Donderdag 24/10/2019

Hiphop

Post Malone: superster, rijkeluiszoontje en de ‘Donald Trump van hiphop’

Post Malone in augustus 2015. Beeld Corbis via Getty Images

Speelt maandag ten dans in het Sportpaleis: Post Malone. De witte rapper gaat zich te buiten aan de clichés van de hiphopcultuur: ruige teksten over hoes en brothers, gouden kettingen en ingevlochten haar. In het hypergevoelige Amerika van vandaag word je dan al snel aan de hooivork gespiest. Maar het gekke is: de karrevrachten kritiek hebben geen vat op het weergaloze succes van Malone. Hoe kan dat? 

Toen Austin Richard Post alias Post Malone zijn nummer ‘White Iverson’ op YouTube gooide, op 9 juli 2015, wist hij waarschijnlijk wat hem te wachten stond. Natuurlijk zou hij in de Verenigde Staten door de gehaktmolen van de sociale media worden gedraaid: Post Malone is een kind van zijn tijd, hij snapt dat.

En jawel: Post Malone werd na die eerste single bejubeld en belachelijk gemaakt. Beoordeeld van hiphopheld tot totale loser en alles ertussenin op de schaal van de virale ophef. Maar in een paar jaar groeide hij ook uit tot een van de grootste mondiale popsterren. Een artiest die helemaal past bij deze tijd, vol polarisatie en politieke gevoeligheden.

Het viel niet te ontkennen: ‘White Iverson’ lág gevoelig. Malone schreef het nummer in een dag, na een bezoek aan de kapper. Hij had zijn woeste haren strak laten invlechten, keek thuis in de spiegel en dacht: “Ik lijk nu op Allen Iverson. Ik ben gewoon de Witte Iverson.” En daar begint eigenlijk al de herrie. Allen Iverson is de ultieme Amerikaanse basketbalheld, let wel: een zwarte basketbalheld. Met ingevlochten haar. Malone had zich het uiterlijk aangemeten van een zwart rolmodel, daar was hij nog trots op ook en om het nog erger te maken verklaarde hij zichzelf tot wit spiegelbeeld van een zwarte kampioen.

Het kon nog erger. Eerst de tekst van het nummer, waarin Malone ontegenzeggelijk van kleur verschiet. “I’m saucin’, I’m saucin’ on you”, zingt hij in zijn beste slang. “I’m swaggin’, I’m swaggin’ on you.” En daarna: “I got me some braids and I got me some hoes.” Oftewel: “Ik heb een paar vlechten aangeschaft, én een paar sletten.” Oei. En dan die clip waarin de rapper probeert een witte (!) Rolls Royce aan flarden te rijden in de woestijn, rond een basketbalpaal.

Volgens critici, die onmiddellijk in de hoogste Twitter-bomen klommen, deed Post Malone hier overduidelijk aan cultural appropriation, schaamteloos cultureel jatwerk. Post Malone leek, volgens die critici, op die jongen uit de clip bij het nummer Pretty Fly (For a White Guy) van The Offspring. U weet wel: die video waarin een tot ghettoboy omgebouwd rijkeluiszoontje zich belachelijk maakt als hij probeert te breakdancen naast een boombox. Post Malone had zijn eerste diskwalificatie te pakken – en er zouden nog vele scheldnamen volgen.

‘Culture vulture’

Als je in de Verenigde Staten een ‘culture vulture’ wordt genoemd, is dat niet best voor je reputatie. Een ‘culturele aasgier’ doet zich voor als iemand met een geheel andere achtergrond en profiteert van de verworvenheden van andermans cultuur, of maakt die cultuur zelfs belachelijk. En volgens sommige Amerikanen, van collega-rappers tot muziekcritici, is Post Malone zo’n culturele aaseter.

In het nummer ‘Rockstar’ uit 2017 lijkt Post het er ook een beetje om te doen. In de clip zit hij op een troon in een pooierachtige bontjas, alsof hij uit de jarenzeventigfilm Superfly is ontsnapt. En daarna gaat hij ook nog zwaaien met een samoeraizwaard. In de tekst schiet hij ook door in stoerigheid. Post heeft het over zijn ‘brothers’, die ‘smoken als rasta’s’. En dan komen zijn ‘homies’ de wijk binnenrijden, met hun ‘uzi’s’, en die doen van ‘grrra-ta-ta-ta’.

