Dinsdag 31/01/2023

AchtergrondBeeldende kunst

Plots kunnen we kunst zien die nooit voor een publiek bedoeld was: ‘Dit geeft zicht op de evolutie die een kunstenaar doormaakt’

Onder 'Hoofd van een boerin met witte muts' van Vincent van Gogh gaat een zelf­portret schuil. Beeld National Galleries of Scotland
Onder 'Hoofd van een boerin met witte muts' van Vincent van Gogh gaat een zelf­portret schuil.Beeld National Galleries of Scotland

Een verborgen zelfportret van Van Gogh, een toren die Da Vinci toch niet bij de Mona Lisa vond passen of de erotische verwijzingen in het portret van Rubens’ vrouw. Met camera’s worden op schilderijen taferelen blootgelegd die vaak al eeuwen geleden onder een laag verf waren verstopt. Maar zouden de meesters zelf daar wel zo blij mee zijn?

Pieter Dumon

Deze zomer was de Mona Lisa van Leonardo da Vinci nog maar eens wereldnieuws. De Franse ingenieur Pascal Cotte maakte de voorbije jaren met een multispectrale camera meer dan 1.500 foto’s van het schilderij, die hem toelaten het werk laag per laag te analyseren. Dat leverde onlangs opnieuw een vondst op. Nadat Cotte eerder al onthuld had dat de oorspronkelijke Mona Lisa een veel hoger voorhoofd had dan het beeld dat we allemaal kennen, ontdekte hij deze keer een overschilderde toren in de achtergrond. Een belangrijke aanwijzing die - nog altijd volgens Cotte - verwijst naar de militaire plannen die Da Vinci had om de inwoners van de stad Pisa het leven zuur te maken.

De Franse ingenieur is lang niet de enige die oude meesterwerken aan een grondige doorlichting onderwerpt. In het begin van de zomer werd bij de National Galleries of Scotland nog een nieuw zelfportret van Vincent van Gogh ontdekt. Het gaat schuil achter het schilderij Hoofd van een boerin met witte muts en kwam in beeld nadat er in voorbereiding van een nieuwe expo een röntgenfoto van dat werk was gemaakt.

De expo Rubens privé was dan weer de aanleiding om Het pelsken, een portret dat Rubens maakte van zijn tweede vrouw Helena Fourment, onder de scanner te schuiven. En ook dat leverde een verrassend resultaat op. Onder de zwarte achtergrond bleken namelijk een ‘manneken pis’ en een waterspuwende leeuwenkop schuil te gaan. Twee voor die tijd behoorlijk expliciet erotische elementen, die het portret van Fourment, die poseert in niet meer dan een bontjas, plots een totaal andere ondertoon geven.

'Het pelsken' van Rubens bleek een ‘manneken pis’ en een waterspuwende leeuwenkop te bevatten, expliciete elementen voor die tijd. Beeld Rubens
'Het pelsken' van Rubens bleek een ‘manneken pis’ en een waterspuwende leeuwenkop te bevatten, expliciete elementen voor die tijd.Beeld Rubens

Het zijn stuk voor stuk ‘ontdekkingen’ die groot nieuws waren in de kunstwereld en ver daarbuiten. Al zijn er kanttekeningen te plaatsen bij het hoogtechnologische onderzoek van het werk van oude meesters. “Je kunt ervan uitgaan dat af en toe dingen worden ontdekt die de kunstenaar zelf liever verborgen had gehouden”, zegt Karen Bonne, die als restaurateur verbonden is aan het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK). Er is immers een reden waarom een werk of een bepaald stuk ervan overschilderd werd. Misschien maakte de kunstenaar in kwestie een fout die niet meer te herstellen viel. Of was hij, wanneer het werk klaar was, niet tevreden over het eindresultaat.

Geslachtsdelen

Er moet niet altijd een artistieke reden zijn voor het aanbrengen van een extra laagje verf. “Veel van die oude werken zijn in opdracht gemaakt”, legt Bonne uit. “Dan durfde het weleens te gebeuren dat de opdrachtgever bepaalde elementen van zo’n schilderij graag anders zag.”

Ook de zeden en gebruiken evolueren doorheen de tijd. Bonne: “Een tafereel waar aanvankelijk niemand graten in zag kan, wanneer het religieuze kader verandert, plots als aanstootgevend worden gepercipieerd.” Het bekendste voorbeeld is misschien wel de Sixtijnse Kapel. Daar kreeg een heel aantal figuren een zedige make-over omdat de kerkleiders het niet zo begrepen hadden op de naakte geslachtsdelen die Michelangelo in zijn meesterstuk had verwerkt.

