Zondag 17/10/2021

BiografieBoeken

Philip Roth: de grote mannelijke narcist

Philip Roth in 2012. Beeld Contour by Getty Images
Philip Roth in 2012.Beeld Contour by Getty Images

De eerste grote Philip Roth-biografie zorgde al vóór publicatie voor ophef. De heisa is compleet, nu biograaf Blake Bailey van seksueel misbruik wordt beticht. Verandert dat iets aan hoe je het boek leest, vraagt Joost de Vries zich af. Ja. Nee. Misschien.

Op 10 mei 1968, om vijf uur in de ochtend, midden in Central Park, verloor Carter Hunter, redacteur bij een sociologische uitgeverij, de controle over het stuur van zijn gloednieuwe Jaguar. Naast hem op de passagiersstoel zat Maggie Martinson, een blonde vrouw, die de klap moest hebben opgevangen. Ze was op slag dood.

Maggies dochter Helen nam na het ongeval contact op met de man die tot voor kort haar stiefvader was, Maggies ex-echtgenoot: de jonge, veelbelovende schrijver Philip Roth. Helen was als kind door haar biologische vader mishandeld, had een enorme leerachterstand. Maggie had weinig moederlijke instincten, maar haar nieuwe stiefvader Roth compenseerde dat. Hij speelde met haar, gaf haar cadeaus, hielp haar eindeloos geduldig met lezen en schrijven. Een halve eeuw later, terwijl ze met Roths biograaf Blake Bailey sprak, schoot ze er nog steeds van vol. Ze hield van hem. ‘Kus me, Philip’, zei ze op een dag tegen hem, ‘zoals je mama kust.’

Roth kuste haar niet, maar zou haar zin decennia onthouden en uiteindelijk in de mond leggen van Merry, de dochter in American Pastoral. De held van dat boek, ‘The Swede’ Levov, zou zijn dochter wel kussen, als geintje, maar in die ene verstoring van de vader-dochterband zou hij later de oorsprong zoeken van Merry’s radicalisering, die haar in de jaren zestig tot links-terrorisme dreef. Roth won er de Pulitzer mee.

Aan Roths huwelijk was weinig pastoraal. Het was een continue strijd, met idiote wendingen. Maggie kocht op straat urine van een zwangere drugsverslaafde en fakete zo een positieve zwangerschapstest. Ook niet netjes: Roth trouwde met haar op voorwaarde dat ze abortus pleegde.

Roths eerste reactie op het nieuws dat Maggie was verongelukt: niet geloven. Het telefoontje was een truc, dacht Roth, een maniertje om hem iets raars te laten zeggen dat dan vast opgenomen werd en in de slepende rechtszaak over alimentatie tegen hem zou worden gebruikt.

Pas toen Helen in huilen uitbarstte, zonk de werkelijkheid in. De vechtscheiding was voorbij, niet langer hoefde hij zijn inkomen te halveren. Hij was vrij. Op weg naar het uitvaartcentrum vroeg de taxichauffeur of hij soms goed nieuws had gekregen: de hele weg had Roth zitten fluiten.

Boze rabbi’s

Als je een overkoepelend thema zou moeten aanwijzen voor Blake Baileys Philip Roth: De biografie – 1040 bladzijden schoon aan de haak – dan zou ‘bevrijding’ een goeie zijn. Steeds weer wist Roth (1933-2018) zich in situaties te manoeuvreren waarin hij zich in toenemende mate opgesloten voelde, totdat hij niet anders kon dan ontsnappen. Een beetje zoals lava uit een ontploffende vulkaan ontsnapt.

Als student wilde hij een serieuze schrijver worden door boven alles heel serieus te schrijven – totdat zijn vrienden opmerkten dat hij eens verhalen moest schrijven zoals hij ze vertelde (door de decennia heen zeiden vriend en vijand Bailey hetzelfde: niemand kon zo leuk anekdotes vertellen als Roth). Dat leidde tot zijn debuut Goodbye, Columbus, de verhalenbundel waarmee hij direct de National Book Award won. En passant bevrijdde hij zich van de joodse gemeenschap waarin hij opgroeide.

De sardonische verhalen over marchanderende, hebberige, zeikerige joden werden hem allerminst in dank afgenomen. Ergens genoot Roth van de boze rabbi’s die hij achter zich aan kreeg, en

op zoek naar nog meer bevrijding ging hij achter de serveerster Maggie Martinson aan, die als mooie, blonde, gescheiden ‘sjikse’ het tegenovergestelde was van de meisjes met wie hij opgroeide.

