Dinsdag 22/10/2019

Concertrecensie

Pete Doherty in Trix: gracieus de dieperik in ★★✩✩✩

Beeld Francis Vanhee

Een cocktail van charisma, talent en onnoemelijke hoeveelheden klasse A/B en C-drugs raasden donderdagavond door de bloedbaan van Pete Doherty. Elegantly wasted kuierde hij doorheen een set die afwisselend geniaal en banaal klonk.

‘Geen idee of je in de lach moet schieten, of heel hard moet huilen over zoveel vergooid talent,’ schreef een Nederlandse muziekjournalist onlangs over Pete Doherty. Een onverbiddelijk, maar net zo oneerlijk oordeel over Engelands favoriet knuffeljunkie. Dat Potty Pete de laatste jaren vaker de tabloids dan de charts haalt, is weliswaar een onweerlegbaar feit. Maar het staat los van zijn minstens even onbetwistbare knack om grandioze popsongs te schrijven.

Zijn output van de laatste tien jaar kan zich dan niet meten met de legende van The Libertines. Maar die legende werd sowieso vooral gevoed door nostalgie: hun debuut ‘Up the Bracket’ was door de bank genomen een stijlvolle vingeroefening in het recycleren van Muzikaal Albion. Met ‘Grace/Wastelands’ leverde Doherty in zijn uppie dan weer een prachtplaat af, die op de keper beschouwd véél hoogstaander was dan zijn oeuvre met het rapaille van de ramshackle rock dat The Libertines was.

In Trix flirtte hij héél sporadisch met The Libertines: ‘All at Sea’ bracht hij deze keer als een zwalpende zoetwatermatroos op wankele benen, met een gitaarlijntje dat nét te lang in rum gemarineerd werd. Veel beter klonk ‘What a Waster’ tijdens de bisronde: solo, en ontdaan van een begeleidend orkest dat te veel steken liet vallen, klonk Doherty zoals je hem een héél concert had willen zien.

Want, mijn god… Wat een zootje klojo’s had hij rond zich geschaard, in de vorm van De Puta Madres. Zijn ex-vriendin Katia De Vidas maakte dan wel een opperbeste beurt als toetseniste, maar zijn drummer leek zijn innerlijk metronoom aan de douane te hebben achtergelaten, terwijl zijn gitarist even ordinair speelde als zijn naam - Jack Jones - klonk. Dat de bassist steken liet vallen, konden we nog net door de vingers zien. Kennelijk werd die net voor het concert een paardenmiddel toegediend om te kùnnen spelen: een ontsteking aan zijn vingers verklaarde allicht waarom zijn aandeel in het concert verwaarloosbaar was.

Beeld Francis Vanhee

Dat Doherty zelf ook niet te dicht in de omstreek van naalden mag komen, bleek onlangs. Een onfortuinlijke egel die in de bek van zijn husky verdween, probeerde hij uit diens hondenbek te wurmen, waarna Doherty er zelf een geïnfecteerde wonde aan overhield. Net zo ontstoken klonk ‘Hell to Pay at the Gates of Heaven’ gelukkig, waarin de furie en het feestgedruis van The Libertines of zelfs Babyshambles in huisden.

‘Who’s Been Having You Over?’ ravotte op zijn beurt naar het eind als de twee husky’s van Doherty, die zo vrolijk als R. Kelly tijdens de speeltijd dolden in de tuin van Trix. Geen egel in de buurt. Maar helaas ook geen stekels. Pete Doherty blijft op zijn best als gevaar ergens sluimert... Niets daarvan in Antwerpen, een metropool waarbij hij zelfs geen idee van had of het een dorp dan wel stad betrof tijdens de bindteksten. An sich geen onoverkomelijk probleem. Maar het was vreemd genoeg wel toepasselijk: Doherty speelde met wereldsongs, maar maakte de keuze om er een provincialistisch en kleinburgerlijk salonfeestje van te maken. Géén chaos à la ‘Fuck Forever’, wél flauwe nummertjes als ‘The Whole World Is Our Playground’ of de Love-cover ‘Signed D.C.’ dat alleen overeind bleef door de eerlijke confessie over verslaving en eenzaamheid.  

Elegantly wasted, wat zoveel betekent als gracieus de dieperik in, of elegant afgeleefd: zò banjerde de set naar zijn eind. ‘I Don’t Love Anyone (But You’re Not Just Anyone)’ noopte je nog tot beschonken samenzang, net als de onsterfelijk mooie pub-anthem ‘Last of the English Roses’. Maar meestal klonk Doherty zoals zijn laatste langspeler, die een paar weken geleden verscheen. Aardig maar beleefd. Die plaat had lichtjaren beter kunnen klinken als Doherty er geen erezaak van zou blijven maken om nonchalance te laten prevaleren.

Beeld Francis Vanhee

Dé fatale fout? Een gebrek aan kwaliteitscontrole. Maar goed. Zelfs wanneer Doherty buitelt over zichzelf, de toonladder of de snaren op zijn gitaar: je voélde wel steeds dat je naar een authentieke songschrijver kijkt en luistert. Eén die je af en toe meer plezier zou doen met een kom soep en een bemoedigend schouderklopje dan een podium. 

Afijn: meestal kroop Doherty met zijn pop noir dieper onder je vel dan zijn eigen heroïnenaald. Daar valt vast ook wel iets goeds over te zeggen. Maar kies gewoon een àndere band, lieveling. Enablers zijn die naam alleen maar in het drugscircuit waard. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234