Woensdag 17/07/2019

portret

Portret van rare vogel Bruno Vanden Broecke: “Hij kan álles spelen, en dat is zeldzaam”

Bruno Vanden Broecke. Beeld Jef Boes

Bruno Vanden Broecke (44) viert twintig jaar acteren met een geheimzinnige voorstelling in de KVS en de eerste film van zijn nieuwe productiehuis. Portret van een geliefde rare vogel die álles kan spelen en een houten bak heeft als sporttas. “Terwijl ik toch een redelijk normale mens ben.”

Bruno Vanden Broecke had onlangs te veel gegeten op restaurant en ging dan maar even op de grond liggen om te bekomen. Dat verhaal kwam ons ter ore via een collega die er die avond ook was gaan eten. “Oh. My. God.” Evie Lefebvre, zijn vrouw, zucht. “Hij vindt dat grappig.” Voor de goede orde: haar broer is kok in dat restaurant, ze acht de kans klein dat Vanden Broecke dat elders ook zou doen. “Ik vind het vervelend dat we nooit meer anoniem zijn, maar Bruno trekt zich niets aan van wat anderen denken. Hij kan ook, in een overvolle luchthaven, zeggen dat hij moe is en zich op de grond leggen voor een dutje. Hoe hij dat doet, het is mij een raadsel.”

Deze lustige slaper wordt geboren als prematuurtje. Het is kantje boord: één kilo achthonderd weegt hij en hij ligt een maand in de couveuse. “Daar heb ik leren vechten”, zegt hij. Thuis wordt hij flink verwend, hij is enig kind, en hij had het bijna niet gehaald.

Vanden Broecke was het gewend om alle aandacht te krijgen, zeggen zijn jeugdvrienden nu en hij gelooft ze best. “Ik was heel aanwezig, entertainde graag. Dat is in de loop der jaren wel wat verminderd.”

Tegelijk is hij ook een kind dat zichzelf heel goed kan bezighouden: hij tekent graag, leest veel, zit boordevol verbeelding. “Bruno speelt goed gitaar. Hij is belezen, hij kent het langste Griekse woord en hij kan zinnen achterstevoren uitspreken. Het is wel duidelijk dat hij veel alleen is geweest”, stelt tv-regisseur Jan Eelen vast.

In het vierde leerjaar wordt hij zwaar gepest. Zijn turnleraar laat hem in zijn zwembroek ­rondjes lopen omdat zijn moeder zich op de eerste schooldag vergist en niet zijn turnzak maar zijn zwemspullen heeft meegegeven. Zijn klas­genoten trappen zijn bril stuk. Vanden Broecke heeft het idee dat hij daar al genoeg over gepraat heeft.

Alleen: “Dat moet een heel gefrustreerde mens geweest zijn. Hoe hopeloos moet je zijn om als leerkracht kinderen te pesten, in plaats van hen op hun gemak te stellen? Maar ze hebben me er niet onder gekregen, dat gevoel heb ik er nu bij. Het enige nadeel, karakterieel, is dat ik geen ruzie kan maken.”

Bruno Vanden Broecke. Beeld Jef Boes

Ooit zit het er dik tegen met Raven Ruëll, de toneelmaker en een van zijn beste vrienden. Dat conflict, over repetities die stroef lopen, sleept jaren aan. “Dat krijg je, met twee conflictvermijders.”

De ‘speelmicrobe’, zoals hij het zelf noemt, ontdekt Vanden Broecke bij het schooltoneel. Een jaar of zestien is Bruno op het jongenscollege in Sint-Niklaas als ze Tijl Uilenspiegel spelen, hij is Lamme Goedzak. Hij merkt dat mensen moeten lachen met wat hij zegt.

Theatermaakster Clara van den Broek, die op de meisjesschool zit, speelt ook mee. Ze fietsen samen naar de repetities en plukken een eikenblad van een boom, waar ze elk de helft van opeten. Vanaf dan zijn ze eikenbladbroeders.