Opsluiting

Dat huwelijk was weer een opsluiting. Hoewel minder-dan-monogaam wilde Roth zich bewijzen als man, als stiefvader, als iemand die aan zijn carrière werkte en de rekeningen betaalde.Ook zijn fictie leed eronder: hij schreef weer zoals ‘men’ vond dat het hoorde, namelijk klassieke realistische romans die zo dichtgetimmerd waren dat geen zonlicht binnenkwam. Letting Go (1962) en When She Was Good (1967) behoren tot de minst geliefde romans in zijn oeuvre.

In 1969 bevrijdde Roth zich van hoe-het-hoorde-te-zijn met zijn explosief grappige Portnoy’s Complaint: in tien maanden tijd verkocht Random House er 420.000 hardbackexemplaren van, en daarna in vijf jaar tijd nog eens 3,5 miljoen paperbacks. Het verhaal klonk als stand-upcomedy, over een jongen die zich zo door zijn joodse milieu opgesloten voelt dat hij zijn uitvlucht zoekt in, vooral, masturbatie. In een memorabele scène masturbeert hij met behulp van een lever, die later bij het familiediner wordt geserveerd.

Portnoy maakte van Roth een rijk, maar vooral berucht man. Pas eind jaren 70 snapte hij hoe hij zich van zijn reputatie kon bevrijden: door via zijn alter ego Nathan Zuckerman te schrijven over de consequenties van het maken van kunst. Dat leidde tot, wat mij betreft, zijn twee meest doordachte en toch kraakheldere romans The Ghostwriter (1979) en The Counterlife (1986).

Het heeft iets hypocriets, al die jaren van die verhalen genoten te hebben en dan je neus op te halen voor de man die ze beleefde. Beeld NYT/PHILIP MONTGOMERY
Het heeft iets hypocriets, al die jaren van die verhalen genoten te hebben en dan je neus op te halen voor de man die ze beleefde.Beeld NYT/PHILIP MONTGOMERY

En hij bevrijdde zich door simpelweg naar het buitenland te verhuizen, naar Londen. Omdat echtgenote nummer twee daar woonde, de Engelse actrice Claire Bloom, en omdat hij daar anoniemer door het leven kon gaan. Daar kon hij naar een restaurant gaan zonder dat een grapjas riep: ‘Hé Roth, jij neemt zeker de lever?’

Ik zou nu willen zeggen: Bailey levert een biografie af precies zoals je die wil lezen. Hij vertelt over boekcontracten, over verkoopcijfers, uitgeverijen, recensenten – als je geïnteresseerd bent in de literaire cultuur van de laatste zestig jaar is dit boek niet te missen. We leren Roth kennen als wraakzuchtig, vriendschappen worden aan de lopende band opgezegd. Hij lijkt zijn advocaat op nummerherhaling te hebben, om iedereen die negatief over hem schrijft voor smaad aan te klagen.

Omgekeerd worden vriendschappen ook aan de lopende band gesmeed. Hij voorziet jonge schrijvers van blurbs en andere zetjes, richt steunfondsen op voor Oostblokschrijvers die het zwaar hebben, bekommert zich om nalatenschappen, is buitengewoon gul voor vrienden die in nood verkeren.

Ook in zijn privéleven zijn opsluiting en bevrijding de terugkerende thema’s. Roth was uitgesproken antimonogaam, maar knoopte toch steeds relaties aan met vrouwen die hij vervolgens op alle mogelijke manieren voorloog omdat hij blijkbaar niet voor zijn overspel durfde uit te komen. Roth eiste zijn vrijheid, maar, niet verwonderlijk, de vrouwen eisten niet voorgelogen te worden.

En wat een daverende hoeveelheid vrouwen. Daar moet Bailey hele jaren onderzoek in hebben gestopt. Bailey sprak niet alleen met Roth over zijn eerste fellatio-ervaring, maar interviewde ook de dame die de fellatio-ervaring verleende. Hij beschrijft Roths eerste triootje, hij beschrijft de vrijpostige minnares die met een dildo ‘rondmuisde’ (Roth was doodsbang) en Roths eerste zwarte minnares (hij bezocht haar ouders en vond hun huidskleur bijna wit – haar moeder vertelde over zwarte mensen die zo licht van kleur waren dat ze zich als wit voordeden; dit zou dertig jaar later de bakermat vormen voor zijn grote roman The Human Stain).