Probeert Post Malone hier nu heel hard een stoere rapper te zijn, met overdreven ruige teksten? Of ridiculiseert hij de hiphop? Post Malone raakt niet van slag door de kritiek op zijn tekstuele vondsten. Sterker nog: hij gooit graag olie op het vuur. In een interview uit 2017 raakte Post zo geïrriteerd over eventuele bedenkingen bij zijn muziek, dat hij de bal maar eens terugkaatste. Als je wat wilde leren over het leven, zei Malone, dan moest je vooral niet bij de hiphop zijn. “Want de gemiddelde hiphoptekst gaat helemaal nergens over.” En al slaat dat laatste natuurlijk nergens op, ergens is zijn ergernis wel te begrijpen. Een witte rapper heeft het tegenwoordig moeilijk, zei hij ook nog. “Het is een worsteling. Je kleur wordt je aangerekend.”

Je zou ook eens kunnen proberen zijn muziek te aanschouwen zonder die ophefbril op de neus, vindt Malone. Rockstar kan ook worden opgevat als een hallucinerende drugstrip van een jongen die denkt dat hij een rockster is geworden, inclusief bontjassen, zwaarden en uzi’s. Laat hem lekker. En bovendien: wat een heerlijk nummer is Rockstar eigenlijk. Die lome, trippende beats en dan die lijzige, hese en zangerige raps van Post Malone eroverheen: het is boven alles een hiphoptrack die zich met honderd weerhaakjes vastzet in het hoofd. Omdat het hiphop is met uitgekiende melodieën en – zoals dat heet – ‘hitpotentie’.

Een raar woord misschien, maar met zijn catchy hiphoppop veroverde Post Malone de afgelopen jaren, dwars door alle oproer heen, inderdaad gestaag de hit- en afspeellijsten. De felle kritiek op sociale media en de overwegend negatieve recensies op muziekblogs en in muziekbladen ten spijt werd Malone vorig jaar een van de meest gestreamde popsterren wereldwijd. Zijn eerste plaat Stoney brak vele records, waaronder een antieke mijlpaal van Michael Jackson (langste notering in de Billboard-r&b-hitlijst). 

Daarmee bewijst Post Malone twee dingen. In de eerste plaats dat kritiek uit de loopgraven van de Amerikaanse identiteits- en cultuuroorlogen niet bepaald (of misschien niet langer?) desastreus hoeft te zijn voor een bloeiende carrière in de popmuziek. En ten tweede dat muziekconsumenten zich niet laten leiden door dwingende adviezen van muziekcritici – maar dat wisten we natuurlijk al langer. De popluisteraar van nu baant zich in alle vrijheid een weg langs Spotify, Apple Music, SoundCloud en YouTube en bepaalt zo wie een ster wordt en wie niet.

‘Rich kid’

Austin Richard Post komt niet uit een armlastig gezin. Hij werd geboren in 1995 in Syracuse, New York, en verhuisde op 9-jarige leeftijd naar Grapevine, Texas, waar zijn vader een baan kreeg als manager van de grote Americanfootballclub Dallas Cowboys. Dan ben je iemand.

Post kreeg een gitaar, blonk uit in de muziek, vormde een bandje en ging vooral lekker rocken en metalsolo’s spelen – helemaal in de stijl die zijn eigen culturele achtergrond hem voorschreef, zou je kunnen zeggen. En hij verdiepte zich in de ‘emorock’, een in Amerika erg populaire popstijl met liedjes vol persoonlijke en vaak wat treurige bekentenissen.

Maar toen de hiphop de afgelopen jaren dé dominante stroming in de popmuziek werd, begonnen de interesses ook bij Malone te schuiven. Hij dook de elektronica in, leerde muzieksoftware gebruiken en draaide een eerste mixtape in elkaar. Daarna ging hij met een groep vrienden de studio in, als hiphopcollectief BLCKVRD. En in een opwelling schreef Malone dus zijn nummer White Iverson.

Die single ontging rapper Kanye West niet, want in 2015 was West nog uiterst scherp en trendbepalend. Malone speelde op het verjaardagsfeestje van Kylie Jenner en maakte kennis met de Kardashians, inclusief Kanye West. West vroeg hem mee te doen op zijn plaat The Life of Pablo uit 2017, in het nummer Fade. En daar ging Malone.

Post Malone in november 2017. Beeld FilmMagic

Hij werd een hiphopper en om dat extra duidelijk te maken onderging Post Malone een metamorfose. De ingevlochten haren kenden we inmiddels, maar Malone liet zich ook een gouden én een kristallen gebitje aanmeten. En hing een paar enorme gouden kettingen om zijn nek. En zijn gezicht ging in de inkt, ook helemaal naar de laatste hiphopmode. Onder zijn haargrens op zijn voorhoofd liet hij een streep prikkeldraad tatoeëren. Op de wallen onder zijn ogen staat tegenwoordig de tekst Always Tired te lezen: een statement over zijn toenemende vermoeidheid. Zijn achternaam Malone bedacht Post naar eigen zeggen met behulp van een hiphopnamengenerator op de computer.