“Hij was niet anders dan nu: heel spontaan, open, intelligent en vrolijk. Die pestperiode was toen allang voorbij. Ik had het gevoel dat hij net heel gemakkelijk nieuwe vrienden maakte.”

Barrières doorbroken

Op z’n achttiende gaat hij, geïnspireerd door een bevlogen leerkracht, klassieke talen studeren. Hij heeft een grote liefde voor taal en wil leraar worden, maar met Clara, die voor Romaanse kiest, spreekt hij af: als ze afgestudeerd zijn, doen ze samen toelatingssexamen voor de toneelschool.

De twee zien elkaar een paar jaar niet, maar lopen elkaar weer tegen het lijf in de gangen van de Leuvense faculteit Letteren en Wijsbegeerte, net voor hun eindexamen. Hij zegt: “Weet je nog wat we elkaar beloofd hebben?” Clara: “Ik dacht: waar komt hij nu mee af?” Hij vertelt het net omgekeerd: “Clara hield mij aan die afspraak.” Ze gaan samen naar Dora van der Groen, die hij omschrijft als een coup de foudre, en ze zijn er allebei door, de eikenbladbroeders.

Zijn ouders schrikken: nu heb je je diploma en wát ga je nu doen? Zijn moeder is sociaal assistente, zijn vader leraar metaal in een technische school – het theater ligt ver van hun bed. Maar voor Vanden Broecke is het een openbaring. Op de universiteit had hij zitvlees opgedaan: veel gelezen, zijn intellect aangescherpt. Van der Groen maakt zijn lichaam wakker. Opeens moet hij zijn lijf gebruiken om iets over te brengen. Clara zegt het zo: “Bruno is er opengebloeid. Hij was nogal preuts, over seks werd niet gepraat. Op de toneelschool heeft hij een aantal barrières doorbroken.”

Beeld Jef Boes

In 1998 wordt zijn moeder zwaar ziek: ­darmkanker. Vanden Broecke woont in die tijd in Brussel, studeert in Antwerpen en gaat vaak naar huis in Sint-Niklaas. Hij pendelt zich suf en stopt in het derde jaar met de toneelopleiding. En net op het moment dat scholen zijn sollicitatiebrieven beantwoorden – een interim hier, een vervanging daar – rinkelt in Sint-Niklaas de telefoon. Terwijl hij zich aan het scheren is, roept zijn moeder beneden aan de trap: Bruno, telefoon! Het is Jan Decorte. En meteen daarna Warre Borgmans. Zijn seizoen is volgeboekt in een scheerbeurt tijd.

‘Sammy, Sammy, Sammy’

Dat is twintig jaar geleden. Vandaag beheerst de acteur als geen ander de spreidstand: zeer geestig bevonden in Het eiland, Wat als? en Safety First, zeer gerespecteerd voor zijn theaterwerk, zoals de monologen Missie, over een oude missionaris in Congo, en Para. Voor die laatste, waarin hij een Belgische soldaat speelt tijdens de vergeten missie in Somalië, won hij onlangs de prestigieuze Nederlandse theaterprijs Louis d’Or en mocht hij handjes schudden met het Nederlandse koningspaar.

Vanden Broecke heeft allang het punt bereikt waarop hij maar te kiezen heeft. “Ik weet wat ik waard ben”, zegt hij, “maar ik loop niet naast mijn schoenen.” Anders gezegd: die prijs streelt zijn ego, de interviews die hij dezer dagen geeft, maken hem wat nerveus. Te veel aandacht, zegt hij.

“Hij is een van de weinige acteurs die werkelijk alles kan spelen, en dat is echt heel zeldzaam”, vindt Tim Van Aelst, die met hem Safety First maakte. “Als hij ergens anders geboren was, dan zou hij nu een grote Hollywood-acteur zijn. Dat is geen mening, dat is een feit.”

Regisseurs noemen hem makkelijk om mee te werken. Hij is een intuïtieve maar intelligente acteur, met veel bagage en een ongelooflijk geheugen.