Er was een Playboy-bunny, er was een liaison met Mia Farrow, met Ava Gardner, hij probeerde Nicole Kidman het hof te maken. Ook Roths date met Jackie Kennedy, krap een jaar na JFK’s dood, wordt beschreven. Na afloop zaten ze in haar limousine: ‘Wil je mee naar boven?’, vroeg Jackie, eenmaal aangekomen bij haar flatgebouw aan Fifth Avenue. ‘Ach, natuurlijk wil je dat.’ Ze verzekerde hem dat de kinderen al sliepen (‘Bedoel je dat jongetje dat salueerde bij de kist van zijn vader?’, dacht Roth). Het leidde tot een lange zoen. Ze gaf hem haar privénummer, vroeg hem haar eens te bellen. Het zal een van de weinige keren zijn geweest dat Roth voor een vrouw terugschrok: ‘Wat moest hij, met zijn vier paar schoenen en twee pakken, met de weduwe Kennedy?’

Roth was blijkbaar heel open tegenover Bailey, die hem eindeloos interviewde. De schrijver spreekt vol plezier en weemoed over de vrouwen in zijn leven. Vrouwen die – voor de mensen die in Roth een miso­gyne figuur zien – vaak na het beëindigen van hun relatie hun hele leven hartsvriendinnen met hem bleven.

Juist hier proeft iets bitter, wat een week geleden niet zo proefde. Want net nu zijn biografie in de VS een bestseller aan het worden is, is Bailey beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag. En niet zo’n beetje ook. Twee vrouwen zijn naar voren gekomen en hebben hem beschuldigd van verkrachting, terwijl verschillende leerlingen van de middelbare school waar hij in de jaren negentig lesgaf zeggen dat hij voor een onveilige sfeer zorgde, door veel ongepaste, seksueel getinte opmerkingen te maken.

W.W. Norton, zijn Amerikaanse uitgeverij, heeft het boek nu ‘op pauze’ gezet, wat betekent dat een nieuwe druk voorlopig wordt uitgesteld, alle media- en promotieactiviteiten worden afgezegd. Uitgeverij De Bezig Bij, die de Nederlandstalige versie uitbrengt, blijft achter het boek staan en verdeelt het zoals gepland. Maar in de VS wordt de biografie, zoals dat in goed Nederlands heet, voorlopig gecanceld.

Verandert dat hoe je de biografie leest? Ja. Nee. Misschien. Ik weet het niet. Nog voordat deze beschuldigingen naar buiten kwamen schreef een vijandige criticus in tijdschrift The New Republic dat Bailey zich opstelt als ‘an adoring wingman’, die negenhonderd bladzijden lang zijn vriendje probeert vrij te pleiten van zijn seksuele wangedrag. Zo gelezen ondermijnt de reputatie van de biograaf die van de schrijver, kun je denken: als seksuele vandaal zou Bailey makkelijker het vandalisme van Roth willen goedpraten.

Daarentegen concludeerde de criticus van de Los Angeles Times juist: ‘Dankzij Bailey kon ik dit boek dichtslaan en me afvragen hoelang het zou duren voordat ik de verrotte smaak van deze man uit mijn mond kreeg.’ Die Roth-hater vond juist dat niets werd goedgepraat.

Ik, als Roth-liefhebber, viel ergens tussenin. Geen beschuldiging aan het adres van Roth zwakte Bailey af, wel gaf hij Roth (uiteraard) de mogelijkheid tot weerwoord. Zelden vond ik Bailey uitgesproken een kant kiezen of Roth vrijpleiten. Dat laat hij aan de lezer – en terecht. Daarom zou het ook zo treurig zijn als de uitgever deze biografie nu onverkrijgbaar zou maken: de lezer is volwassen genoeg zelf een mening over Roth’s leven te vormen.

C-woord

De ironie is natuurlijk dat bij het verschijnen van de biografie, waar zeker in de Engelstalige wereld reikhalzend naar werd uitgekeken, het c-woord al boven de markt hing. Maar dan voor Roth. Moest hij niet eens gecanceld worden? Was het niet eens tijd dat het literaire pantheon rekening ging houden met de man die Roth was, en eens goed zou kijken naar het verdriet dat hij had veroorzaakt, hoe hij met vrouwen omging en hoe hij over ze schreef?

