Dinsdag 03/08/2021

Interview

Philippe Herreweghe: ‘Dirigeren is een soort verslaving’

Philippe Herreweghe: ‘Mijn vader was huisarts en heeft gewerkt tot zijn 87 jaar.  De dag voor zijn dood heeft hij nog golf gespeeld. Ik reken erop dat ik dat sterke gestel van hem geërfd heb.’ Beeld Rebecca Fertinel
Philippe Herreweghe: ‘Mijn vader was huisarts en heeft gewerkt tot zijn 87 jaar. De dag voor zijn dood heeft hij nog golf gespeeld. Ik reken erop dat ik dat sterke gestel van hem geërfd heb.’Beeld Rebecca Fertinel

Vorige week mocht hij de Ultima voor Algemene Culturele Verdienste ontvangen, een van de vele prijzen waarmee hij al overladen is. Maar wie is Philippe Herreweghe (74), behalve een wereldberoemde Vlaamse dirigent? ‘Blind en doof worden, daar zou ik me overheen kunnen zetten. Maar mezelf niet meer kunnen ontroeren, dat lijkt me heel moeilijk.’

Elvis Presley was hot. Roy Orbison ook. The Beatles stonden in de steigers. Maar in de kamer van de 13-jarige Philippe Herreweghe hing rond 1960 een poster van Gustav Leonhardt, een Nederlandse dirigent, klavecinist en organist die leefde van 1928 tot 2012. Nachtenlang luisterde de jonge Herreweghe toen al naar oude muziek.

Op zijn achtste was hij begonnen aan het Conserva­torium in Gent. Hij kreeg er notenleer en volgde orgel, klavecimbel en piano. In het jezuïetencollege waar hij school liep, moesten de leerlingen dagelijks naar de mis en zong hij in het koor, dat onder leiding van een pater stond. “We hebben daar zeer goede componisten gebracht”, ­vertelt de dirigent vandaag met een nog altijd lichte Gentse tongval. “Elke dag kregen we bijvoorbeeld een dosis Palestrina ingelepeld (16de-eeuwse Italiaan die veel kerkmuziek geschreven heeft, red.). Ik ben er nog altijd heel blij om.”

BIO * is 74 jaar, geboren in Gent * combineerde studies geneeskunde (en later psychiatrie) met een opleiding aan het Conservatorium * richtte in 1970 Collegium Vocale op en in 1991 ook het ensemble Orchestre des Champs Élysées * sinds 1997 verbonden als dirigent aan het Antwerp Symphony Orchestra (vroeger ­deFilharmonie) * werd in 1993 samen met het Collegium Vocale Gent benoemd tot Cultureel Ambassadeur van Vlaanderen * ontving een eredoctoraat van KU Leuven (1997) en UGent (2017) * won vorige week de Ultima voor Algemene Culturele Verdienste, de cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap * getrouwd met celliste Ageet Zweistra, woont in Brussel

En toch besloot hij enkele jaren later om geneeskunde te gaan studeren, en zich daarna nog te specialiseren in de psychiatrie. Deels omdat zijn ouders wilden dat hij een ‘echt’ diploma had, deels omdat de menselijke geest hem intrigeerde. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, en dat geldt des te meer voor bloed dat muzikaal en springerig is. Nog tijdens zijn studies richtte Herreweghe in 1970 het kamerkoor Collegium Vocale op. De breuk die hij maakte met de manier waarop Bach en andere Duitse barokmuziek tot dan toe werden gebracht, waarover straks meer, leverde hem wereldfaam op, en enkele jaren later hing hij zijn ­artsenjas definitief aan de haak.

Ondertussen is de man op zijn 74ste overladen met ­prijzen, erkenningen en onderscheidingen. Laatste in die lange rij: de Ultima voor Algemene Culturele Verdienste, een prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor iemands hele ­oeuvre of carrière.

Maar een dirigeerstok is geen toverstaf en ook beroemde dirigenten konden het voorbije jaar niet ontsnappen uit de houdgreep van corona: “Gemiddeld dirigeer ik tachtig à honderd concerten per jaar. Het voorbije jaar waren het er misschien twee per maand. En dan meestal nog via ­streaming. Mijn vrouw (de Nederlandse celliste Ageet Zweistra, die speelt bij haar eigen strijkkwartet Edding Quartet, red.) heeft sedert het begin van corona amper vijf concerten gespeeld.”

