Zondag 04/12/2022

AchtergrondMuziek

‘Plots ziet de hele buurt het talent van die zogenaamde hangjongeren’: 123-piano zet Gent opnieuw vol muziekinstrumenten

null Beeld Anders Vranken
Beeld Anders Vranken

Negen jaar geleden deed muzikant Frederik Sioen pionierswerk door zijn eigen Gent vol piano’s te zetten, vrij te bespelen voor iedereen. Vandaag is zijn organisatie 123-piano een begrip en kan je in stations en luchthavens overal ter wereld op een klavier tokkelen. ‘Plots ziet de hele buurt het talent van die zogenaamde hangjongeren.’

Jasper Van Loy

In het Citadelpark, aan de Sint-Baafskathedraal en vlak bij de Minardschouwburg. Het zijn drie van de zeven plekken in Gent waar sinds donderdag kunstig versierde piano’s staan, beschikbaar voor iedereen die zich geroepen voelt. Daarmee is 123-piano, het project van muzikant Frederik Sioen, al aan zijn tiende editie toe.

“Ik kreeg het idee toen ik stond te wachten op een trein in Gare Montparnasse”, vertelt Sioen. “Aan de stationspiano was het een komen en gaan van muzikanten en toeschouwers. Ik ben gewoon in de rij gaan staan en al snel stond ik te babbelen met de wachtenden voor mij. Mensen stootten elkaar aan, twee vreemden speelden plots samen. Wat de muziek daar deed, wilde ik ook in mijn stad zien.”

Sioen kreeg meteen de steun van de stad Gent en van Quatre Mains, een plaatselijke pianozaak die de instrumenten voorziet en onderhoudt. Intussen is 123-piano als kool gegroeid. Naast de zeven vaste instrumenten trekken er mobiele piano’s door de wijken van de stad. Er zijn de hele maand jamsessies en gratis miniconcerten, een karaoke met livepianist is de apotheose op de slotdag. Volgens de website zijn er de afgelopen negen edities 40.000 nummers vertolkt, maar Sioen noemt dat “een totale onderschatting”. “Aan dat aantal zit je wellicht al met één piano in het centrum.”

Elton John

De oudste ‘straatpiano’ die we konden vinden, was die van drie vrienden uit Sheffield. Ze hadden in 2003 geen groot ideaal over verbinding of de kracht van muziek, maar vonden hun buffetpiano simpelweg te zwaar om mee te verhuizen naar hun appartement. Het instrument bleef op de stoep staan met een bordje erbij: ‘Voel je vrij om te spelen, wanneer je wil, tussen negen uur ’s ochtends en negen uur ’s avonds.’ Het stadsbestuur wilde hem eerst weg, maar daar kwam zoveel protest op dat hij nog jaren mocht blijven staan zolang de eigenaars hem onderhielden.

null Beeld Evy Ottermans
Beeld Evy Ottermans

‘Play Me, I’m Yours’ stond er kort en krachtig op de eerste piano’s die de Britse artiest Luke Jerram in 2008 installeerde voor een kunstenfestival in Birmingham. Jerram bedacht het project in een wasserij, toen hij merkte dat de klanten er niet tegen elkaar praatten. Zo begon hij overal in zijn stad iets te zien dat hij ‘onzichtbare gemeenschappen’ noemde: mensen die stonden te wachten op de bus of voor een verkeerslicht en dus iets gemeen hadden, maar geen woord wisselden. Door in hun midden een piano te zetten, wilde hij die mensen iets geven om over te praten.

Dat was geen kwaad idee van Jerram, zegt Jeroen D’hoe, componist en professor popmuziek aan de KU Leuven. “Muziek spelen is altijd een manier om iets te delen en dat werkt in twee richtingen. De voorbijganger wordt verwonderd, de pianist voelt zich erkend door de omstanders. Het mooie is dat het vrijblijvend is. Zelfs als je maar een flard kan horen omdat je trein dadelijk vertrekt, verlies je niets. Het verschil met de straatmuzikant is dat die laatste een ruimte inneemt voor zichzelf. Die piano, klaar om bespeeld te worden, maakt net nieuwe ruimte vrij. Het instrument nodigt uit.”

Intussen zit Jerram aan tweeduizend instrumenten in zeventig landen, maar hij staat al lang niet meer alleen in zijn missie om van de wereld een mooiere en muzikalere plek te maken. Zelfs de NMBS plaatste al een paar keer piano’s in zijn stations en riep reizigers op om hun opvoeringen te filmen en te delen. Het gevolg daarvan zie je op het internet, dat vol staat met filmpjes van pianisten die viraal zijn gegaan. Soms zijn het bekende namen als Elton John of Lang Lang die van hun grote podium komen om de treinreiziger te vermaken, maar het kan evengoed een skater zijn die wat danceclassics pingelt, een elfjarige die zijn innerlijke Ludovico Einaudi niet kan bedwingen of twee reizigers die quatre-mains spelen zonder elkaar ooit te hebben ontmoet.

null Beeld Anders Vranken
Beeld Anders Vranken

Ook in Gent worden de pianisten af en toe gefilmd, maar de grootste viral uit de geschiedenis van 123-piano is te danken aan een danser: Oskar Stalpaert, een jongeman met het syndroom van Down die alles stond te geven aan de ingang van Gent-Sint-Pieters. Verrassing en spontaniteit zijn de rode draad, de aantrekkingskracht van de straatpianist is dezelfde als die van de flashmob of de trotse oude eik die een kleurig truitje heeft aangebreid gekregen.