Het is een discussie die inmiddels voorspelbaar wordt. Allereerst omdat je deze boom kunt opzetten over zowat elke kunstenaars- of schrijversbiografie die zich in de twintigste eeuw afspeelt, waarbij de kunstenaar vrij en onvervaard in het leven staat, en niemand oog heeft voor de kunstenaarsvrouw achter de schermen, die de kwasten afspoelde en het lint van de typemachine ververste, om later voor een jongere variant ingeruild te worden. Dat is de ongelijkheid der seksen die, naar maar waar, nu eenmaal zo lang de maatschappelijke verhoudingen tekende. Die maak je niet ongedaan door die kunstenaars te willen uitgommen. Die kun je beter rechttrekken door het spotlight nu te richten op kunstenaressen en schrijfsters die toen over het hoofd gezien werden.

Philip Roth in 2003 met actrice Nicole Kidman, een van de vele vrouwen die hij probeerde te versieren. Beeld Alamy Stock Photo
Philip Roth in 2003 met actrice Nicole Kidman, een van de vele vrouwen die hij probeerde te versieren.Beeld Alamy Stock Photo

Bovendien, zo’n beschuldigende manier van een biografie lezen suggereert dat je tot een moreel eindoordeel over de gebiografeerde moet komen. Dat voelt niet aan als iets wat recht doet aan wat een leven is, hoe rommelig dat nu eenmaal verloopt, hoezeer je je best kunt doen – en toch te kort kunt schieten.

Neem Roths relatie met de Engelse actrice Claire Bloom. Ook nu lijken veel critici in de recensies van Baileys boek hun huwelijk op te vatten alsof het een sportwedstrijd is tussen twee partijen, waarbij goals en tegengoals kunnen worden geteld, en een van de twee partijen als morele winnaar uit de bus kan komen. Roth ging vreemd, dus 1-0 voor Bloom. Toen Roth doodsbenauwd in het ziekenhuis werd geprepareerd voor een vijfvoudige bypass maakte Bloom zich zorgen over wat dat zou betekenen niet voor zijn, maar voor haar leven: ‘What about me?!’ Is het dan 1-1?

Roth verhuisde voor Bloom naar Londen, Bloom verhuisde later voor Roth naar de VS: 2-2. Roth maakte ruzie met Blooms studerende dochter, Anna, die hem niet in haar huis accepteerde, en suggereerde dat ze maar uit huis moest. Niet vriendelijk, dus 3-2 voor Bloom. Bloom maakte talloze antisemitische opmerkingen: 3-3. Roth probeerde een vriendinnetje van Anna te versieren die was blijven logeren, want: ‘Wat heb je aan een mooie meid in huis als je er niet mee neukt?’: 4-3. Toen Roth zijn hoogbejaarde, stervende en daardoor incontinente vader in huis haalde en Roth zijn kleren en lakens moest verschonen, zei Bloom met onverholen weerzin: ‘Waarom kan hij het niet leren om het op te houden?’ 4-4.

Slaat dat ergens op? Is die score nu echt een weergave van de liefde, de band, de dynamiek, de emotionele reikwijdte tussen twee personen? ‘Waar twee vechten, hebben twee schuld’ is een cliché, maar iedereen weet dat hoe een relatie er vanbuiten uitziet niet per se recht doet aan hoe het vanbinnen aanvoelt. Zo lijkt Bloom Roths overspel een stuk minder erg te hebben gevonden dan veel critici nu. Roth en Bloom maakten elkaar gek, maar gingen er allebei ook volkomen vanzelfsprekend van uit samen oud te worden.

Tot het allerlaatste moment dachten ze dat het goed zou komen en ze een manier konden vinden om samen te blijven. Ze waren achttien jaar bij elkaar toen ze de handdoek in de ring gooiden.

Na hun huwelijk publiceerde Bloom een tell-all memoir: Leaving a Doll’s House, waarin ze Roth door het slijk haalde. Kort daarna schreef Roth I Married a Communist, waarin hij Bloom met gelijke munt terugbetaalde. 5-5, of eigenlijk, als je Baileys boek leest, staat het dan inmiddels iets van 150-150.

Daarenboven is zo’n beschuldigende manier van naar een biografie kijken juist cru als het om Roth gaat: in de kleine zestig jaar dat hij publiceerde, schreef hij op onnavolgbare wijze over leugenaars, bedriegers, overspelplegers, opscheppers en seksuele maniakken. Het heeft iets hypocriets wél al die jaren van die verhalen te hebben genoten, maar vervolgens je neus op te halen voor de man die die verhalen (deels) beleefde.