Zijn jullie niet gek geworden dan?

“Het zijn vooral de jongere muzikanten die hebben afgezien. Degenen die vast lid zijn van een symfonisch orkest kregen nog een deel van hun loon doorbetaald, maar in de muzieksector werken heel veel freelancers, en die hadden ineens niets meer. Als je dan pas een appartement hebt gekocht of een kind hebt gekregen, is dat een ramp. Ik ken behoorlijk wat freelancetopmuzikanten die nu werken als taxichauffeur. Of in de verpleging zijn gestapt. Ik ken zelfs iemand die dokwerker geworden is.

“Nog veel erger dan het financiële aspect is het feit dat we niet meer kunnen optreden. Mijn hele leven bestaat uit lezen, repeteren, naar concertlocaties reizen en spelen, en als dat plots wegvalt, voelt het alsof je je identiteit kwijt bent.”

Wat hebt u in de plaats gedaan?

“Nog meer over muziek gelezen, en nog meer gestudeerd. Voor producties die toch nog zijn doorgegaan, of voor nieuwe producties. Zo zal ik volgend jaar voor Opera Ballet Vlaanderen de opera Szenen aus Goethes Faust van Robert Schumann (Duitse componist, 1810-1856, red.) dirigeren. Dat is een partituur van 400 bladzijden, en als dirigent moet je een werk bijna uit het hoofd kennen. Bovendien wil ik die Faust van Goethe gelezen hebben. En ook zoveel mogelijk over Schumann. Daarnaast staat er een project over Thomas Mann op stapel (Duitse schrijver, 1875-1955, red.), en dus ben ik nu ook veel van en over hem aan het lezen.

‘Financieel zou het lukken, halftijds werken. Ik zou dan wat vaker in mijn huisje in Toscane kunnen verblijven en Philip Roth lezen onder de Italiaanse zon. Maar dirigeren doe ik nog altijd veel liever.’ Beeld Rebecca Fertinel
‘Financieel zou het lukken, halftijds werken. Ik zou dan wat vaker in mijn huisje in Toscane kunnen verblijven en Philip Roth lezen onder de Italiaanse zon. Maar dirigeren doe ik nog altijd veel liever.’Beeld Rebecca Fertinel

“De leiding van het Collegium Vocale en van mijn Parijse orkest Orchestre des Champs Élysées vraagt ook veel tijd. Zeker nu er zo veel verschuivingen van concerten zijn ­moeten gebeuren wegens corona. Het is een heel gepuzzel op het vlak van logistiek en organisatie.”

Als al die uitgestelde concerten opschuiven, zullen 2022 en 2023 propvol zitten?

“Meer zelfs, 2024 en 2025 zijn al bijna helemaal bezet. Mijn agenda is altijd overvol, maar door corona nog wat meer. Het is een beetje te veel, hoor. Ik moet daar eens iets aan doen.”

Dat heb ik u al vaker horen zeggen in interviews.

(glimlacht) “Zeldzaam zijn de musici of dirigenten die ­beslissen om halftijds te gaan werken. Ik zou het kunnen. Financieel zou ik overeind blijven. Maar het is toch een soort verslaving, denk ik.”

U kunt het niet loslaten?

“Blijkbaar heb ik ook geen zin om het los te laten. Weet u, ik heb een huisje in het prachtige Toscaanse landschap, met een zwembadje erbij. Ik zou daar wat vaker kunnen ­verblijven en er Philip Roth gaan lezen onder de Italiaanse zon. Maar dirigeren doe ik nog altijd veel liever.

