Donderdag 25/04/2019

Muziek

Pianosensatie Ludovico Einaudi brengt zeven platen in zeven maanden uit: ‘Muziek is niet noodzakelijk kunst’

Beeld Ray Tarantino

Componist en pianist Ludovico Einaudi wordt doodgeknuffeld door het grote publiek, maar verguisd door recensenten en andere muzikanten. Mag klassieke muziek dan niet simpel én simpelweg succesvol zijn? De maestro leidde ons op de tonen van zijn nieuwe plaat rond in de Noord-Italiaanse heuvels.

“Naar het schijnt groeien de druiven hier beter als ze zijn muziek horen.” Een kenner fluistert het ons toe terwijl we door de heuvels sjezen. Ons wandelpad ontplooit zich net buiten het Italiaanse stadje Alba, waar de familie van de populairste klassieke muzikant ter wereld – goed voor zowat een miljoen Spotify-streams per dag – een wijngaard bezit. Het stadje, op ongeveer honderd kilometer van Turijn, is piccolo: in tien minuten doorkruisen we de hele bebouwde kom tot aan het Teatro Sociale, waar de opening van de nieuwe concertreeks plaatsvindt in een prachtig half barok, half modern bouwwerk.

Vergezeld door twee strijkers stelt Ludovico Einaudi zijn nieuwe albumreeks Seven Days Walking voor. Tijdens het concert zwoegen violist en cellist zich een ongeluk in repetitieve strijkbewegingen die de pieken en dalen in de uitlopers van de Italiaanse Alpen moeten voorstellen, de pianist zwoegt als een getormenteerd genie aan het klavier op simpele melodieën en stroperige samenklanken. Het publiek slaagt er geenszins in het droog te houden bij de teerhartige composities van de Italiaan. De volgende dag neemt de maestro ons mee voor een uitje in de heuvels, waarbij hij boterbloemen plukt voor bij het diner, en we zijn inspiratiebronnen en passie voor muziek bespreken.

Het Noord-Italiaanse landschap waar we met Einaudi doorwandelen. Beeld Tania Feghali

Hoofd en hart

“Mijn moeder was heel blij dat ik voor een leven als muzikant koos”, vertelt Ludovico Einaudi, terwijl de fotografen hem als een rockster bestoken. Het gaat hem allemaal met gemak af: een leven in de schijnwerpers zit hem in de genen. Hij is dan ook een nazaat van intellectuele strategen uit de hoogste regionen van de Italiaanse geschiedenis: grootvader Luigi Einaudi werd na een carrière als journalist en professor (en correspondent voor onder andere The Economist) de tweede president van Italië. De populistische politicus en econoom bracht twee zonen ter wereld die de intellectuele traditie voortzetten, de ene als professor in de politiek met een actieve antifascistische agenda, de ander als gevierd uitgever van schrijvers als Pasolini, Levi en Calvini. Uitgever Giulio zwoor destijds trouw aan Renata Aldrovandi, een fervente liefhebster van de piano met een stem als een nachtegaal, wier vader op zijn beurt dirigent was.

Ze kregen samen een zoon, en moeder Renata speelde voor de kleine Ludovico volkse deuntjes op de piano zoals een andere moeder sprookjes voorleest. “Misschien klopt het wel dat ik me ergens bewust tegen de intellectuele erfenis van mijn vader en grootvader heb afgekeerd, of dat ik er zelfs van gevlucht ben, recht in de armen van de muziek”, verklaart Einaudi. “Dat was altijd mijn droom. Mijn vader was niet per se ongelukkig met mijn keuze voor het conservatorium – hij was zo met zijn carrière bezig, dat hij er eigenlijk niet eens acht op sloeg dat ik überhaupt een studiekeuze moest maken”, lacht hij. “In die zin was hij nogal een egoïst.”

De meest beluisterde klassieke muzikant ter wereld is een zestiger met een soort monnikskapsel en brilletje, maar met de allures van een popster. Uitspraken als ‘Ik liet me inspireren door Eminem’, jagen de klassieke goegemeente regelmatig de stuipen op het lijf. Met de muziek voor films als Intouchables en This is England gooide Einaudi internationaal hoge ogen, en een optreden op een ronddrijvende ijsschots in de Noordelijke IJszee in het kader van een Greenpeace-campagne zorgde ook voor heel wat bijval. Zijn nieuwste project, een reeks composities genaamd Seven Days Walking, is een reflectie over het Noord-Italiaanse landschap waar de pianist dagelijks doorheen struint op zoek naar inspiratie. In de komende zeven maanden zal Einaudi zeven platen uitbrengen – elke plaat is een wandeling in hetzelfde landschap, maar steeds met een ander gemoed. Net zoals de mens, betoogt Einaudi, is het landschap geen enkele dag hetzelfde.

“In ons dagelijkse leven is er al zo veel structuur en orde”, beklaagt Einaudi, ferm doorstappend op een kronkelweg doorheen de heuvels die de familiewijngaard omringen. “Dat zorgt voor veel frustraties en pijn bij de mens. Daarom houd ik van de natuur, die chaotisch en tegelijk gebalanceerd is. Soms lukt het me om de muziek doorheen mijn vingers te laten vloeien zoals de wind door de velden waait; ik vind het prachtig wanneer mijn eigen brein niet te aanwezig is in mijn composities.” 

