'Wat is je mooiste gebrek?' Ik kies uiteindelijk voor: 'Wat beschouw je als de grootste overwinning in je leven?'

Ze denkt even na. Niet over het antwoord, want dat zit klaar. Ze vraagt zich af of ze het er wel over wil hebben.

Na een korte stilte, zegt ze: "Toen ik zestien was, heb ik mijn zus Debbie verloren bij een auto-ongeval. Dat deed zo veel pijn dat ik dacht: nu ga ik ook dood. Jarenlang heb ik niet geweten hoe ik verder moest. Dat ik met de dood van mijn zus heb leren leven en er zelfs veel kracht heb uit geput, ervaar ik als een persoonlijke overwinning."

Haar stem klinkt zachter wanneer ze over Debbie begint te praten. Haar ogen - toch al niet van de minste - fonkelen nog wat harder dan voorheen. Dat Debbie de gelukkigste vrouw ter wereld was, zegt ze. Dat ze licht gaf. "Toen mijn zus verongelukte, was ze 23, had ze een dochter van één jaar en was ze acht maanden zwanger. Ze stierf op het toppunt van haar leven en dat vond ik wreed en onrechtvaardig."

"De nacht na haar ongeval heb ik het opperwezen toegesproken: 'Luister, God, je hebt een fout begaan, maar je kunt het nog goedmaken. Neem mij. Kom mij vannacht halen en breng Debbie terug.' Ik wou dat echt. Ik was diep ontgoocheld dat ik de dag nadien weer wakker werd."

Draai om de oren

"Tijdens haar begrafenis was ik een zombie. Ik had een jas van iemand anders aan, want zelf had ik geen donkere kleren. Maar dat kon me niks schelen. Ik was onophoudelijk aan het wenen, ik dacht dat mijn ogen er gingen uitvallen."

"Na de dood van Debbie heb ik me helemaal op mezelf teruggeplooid. Ik ben twee jaar bijna niet buiten gekomen, ik was nog een schim van mezelf. Mijn ouders hebben mij op een gegeven moment echt het huis uit moeten duwen: ga weg, doe eens iets. Maar voor mij had het leven zonder Debbie geen zin meer."

"Het heeft lang geduurd voor ik weer ben opgekrabbeld. Maar op een dag besefte ik: Debbie zou kwaad zijn als ze mij hier zag zitten. Ze zou mij een draai om mijn oren geven en zeggen: in godsnaam, maak eens wat plezier. Ik begreep ineens dat ik het aan háár verschuldigd was om iets moois te maken van mijn leven. Sterker nog: dat ik voor twéé plezier moest maken. Ik moest het leven dat Debbie verloren had, compenseren door zelf dubbel zo hard te leven."

Jezelf verplichten om van het leven te genieten: het klinkt niet meteen als iets wat psychiater Dirk De Wachter zou aanraden, zeg ik. Of ze op die manier niet ongezond veel druk op haar ranke schouders legde?

"Integendeel, het was een kracht", meent ze. "Ik ben toen heel gretig geworden, wilde plots zo veel mogelijk nieuwe dingen doen. Daarom zeg ik ook zo makkelijk 'ja'. Ik wil alles uit mijn leven halen wat erin zit."

"Mijn jongste zoon vroeg me onlangs wat ik het allerliefste doe. Op zo'n moment hou ik mezelf nog steeds een spiegel voor: ja Rani, wat doe jij eigenlijk graag? En vooral: doe je het wel vaak genoeg? Door Debbie te verliezen, ben ik gulziger gaan leven. Ik koester die lust for life. Het is mijn eerbetoon aan mijn zus."

"Vroeger was ik helemaal geen lachebekje. De vrolijkheid die mij vandaag typeert, heb ik voor een groot deel van Debbie geërfd. Als ik nu schaterlach, voelt dat als een warme deken waar ik samen met haar onder lig. In elke lach weerklinkt ook zij."

