Dinsdag 13/04/2021

Boekenrecensie

Post wringt zich door het kleinste gat

null Beeld Belga
Beeld Belga

Brievenfobie, het is een merkwaardige aandoening waar tandarts Pol Verholst aan ten onder gaat. In zijn nieuwe novelle keert Dimitri Verhulst terug naar zijn wrang­-komische corebusiness

Het is een op zijn zachtst gezegd grillig (schrijf)parcours dat Dimitri Verhulst (48) de laatste jaren bewandelde. Over De pruimenpluk (2019), het zowel koldereske als treurige relaas over rivaliserende liefde en kluizenaarschap, waren de meningen verdeeld. Helemaal mis ging het met Onze verslaggever in de leegte (2020), zijn weliswaar pittige “zelfbeklaagzang in kots kruis mineur”. In dat “logboek van een ondergang” gaf hij opening van zaken over zijn excessieve drank- en drugsgebruik en een verkrachtingsaantijging. Het stond garant voor uit de klauwen lopende mediaheisa én flink wat publicitair bochtenwerk. Je kreeg stellig de indruk van een auteur die de trappers kwijt was. Zelfs zijn fanbase slonk zienderogen.

Tot Verhulst begin 2020 resoluut Gent de rug toekeerde en met zijn geliefde Isabelle in de Charentes ging pleisteren. Daar lijkt weer meer rust in het hoofd van de ongedurige auteur geslopen. Dat zou je kunnen afleiden uit de uitgebalanceerde én mooi op tempo gehouden novelle In weerwil van de woorden. Hier herontdekken we opnieuw de lenige en met taal stoeiende Verhulst, die het pompeuze effectbejag en de potsenmakerij grotendeels uit zijn woordenboek schrapte. Ja, er rijst een ongedwongen, authentieke schrijfdrang uit deze pagina’s op, al verkent de voormalige Libris Literatuurprijs­winnaar nu niet meteen fonkelnieuwe horizonten.

Toegegeven, de nogal getelefoneerde naam van het hoofdpersonage, tandarts Pol Verholst, wekt reserve. En ook het thema lijkt nogal vergezocht: panische angst voor het openen van brieven, valt die aandoening werkelijk serieus te nemen? Maar wacht even. Natuurlijk herinneren we ons uit De helaasheid der dingen dat Verhulsts eigenste vader postbode was, ‘lang voor dit beroep ging betekenen dat men voornamelijk dozen met schoenen aan huis leverde’. Wel vaker gaf Verhulst blijk van een bovenmatige obsessie met het Belgische postwezen en zijn gechronometreerde misprijzen voor de facteur.

Ook in deze kleine roman stuit je op gemanicuurd geweeklaag over hoe ‘dit nobele ambt vandaag is gedegradeerd tot iets van niets’. Verhulst kan er niet bij dat ‘de beoefenaars van deze professie hun taken zelfs uitvoeren in korte broek, met sportschoenen aan in de meest onmogelijke kleuren. Of op flipflops, nog aan toe. Het hoort niet.’ Wat hem tot deze briljante zin noopt: ‘De knieën van een facteur moeten een mysterie blijven.’

In weerwil van de woorden is in feite een kleine ondergangsfabel, een miniatuur over een in het nauw gedreven heerschap. Eersterangsgetuige zijn we van Pol Verholsts panische angst voor alsmaar opdringeriger brievenpost. Excessief uitstelgedrag vertoont deze man die aan de kost komt door ‘met zijn vingers in andermans spuugbak’ te zitten en zich toelegt op de ‘monden van de minderen’. Maar post negeer je zomaar niet, die ‘wringt zich door het kleinste gat. Raakt het niet door een gleuf, dan wringt het zich door de telefoonmodem. Post, geloof me, houdt vol. Het is een strijd die je verliest.’ Hoeft het gezegd dat de fobie zodanige proporties aanneemt dat de belastingaanslagen zich ophopen, ontzetting uit zijn woonst dreigt én de gevangenis wacht? Zelfhulpgroepen brengen geen baat, het kapotkauwen van de enveloppes evenmin.

Verhulst giet In weerwil van de woorden in een soort laconieke biecht, vol grimmige scherts, een genre waarin hij zich thuis voelt. Freewheelend loodst hij ons door het weinig opbeurende leven van Verholst. Zet je daarbij schrap voor hoogst plastische tandartstaferelen, waarbij zelfs een tomatenplant wortel schiet in een verwaarloosde kies.

Ondertussen worden er royaal dwarsige tegeltjeswijsheden in het rond gestrooid. ‘Geluk is niet voor iedereen weggelegd, anders zou het geen geluk zijn, en rechtspraak is niet rechtvaardig, want de betere advocaten moet je kunnen betalen’. Ook psychologen krijgen van Verhulst menige optater. Het gaat van een ‘stelletje bètaboeren’ tot te mijden ‘wekelijkse kwebbelsessies’ met ‘de pissoloog’. Verhulsts aandrang tot makkelijke woordspelingen (let ook even op ‘kakapipitalisme’) kent geen remmingen. Daartegenover staat de herintroductie van prachtige woorden als ‘fliederfladderen’, ‘politoeren’ en ‘morsepiep’.

In deze met autobiografische elementen opgetuigde novelle, waarin zich ook een vader­ode schuilhoudt, keert Verhulst terug naar zijn wrang-komische corebusiness. Meer zelfs, terug zijn de stilistische bravourestukjes met succulente zinnen die na talloze salto’s weer elegant op hun pootjes belanden.

Dimitri Verhulst, In weerwil van de woorden, uitgeverij Pluim, 88 p., 12,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234