“Het is ook geen verslaving die me kapotmaakt, zoals drugs of alcohol. Maar het geeft wel stress. Niet de muziek. Nooit de muziek. Als je degelijk voorbereid bent en je werkt met een goed orkest, is het een van de mooiste dingen die het leven te bieden heeft. Maar het reizen is zwaar. Als we met het Collegium Vocale een tournee doen met een grote bezetting, zoals de Matteüspassie, kunnen we het ons om economische redenen niet permitteren om een dag niet te spelen. Dat betekent om 2 uur ’s nachts in je bed liggen na een concert in Madrid en er om 5 uur weer uit moeten om het ­eerste vliegtuig naar Londen te halen, waar je ’s avonds wordt verwacht. En dat dan meerdere dagen na elkaar door heel Europa. Gelukkig kom ik toe met enkele uren slaap.”

Voor zo’n leven is een goede conditie vereist. Wat doet u om die te bewaren?

“Dirigeren. Blijven werken houdt je mentaal wakker. En fit. Ik heb het vaak genoeg rond mij gezien dat mensen ­uitdoven zodra ze met pensioen gaan.”

Laat u uw lichaam soms checken?

“Af en toe, ja. Ik heb al een paar keer een aritmie gehad (hartritmestoornis, red.). Het zit in de familie, mijn vader had er soms ook last van. Mijn cardioloog maakt zich geen zorgen. Hij zegt dat mijn hart in orde is.

“Mijn vader was huisarts en heeft gewerkt tot zijn 87 jaar. De dag voor zijn dood heeft hij nog golf gespeeld. Hij had een zeer sterk gestel. Ik reken erop dat ik dat van hem geërfd heb.” (glimlacht)

Geheel terzijde, maar zou u eigenlijk nog een mensenleven kunnen redden? Stel dat ik hier een beroerte krijg, ben ik dan in veilige handen bij u?

(lacht) “Ik zeg altijd: ik heb veel mensenlevens gered, maar dan vooral in de jaren dat ik níét heb gewerkt als geneesheer. Nee, ik zou gevaarlijk zijn nu. Het is te lang geleden, en de medische wetenschap is te hard geëvolueerd.”

Nu het virus eindelijk bedwingbaar lijkt en het buitenland weer lonkt, zal Crete Senesi, het jaarlijkse festival van Collegium Vocale in Italië, deze zomer opnieuw plaats­vinden. In authentieke kerkjes in de gelijknamige streek van Toscane kan het publiek dan opvoeringen bijwonen van zorgvuldig geselecteerde klassieke muziek. Dat kan ook ­eerder onbekende muziek zijn.

‘Gelukkig is er nog veel muziek die ik niet ken en mag ontdekken. Wagner, bijvoorbeeld. Dat is een oceaan die ik nog moet bevaren.’
 Beeld Rebecca Fertinel
‘Gelukkig is er nog veel muziek die ik niet ken en mag ontdekken. Wagner, bijvoorbeeld. Dat is een oceaan die ik nog moet bevaren.’Beeld Rebecca Fertinel

“Soms doen we bijna aan volksverheffing”, zegt Herreweghe. “Programmeer iemand als de Russisch-Duitse Alfred Schnittke (1934-1998) in een zaal in Brussel of Antwerpen, en je zult de zitjes niet gemakkelijk gevuld ­krijgen omdat hij niet bekend genoeg is. Maar naar Italië komt het publiek voor de mix van landschap, setting en muziek; dan kun je wat meer experimenteren en de mensen nieuwe dingen laten ontdekken.”

Het klinkt bijna alsof er een leraar aan u verloren is gegaan.

“Maar ik bén een leraar. Of ik nu voor Collegium Vocale sta, of het Antwerp Symphony Orchestra, of de Staatskapelle Dresden, of The Cleveland Orchestra: elke keer moet ik alle zangers en muzikanten op één spoor krijgen en hen naar een eindresultaat begeleiden. Dat is lesgeven.

(denkt na) “Weet u, ik zou graag zien dat niet enkel de bemiddelde Vlaming van middelbare leeftijd naar klassieke concerten komt luisteren. Mijn ideale publiek bestaat uit alle mensen die je in een stationshal ziet: jong, oud, arm, rijk, en verschillende culturele achtergronden. Hoe kun je dat bereiken zonder in een soort van populisme te vervallen en bijvoorbeeld louter blockbusters te spelen? Daar nog meer in doen bewegen is een van de doelstellingen die ik op mijn 74ste nog voor ogen heb.