Wat de reden voor de overschilderingen ook mag zijn, het blijft de vraag of we per se op zoek moeten gaan naar wat eronder zit. Veel hangt af van de context, vindt Geert Van der Snickt, die aan de UAntwerpen toekomstige restaurateurs de knepen van het vak leert. “Je moet bijvoorbeeld een onderscheid maken tussen aanpassingen die door de kunstenaar zelf zijn doorgevoerd en overschilderingen die pas in een latere fase werden aangebracht. In het laatste scenario is het sowieso interessant om op zoek te gaan naar het origineel.”

Het bekendste recente voorbeeld van zo’n restauratie is die van Het Lam Gods. Op dat wereldberoemde drieluik ging het werk van de broers Van Eyck op bepaalde plaatsen verborgen onder verf van mindere goden. Dan lijkt het logisch die latere aanpassingen gewoon te verwijderen, maar zo simpel is het niet, legt Van der Snickt uit.

“Ook die overschilderingen maken deel uit van de geschiedenis van zo’n werk. Bovendien moet het technisch mogelijk zijn. In het geval van Het Lam Gods hadden de restaurateurs het geluk dat er tussen het werk van de Van Eycks en de overschilderingen een laag vernis zat. Dat maakt het makkelijker om de bovenlaag te verwijderen zonder wat eronder zit te beschadigen. Maar dat is niet altijd het geval.

“Ten slotte moet je ook heel zeker zijn dat wat er onder de bovenste verflaag zit niet alleen van superieure kwaliteit is, maar ook nog in goede staat is. Het heeft geen zin verflagen te verwijderen als achteraf lege vlekken in het schilderij achterblijven. Het is telkens opnieuw een evenwichtsoefening om te bepalen hoe ver je kunt gaan in zo’n restauratie. In het geval van Het Lam Gods heeft een internationaal expertencomité zich uiteindelijk over de vraag gebogen of het aangewezen was de overschilderingen weg te halen.”

'Het Lam Gods' van de broers Van Eyck. Beeld TMDB
'Het Lam Gods' van de broers Van Eyck.Beeld TMDB

Gluren

Het dilemma wordt nog groter als het over aanpassingen gaat die de schilder zelf heeft aangebracht. De overschilderingen weghalen is dan meestal sowieso geen optie. Ook die extra verflagen zijn immers het werk van de meester. De onderliggende taferelen komen in zo’n geval aan het licht door een behandeling met röntgenstralen of opnames met een multispectrale camera, die de verschillende lagen opnieuw zichtbaar maken.

Maar ook die aanpak roept vragen op. “Ik vind het een vorm van gluren”, zegt kunstschilder Jan Van Imschoot. “Mij interesseert het eindresultaat. Ik hoef niet te weten welke fouten de schilder heeft gemaakt of wat hij tijdens het maken van zo’n werk heeft aangepast. Ik overschilder ook weleens een doek als een werk niet uitdraait zoals ik het wil. Het idee dat zo’n ‘mislukt’ werk binnen een paar jaar met allerhande technische hulpmiddelen weer zichtbaar wordt, vind ik niet meteen leuk. Ik vraag me af wie daar iets aan heeft.”

Michaël Borremans zou minder problemen hebben met een technische doorlichting van zijn werk. “Ik overschilder vaak. Om een goed werk te maken, moet ik een haast foutloos parcours kunnen rijden. Sluipen er toch fouten in, dan overschilder ik meestal meteen het hele doek. Liever dat dan de boel te proberen redden met kleinere correcties.” Die overschilderingen zijn wat Borremans betreft geen taboe, ze mogen ontdekt worden. Alleen vraagt de schilder zich net als zijn collega Van Imschoot af wat de meerwaarde van zulke ‘vondsten’ is. “Ik zou dat soort onderzoek naar mijn oeuvre een bijzonder slecht idee vinden. Omdat wat er onder mijn werken zit gewoon totaal niet interessant is.”

Artistieke hoogtepunten

Daar denkt Bonne dan weer anders over. “Zulke onderzoeken geven inzicht in de manier van werken van een kunstenaar. Bijvoorbeeld door aan te tonen hoe en waar de compositie van een bepaald werk doorheen de tijd is veranderd. Het blootleggen van overschilderde fragmenten of volledige werken geeft daarnaast zicht op de evolutie die een kunstenaar doormaakt. Vaak zijn het immers vroege werken die doorheen de tijd een extra laagje verf kregen.”