Bruno Vanden Broecke kan makkelijk zijn ­vinger leggen op de sleutelmomenten in zijn carrière. De ontmoeting met Raven Ruëll, met wie hij ontdekt hoe krachtig een eenvoudige, sobere voorstelling kan zijn en met wie hij die bejubelde monologen maakt. Volgende week spelen ze samen OUDER KIND, de geheimzinnige voorstelling waarover we nog niets mogen weten.

Er is natuurlijk ook de ontmoeting met Jan Eelen, die hem cast als die rare Sammy Tanghe, de rol die hem finaal lanceert als komisch acteur én richting het grote publiek. “Het eiland, dat was onthutsend. Ik had niet zo’n grote rol, maar dat is ontploft. Zeker omdat het eindigde met dat ­iconische beeld met die pijltjes op mijn kop.”

Nog altijd wordt Vanden Broecke daar op aangesproken. Dagelijks bijna. Als hij bij Missie of Para het podium opstapt, hoort hij het publiek fluisteren: ‘Sammy, Sammy, Sammy’. Die sissende ‘s’ hoor je vooraan goed, zegt hij. In West-Vlaanderen loopt hij na een voorstelling de cafetaria binnen. Direct grijpt een man zijn hoofd vast: “Ik wou eens kijken of die pijltjes daar nog in zitten.” Ja, hij kan daar nog mee lachen. Hij vindt dat je goed moet kiezen, zodat je achteraf niet ambetant hoeft te zijn omdat je er zelfs na vijftien jaar nog op aangesproken wordt.

Al bij al had Vanden Broecke weinig draai­dagen, herinnert Eelen zich over die periode. “Maar op de laatste dag heeft hij een lied laten horen, acht minuten lang, waarin hij iedereen bedankte. De acteurs, de mensen van het licht en geluid, iedereen kreeg een zin of twee. Hij is dat nummer zelfs in een studio gaan opnemen.”

Is het gek dat veel collega’s hem lief, warm en genereus noemen?

Beeld Jef Boes

Geen alcohol thuis

In 2000 sterft de moeder van Vanden Broecke. Hij is dan 25. Over de jaren daarna vertellen zijn vrienden: Bruno is niet uit de bocht gevlogen, maar het scheelde niet veel. Hij is een gulzig man die moeilijk maat kan houden, en belandt in een constante roes: de ochtend na een première begint hij al aan het volgende project, ’s nachts zit hij op café. “Het hek was van de dam”, zegt Vanden Broecke. “Er moest een leegte gevuld worden.”

Het is ook de tijd waarin hij obsessief met theater bezig is. Alles kan, the sky was the limit en toneel voelt als een roeping. Ruëll: “Soms moest ik zeggen: nee Bruno, nu niets. Het is Kerstmis.”

In 2003 komt hij zijn vrouw Evie tegen. Ze zegt: doe eens wat rustig, gast, en hij kalmeert. Ondertussen heeft hij een gulden middenweg gevonden en daar is hij heel blij mee. “Ik merk dat hij niet meer graag de controle verliest”, zegt Van Aelst. Thuis staat er geen alcohol, hij past daar heel erg mee op.

Als het moet, kan hij erg gedisciplineerd zijn. Tegenwoordig eet hij gezond en let op zijn cholesterol.

En sinds hij Para speelt, doet hij elke dag flink zijn buikspieroefeningen. “Soms bedenkt hij zich middenin een ­vergadering dat hij zijn oefeningen vergeten is”, vertelt actrice Ruth Beeckmans. “Dan gaat hij op de grond sit-ups doen.” Iemand zei hem: ik pomp mijn leeftijd en dat kan hij nu ook. Zelfs wat meer. Zijn rug kraakt hij zelfs met crunches. Dat vindt hij leuk, een beetje mindfulness.

Als hij een jaar of vijftien, zestien is, schrijft hij een liedje voor een imaginair lief: ‘Als ik te bazig, te bezig ben / beroof me van mijn sterren en mijn strepen / en toon me de echte sterren dan.’