“Het begint natuurlijk allemaal bij onderwijs. Om ooit Thomas Mann of Torquato Tasso (16de-eeuwse Italiaanse dichter, red.) te kunnen lezen, moet je op school al literatuur gehad hebben. Bij ons was muziek nog van groot belang in het curriculum. Blijkbaar is dat vandaag allemaal minder evident geworden. Weet u dat er in Siena amper nog een boekhandel te vinden is? Het getuigt van een soort cultuurloosheid die spijtig genoeg heerst. Ook in de pers, trouwens. Vroeger verschenen er recensies in vijf kranten als ik een concert dirigeerde. Nu geen enkele. Ik ken de redenering: niemand leest het, het verkoopt niet. Maar zo zijn we met z’n allen wel in een vicieuze cirkel beland.”

In de jaren zeventig was Herreweghe een van de boegbeelden die de uitvoering van barokmuziek radicaal herdacht heeft. Nu doet iedereen het, maar in die tijd was het revolutionair wat hij en enkele anderen – zoals Gustav Leonhardt, de gebroeders Kuijken en Nikolaus Harnoncourt – voor­stonden. Authenticiteit was het kernbegrip. Ze beslisten om werk van bijvoorbeeld Bach niet langer op moderne ­instrumenten te spelen, maar op instrumenten die ook in de 17de eeuw werden gehanteerd, of kopieën ervan.

Daarnaast pleitte Herreweghe ervoor om trouw te blijven aan de bron: hij ging bestuderen hoe Bach in de tijd van Bach geklonken zou hebben, in plaats van voort te gaan op de bombastische saus die over de componist gegoten was ­tijdens de 19de-eeuwse romantiek. “Er werd ook zoveel muziek ontdekt. William Byrd, Carlo Gesualdo, Claudio Monteverdi, Henry Purcell, Jean-Philippe Rameau, enfin, ik zou een half uur kunnen doorgaan met namen noemen. Allemaal schitterend werk dat tot dan toe onontdekt ­gebleven was. Het was een ongelooflijke omwenteling in de klassieke muziek. Aanvankelijk werd het gecontesteerd: plots gingen wij met Collegium Vocale de Matteüspassie ­uitvoeren met dertig zangers en een dertigtal orkestleden, terwijl men honderd man gewoon was. We kregen naar ons hoofd geslingerd dat we niets van Bach begrepen. Maar ik begreep Bach heel goed. Ik wist dat de grandeur niet zit in decibels, of in post-romantische pathos. De grandeur zit in de muziek zelf.”

Zegt dit ook iets over uzelf? U lijkt me niet de man van de pathos.

“Pathos vind ik eerder een negatief begrip. Het doet aan hysterie denken. Emotie is iets anders. De allersterkste ­emotie in muziek zit voor mij in een adagio van Bruckner in zijn Zevende symfonie. Daarin gaat het niet over woede of verdriet of andere herkenbare inhoud, maar over het mysterie van klankarchitectuur. Honderden mensen die tijdens een concert gehypnotiseerd naar die klanken luisteren, zonder dat er een groot thema achter die muziek zit: prachtig.

“En misschien kun je dan zeggen dat zo’n moment de kern aanraakt van ons mens-zijn, waarin we ons verbonden voelen met de kosmos, maar eigenlijk zijn dat zaken waar ik liever over zwijg. Er zijn mensen die daar bibliotheken vol over hebben geschreven en zinniger dingen over te vertellen hebben dan ik. Ik denk wel dat het hierop neerkomt: naar goede muziek luisteren kan je het gevoel geven dat de muziek de realiteit is, en al de rest bijzaak wordt.”

Kunt u dat zelf nog ervaren? Want ik kan me voorstellen dat het gefocust zijn op technische aspecten van de muziek uw beleving soms in de weg zit.

“Dat is juist. Een van de mooiste werken die ooit geschreven zijn, vind ik Das Lied von der Erde, een symfonische liederencyclus van Gustav Mahler (Oostenrijkse componist, 1860-1911). Ik herinner me hoe ik daar op mijn achttiende met een vriendinnetje naar luisterde onder de sterren in Italië. (glimlacht) Fantastisch. Maar dat gevoel is verloren gegaan. Ook omdat ik het werk zelf al op plaat heb gezet. Muzikanten met veel ervaring luisteren naar muziek zoals een ­astronoom naar de sterren kijkt: in het beste geval kun je meer en dieper horen of zien, in het slechtste geval ben je vooral met technische zaken bezig.

