Donderdag 25/04/2019

Poëzie

Radna Fabias wint Herman de Coninckprijs: “Poëzie voelt soms als een decadente bezigheid”

Radna Fabias Beeld Dries Luyten

De nieuwste power woman van de Nederlandstalige poëzie? Haar naam is Radna Fabias. Met haar onstuimige, beroezende debuutbundel ‘Habitus’ schrijft ze nu ook de Herman de Coninckprijs, goed voor 7.500 euro, op haar naam.

“Vitalistische vernieuwende woordkracht”, en “een talent dat dicht met swingende, dwingende ritmiek.” Zelden blies de jury van de Herman de Coninckprijs zoveel salvo’s op zijn loftrompet. Het bekroonde debuut Habitus van Radna Fabias (°1983) rolt dan ook sinds de verschijning in 2018 onafgebroken over de tongen van poëziefijnproevers. Vergelijkingen met Lucebert en Claus waren niet uit de lucht. De uit Curaçao afkomstige Fabias smeedt thema’s als migratie, vrouw-zijn en identiteit om tot een zintuiglijke bundel die pendelt tussen proza en poëzie. Poëzieconventies verwijst ze achteloos naar de prullenmand, om te komen tot het “verhaal van de wankele nieuwkomer die zich stoer moet aanpassen en zich bijna lichamelijk verwondert.” Fabias triomfeerde in de Arenbergschouwburg van vijf andere genomineerden (Maria Barnas, Stefan Hertmans, Frauke Arns, Paul Bogaert en Paul Demets), en is ook nog in de running voor de Grote Poëzieprijs. “Het lijkt nu of ik helemaal uit het niets kom. En eigenlijk is dat ook zo. Maar ik schrijf al tien jaar in de luwte voor ik iets publiceerde.” Nadat Fabias in 2016 een gedicht inzond voor de Poezieprijs van Oostende én die won, trok uitgeverij De Arbeiderspers haar aan de mouw voor een bundel.

Nominaties, drie ferme literaire prijzen waaronder de C. Buddinghdebuutprijs en onwaarschijnlijk veel aandacht. Hoe voelt het om een poëziehype te zijn?

“Een ding is zeker: ik zag het niet aankomen. Ik kan het ook niet verklaren. Ik hoor wel eens dat de taal in mijn poëzie heel toegankelijk is. Anderen hebben het over complexiteit die toch niet ondoorgrondelijk is. En ja, ik word geprezen voor mijn actuele thema’s: migratie, wit en zwart, vrouw zijn, identiteit, angst voor het onbekende…Toch breng ik geen boodschap, poëzie schrijven is geen activisme. En nee, ik schrijf ook niet als een vorm van therapie. Wél is het mijn manier om mijn leven te begrijpen en te ordenen. De voorbije tien jaar verzamelde ik materiaal dat me raakt. En er raken mij nu eenmaal veel dingen – op straat, in de wereld.”

Blijft poëzie niet een genre voor de happy few?

“Ik heb het me ook al afgevraagd: zijn we niet gewoon de prutsers van de literatuur? (lacht) Die een beetje moeilijk doen en zitten te pielen aan woordjes voor een relatief klein publiek? Maar dat klopt niet helemaal. Ik heb het afgelopen jaar vaak voorgedragen en gezien hoe poëzie veel mensen beroert, ook als ze geen dichtbundels kopen. Vanuit mijn sociaal-economische achtergrond uit Curaçao lijkt schrijven bovendien soms een decadente bezigheid. Literatuur was daar iets voor mensen met tijd op overschot. Als je met je basisbehoeften bezig bent, denk je niet meteen aan een gedicht.”

Over gevoelige kwesties wordt er op de Antillen gezwegen, zo benadrukte je al. Maar in je bundel ga je de taboes niet uit de weg.

“Het afwerpen van schaamte was noodzakelijk om te kunnen schrijven. Als je uit een zwijgplichtcultuur komt, dan zit die je voortdurend in de weg. Dat wringt. Er zit niets anders op dan het zwijgen eerst af te voeren.”

Op je zeventiende besliste je om naar Nederland te komen, omdat je aan de kunstacademie wilde studeren. Dat moment is een ruptuur die je poëzie tekent én kleurt.

“Ik heb dit vrijwillig gedaan. En natuurlijk ging dat gepaard met verlies, zeer zeker, maar ik besef dat ik daar niet uitzonderlijk in ben. Zeker tegenover migranten die verplicht en op een schrijnende manier hun geboorte- en woonplaats moeten verlaten. Toch moest ook ik mij leren verhouden tegenover mijn afkomst, mijn eiland en mijn plaats in Nederland. Vanaf het moment dat iemand zich geografisch verplaatst, gaat er iets aan het schuiven in zijn geest. Of je wankelt of je verhardt in je denken. Ik koos ervoor om die eerste, onzekere positie via mijn poëzie te onderzoeken. Ook omdat ik een preoccupatie heb met perspectief.”

Bevrijdend is vaak ook de donker-humoristische manier waarmee je alles te lijf gaat.

“Men zegt wel eens dat grappen levens kunnen redden. Ook daarom hou ik van poëzie die zich van conventies of afspraken weinig aantrekt. Bovendien voel ik me als schrijver het meest thuis in die tussengebieden. Het mag een beetje rommelig, viezig en troebel worden. Alles wat met het lichaam te maken heeft, vind ik ook cruciaal. Je staat niet enkel met je geest en je gedachten in de wereld. Want je lichaam, je gender en je huidskleur bepalen mee hoe mensen je tot zich verhouden.”

Wat nu, als al dat prijzengeweld achter de rug is?

“Het wordt tijd om me weer af te zonderen. Ik ben bezig aan een bundel essayistische beschouwingen. Geen poëzie, neen. Maar het moet nog rijpen. Nee, dring niet aan, meer wil ik er echt niet over kwijt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.