Vanden Broecke leert zijn vrouw kennen in het restaurant waar ze werkt. Hij komt er vaak eten, verdacht vaak. Zij vindt hem grappig, zachtaardig en geïnteresseerd. “Hij kan heel goed luisteren. Ik wist snel dat ik met hem kinderen wilde.”

Het koppel heeft drie zonen: Sam, Max en Bas. De oudste is dertien, de jongste vijf. Er was ook een vierde kindje, Ben, die drie weken voor de geboorte stierf. In Borgerhout zie je Vanden Broecke soms fietsen, met rosse kopjes vooraan in de bakfiets. Het is het soort gezin waar mensen vertederd naar kijken: warm, liefdevol, stabiel. “Mijn gezin is de basis. Als het daar fout loopt, dan gaat alles aan het wankelen. Dat wil ik niet meemaken.”

Evie houdt thuis de boel draaiende, hij is de kostwinner. Als veertiger moeten ze veel bordjes in de lucht houden: je hoort op het toppunt van je carrière te zitten, je kinderen worden groot. Het koppel heeft er zo de angel uitgehaald. Er is rust thuis. Ja, natuurlijk zorgde dat even voor druk op zijn schouders, maar stiekem is hij trots dat het lukt. Misschien omdat hij toch een vent is, lacht hij. De jager gaat jagen en komt dan thuis met de buit.

Een banaan en een hoedje

Eigenlijk had Vanden Broecke evengoed muzikant kunnen worden, of leraar. In het kleuterklasje van zijn zoon heeft hij eens een verhaal verteld, ’s ochtends op het bankje. Uiteindelijk is dat een vervolgverhaal geworden dat een heel schooljaar heeft geduurd. Muziek, lesgeven en acteren is voor hem een driehoek, zegt hij.

Maar hij weet dat de kans klein is dat hij hier kan leven van de muziek. Hij heeft gespaard om toch twee platen uit te kunnen brengen. Die zijn er nu en dat volstaat. En op dit moment heeft hij het grootste plezier in zijn beroep. De klik in de ogen zien van het publiek, op het moment dat ze geloven wat hij zegt, dat is echt verslavend. “Hoe ouder ik word, hoe meer ik denk dat theater energie is.” De mensen zijn mee in het verhaal en zwengelen het personage aan. De avond wordt een tijdloze bel waar ze samen in ­zitten.

Je zou eens moeten zien wat hij allemaal doet, zegt zijn vrouw. “Hij kan drie stukken door elkaar spelen.” Hij speelt Missie in het Frans, het Duits, het Italiaans zelfs. En dat lukt, het zijn schuifjes in zijn hoofd die hij opentrekt wanneer het nodig is. De keerzijde: op zulke momenten is zijn aandacht voor andere dingen volledig weg.

“Hij is een chaoot, dat is echt zijn ergerlijkste eigenschap.” Vanden Broecke is het type dat zijn ticket niet meer vindt op het moment dat hij naar de luchthaven moet vertrekken, of die zijn gsm zoekt terwijl hij hem vasthoudt.

Maar hij is tegenwoordig ook zelfstandig acteur met een bvba. “Ik had verwacht dat hij de zakelijke kant aan anderen zou overlaten, maar hij doet het toch allemaal zelf”, stelt Clara van den Broek verbaasd vast. Met Matteo Simoni en Ruth Beeck­mans heeft hij onlangs het productiehuis Brutteo opgestart: ook daar verkoopt hij zelf hun voorstellingen. Beeckmans: “Hij is daar goed in en ik denk dat hij ontdekt heeft dat hij dat graag doet.”

Netwerken doet hij niet, op feestjes met bekend volk zult u hem zelden tegenkomen, op rode lopers evenmin. Hij ziet er het nut niet van in, en hij houdt niet van smalltalk. “Hij kan sociaal heel onzeker zijn”, vertelt zijn vrouw. “Ik denk dat daar dat pestverleden opspeelt.”

