Dinsdag 27/09/2022

AchtergrondWoodstock '99

Plunderingen, brandstichting en groepsverkrachtingen: hoe Woodstock ’99 volledig ontspoorde

‘Trainwreck: Woodstock ‘99'. Beeld Netflix
‘Trainwreck: Woodstock ‘99'.Beeld Netflix

Geldklopperij en plunderingen. Brandstichting en geweld. Minstens vijf verkrachtingen en één dode. De nieuwe Netflix-documentaire Trainwreck: Woodstock ’99 toont hoe het festival ter gelegenheid van de 30ste verjaardag van het originele Woodstock volledig uit de klauwen liep.

Ewoud Ceulemans

‘We’ve got a bit of a problem”, werd over het terrein afgeroepen. “Dit maakt geen deel uit van de show.” Het was zondag 25 juli 1999, in het noorden van de staat New York, in een stadje dat ‘Rome’ heet, liep Woodstock ’99 op zijn einde. Red Hot Chili Peppers zouden nog terugkomen om een bisronde te spelen, maar de organisatie kwam even op het podium om het publiek op een probleem te wijzen: een van de geluidstorens stond in brand. Niet zomaar een vlammetje ten gevolge van een kortsluiting: de hele constructie stond in lichterlaaie, aangestoken en aangewakkerd door de festivalgangers zelf. “Het lijkt Apocalypse Now wel”, merkte Peppers-frontman Anthony Kiedis op.

De dinsdag nadien publiceerde The Washington Post een artikel over de schade die tijdens Woodstock ’99 ontstond. De kop las simpelweg: “Woodstock ’99 Goes Up in Smoke.

Vorige zomer bracht de Amerikaanse betaalzender HBO de twee uur durende documentaire Woodstock ’99: Peace, Love and Rage. Vandaag, een dikke 23 jaar na de feiten, brengt streamingplatform Netflix Trainwreck: Woodstock ’99, een driedelige docureeks over het volledig uit de hand gelopen festival waarmee organisatoren John Scher en Michael Lang de dertigste verjaardag van de originele Woodstock, het hoogtepunt van de hippiecultuur in de late jaren 60, wilden vieren. “Het zou het grootste feestje van de planeet worden”, hoor je in de trailer voor Trainwreck. “Maar dat is niet hoe iemand het zich vandaag nog herinnert.”

Oververhitting

Moby, die zou optreden op het ravepodium, voelde naar eigen zeggen op de eerste dag al, dat “er iets niet juist zat”, herinnerde hij zich vorig jaar op HBO. “Iedereen was kwaad, iedereen had het warm, en iedereen klaagde, en de deuren waren maar zes uur eerder opengegaan. Het was toen al ontspoord.” De omstandigheden zaten niet mee, en dat viel minstens ten dele Scher en Lang aan te wrijven. Vond het originele Woodstock-festival nog plaats op de terreinen van een zuivelboerderij, dan ging Woodstock ’99 door op een voormalige luchtmachtbasis van het Amerikaanse leger. Qua symboliek kan het tellen: een festival dat peace and love wil vieren, werd georganiseerd op een militair domein.

Een van de voornaamste redenen om voor die locatie te kiezen, zou Lang achteraf toegeven, was dat het domein goed was afgesloten, zodat “mensen, voor de verandering, met een ticket zouden komen”. Voor het originele Woodstock werden aanvankelijk 186.000 tickets verkocht. De gebrekkige afsluiting van het terrein leidde er echter toe dat heel wat mensen zónder kaartje het festival bezochten: alles tezamen werd het festival door zo’n 400.000 mensen bezocht. Vijfentwintig jaar later, tijdens het jubileumfestival Woodstock ’94, gebeurde hetzelfde: de hekken werden gesloopt, en ticketlozen overspoelden het terrein.

Woodstock ’99 werd ook door zo’n 400.000 mensen bezocht, dit keer wel voorzien van een ticket, waarvoor ze 150 dollar betaalden – het equivalent van 270 dollar vandaag. Naast de muur die de basis omheinde, werd de locatie van Woodstock ook gekenmerkt door asfalt en heel weinig bomen. De twee hoofdpodia, de East en de West Stage, lagen letterlijk mijlenver van elkaar, waardoor festivalgangers in de hitte, zonder schaduw, over een landingsbaan van ruim twee kilometer moesten lopen om van het ene podium naar het andere te geraken.

Kid Rock op Woodstock '99. Beeld Netflix
Kid Rock op Woodstock '99.Beeld Netflix

En het was warm, in het laatste juliweekend van 1999, met temperaturen die boven de 38 graden klommen. Het asfalt kaatste de hitte terug, schaduw was amper te vinden en drinkwater was duur: 4 dollar voor een flesje, wat vandaag zou neerkomen op 7 dollar. Op MTV, dat via pay-per-view (30 dollar voor een dag, 60 dollar voor het hele festival) heel Woodstock ’99 op tv uitzond, deden festivalgangers hun beklag over de geldklopperij. Terwijl er nauwelijks op drugs werd gecontroleerd, verhinderde de beveiliging aan de ingang wél dat mensen eigen eten of drinken mee naar binnen namen.