'Ik heb vooral nog zenuwen als ik voor de eerste keer voor een ­toporkest sta. De schrik van elke dirigent is toch dat de manager je in de pauze komt zeggen dat je naar huis mag gaan.' Beeld Rebecca Fertinel
'Ik heb vooral nog zenuwen als ik voor de eerste keer voor een ­toporkest sta. De schrik van elke dirigent is toch dat de manager je in de pauze komt zeggen dat je naar huis mag gaan.'Beeld Rebecca Fertinel

“Gelukkig is er nog veel muziek die ik niet ken en nog mag ontdekken. Wagner, bijvoorbeeld (Duitse componist, 1813-1883), ken ik amper. Dat is een oceaan die ik nog moet bevaren.”

Bent u op het toppunt van uw kunnen, denkt u?

“Ik hoop van niet, want dat zou betekenen dat het binnenkort gedaan is. Muzikanten krijgen op een bepaald ogenblik last van hun lijf. Bij hoboïsten, bijvoorbeeld, zit er zoveel spanning op de lippen tijdens het spelen dat ze vaak moeten stoppen op 55 of 60 jaar. Ook voor zangers is het op een gegeven moment voorbij. Bij ons is dat anders. Er bestaan dirigenten die fantastische dingen hebben gedaan terwijl ze half verlamd waren na een beroerte en bijna op het podium gedrágen moesten worden. Voor een dirigent is de geest het belangrijkste.

“Als student geneeskunde volgde ik vroeger tijdens de zomer soms een cursus orkestdirectie in Siena. Het gebeurde dat een van de studenten voor een orkest stond en het niet goed deed, en een leraar als Gennadi Rozjdestvenski (1931-2018), een beroemde Russische ­dirigent, het overnam. Gewoon al door voor het orkest te gaan staan en op een andere manier naar hen te kijken, bracht hij iets teweeg bij de muzikanten en klonk het direct veel beter.

“Dirigeren is dus in hoofdzaak een parapsychologisch gegeven. Van iedereen in een orkest moet een dirigent het scherpste zijn. Jij wordt verondersteld degene te zijn die het diepste inzicht heeft in de partituur. Als je dan mentaal begint af te brokkelen, is het gedaan.

“Fysieke mankementen daarentegen hoeven geen ­hindernis te zijn. Twee jaar geleden ben ik tijdens een tournee in Shanghai ten val gekomen op mijn rechterschouder en heb ik al mijn pezen gescheurd. Ik kan mijn rechterarm nog altijd niet bewegen zoals vroeger, en het doet pijn, maar tijdens het dirigeren voel ik dat niet.

“Ondertussen is mijn gehoor ook wat achteruitgegaan, maar voor de muziek heeft dat geen gevolg. Alleen een slecht articulerende muzikant die op de achterste rij van het orkest zit en mij een vraag stelt, die hoor ik soms niet.”

Zijn het applaus en de erkenning belangrijk voor u?

“De omgekeerde situatie, waarin Collegium Vocale en mijn orkest in Parijs ineens niet meer gesmaakt zouden worden, zou uiteraard moeilijk zijn. Als het zou zijn omdat ik doof of blind werd, dan denk ik dat ik me daar nog over zou kunnen ­zetten. Of je nu muzikant, schrijnwerker of dokter bent: elke mens kan gebeurtenissen tegenkomen die hij niet in de hand heeft, en waarvoor hij morele moed moet vertonen om ze te boven te komen.

“Maar als je inspiratie opdroogt, je jezelf niet meer ­ontroert en het bandwerk wordt; dat lijkt me heel moeilijk. Ik denk dat het vergelijkbaar moet zijn met een liefdescrisis. Gelukkig kan ik me er voorlopig niets bij voorstellen. Je kunt alleen maar hopen dat je nieuw en verfrissend blijft klinken, en ook steeds dieper.”

Hebt u nog stress voor een optreden?