Tijdens de officiële opening van de wijngaard worden de composities van Einaudi door de Italiaanse heuvels geknald, maar de maestro zelf drinkt geen druppel van de plaatselijk gefabriceerde godendrank. Focus is uiterst belangrijk in zijn muzikale praktijk, vertelt hij. “Ik drink niet, zéker niet voor een optreden. Het brengt mijn lichaam uit balans. Op het podium is het al te makkelijk om je te laten overmannen door angst – als ik niet helemaal fit ben, kan ik dat niet de baas. Dus voor ik ga optreden, eet ik het liefst niet te veel en slaap ik genoeg: zo behoud ik de volledige controle over mijn emoties. Dan vloeit mijn energie in de juiste richting, dan vergeet ik mijn lichaam en mijn denken.” 

Populist tot in de kist

“Dishonest, disconnected and desperately unadventurous”, kopte The Guardian nog over zijn muziek: Ludovico Einaudi mag dan wel de meest beluisterde klassieke muzikant ter wereld zijn, hoge bomen vangen veel wind en dus wordt de pianist ook regelmatig beladen met bakken kritiek. Het onbegrip komt vooral uit zijn eigen sector: hoe kan iemand die zulke ongeïnspireerde composities voortbrengt zo veel geld verdienen en bijval oogsten? In de popmuziek hoeft men die vraag al lang niet meer te stellen, maar binnen het klassieke genre maakt kiezen voor het grote geld je blijkbaar nog steeds persona non grata. We moeten er trouwens ook bij vermelden dat de componist liever niet bij één bepaald muzikaal genre wordt genoemd. 

Ludovico Einaudi Beeld Ray Tarantino

“Muziek is voor mij niet noodzakelijk kunst”, verklaart Einaudi zich nader. “Het is voor mij voornamelijk een vorm van pure, menselijke expressie. Het heeft trouwens lang geduurd voor ik de manier vond waarop ik me echt wou uitdrukken. Bovendien kan ik niet eens definiëren wat kunst écht is. Is dat het beheersen van bepaalde materialen en technieken? Ja, dan is muziek zeker een kunst. Maar het is ook emoties kanaliseren, en anderen inspireren.”

Ook aan het conservatorium in Milaan slaagde de jonge Einaudi er niet in om te ontsnappen aan de hogere, intellectuele sferen van zijn familiegeschiedenis, want aan de Italiaanse scholen gaven op dat moment de vernieuwers van de 20ste-eeuwse avant-garde les. Zo kwam de jonge Ludovico terecht in de klas van de gelauwerde experimentalist Luciano Berio, die de literatuur van nota bene James Joyce, Italo Calvino en Samuel Beckett in zijn composities verwerkte. Toch was er ook in de muziek van Berio een volks element terug te vinden dat Einaudi herkende van thuis: net als de moeder van Einaudi, had zijn leermeester een voorliefde voor Italiaanse volksliedjes.

Einaudi werd na zijn studententijd assistent van Berio, maar het werk van de leerling kon onmogelijk nog meer van dat van zijn meester verschillen. Wat zo mogelijk nog meer verbaast, is dat hij zelfs bij Karlheinz Stockhausen op cursus ging – één van de meest recalcitrante vernieuwers van de 20ste-eeuwse muziek. “Als student in de jaren 70 en 80 tuimelde ik recht de wereld van de avant-garde binnen, ik wou toen ook nog andere horizonten verkennen”, vertelt Einaudi. “Het was enorm interessant om bij de meesters te studeren. Trouwens, ik bedacht me zonet dat Stockhausen een opera heeft die ook over zeven dagen strekt! Toeval of niet?” Hij lacht – het is onduidelijk of hij de ironie van zijn opmerking zelf inziet.

Het verbaast dus dat de leerling van figuren als Berio en Stockhausen geen complexer werk verkiest boven de popachtige platen en sentimentele filmmuziek die hij vandaag componeert. Een mogelijke theorie is dat de pianist, als kleinzoon van een legendarische Italiaans populistische politicus, zijn talent liever inzet voor een groot publiek, dan hermetische, hedendaags klassieke werken af te leveren – al is er natuurlijk een tussenweg. En waarom zou het bovendien voor een klassiek opgeleide pianist kwalijker zijn te kiezen voor instant succes dan voor de vele popmuzikanten die hetzelfde succes begeren?

Gesteld dat Einaudi in één klap zijn teergeliefde publiek verliezen zou: zou hij dan een andere muzikale weg inslaan? “Toen ik begon, luisterde er nog niemand naar mijn muziek”, beargumenteert Einaudi. “Aan het begin van mijn carrière, wou geen enkele platenmaatschappij met mij in zee gaan – al geef ik toe dat mijn muziek sindsdien wel geëvolueerd is. Maar ik kan toch niet beweren dat ik iets anders zou gaan componeren als ik plots geen luisteraars meer heb? Dat ik iemand anders zou worden? Dit zijn mijn gevoelens, dit is hoe ik mijn wereld exploreer, dit is de muziek die bij mij hoort. Als mijn luisteraars opeens wegvallen, zou dat misschien het einde van mij betekenen – maar niet van mijn muziek.”

Ludovico Einaudi speelt op 16 april in het Koninklijk Circus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.