Volgens de organisatie was er genoeg gratis water voorzien aan de douches en toiletten, maar te weinig faciliteiten en te lange wachtrijen leidden tot frustratie. De waterleidingen werden opengebroken, terwijl de mobiele wc’s letterlijk overliepen van de stront. Later zou blijken dat uitgedroogde festivalgangers vervuild water moesten drinken. De modderbaden en moddergevechten waarvoor het regenachtige Woodstock ’94 de geschiedenis waren ingegaan (geef ‘Green Day Woodstock ’94’ in op YouTube), werden nieuw leven ingeblazen, door bezoekers die niet leken te beseffen dat ze in de uitwerpselen rolden.

Nihilisme

In documentaires en artikels over Woodstock ’99, zowel toen als nu, is het opvallend hoezeer Lang en vooral Scher hun handen in onschuld wassen. Scher kan het niet laten om MTV met de vinger te wijzen, dat de beeldvorming over zijn festival “manipuleerde” en alleen agressieve “knuckleheads” aan het woord liet. Een andere schuldige, volgens Scher, was Limp Bizkit-frontman Fred Durst, die tijdens ‘Break Stuff’ het publiek had aangemoedigd om, welja, de boel af te breken, want “It's just one of those days when you don’t wanna wake up / Everything is fucked, everybody sucks”. Toeschouwers trokken houten planken los uit de muren rond de geluidstoren, om erop te crowdsurfen.

Het was toen zaterdag 24 juli, en Woodstock ’99 vloog steeds verder uit de bocht. Later op de avond zakte David DeRosia ineen in de moshpit tijdens het Metallica-concert. De beveiliging dacht dat het om een overdosis ging, maar DeRosia bezweek aan oververhitting: zijn lichaamstemperatuur was opgelopen tot 42 graden. Gelet op de gewelddadige ravage en brandstichting die een dag later zou uitbreken, is het een wonder dat er, volgens cijfers van The Guardian en Pitchfork, slechts drie mensen het leven lieten.

Het socioculturele klimaat waarin Woodstock ’99 plaatsvond, was helemaal anders dan de flowerpower van de late jaren 60. De jaren 90 waren nochtans begonnen met een muzikale en sociale revolutie. Nirvana had angstige tieners een uitlaatklep gegeven en alternatieve muziek naar een ongekende populariteit gestuwd: en passant rekende Kurt Cobain af met homofobie en misogynie door in een jurk op te treden. Ondertussen hadden Beastie Boys hun machistische imago uit de jaren 80 afgezworen om voor vrouwenrechten te strijden, en organiseerden ze in 1996 de ‘Free Tibet’-concerten: de vrijheid- en gelijkheidsidealen van het originele Woodstock leken tot volle wasdom te zijn gekomen.

Aan het einde van de jaren 90 bleef daar niets van over. Peace, Love and Rage toont hoe het tijdperk door nihilisme werd gekenmerkt: onheilspredikers zaaiden angst over de nakende eeuwwisseling, en een maand voor Woodstock was Napster begonnen met de muziekindustrie af te breken. Ondertussen had het seksschandaal rond president Bill Clinton en Monica Lewinsky de minderwaardige positie van vrouwen opnieuw benadrukt, en als dieptepunt hadden twee tieners in april twaalf studenten en een leerkracht doodgeschoten in Columbine High School.

Nirvana was vijf jaar eerder, samen met Cobain, gestorven: hun plaats was ingenomen door popacts als Backstreet Boys en Britney Spears enerzijds, en nu-metal- en skatepunkbands als Limp Bizkit en The Offspring anderzijds. The Offpsring-frontman Dexter Holland besloot die tweespalt op Woodstock op de spits te drijven door, tussen de songs ‘Bad Habit’ en ‘Cool to Hate’, vijf poppen met de beeltenis van Backstreet Boys met een baseballknuppel stuk te meppen.

Verder waren Limp Bizkit, Korn en Kid Rock publiekstrekkers op Woodstock ’99, een festival waar een achterstevoren gedragen baseballpet tot de dresscode leek te behoren. Kid Rock deed op het podium wat hij een ‘politiek statement’ noemde: “Monica Lewinsky is een hoer en Bill Clinton een pooier.” Er stonden slechts drie vrouwelijke artiesten geboekt: Jewel, Sheryl Crow en Alanis Morissette. Die laatste had de ondankbare taak om een publiek op te warmen dat stond te wachten op achtereenvolgens Limp Bizkit, Rage Against the Machine en Metallica. Isn’t it ironic?