Bruno’s opmerkelijke uiterlijk (“Je bedoelt mijn eierkop?” – we bedoelden zijn vuurrode haar) maakt wel dat hij blijft hangen. Mensen herkennen hem, en vaak denken ze ook dat hij een rare vogel is. Hij vindt het een cadeau. Als ze hem op de markt om een selfie vragen, zeggen ze meestal: ‘Jij bent een grappige.’ Dan antwoordt hij: ‘Dat valt wel mee.’ En dan gaan ze plat. “Die zin, waar niets grappig aan is, is dan blijkbaar een billenkletser. Ongelooflijk door wat voor filter ik bekeken word. Terwijl ik toch een redelijk normale mens ben.”

Beeld Jef Boes

De grap is: Van Aelst modelleerde zijn Safety First-personage naar Vanden Broecke zelf: die zenuwachtige tred, de occasionele naïviteit en verwondering over heel normale dingen, zijn paniekerige reacties over futiele details. Van Aelst: “Dan roept hij uit: ‘Gaat dat al in januari op antenne?!’ en een seconde later is die stresspiek alweer weg.” Vanden Broecke ziet de gelijkenis nog altijd niet. “Dat vind ik grappig, ik zie het ­meteen”, lacht zijn vrouw.

Jonge labrador

Zeer bekend is ook de lompe houten kist, zeker zo groot als een bak bier, die hij al jaren gebruikt als sporttas als hij gaat zaalvoetballen. “Of als sjakos”, gniffelt Beeckmans. “Dan komt hij aan met zijn kist, waar dan een banaan en een cola zero in zit. En meestal ook een hoedje.”

Van Aelst: “Al dríé jaar, hè, komt hij met die kist voetballen. Bruno vindt dat blijkbaar tof en hij laat zich niet doen door wat anderen daar van vinden.”

Ooit heeft Vanden Broecke gezegd dat het leven in fasen verloopt. Vandaag is hij als de boom die in bloei staat, zegt Clara van den Broek. Het gaat goed, thuis en met zijn carrière. Kan kloppen, vindt Bruno, al is het gek om daar iets over te zeggen als je er middenin zit. “Ik heb wel het gevoel dat ik op mijn plaats zit in wat ik doe. Ik ben daar heel gelukkig mee.”

Van den Broek zegt ook dat hij wijs leeft. “Met een vriendin ga ik soms bij hem en Evie eten, en dan zeggen we achteraf tegen elkaar: wat heeft hij zijn prioriteiten goed op orde. Hij kan goed hoofd- van bijzaken scheiden en verspilt geen tijd aan dingen die niet de moeite zijn. Op vakantie zal hij bijvoorbeeld consequent zijn gsm afzetten.”

Het is een oefening, relativeert Vanden Broecke, maar als hij thuiskomt, probeert hij nog snel dat mailtje te sturen of dat telefoontje te ­plegen op de stoep, voor hij naar binnengaat. Ook hij heeft de neiging om thuis nog van alles te doen met die gsm, maar hij noemt het ‘een totaal andere entree voor die gasten’ als hij binnenstapt en zegt ‘Ik ben een boom, klim in mij’.

Evie en hij hebben wel wat miserie gehad, zegt Bruno Van den Broecke. Er zijn veel mensen gestorven in korte tijd: zijn vader, een oom van Evie, Ben. “Dat is heel veel verlies en dan stel je je prioriteiten.” Dat zijn de opdoffers van het leven die hem zeggen: geniet hiervan. “Een verlies kan ook een geschenk zijn, op een of andere manier.”

Hij heeft geleerd dat het leven kort is en dat hij moet genieten van het samenzijn met mensen. Onbewust, denkt hij, is dat de reden waarom hij drijft op ontmoetingen, eerder dan op projecten. Hij zoekt verwantschap met fundamenteel optimistische mensen voor wie het glas altijd halfvol is en die een tegenslag aankunnen. “Ruthje is zo iemand, en Jan Eelen: bijna vijftiger en nog altijd een jonge labrador. Zo leef ik graag. Het samenzijn is primair. Wát we dan samen maken, is secundair.”

OUDER KIND, vanaf 24/1 in KVS Brussel. Trio, vanaf 13/2 in de filmzalen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden