Dinsdag 23/04/2019

Ultimas

Philippe Van Snick en Gijs Van Vaerenbergh: "Er zijn plekken nodig om kattenkwaad uit te halen"

Philippe Van Snick en architectenduo Gijs Van Vaerenbergh. Beeld Bas Bogaerts

Kunstschilder Philippe Van Snick creëerde vier jaar geleden het Groot orgel voor de haven van Brussel. Grootse werken in de publieke ruimte zijn dan weer dagelijkse kost voor architectenduo Gijs Van Vaerenbergh. Een roadtrip met de winnaars in de categorieën Beeldende Kunst en Vormgeving, van Leuven via Brussel naar Genk. 

Gijs Van Vaerenbergh (Ultima Vormgeving)

Architecten Pieterjan Gijs (35) en Arnout Van Vaerenbergh (35) kent u misschien van het doorkijkkerkje 'Reading Between the Lines' in Borgloon, een veel gedeeld beeld op Instagram. Vorig jaar realiseerde het artistieke duo onder meer 'Arcade' in Kruibeke, een kunstwerk van bogen dat van gedaante verandert naargelang het standpunt. 

De Ultima-­jury: ‘Hun werk fungeert niet zelden als een lens die het landschap en de positie van de toeschouwer op speelse wijze in een nieuw perspectief plaatst.’

Gijs Van Vaerenbergh, Genk Beeld Koen Bauters

Philippe Van Snick (Ultima Beeldende Kunst)

Is onder meer bekend van zijn 'Groot orgel' in de Brusselse havenwijk. Van Snick (71) heeft een zwak voor eenvoudige vormen en een vast kleurenpalet. In 1972 maakte hij de installatie 'Ping Pong', een referentie aan de pingpong­diplomatie tussen China en de VS. Vorig jaar actualiseerde hij het werk met 'Ping Pong Revisited' in M HKA. Deze week werd hij nog aangesteld voor de realisatie van een kunstopdracht in het nieuwe gebouw van de VRT.

‘Zijn werk is extreem puur en gereduceerd in vorm en middelen, maar enorm rijk aan interpretatie en beleving’, vat de Ultima-jury het samen. 

Philippe Van Snick, Schaarbeek Beeld Koen Bauters

9.52 uur - Station Leuven

Het is een drukke periode voor Gijs Van Vaerenbergh. Het kunstenaars-architectenduo is tien jaar bezig en in die tijd zijn er heel wat projecten opgestart. Die hebben ze met een gemiddelde van één groot project per jaar gerealiseerd. Maar toevallig zullen er dit jaar een heleboel hangende projecten landen. En dat betekent: veel werk. In hun atelier in Leuven werken drie mensen, die ze vandaag achterlaten. Maar met de wonderen der techniek hoeft dat geen probleem te zijn.

De treinreis is nog geen vijf minuten ver, of de eerste vraag vanuit Leuven loopt binnen. Na kort overleg neemt Arnout Van Vaerenbergh een blad papier, zet wat doordachte kribbels neer, maakt daar een foto van, en stuurt dat als antwoord terug. “Als we onderweg zijn, communiceren we evengoed via WhatsApp-groepen. Superhandig.”

10.15 uur - Schaarbeek

Intussen wordt Philippe Van Snick opgehaald door onze fotograaf. De kunstenaar werkt alleen, in een atelier op de bovenste verdieping van zijn woonst in Schaarbeek. “Op gewone dagen heb ik een vast ritueel: opstaan, ontbijten en terug naar boven, om te werken”, zegt hij. “Die zestig trappen doe ik elke dag een keer of tien.”

10.45 uur - Groot orgel, Havenlaan, Brussel

Wanneer we de gekleurde aluminiumprofielen passeren, kunnen Gijs en Van Vaerenbergh het niet laten om de constructie van naderbij te bestuderen. Welke materialen zijn hier gebruikt? Hoe zijn ze aangebracht?

Het Groot orgel van Van Snick is een permanente installatie aan de gevel van het TIR-centrum, een gebouw uit 1958 dat ruimte biedt voor opslag, logistiek en stedelijke distributie. De betonnen structuren waren er, maar het gebouw was open. Tot de Haven van Brussel aan Van Snick vroeg om de plek een upgrade te geven, en tegelijk de voorflank te dichten.

Inspectie van het Groot orgel op de Havenlaan in Brussel. Beeld Bas Bogaerts

“Toen ik het Groot orgel voor het eerst zag, had ik niet in de gaten dat het geen gesloten gebouw was”, zegt Van Vaerenbergh. “Het werk leest dus niet als een functionele ingreep. Het contrasteert ook enorm met de chaos van de buurt. Als de tegenhanger van de Havenlaan die omringd is door hekwerk en barakken, als een moment van rust.”