“Verbazingwekkend genoeg veel minder dan als ik moet speechen. (lacht) Nee, ik zal ondertussen 5.000 à 6.000 concerten gegeven hebben, en dan weet je steeds beter op welke manier je optimaal voorbereid moet zijn. Ik ben vooral nog zenuwachtig als ik voor de eerste keer voor een ­toporkest sta. De schrik van elke dirigent is toch dat de manager je in de pauze komt zeggen dat je naar huis mag gaan. (lacht) Gelukkig is dat me nog nooit overkomen. Soms moet je wel strijden om je ideeën. Meestal niet met het hele orkest, maar met enkelingen.”

Gebeurt het dat muzikanten u niet lusten?

“Het valt wel eens voor, ja. Omdat ze vinden dat ik onhandig dirigeer, of omdat ik andere ideeën heb over het muziekstuk dan zij. Soms is het ook puur persoonlijk. Gelukkig blijven dat soort zaken zeldzaam.”

U bent omringd door schoonheid. In uw werk, in uw huis hier. Is er ook lelijkheid in uw leven?

“Er is veel lelijkheid, vrees ik, als ik rondom mij kijk. Ik heb het geluk dat de mensen met wie ik werk altijd opnieuw het goede en het mooie weten te filteren uit de realiteit. Ik bedoel: je kunt een schurk en tegelijk een goed chirurg zijn, maar je kunt niet een schurk zijn en op een goede manier de sonates van Schubert brengen. Dat is onmogelijk. Alle goede muzikanten die ik ken hebben een buitengewoon talent voor verbinding met schoonheid.”

'Je kunt een schurk en tegelijk een goed chirurg zijn, maar je kunt niet een schurk zijn en op een goede manier de sonates van Schubert brengen.' Beeld Rebecca Fertinel
'Je kunt een schurk en tegelijk een goed chirurg zijn, maar je kunt niet een schurk zijn en op een goede manier de sonates van Schubert brengen.'Beeld Rebecca Fertinel

Bent u een gelukkig man?

“Ik ben bang dat ik nooit tevreden ben. Over mezelf in de eerste plaats. Mijn omgeving vindt dat soms moeilijk. Tegelijk zijn er heel veel geluksmomenten. Ik kan me goed voorstellen dat mensen die eerder een rustig familieleven leiden ook gelukkig zijn, maar ik denk wel dat het een voorrecht is om midden in het oog van de muziek te zitten. Ik vergelijk het weleens met alpinisten, die jarenlang trainen en afzien en daaruit al voldoening halen, maar diep gelukkig zijn als ze de top hebben bereikt. Die zeer intense belevingen is iets wat ik heel goed ken.”

Als alles goed gaat, zullen we volgend jaar rond Pasen ook weer naar uw Matteüspassie kunnen gaan luisteren. Bach was erg gelovig. Gelooft u net als hij in een leven na de dood?

“Daar kan ik weinig zinnigs over zeggen. Er zijn mensen die veel beter op die vraag kunnen antwoorden dan ik, omdat ze erover geschreven en nagedacht hebben en honderd keer intelligenter en belezener zijn dan ik.

(zwijgt even) “Ik moet nu denken aan de laatste drie sonates voor piano van Schubert (geschreven in de laatste maanden van zijn leven, tussen de lente en de herfst van 1828, red.) Er gaat een diepe melancholie uit van die sonates, en ze ­lijken te verwijzen naar onze sterfelijkheid. Maar ik geloof eerder dat tijdens het spelen van die muziek, of tijdens het beluisteren ervan, de dood even verdwenen is. Dat vind ik een erg mooie paradox.”

* Collegium Vocale brengt op 9 juni het vierde boek der madrigalen van Monteverdi in Innsbruck. Op 24 juni brengen Collegium Vocale en Orchestre des Champs Élysées de Psalmensymfonie van Stravinsky op het Festival van Salzburg.

* Op 9 en 11 juli dirigeert Herreweghe de pianoconcerten nr 21 en 27 van Mozart met zijn Orchestre des Champs Élysées in Poitiers.

* Van zondag 25 tot en met vrijdag 30 juli vindt het festival Crete Senesi plaats. Alle info: collegiumvocale.com

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234