Maandag 16/12/2019

Ultimas

Raf Simons: "Als je een stem hebt, moet je die laten horen"

Raf Simons tijdens de Parijse Modeweek vorig jaar. Beeld Gamma-Rapho via Getty Images

Mode vond hij aanvankelijk maar oppervlakkig. Vandaag staat Raf Simons (49) aan de top van de modewereld. Door een mix van talent en verbetenheid. "Als Raf iets in zijn hoofd heeft moet het gebeuren", vertellen vrienden. Hoe waanzinnig ook.

Hier had eigenlijk een interview met Raf Simons moeten staan. Maar zijn assistente is duidelijk: aandringen heeft geen zin. Sinds zijn aanstelling als creatief directeur bij het Amerikaanse modehuis Calvin Klein, telt Simons’ agenda geen gaatjes meer.

Zijn die er toch, dan gebruikt de ontwerper zijn schaarse vrije momenten liever om met zijn Franse partner en hun herdershond Luca te gaan wandelen. Bij voorkeur in de bossen van de Berkshires, op een boogscheut van zijn nieuwe woonplaats New York. Praten met de pers is, op z’n zachtst gezegd, niet zijn favoriete bezigheid.

Erger vindt Simons dat hij ook verstek moest laten gaan voor zijn eigen prijsuitreiking. Hij kreeg de Ultima voor Algemene Culturele Verdienste. Als eerste modeontwerper ooit. “Bijzonder”, zegt Kaat Debo, directrice van het Antwerpse ModeMuseum, die Simons al meermaals ontmoette. “Het bewijs dat mode eindelijk voor vol wordt aangezien in de kunst- en cultuurwereld. Een kentering waar Raf Simons absoluut toe heeft bijgedragen.”

Zeker sinds zijn passage als hoofdontwerper bij het Franse couturehuis Dior is Simons absolute wereldtop. Vorige week schreef hij op de CFDA Awards, zeg maar de Oscars voor de mode, nog geschiedenis met de hoofdprijs voor zowel zijn mannen- als vrouwencollectie bij Calvin Klein. Time Magazine riep de Belg zelfs uit tot een van de honderd invloedrijkste personen ter wereld. Niet slecht voor iemand die nooit mode studeerde.

Totaalconcept

Simons, zoon van een beroeps­militair en poetsvrouw, groeide op in Neerpelt. Het Limburgse dorp bleek al snel te klein voor iemand die al van jongs af aan bezeten was door muziek, film en kunst. “Er was geen bioscoop, geen museum, geen kunstgalerie. Ik had geen toegang tot dingen waartoe ik me aangetrokken voelde”, zei Simons daarover in The New York Times.

Zijn ouders dachten lang dat hij dierenarts zou worden, omdat hij constant beesten – van marmotten tot wandelende takken – het huis binnenbracht. Maar Simons koos als jonge student voor industriële vormgeving in Genk. Tijdens groepsprojecten kwam toen al zijn verbeten kantje boven. “Als Raf iets in zijn hoofd had, was hij niet te stoppen”, zegt medestudent Jan Boelen, die later ook Simons’ expo Guided by Heroes in de Hasseltse Z33 cureerde. “Hij stond open voor de inbreng van anderen, maar wist ons op het einde toch altijd te overtuigen van zijn eigen idee. Ideeën die dan ook prijzen wonnen.”

Raf Simons' eerste ­‘bloemendefilé’ voor Dior (2012/13), met dank aan florist Mark Colle. Beeld AFP

Een werkwijze die de ontwerper nog steeds hanteert. In Z33 moesten alle muren én vloeren voor de expo herschilderd worden omdat ze niet de juiste kleur wit hadden. En voor zijn eerste haute-couturedefilé bij Dior, in 2012, wilde hij alle muren van het Parijse huis waar het spektakel plaatsvond met duizenden bloemen bekleden. Velen verklaarden hem voor gek. Maar uiteindelijk bleef er geen hoekje onbedekt. “Dat is Raf: zo vooruitstrevend dat hij altijd de grenzen van het mogelijke opzoekt”, vertelt florist en vriend Mark Colle, die voor het huzarenstukje werd ingeschakeld.

Simons ontwerpt niet gewoon kleren, zegt Colle, het draait om het totaalconcept. “Hij weet wat hij wil. Zo mochten de orchideeën niet gewoon aan de muur hangen, nee, ze moesten over de muur kruipen. En het resultaat was subliem.”

Bij zijn eerste collectie voor Dior kreeg zijn team ei zo na een zenuw­inzinking: Simons wilde dat het patroon van schilder Sterling Ruby niet achteraf op de stof werd geverfd, wél op de draden waarmee de stof werd geweven. Om het gevoel van penseelstreken op te roepen. “Als het écht niet lukt, dan is het zo”, was het antwoord van Simons. “Maar we blijven proberen tot het eerste model de catwalk oploopt.”

Vrienden omschrijven Simons als rustig maar vastberaden, als discreet, bescheiden en loyaal. “Al heeft hij zoals iedereen op dat niveau in de modewereld ook al eens zijn tantrums als de dingen niet volgens afspraak verlopen”, zegt make-upartiest Peter Philips. Philips kent Simons al jaren, en werkt al bijna even lang met hem samen. De ontwerper staat er dan ook om bekend dat hij zich lange periodes met dezelfde vaste kern omringt, zoals rechterhand Pieter Mulier, die hem na elke overstap volgt.

Meteen naar Milaan

Simons vond mode aanvankelijk maar oppervlakkig, bekende hij ooit in een interview. De Antwerpse Zes volgde hij wel met bewondering, maar kleren ontwerpen was niet zijn eerste liefde. Pas toen hij, als stagiair van Walter Van Beirendonck, naar de Parijse modeweek trok en daar een show van die andere grote Belgische ontwerper, Martin Margiela, zag, was hij verkocht. In The New York Times: “Het was een fractie van een seconde, een plots inzicht: dit is helemaal niet oppervlakkig, dit draait niet alleen om glamour en feestjes. Het was anders.”

Toen hij met zijn eerste ontwerpen bij Linda Loppa, destijds directrice van het Antwerpse ModeMuseum aanklopte, gaf die hem het advies om de opleiding te skippen, en meteen naar de buyers in Milaan te trekken.

Simon's eigen herfst/winter-collectie voor 2016-2017. Beeld Gamma-Rapho via Getty Images

Sketchen is niet aan de ontwerper besteed. “Hij maakt dossiers met concepten”, vertelt Pieter Mulier in de documentaire Dior & I. Net als Margiela creëert Simons een eigen universum. Vol referenties naar de honderd-en-een subculturen, stromingen en fenomenen die hem fascineren. En dat mag je letterlijk nemen: hij luistert naar David Bowie en techno, koopt Picasso en tweedehands, houdt van cultfilms als Under the Skin maar gaf in het verleden ook al toe dat hij Expeditie Robinson volgde. Shows in de jaren 90 waren mee geïnspireerd op gabbers, streetart en Kraftwerk, later gebruikte hij werken van Sterling Ruby en de overleden fotograaf Robert Mapplethorpe als prints.

Als student sprong Raf er al uit, zegt Boelen. “We waren allemaal ambitieuze ego’s die de wereld wilden veroveren. Maar Raf vertrok toch altijd vanuit de vraag: hoe kan ik iets wezenlijk veranderen?”

Andere jonge ontwerpers zouden niet twijfelen als hen een topjob bij een internationaal gerenommeerd modehuis werd aangeboden. De immer bedachtzame Simons wel. “Hij was vereerd toen Jil Sander hem in 2005 als hoofdontwerper vroeg, maar heeft er toch eerst lang en goed over nagedacht: moet ik die stap wel nemen? Kan ik daar van betekenis zijn?”

Eigen DNA

Simons wil kleren maken die nog nooit eerder gemaakt zijn, de mode openbreken, wars van conservatieve hokjes en conventies. Ook zijn atypische defilés, waarbij hij het publiek recht laat staan of net hele labyrinten bouwt, gaan over de tongen.