Voor de kunstenaar was het geen routineklus om een werk op zo’n grote schaal te bedenken. Toch was zijn werkwijze niet veel anders dan wat hij gewoonlijk doet. “Ik vertrek vanuit het idee, niet vanuit het object”, zegt hij. “Als kunstenaar draag ik sowieso mijn bagage mee. Ik heb mijn eigen kleurenpalet. Maar ook de dualiteit van dag en nacht waar ik vaak rond werk, zie je hier terug in de blauwe en zwarte palen. Voor dit werk heb ik gespeeld met het ritme van die palen, bekeken vanuit de blik van de fietser of de automobilist. De plaatsing van de toeschouwer is erg belangrijk.”

Het 'Groot orgel' van Philippe Van Snick, achter de façade. Beeld Bas Bogaerts

En precies daar zit een mooi raakvlak met het werk van Gijs Van Vaerenbergh. “Waar wij vanuit architectuur erg mee spelen, is hoe een werk ervaren kan worden”, zegt Pieterjan Gijs. “Dat doet Philippe hier volgens mij ook. Maar ook met zijn andere werk – in binnenruimtes – bepaalt hij de perceptie van de ruimte. Zoals een kolom die hij blauw verft: die impact is immens.”

Het 'Groot orgel' van Philippe Van Snick op de Havenlaan in Brussel. Beeld Bas Bogaerts

Gijs vergelijkt Van Snicks typische stijl en signatuur met het oeuvre van Daniel Buren, de Franse conceptuele kunstenaar wiens hand in elk werk duidelijk voelbaar is. “Philippe raakt telkens nieuwe vraagstukken aan, maar over de problematiek van de taal hoeft hij niet meer na te denken. Met zijn vaste kleurenpalet gaat hij meteen naar de essentie. Hij heeft zijn eigen taal ontwikkeld, die mogelijkheden biedt om te exploreren, een randvoorwaarde waarmee hij aan de slag gaat om nieuwe dingen uit te proberen.”

Zo’n taal heeft het duo uit Leuven niet. “We zijn in ons werk bewust heel hybride. In elk project zoeken we naar een gepaste, nieuwe taal. Dat werkt soms vertragend en vraagt veel energie. Tegelijk is het fantastisch om elke keer ‘opnieuw’ te kunnen ­beginnen.”

Beeld Bas Bogaerts

11.45 uur - Naar Genk

Fotograaf Bas Bogaerts is onze chauffeur naar Genk. “Ik ben onlangs trouwfoto’s gaan maken voor kennissen aan jullie doorkijkkerk in Borgloon”, zegt hij tegen Gijs en Van Vaeren­bergh. “Eigenlijk mag dat niet, toch niet als de foto’s gepubliceerd worden,” klinkt het op de achterbank.

Dat zit zo: als kunstenaars blijft het duo alle rechten op het werk behouden. Dus ook wanneer hun kerkje bewust in beeld komt in een fotoshoot. “Als je een foto wilt publiceren van een werk dat beschermd is en deze niet onder de wet op panoramavrijheid valt, moet je toestemming vragen”, legt Van Vaerenbergh uit. “Foto’s voor persoonlijk gebruik – zoals een huwelijk – vinden we zeker geen probleem. Maar het kerkje wordt soms ook voor commer­ciële doeleinden als achtergrond gebruikt. Firma’s willen er shoots maken voor reclames en brochures. Dat heeft niets meer met ons werk te maken.

“Op een dag kregen we telefoon. ‘Hi, this is Bryan Adams, how are you?’, klonk het aan de andere kant. Blijkbaar is Adams zelf fotograaf en wilde hij zijn volgende videoclip draaien in ons Labyrint in Genk. Het moest zó snel gaan, dat we geen toestemming konden geven.” De Canadese zanger begreep de kunstenaars. Anderen hebben het moeilijker met hun opstelling. 

“Mensen vinden al snel dat alles moet kunnen, omdat het werk in de publieke ruimte staat”, zegt Gijs. “Vervelend dat wíj ons dan moeten verantwoorden, terwijl het gewoon ons recht is als maker. Het gaat om de autonomie van onze publieke werken. We willen bewaken dat niet één iemand het werk claimt, dat het van iedereen blijft.”

Van Snick glimlacht. Bij zijn weten heeft er nog nooit een wereldberoemde popartiest een videoclip aan het Groot orgel willen opnemen.

Philippe Van Snick bezoekt het Labyrint van Gijs Van Vaerenbergh op C-Mine, Genk. Beeld Bas Bogaerts

12.30 uur - Labyrint, C-Mine, Genk

Belgisch weer komt nooit op bestelling. Wanneer we in Genk arriveren, begint het hard te regenen. Niet erg, denken we. We bezoeken dan wel een doolhof, maar we zijn hier met de makers. Zij kennen de weg, zodat we snel weer een drogere plek kunnen opzoeken. Helaas, zelfs Gijs en Van Vaerenbergh zijn het spoor even bijster. Het Labyrint is té goed gemaakt.