Masturberen op een dode

In zekere zin is Roth natuurlijk al gecanceld. Neem een boek als Sabbath’s Theatre, uit 1995. Roth schreef het met een ongeëvenaard gevoel van vrijheid. De verstrengeling met Bloom was eindelijk doorbroken, vrienden hadden hem opgehaald uit de provincie en naar zijn leegstaande appartement in New York gebracht. Toen hij de voordeur opende, zag hij het zonlicht glanzen op de parketvloer – zoals het zonlicht glansde in het huis waar hij was opgegroeid. ‘Het komt wel goed met je’, dacht hij, en binnen een half uur was hij aan het werk aan Sabbath.

De Sabbath in kwestie is Mickey Sabbath, een misantropische poppenspeler die seks hanteert zoals een pyromaan vuur. Hij gaat door tot alles vernietigd is, elke relatie, elke vriendschap – hij is het soort man die opgevangen wordt door vrienden, en ze vervolgens beloont door het ondergoed van hun tienerdochter te stelen. Sabbath stelt zich zijn grafsteen voor als: ‘Morris Sabbath / “Mickey / Dierbare Hoerenloper, Verleider, / Sodomist, Vrouwenmisbruiker, / Zedenbederver, Kinderlokker, / Moordenaar van echtgenote, / Zelfmoordenaar / 1929-1994.’

Sabbaths levenscrisis wordt opgewekt door de dood van zijn langjarige maîtresse, de onpeilbaar promiscue hoteleigenares Drenka, de enige vrouw die hem in zijn vunzigheid naar de kroon steekt. Zelfs na haar dood geilt hij nog op haar, zozeer dat hij als hij naar haar grafsteen gaat om te masturberen, een van haar andere minnaars al in flagrante delicto aantreft. Drenka had Sabbath alles verteld over deze amant, die ze de ‘regenboog’ noemde, want ‘zijn pik is vrij lang en een beetje gebogen’. Alles deelde ze met hem, ze waren tweelingzielen. Uiteindelijk, ook tot zijn eigen verbazing, likt hij het zaad van haar grafsteen, terwijl hij ‘Ik ben Drenka! Ik ben Drenka!’ roept.

Roth zou Sabbath’s Theatre zien als zijn meesterwerk, en zo werd het vrijwel unaniem ook ontvangen. Het haalde de shortlist van de Pulitzer en won de National Book Award.

Dinosaurus

Maar even hypothetisch: stel dat je Sabbath nu zou schrijven – een roman vol oversekste lyriek, waarin elke vrouw wordt teruggebracht tot wat zich onder haar kleren bevindt – hoe zou de ontvangst dan zijn? Heel misschien, als je geluk hebt, zouden een of twee recensenten je stijl prijzen, maar bovenal zou het boek gezien worden als een provocatie. Als een aanval op politiek correct feminisme, als een pesterige viering van een ouderwets soort mannelijkheid. Een of twee columnisten zouden het boek wegzetten als gratuite aandachtsmekerij, de vrouwelijke Twitter-sfeer zou daarin meegaan. De figuren van wie je juist niet zou willen dat ze je beschermen, zouden het voor je opnemen en alles en iedereen ‘woke’ en ‘gedachtepolitie’ noemen. Waarschijnlijk zou je niet eens actief gecanceld worden, niemand zou oproepen je boeken te verbranden. Eerder zou je achteloos opzijgeschoven worden, als een irrelevante dinosaurus.

Het is niet zo dat de boeken die Roth schreef vandaag de dag niet meer geschreven worden, maar de vanzelfsprekendheid waarmee ze tot het epicentrum van het literaire veld werden gerekend is voorbij. De achting voor ‘The Great Male Narcissists’ – zoals David Foster Wallace de dominante generatie van Roth noemde – die hun eigen werk en (witte, mannelijke, heteroseksuele) wereldbeeld boek na boek centraal stelden, is veranderd. Literatuur is oneindig veel breder geworden, diverser, en daarmee rijker. Dat is trouwens ook een klacht die nu in sommige hatelijke recensies weer doorklinkt: dat Roth alleen oog had voor mannen, niet serieus over vrouwen schreef.