In zijn eigen lijn is zijn frustratie over mannenmode, die lang vooral functioneel moest zijn, een belangrijke drijfveer. “Toen hij begon met een veel androgyner, ‘slanker’ silhouet, zag je anderen plots volgen”, zegt Debo.

Zijn grootste troef? “Zelfs als ­ontwerper bij grote modehuizen bewaart hij zijn eigen DNA, zonder het DNA van het huis uit het oog te verliezen. Hij kijkt hoe hij labels die al zo lang meegaan, zoals Dior en Calvin Klein, vandaag relevant kan maken.”

Het resultaat: haute-coutureavondjurken krijgen zakken mee, of worden gecombineerd met een broek. Bij zijn eerste show voor Calvin Klein voegt hij mannen en vrouwen gewoon samen, en schuwt hij, in de nasleep van Trumps immigratieban, de politieke statements niet. Een blazer met het opschrift 'Any way out of this nightmare?’, een T-shirt met ‘New dawn fades’.

De anti-Trump ‘Any way out of this nightmare?’- blazer voor Calvin Klein (2017). Beeld Patrick McMullan via Getty Image

Simons had net bij Calvin Klein getekend toen Trump de verkiezingen won. “Je verhuist je leven, je partner, je hond naar een nieuwe stad. En dan gebeurt datgene wat je nooit had verwacht”, zegt Simons daarover in het blad GQ. “Dan denk je wel: wat heb ik beslist? Maar vervolgens heb je de keuze: of je blijft bij de pakken neerzitten, of je doet gewoon je ding. Ik heb niet alleen een verantwoordelijkheid, maar ook een uitdaging.”

In een ander interview na de bewuste show geeft Simons aan dat hij met zijn ontwerpen jongeren hoopt te inspireren om hun stem te laten horen. “Ik voel dat ik iets moet doen. Het maakt zelfs niet uit of je tien of miljoenen mensen bereikt. Als je een stem hebt, is het tijd om die te gebruiken.”

Into New York

Media reageerden verbaasd toen Simons in 2016 bij Calvin Klein tekende. Had de Belg niet net Dior verlaten omdat hij het gruwelijke tempo bij een groot modehuis beu was? Omdat hij meer tijd voor zijn eigen lijn wilde? “Het hele systeem is fucked up”, zei hij in De Tijd, niet lang na zijn gemediatiseerde vertrek bij Dior. Het merk en de mensen draagt hij nog altijd een warm hart toe, maar de snelheid en de gigantische machine werden hem te veel. “Mode wordt te populair. Als we niet opletten, verliest ze haar magie. Het systeem valt zichzelf aan doordat er te veel exposure is. Nu ik wat in between zit, denk ik over zulke dingen na. Over hoe een systeem zichzelf kan vernietigen.”

Vrienden en nauwe collega’s waren minder verrast over het Calvin Klein-nieuws. Raf heeft die uitdaging nodig, klinkt het. “Calvin Klein is een merk dat heel nauw aanleunt bij jongerencultuur, iets dat Raf al sinds ik hem ken bezighoudt”, vertelt Peter Philips. “Die kans kon en wilde hij niet laten liggen. Bovendien is hij altijd al into New York geweest: de sfeer van die stad, de mensen, de kunstscene.”

En Calvin Klein mag dan een grote machine zijn, zegt Philips, het tempo verbleekt bij de zes shows die Simons jaarlijks bij Dior in elkaar moest boksen. “Het houdt me alert”, zegt Simons zelf over het combineren van zijn nieuwe rol met zijn eigen lijn. “Het voorkomt dat je lui wordt in je denkproces.”

Ook Boelen was niet verbaasd dat zijn ex-klasgenoot weer aan het roer staat van een toplabel: “Als je de modeindustrie mee wilt veranderen, lukt dat nog altijd het beste van binnenuit. Raf mag dan geen luidruchtige tafelspringer zijn, het is niet zijn stijl om aan de zijlijn te blijven staan.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234