En al lijkt er helemaal niets mis met dit carrièreverloop en deze metamorfose: tóch wordt Post Malone te pas en te onpas een rijkeluiszoontje genoemd: een ‘rich kid’ die voor het geluk is geboren en het zonder hulp van zijn ouders nooit zou hebben gemaakt. Er gaat zelfs een verhaal op internet rond dat de vader van Austin Richard Post 50.000 exemplaren van zijn eerste single heeft gekocht op iTunes, om de loopbaan van zijn zoon een duw te geven. Dat is volgens het mikpunt van spot een gevalletje fake news, en zijn biografie bewijst dat zijn carrière op heel andere wijze en zelfs op eigen kracht van de grond is gekomen.

Maar het internet is hard en onvergeeflijk. Post Malone is een rijkeluiszoontje.

‘De Donald Trump van de hiphop’

Naarmate de sterrenstatus van Post Malone steeg (zijn tweede plaat Beerbongs & Bentleys uit 2018 stond twee maanden op de eerste plaats in de albumcharts van Billboard), rees ook de vraag naar de politieke voorkeuren van de rapper. Zijn teksten waren allemaal erg persoonlijk, soms zelfs wat introspectief en nauwelijks politiek. Zijn muziek was dus eerder ‘emo’, het genre dat Malone net als de gitaar nog altijd slim in zijn hiphop weet te verwerken, dan geëngageerde rap.

Post Malone in december 2017. Beeld Getty Images

Post Malone sprak zich ook nooit uit over sociale bewegingen als Black Lives Matter, en dat werd hem in hiphopkringen en bijvoorbeeld op het Twitter-verbond Black Twitter weleens aangerekend. Hij molk de hiphop uit, maar gaf nooit eens wat terug. Waar stond Post Malone eigenlijk? In een door polemieken verscheurd Amerika word je als popster geacht positie te kiezen.

Maar Post Malone hult zich al jaren in nevelen en zaait ook graag verwarring. Op de rug van zijn linkerhand staat wel iets van een politieke indicatie: een getatoeëerd hoofd van president John F. Kennedy. “De enige president die niet corrupt was, zoals het zootje politici van tegenwoordig”, liet hij zich eens ontvallen. Dan zou je denken: Post Malone is een Trump-hater. Maar dat wordt niet helemaal duidelijk. In 2016 zei hij in een interview dat hij wél bij de inauguratie van Trump had willen optreden, als hij gevraagd was. En dat wilde destijds vrijwel niemand.

Toen hij daarna in ellenlange en lekker melige podcastinterviews ook nog ging uitweiden over zijn fascinatie voor wapens (in de clip bij het nummer Psycho rijdt hij zelfs in een tank, en hij heeft er naar verluidt ook een in zijn garage staan), werd Post Malone voor de zekerheid toch maar ingedeeld in het rijtje ‘rechts’, of in elk geval ‘raar’.

Een beetje Donald Trump dus. Maar toch komt de bijnaam ‘De Donald Trump van de Hiphop’, die Post Malone geregeld naar het hoofd geslingerd krijgt, niet bij een hater vandaan. Een manager van Malones platenmaatschappij Republic Records noemde hem zo, in een interview met de Los Angeles Times. “Omdat alle kritiek hem niet lijkt te raken en alle misstappen die hij maakt geen enkele invloed hebben op zijn carrière”, aldus de labelbaas Rob Stevenson. Zo bezien is Post Malone misschien echt de juiste artiest op de juiste plek en op het juiste moment, inderdaad een soort Trumpiaanse popster.

Post Malone in 2018. Beeld Getty Images

‘Big baby’

Maar in hetzelfde artikel volgt nog een veel scherpere typering. Post Malone geeft het interview met de Los Angeles Times in zijn huis, gekleed in een Hello Kitty-pyjama en gezellig met de benen opgetrokken in een comfortabele opa-stoel. Een groot kind, een ‘big baby’. En dat zegt ook een van zijn producers Carlo Montagnese alias Illangelo, die veel werkte met de Canadese zanger The Weeknd. 

Volgens Illangelo heeft de muziek van Post Malone ‘kinderlijke kwaliteiten’, omdat de rapper zijn artistieke keuzes niet al te ernstig overdenkt of kapotpiekert, maar in alle vrijheid kunst creëert. “Het is alsof hij nooit volwassen is geworden. En daarom is zijn muziek zo goed.”

Post Malone speelt maandag in het Antwerpse Sportpaleis

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234