Het is een klacht die niet standhoudt als je Roths romans leest. Ja natuurlijk, niet elk boek was even sterk en niet elk personage kwam even levendig uit de verf. Stoeipoes Jinx Possesski uit Operation Shylock was inderdaad net zo oppervlakkig als haar naam cartoonesk was. Maar kijk eens naar Sabbaths Drenka. Roth beschrijft haar als ‘een gevulde, stevig gebouwde vrouw met het prikkelende van iemand die nog net niet te dik is, en met vormen die, als ze op haar zwaarst was, deden denken aan die rond 2000 voor Christus geboetseerde kleifiguurtjes, die mollige poppetjes met grote borsten en brede heupen die van Europa tot helemaal in Klein-Azië worden opgegraven en onder wel tien verschillende namen werden aanbeden als de oermoeder van de goden’.

De vraag is wat de toekomst van Baileys boek is. Zijn loop baan ligt in duigen, maar zijn boek blijft overeind, vind ik. Hij laat ons Roth weer zien hoe hij was toen hij nog als jongeling aan zijn beklimming van de Olympus begon. Beeld The LIFE Images Collection/Getty Images
De vraag is wat de toekomst van Baileys boek is. Zijn loop baan ligt in duigen, maar zijn boek blijft overeind, vind ik. Hij laat ons Roth weer zien hoe hij was toen hij nog als jongeling aan zijn beklimming van de Olympus begon.Beeld The LIFE Images Collection/Getty Images

Dat laatste zegt alles: Drenka is een oermoeder van de goden. Ze is volkomen vrij, van moraal, van sociale verwachtingen. Ze is onverslaanbaar, durft haar eigen seksualiteit te volgen, schaamt zich nergens voor, is hilarisch en vol liefde. Ze is een soort erotische Falstaff, die Sabbath continu uitdaagt verder te gaan in zijn geiligheid. Ja, kun je als Roth-hater zeggen, deze Drenka is weer eens seksseksseks – maar als personage zit ze boordevol leven, ze spat van de pagina’s af, larger than life en toch volkomen levensecht.

Verlost van de seksdrive

In de herfst van zijn carrière volgde nog een bevrijding: terwijl hij voorheen altijd satirisch over de maatschappij en dan vooral de joodse gemeenschap schreef, schudde Roth de spot van zich af. In zes jaar tijd (1998-2004) schreef hij een serie romans die allemaal tot de canon van de Amerikaanse literatuur behoren, en overladen met prijzen. American Pastoral, I Married a Communist, The Human Stain en The Plot against America.

Stuk voor stuk gaan ze over hoe gewone levens worden platgewalst door de politieke geschiedenis, maar in hun kern bevatten die boeken allemaal uitgesproken Amerikaanse idealen, over familiegeluk, over democratie en burgerschap, over vrijheid van meningsuiting. Waar in Portnoy’s Complaint (1969) de joodse ‘memme’ een nachtmerrie was, is ze in The Plot against America (2004) niets minder dan een heilige. Waar hij in zijn eerste romans de claustrofobische maatschappelijke mores beschimpte, bezong Roth in American Pastoral de energie van het Amerika van zijn jeugd: ‘Is het niet verbazend? Geleefd te hebben – in dit land, in onze tijd, als wie we waren. Verbazend.’

Wat gaf Roth de rust, de mildheid, het patriotisme? Leeftijd, nostalgie, zoveel overleden vrienden en familieleden die hij miste, een volle prijzenkast. En hoewel Roth nog verschillende keren verliefd werd op veel jongere vrouwen was hij wel degelijk verlost van zijn seksuele drive, zegt Bailey.

De vraag is wat de toekomst van Baileys boek is. Zijn carriere ligt in duigen, maar zijn boek staat overeind – wat mij betreft. Hij laat ons Roth weer zien hoe hij was toen hij nog als jongeling aan zijn beklimming van de Olympus begon. Nog niet rijk, oud en wijs, maar ambitieus, verbeten, onzeker, in het bezit van een gigantische dosis talent, waar hij zelf nog niet een vorm voor had gevonden. Kortom, als echt mens. Het boek zit vol menselijke details, grappen, neuroses, conurrenties, kleine veelzeggende anekdotes. Dat het boek zo helder is geschreven, en zo soepel is vertaald, maakt het alleen nog maar lezenswaardiger.

Hoewel Bailey duidelijk gehecht is aan Roth geeft hij geen waardeoordeel. Dat is aan de lezer zelf. Ik ging er Roth niet sympathieker van vinden, maar, belangrijker, wel interessanter.

Blake Bailey, Philip Roth: de biografie, De Bezige Bij, 880 p., 49,99 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234