Philippe Van Snick & Gijs Van Vaerenbergh Ultimas bijlage Beeld Bas Bogaerts

“Het idee van het Labyrint – en dat je er vanuit een bepaald standpunt recht doorheen kunt kijken – vind ik erg boeiend”, zegt Van Snick, die zich niet laat hinderen door wat water, en zich rustig laat rondleiden door de jonge kunstenaars/architecten. “Tegelijk voel ik de tijdelijkheid van het werk wel sterk aan het materiaalgebruik. Bij een labyrint denk ik eerder aan iets wat de tijd doorstaat.”

Een opmerking die de makers begrijpen. In 2015 kreeg het duo de opdracht om iets te bedenken voor het plein voor de historische mijnsite, naar aanleiding van het tienjarige bestaan van het cultuurcentrum C-Mine. De constructie was bedoeld om drie maanden te blijven staan, maar staat er vandaag nog steeds. Omdat het resultaat er mocht zijn werd de houdbaarheidsdatum verlengd.

Het 'Labyrint' van Gijs Van Vaerenbergh wordt duidelijk gebruikt door de lokale jeugd. Beeld Bas Bogaerts

“Volgens mij is het een interessante plek voor jonge mensen”, zegt Van Snick. “Hier kunnen ze zich verbergen, kunnen ze kwajongensstreken uithalen zonder echt bekeken te worden. Het wordt ook duidelijk gebrúikt, mensen krassen er hun namen in. Volgens mij zijn zulke ­plekken nodig.”

De kunstenaar heeft gelijk. Gijs en Van Vaeren­bergh waren zelf vragende partij om het werk permanent open te stellen voor het publiek. Ook ’s nachts. “Eerst was er bezorgdheid, vooral over vandalisme, maar het is nooit misgelopen”, zegt Van Vaerenbergh. “Een half jaar na de opening waren we hier ’s avonds op de site voor een lezing, en we hoorden stemmen uit het Labyrint. Dat waren jongeren, die zich daar in het pikdonker met een zaklantaarn hadden verstopt. Die zijn niet bezig met kunst. Voor hen hebben we hier gewoon een nieuwe, stedelijke ruimte gecreëerd.”

Inspiratie haalde het duo uit de steegjes en straatjes van de oude mijnstad zelf. “Die wirwar steekt hier af tegen de leegheid van het plein. Het heeft iets geborgens. Voor ons zit er een zekere 
stedelijkheid gecomprimeerd in de vorm.”

Beeld Bas Bogaerts

13.30 uur - De Italiaan om de hoek

Kunst in de publieke ruimte blijft een moeilijk gegeven, en domineert ook tijdens de lunch onze gesprekken. Iedereen ziet zulke werken, iedereen heeft er een mening over. “Een werk in de publieke ruimte is erg ‘aanwezig’”, zegt Van Snick. “Elke passant kan het zien, en dat zijn niet noodzakelijk de bezoekers van tentoonstellingen. Onbewust wordt het Groot orgel ‘geleefd’, je kunt er niet naast kijken. Maar of voorbijgangers er ook over reflecteren, dat weet ik niet.”

“Je kunt niet controleren hoe mensen je werk gaan beleven”, zegt ook Van Vaerenbergh. “Maar je kunt wel proberen om een plek te veranderen. Hoe mensen die verandering ervaren, is voor iedereen anders. In Leuven hebben we ooit kraanstukken in zigzagvorm over een rotonde geplaatst. Toen het werk weer weg was, zei iemand dat die plek ineens heel leeg aanvoelde. Dat kun je niet aansturen, maar wij proberen dat soort denken wel aan te spreken.”

Daarom houden ze zo van tijdelijke werken, die de ruimte heel even verstoren. “Vlak bij het Groot orgel in Brussel, aan de andere kant van het kanaal, hebben we onlangs een tijdelijke brug gebouwd. Die was nog meer voelbaar toen ze weer weg was.”

Beeld Bas Bogaerts

15.08 uur - Station Genk

Met de IC-trein richting Blankenberge raken we elk terug op onze vertrekplaats. Maar onderweg hebben we het toch nog even over de Ultimas, en de erkenning die deze drie heren net te beurt is gevallen. “Vaak lauweren de Ultimas mensen die al een mooie carrière hebben uitgebouwd”, zegt Gijs. Waarop Van Snick: “Een fin de carrière-prijs, eigenlijk. Het is een erkenning, hè. Zo zie ik het toch. Een zekere standvastigheid en kwaliteit die erkend wordt.”

Bij Gijs Van Vaerenbergh zien ze het vooral als een duwtje in de rug. “Wij zitten nu in de categorie vormgeving, een term waar we ons in de eerste plaats niet mee associëren”, zegt Gijs. “Misschien is dit de categorie voor onderwerpen die niet in een strikte categorie passen? Hoe dan ook, het doet veel deugd appreciatie te krijgen voor je werk.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.