Zowat elke vrouw die het podium betrad, werd onthaald op de leuze ‘Show us your tits!’. Ook voor vrouwelijke bezoekers leek het een ongeschreven regel om hun borsten te tonen. “Er is geen tekort aan tieten”, merkte Dave Matthews tijdens zijn concert op zaterdag op. “Naaktlopen was bevrijdend”, herinnert een van de aanwezigen zich in Trainwreck. Alleen bleek al gauw dat hitsige en seksistische mannen van de gelegenheid gebruikmaakten om zoveel mogelijk borsten te grijpen en vrouwen te betasten. In elk concertfilmpje zie je topless vrouwen die bij de borsten worden gegrepen, ook al vroeg Dexter Holland zijn publiek om dat niet te doen.

Het mocht niet baten. Er werden, na afloop van het festival, vijf vervolgingen voor verkrachting opgestart, maar het echte aantal aanrandingen en verkrachtingen loopt volgens getuigen veel hoger op. Niet alleen werden vrouwen voortdurend betast, er zijn ook meerdere festivalgangers die achteraf verklaarden van groepsverkrachtingen getuige te zijn geweest. Tijdens concerten, te midden van een ontelbare massa mensen. De verantwoordelijke voor het rave­podium vertelt in Trainwreck over een gekaapt busje dat tijdens de set van Fatboy Slim de hangar inreed: toen hij het opendeed, zag hij een man zijn broek weer dichtgespen terwijl hij over een bewusteloos tienermeisje stond gebogen.

In een onwaarschijnlijke minimalisering van de feiten stelt Scher in Trainwreck dat het aantal mensen op Woodstock te vergelijken was met dat van een kleine stad, en “alles welbeschouwd zouden er in een stad van die omvang minstens evenveel verkrachtingen zijn”. In Peace, Love and Rage koos hij dan weer victimblaming als verdediging: “Vrouwen die naakt rondlopen zijn ten minste ten dele verantwoordelijk.”

 Woodstock '99. Beeld Netflix
Woodstock '99.Beeld Netflix

Kaarsen

Het originele Woodstock wordt vaak té romantisch voorgesteld: ook daar waren er onlusten en opstootjes, ook daar vielen twee doden – de ene overleed door een overdosis insuline, een andere werd al slapend overreden door een tractor. “Ook op het originele Woodstock waren er aanrandingen en verkrachtingen”, vertelde Trainwreck-producer Tim Wardle vorige week in The Guardian. Maar het was tekenend dat op Woodstock ’99 een muur met daarop de leuze ‘Peace and Love’ werd afgebroken – symbolischer kan het niet zijn. Toen MTV een festivalganger vroeg om welke idealen Woodstock ’99 draaide, antwoordde die: “Money, sex and bitches.”

Metalband Megadeth sloot hun set zondag af met het bisnummer ‘Peace Sells… But Who’s Buying?’, daarmee de ironie van de 30ste verjaardag van Woodstock samenvattend in vijf minuten. Woodstock ’99 eindigde met hordes festivalgangers die de geldmachines op het terrein plunderden, terwijl de festivalorganisatie zich opsloot in de kantoren en de deuren barricadeerde. Twaalf trucks met voorraden voor de eetstandjes werden opengebroken, de inhoud werd in brand gestoken, nadat immense kampvuren waren aangestoken tijdens het Red Hot Chili Peppers-concert. Er zouden 44 arrestaties volgen, nadat de beveiliging op zondagavond het terrein had verlaten en de staatspolitie zich met de zaak ging moeien. The San Francisco Examiner had het achteraf over ‘the day the music died’.

Verschillende festivalgangers gaven achteraf, ondanks de spectaculaire manier waarop alles misliep, aan meteen tickets te zullen kopen voor een eventueel vervolg, en Rage Against the Machine-gitarist Tom Morello was in The New York Times dezelfde mening toegedaan. “Ik heb genoeg van de hitsige demonisering van jonge mensen op Woodstock ’99. Ja, Woodstock liep vol roofdieren: de gedegenereerde idioten die vrouwen aanrandden, de hebzuchtige promotoren die elke cent uit dorstige concertgangers persten, en last but not least, de roofzuchtige media die blind waren voor het echte geweld en de schuld gaven aan een kwart miljoen muziekfans, van wie de grote meerderheid de tijd van hun leven had.”

Maar de weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen, en in de opeenvolging van domme beslissingen die van Woodstock een muzikale hel maakten, kwam de laatste van antiwapenorganisatie PAX, die gratis kaarsen uitdeelde voor een wake ter nagedachtenis van de Columbine-slachtoffers. Het leidde, tijdens de Peppers-show, even tot een mooi moment toen ‘Under the Bridge’ werd ingezet. Maar achteraf werden de kaarsen gebruikt om immense kampvuren aan te steken, met alles wat enigszins brandbaar was als brandstof. Tot de geluidstoren toe.

Anthony Kiedis en co. hadden toen al lang besloten om als laatste bisnummer een Jimi Hendrix-cover te spelen, als knipoog naar diens legendarische Woodstock-show dertig jaar eerder. Ze kozen voor ‘Fire’. Alsof ze de laatste restanten van de originele Woodstock-idealen volledig wilden laten uitbranden, en zij als een moderne Nero muziek speelden terwijl Rome, letterlijk, afbrandde.

Trainwreck: Woodstock ’99 is te zien op Netflix.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234