Van der Snickt wijst op zo’n vroeg werk van Van Gogh, dat met behulp van moderne technologie werd ontdekt onder een stilleven met bloemen dat de schilder tijdens zijn Parijse periode maakte. Eronder zat een scène verborgen met worstelaars, die Van Gogh schilderde toen hij bij Charles Verlat les volgde aan de Antwerpse academie. Een opgelegd werk, waarbij een tiental studenten hetzelfde tafereel moest schilderen.

“Voor Van Gogh was dat dus niet meer dan een vingeroefening, wat meteen verklaart waarom hij het later overschilderde. Artistiek zal het ook niet zijn beste werk zijn, maar het is het verhaal erachter dat het zo interessant maakt. Je moet bij iemand als Van Gogh niet enkel naar de allerbeste werken kijken. Een werk als de worstelaars helpt je als toeschouwer begrijpen hoe die artistieke hoogtepunten tot stand zijn gekomen.”

Niet alleen wetenschappers, maar ook verzamelaars en handelaars jagen tegenwoordig al eens hun collectie door de scanner. Heel wat kunstenaars hebben in hun oeuvre immers verschillende periodes, de ene al meer in trek op de kunstmarkt dan de andere. Dat kan wie op zoek is naar winst op ideeën brengen.

“Bij Ensor bijvoorbeeld liggen vooral de werken waarop zijn kenmerkende maskers te zien zijn goed in de markt”, legt Bonne uit. “Alleen heeft hij naar het einde van zijn carrière toe veel van zijn vroege werken overschilderd. Wie zo’n overschilderd werk in huis heeft, kan weleens in de verleiding komen om de ‘goedkopere’ bovenste laag weg te halen in de hoop een duurder maskerschilderij naar boven te halen. Met alle risico’s van dien.”

Professionele kleurplaat

Ook bij wetenschappers en musea speelt bij het zoeken naar verborgen taferelen een stuk opportunisme mee. “Zo’n ontdekking levert sowieso heel wat aandacht op voor het werk in kwestie”, weet Bonne. “Het is een soort mysterie en dat prikkelt de nieuwsgierigheid van de mensen.” Wat dan weer een boost kan geven aan de bezoekerscijfers van het museum waar het bewuste werk aan de muur hangt. De moderne technologie laat bovendien toe om wat onder de bovenste verflaag verborgen zit mooi in beeld te brengen, zonder het originele werk te beschadigen.

Al wordt soms wat te voortvarend te werk gegaan, vindt Bonne. “We kunnen tegenwoordig niet alleen de contouren van zo’n onderliggend tafereel in beeld brengen, chemische analyse van de gebruikte verf geeft ons ook een idee van welke kleuren te zien waren.”

Op die manier maakten onderzoekers een gedetailleerde replica van het portret dat een paar jaar geleden onder Rembrandts Oude man in militair uniform ontdekt werd. “Daar heb ik toch vragen bij”, zegt Bonne. “Je dreigt aan dat soort experimenten niet meer dan een professioneel uitziende kleurplaat over te houden. We kunnen dan wel ongeveer inschatten welke kleuren gebruikt zijn, het blijft toch steeds gissen naar de exacte pigmenten en subtiele kleurverschillen. Het risico is reëel dat het originele werk van Rembrandt behoorlijk afwijkt van de kopie die wij er nu van maken.”

Onderzoekers maakten een ­replica van het portret dat onder Rembrandts 'Oude man in militair uniform' ontdekt werd. Beeld Rembrandt
Onderzoekers maakten een ­replica van het portret dat onder Rembrandts 'Oude man in militair uniform' ontdekt werd.Beeld Rembrandt

Zoals bij wel meer dingen in het leven komt het er bij het scannen van schilderijen op aan maat te houden. “Ik vrees dat veel van de schilders wier werk wij nu minutieus analyseren vooral hard zouden lachen bij de betekenis en waarde die wij aan hun onderliggende schetsen hechten”, denkt Bonne.

Jan Van Imschoot deelt die gedachte. “Ik ben, zoals ik al zei, geen fan van dat soort doorlichtingen. Maar als wetenschappers zich over honderd jaar met mijn werk willen bezighouden, zullen ze er alleszins een ferme kluif aan hebben. Jaren geleden heb ik een aantal schilderijen gemaakt waarbij ik eerst een tekst op het doek zette om die daarna te overschilderen. Ik weet ondertussen allang niet meer wat de betekenis van die teksten was, maar ik ben wel benieuwd wat die wetenschappers er van zullen maken.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234