Geel en blauw

Maar de impact gaat verder dan puur het muzikale. Toen er eind 2013 protesten uitbraken op het Onafhankelijkheidsplein in Kiev tegen president Viktor Janoekovitsj, ging een foto viraal van een onbekende man die Imagine van John Lennon vertolkte, een paar meter voor een muur van oproerpolitie. Zijn instrument had hij geschilderd in geel en blauw, de kleuren van de Oekraïense vlag. In Nederland bespeelde Ernesto Dennis zoveel mogelijk stationspiano’s om geld in te zamelen voor een nieuw gebit voor Siggy, een dakloze die hij in het station van Utrecht had ontmoet.

De verhalen van Sioen en zijn pianist Jan Roelkens, die van in het begin betrokken is bij 123-piano, zijn minder heldhaftig, maar evengoed waardevol. “Ik zie conservatoriumstudenten samenkomen om met hun eigen instrumenten rond de piano te jammen, maar evengoed troepen Roma-jongeren samen rond het instrument aan de Brugse Poort. Plots ziet de rest van de buurt het talent van die zogenaamde hangjongeren”, zegt Sioen. “Nog zoiets: toeristen. Ik heb zelf nog niet veel met reizigers gepraat die naar Gent komen, maar ik was wel ooit getuige van een Aziatische toeriste die een prachtig nummer speelde. Plots begonnen Gentenaars met haar te spreken.”

Roelkens was nog het meest onder de indruk toen hij vorig jaar een woon-zorgcentrum bezocht. “We zaten nog in volle coronacrisis en de bewoners mochten niet buiten, dus ze zaten achter glas en schreven op papiertjes welke nummers ze wilden horen. Toen we hen zagen huilen, welden ook bij ons de tranen op.”

En dan is er Julien, een 93-jarige weduwnaar die zo verknocht is aan de plek waar hij woont dat zijn achternaam eigenlijk ‘van de Bloemenswijk’ zou moeten zijn. “Elke keer we langskomen met een mobiele piano, staat hij klaar in zijn bretellen met pianomotief”, vertelt Sioen. “Ik wilde altijd pianist worden, Chopin is nog altijd mijn grote favoriet”, zegt Julien als we hem bellen. “Maar toen brak de oorlog uit en had ik helemaal geen geld meer om zelf een instrument te kopen. Nu staat hier een keyboard, een Yamaha, maar ik ga hem verkopen. De dokterskosten worden te zwaar en het spelen gaat me niet goed meer af.”

null Beeld Anders Vranken
Beeld Anders Vranken

Niet alles kan worden opgelost met een wijsje, beseft ook Roelkens. Hij grijpt terug naar het woon-zorgcentrum. “Wij zijn daar een kwartier geweest, maar toen wij weg waren, zaten die mensen nog steeds achter glas, hé. Dan sta je plots met je voeten op de grond. Ook als je in de wat minder gegoede wijken passeert met je piano, dan besef je plots dat het maar muziek is. Het is vluchtig, punt.”

Oude dame

Straatpiano’s brengen ook niet altijd het beste in de mens naar boven. Dat bleek toen de Nederlandse spoorwegen in 2014 voor het eerst instrumenten in de stationshallen zetten om wat sfeer te brengen tijdens verbouwingswerken. Helaas werden enkele instrumenten beschadigd en besmeurd. Een klavier in Amsterdam-Centraal werd zelfs volgesmeerd met stront. Toen Vice twee jaar later aan enkele criticasters vroeg wat hun probleem was, antwoordden ze dat de piano’s een podium gaven aan narcisten en “een vies, gekunsteld gevoel van samenhorigheid” proberen te creëren.

Ook de eerste piano’s in Gent kregen bezoek van vandalen, maar intussen liet 123-piano speciale kisten maken. Het aantal vernielingen nam af tot bijna nul. “De piano’s zijn verankerd in de stad”, denkt Sioen. “Ik denk dat we net op het goede moment zijn gekomen. Mensen voelen zelf ook aan dat de polarisatie toeneemt. Ik ken mensen die jaarlijks een liedje bestellen voor een oude dame in hun straat, of die rond de piano staan en daar voor het eerst met hun buurman praten. Dat je dat in vijf minuten kan creëren, maakt dit alles de moeite waard.”

null Beeld Anders Vranken
Beeld Anders Vranken

D’hoe wil het toch niet onderschat hebben. “Mensen die samen naar iets luisteren, resoneren met elkaar. De gemeenschap die ze vormen, bestaat niet lang, maar ze is wel echt. Het is dezelfde roes die mensen voelen als ze een concert van Coldplay bezoeken en Chris Martin vraagt om de handen in de lucht te steken, maar dan in het klein.”

Altijd weer Amelie Poulain

Op de vraag welk nummer het vaakst is gespeeld in het kader van 123-piano, heeft Sioen snel een antwoord klaar: “Het thema van Le fabuleux destin d’Amélie Poulain. Het stadspersoneel van Gent trekt zelfs streepjes per keer dat iemand het inzet.”

“Het succes van Amélie Poulain zit hem in de eenvoud”, zegt Jeroen D’hoe. “Je hoeft de positie van je hand of je vingers bijna niet te veranderen en daardoor is het ook voor beginnende pianisten een heel behapbaar stuk. De melodische kern is heel eenvoudig, maar net daarom meeslepend. Er zitten bijna geen dissonante tonen in, de muziek wringt op geen enkel punt. Het leunt aan bij post-minimal music, de repetitieve composities die mensen als Max Richter en Joep Beving vandaag maken.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234