'Dynasty'-droom

Doet de tijd zijn werk en wordt het gemis met de jaren wat minder? Niet echt, zo blijkt: "Het verdriet slaat me soms nog altijd in het gezicht. Een paar jaar geleden had ik samen met de dochter van Debbie de slappe lach. Ineens viel het me op dat ze op dezelfde manier schaterlacht als Debbie. Mijn tranen van plezier sloegen om in tranen van verdriet. Ik had op dat moment zo'n zin om nog eens samen met mijn zus te lachen."

Ze herinnert zich een grappige droom, niet lang na de dood van Debbie. "Als kinderen van de jaren tachtig keken wij thuis naar 'Dynasty', de Amerikaanse soapserie. Op een nacht droomde ik dat Debbie onze woonkamer binnenkwam terwijl ik naar 'Dynasty' aan het kijken was. Ik veerde op en zei: 'Wat?! Jij bent er nog? Dat is dus een grap dat jij dood bent? Debbie, dat is wel een slechte grap, hè.' Waarop zij: 'Dat kan zijn, maar ik weet wel wat er straks gaat gebeuren in 'Dynasty'.' 'Echt?', vroeg ik. Zij weer: 'Ah ja, ik weet dat nu allemaal, hè'." (schaterlach)

We praten over haar jeugd, of beter: het gebrek eraan. Toen ze haar donkere jaren beleefde, was ze zestien en zeventien: een hormonaal interessante leeftijd. "Debbie had op haar zestiende haar latere man leren kennen, dus ik verwachtte wel wat van die leeftijd, ja."

"Maar in de eerste jaren na haar dood konden jongens me niks meer schelen. Ik bleef in die tijd ook nooit lang op een fuif. Zodra ik me begon te amuseren, ging ik naar huis. Mijn zus was er niet meer, hoe kon ik nu staan shaken op een dansvloer? Alles moest zwaar zijn en pijn doen. Ik moest afzien van mezelf."

De amateurpsycholoog in mij vraagt wat ze op haar 44ste alsnog zou willen doen dat ze op haar 16de níét heeft gedaan. Ze wijst me met de glimlach terecht. "Ik merk dat je in mij een kandidaat ziet voor een knoert van een midlifecrisis. Maar het valt wel mee, hoor. Ook al ben ik een paar jaar van mijn jeugd kwijtgeraakt, ik heb niet het gevoel dat ik zo veel gemist heb. Wat maak je mee als je zestien, zeventien jaar bent? Veel onnozelheden, hè."

Tsunami van tranen

In 2007, eenentwintig jaar na de dood van Debbie, werd Rani De Coninck tegen wil en dank meegesleurd in 'Celebrity Shock': het onzalige VTM-programma waarin BV's op exotische bestemmingen bizarre zuiveringskuren moesten ondergaan. Het zou vreemd genoeg een belangrijk moment in haar leven worden.

"Ik verbleef in Thailand," vertelt ze, "op het eiland Ko Pha Ngan. Een Nederlandse vrouw stelde me voor om een rebirthing-sessie te doen: een techniek waarbij je snel en ritmisch moet ademen om gebeurtenissen uit het verleden te ontladen."

"Ik was behoorlijk sceptisch. Ik was die week al in Thaise grotten afgedaald om mijn innerlijke beest te vinden en die zoektocht had niet echt veel opgeleverd. (lacht) Maar de sessie was nog geen twee minuten bezig of ik zat samen met Debbie in een film. Alles kwam terug: haar ongeval, het telefoongesprek met het slechte nieuws, het mortuarium, haar begrafenis..."

"En dan, ineens, stonden we oog in oog met elkaar. Ik zei: 'Debbie? Wij zien elkaar terug? Hoe kan dat nu?' En we vielen elkaar in de armen, en we fluisterden elkaar mooie woorden toe, en het voelde zo goed dat ik haar nog eens kon vastpakken, en we wisten allebei: dit gaat niet lang duren, straks moeten we elkaar weer loslaten, en ze zei: 'Alles is goed, je mag niet wenen', en toen werd ik weer wakker en heb ik ondanks het verbod van mijn zus een tsunami van tranen bij elkaar gehuild."

"De cameraman en de klankman hebben hun materiaal weggelegd en mij minutenlang vastgepakt. (toont haar handen) Kijk, ik ben er weer helemaal van aan het trillen. Ik weet nog altijd niet wat er toen gebeurd is, maar ik weet wel dat dat moment voor mij alles heeft veranderd. Dáár en tóén heb ik afscheid genomen van Debbie. Pas daarna ben ik écht uit mijn schulp gekropen. Ik ga sindsdien ook veel minder naar het kerkhof om bij Debbie te zijn. Ik weet nu dat ze er altijd is."

Nie neuten

Ik wil haar vragen of ze het niet jammer vindt dat ze dat tragisch mooie moment moest delen met een paar honderdduizend chips etende tv-kijkers. Maar ik bedenk me. Als je door een samenloop van welke omstandigheden, chemische processen of hogere krachten dan ook je overleden zus opnieuw in de armen kunt sluiten, wordt context allicht onbelangrijk.

Wel vraag ik haar of ze is grootgebracht met het idee dat het oké is om je kwetsbaar op te stellen, of met het idee dat het je verzwakt. "Ik ben vooral grootgebracht onder het motto: nie neuten. Je weet wel: kin omhoog, borst vooruit, fiere houding. Zelfs toen Debbie stierf, zeiden mijn ouders: 'Het is al erg genoeg vanbinnen in ons hart. We moeten in de buitenwereld niet te veel huilen.'"

"Ik ben heel streng opgevoed. Op mijn eerste schoolrapport na de dood van Debbie stonden drie buizen. Ik had de leerstof er niet in gekregen, dacht constant aan mijn zus. Een legitiem excuus voor een minder goed rapport, maar toch durfde ik nauwelijks naar huis te gaan. Je kunt niet geloven hoe opgelucht ik was toen mijn ouders zeiden: 'Natuurlijk is het deze keer niet gelukt, meisje, trek het je niet aan.' Het was de enige keer in mijn leven dat mijn ouders hebben toegestaan dat ik een zwak moment had."

"Mijn broer, mijn zussen en ik hebben de dood van Debbie elk apart verwerkt. Mijn ouders zaten in overlevingsmodus. Ze probeerden zichzelf en hun gezin staande te houden. Dat was hen nooit gelukt als ze zich ook nog eens in het verdriet van hun kinderen moesten verdiepen."

"Als mama vind ik het ook niet altijd zo gemakkelijk, hoor. Mag ik huilen in het bijzijn van mijn kinderen, of moet ik in alle omstandigheden de moederkloek zijn die hen verzekert dat alles goed komt? Ik heb geleerd om het niet erg te vinden als mijn kinderen zien dat het even wat minder goed met me gaat. Als ze ook maar zien dat ik er nadien weer tegen kan."

"Ik probeer mijn kinderen de gulzigheid bij te brengen die Debbie in mij heeft achtergelaten. En verder probeer ik hen vooral heel goed los te laten. De eerste keer dat mijn oudste zoon alleen met de auto op stap ging, heb ik hem gevraagd me een berichtje te sturen wanneer hij was aangekomen. Daarna nooit meer. Je kunt je lot toch niet ontlopen. Het heeft geen zin om continu in angst te leven."

We ronden ons gesprek af en praten nog even na. "Ik heb veel gezegd", vindt Rani. "Maar hebben we het wel genoeg over televisie gehad? Je hebt niet eens gevraagd of ik mijn eigen talkshow wil, hoelang ik het als presentatrice nog denk vol te houden en of ik plastische chirurgie zou overwegen om mijn carrière te verlengen. Journalist van mijn voeten!" (lacht)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234