Dinsdag 22/10/2019

Concertrecensie

Persistence Tour in Brielpoort: Sick Of It All, Ignite en Walls of Jericho doen massa kolken

Sick Of It All Beeld Tine Schoemaker

De optredens tijdens de Persistence Tour in de Brielpoort volgden elkaar in ijltempo op. Elke band speelde gisteren een half uur, en na een kwartiertje pauze stond al meteen de volgende hardcore punk-groep klaar. Kort en flitsend, zoals de songs van de vele bands. De concerten van Ignite en Walls of Jericho bleven het meeste bij. Ook hoofdact Sick Of It All kon het publiek bekoren.

Persistence Tour is al ruim dertien jaar de Europa League van de hardcore punk. Een rondtrekkend rockcircus dat twee weken lang kriskras over het continent trekt, vooral den Duits opzoekt en gisteren ook de stoffige deuren van de Brielpoort deed openwaaien. Het werd een avond vol stevige gitaren, brullende vocalen, gebalde vuisten en razende rondjes in de moshpit. Goed 1.700 fans waren naar Deinze afgezakt om er iconische bands van vroeger en nu aan het werk te zien.

Bovenaan de affiche prijkte een band die als pionier in het genre geldt. Sick Of It All (***) stond in 1986 mee aan de wieg van de New Yorkse hardcore-scène, en trekt nog altijd veel volk. Met hun nieuwe plaat Wake the Sleeping Dragon onder de arm werd het viertal in de Brielpoort als helden onthaald. Brulboei Lou Koller begon meteen furieus met ‘Inner Vision’. Zijn gitaarspelende broer Pete had zijn witte kuif in een hanekam gezet, een strakke bandana om het hoofd en stuiterde onophoudelijk over de bühne.

Buiten het podium is Pete Koller de vriendelijkheid zelve (hij heeft zijn vrouw en jonge dochtertje mee op tour), op de planken straalde hij één en al energie uit. Het publiek, dat zich intussen al een hele avond gegeven had, wou aanvankelijk niet mee surfen op de woeste baren van deze bende. Sick Of It All zette een razend snel ‘Machete’ in, om de vermoeide fans te overtuigen. Het resultaat: een orkaan aan crowdsurfers. Het nieuwe ‘Wake the Sleeping Dragon’ misstond niet. Het titelnummer van hun twaalfde plaat kreeg de vuisten in lucht en klonk opvallend fris. Als deze band aan een pensioenplan bezig is, dan doet ze dat in stijl. ‘Road Less Traveled’ klonk slordig, maar dat was eigenlijk de enige valse noot in de set.

Pete Koller, Sick Of It All. Beeld Tine Schoemaker

Sick Of It All bracht Dave Witte van Municipal Waste het podium op voor een broederlijk ‘Rat Pack’, waarna Lou Koller zijn liefde betuigde aan het Belgische publiek: “We komen hier al zo lang. Jullie zijn er altijd, op kleine én grote concerten. Ik zit al de hele dag aan Graspop te denken. We speelden ‘Us vs. Them’, en jullie bestormden allemààl het podium. De ‘Groep van het Jaar’ die na ons kwam optreden wist écht niet hoe ze zoiets moesten evenaren.” 

Beeld Tine Schoemaker

De zanger verwelkomde de nieuwe fans met ‘My Life’, de eerste song die Sick Of It All ooit opnam. Om te laten horen hoe hardcore punk dient te klinken. Op zo’n moment merkte je de kracht van een band die al 27 jaar in ongewijzigde bezetting speelt. Het concert ging in crescendo. ‘Uprising Nation’ weerklonk uit alle kelen, en ‘Injustice System’ bleek niets aan snedigheid verloren. Terwijl de security overuren draaide dook Lou Koller het podium af richting de eerste linies. ‘Good Lookin’ Out’ werd opgedragen aan “de vrienden van Ignite”.

Pete Koller draaide rondjes als een dansende derwisj op speed, maar miste geen enkele noot. Hollen, gieren, brullen: dat was het devies van dit Sick Of It All. Aan het slot van hun concert volgde een indrukwekkende wall of death tijdens ‘Scratch the Surface’. De groep liet iedereen tevreden naar huis gaan met een feestelijk ‘Step Down’. Hun ode aan de underground, aan old skool hardcore punk. Op 23 juni komt de band terug naar België. Dan spelen ze op Graspop in Dessel.

Booze & Glory. Beeld Tine Schoemaker

Sick Of it All speelde een vol uur. Zoals het de hoofdkamp bij een boksgala betaamt. De opwarmers moesten het met kortere optredens stellen. Niet alle concerten hadden hetzelfde niveau. Vijf uur eerder stond het Britse Booze & Glory (**) al op het Persistence-podium. 

Nog maar negen jaar actief en dus relatief jonge honden. Liam Booze, Bart Booze, Mark Booze en Mario Booze zijn volgens ons niet meteen blijvers. Haast al hun songs hadden een groot voetbalgehalte. Liedjes om mee te lallen, zoals een spionkop graag durft doen. Wie dat wou meemaken was vrijdag beter naar de Bosuil getrokken in plaats van naar deze Brielpoort. Het kapsel van hun bassist (een omgekeerde hanekam, net als Keith van The Prodigy) was frivoler dan zijn bijdrage gisteren. Slotsong ‘Only Fools Get Caught’ kreeg de massa een beetje mee, maar daarmee is alles gezegd.

Walls of Jericho. Beeld Tine Schoemaker

Dan veel liever Walls of Jericho (****). Frontvrouw Candace Kucsulain stond niet alleen vol tattoos. Het bleek een wijf met ballen aan haar lijf, die constant de massa op zocht. De metalcore-band uit Detroit gaf zelf applaus aan het publiek en aan de security. Zoiets ziet iedereen graag op een hardcore-show. Bij ‘Forever Militant’ beklemtoonde Kucsulain bovendien dat het podium evenzeer van de fans was als van de band. Walls Of Jericho stond dertig minuten lang voor maximale beleving.

Bassist Aaron Ruby ging graag tegen de eerste rijen aan hangen, om nadien ook echt te gaan crowdsurfen. “Passie voelen, daar doen we het voor”, brulde Candace. Het publiek reageerde eensgezind, met de vuisten in de lucht. Walls Of Jericho gaf het veiligheidspersoneel graag veel werk. Er kwam zelfs iemand met twee verdwaalde sneakers zwaaien, die een enthousiaste stagediver kwijtgespeeld bleek. Bij ‘The American Dream’ torende Kucsulain boven het publiek uit. Slotsong ‘Revival Never Goes Out of Style’ werd opgedragen aan alle bands op de affiche. De zangeres vroeg en kreeg een circle pit, terwijl het ‘wo ho ho’-refrein door de massa werd meegebruld. Het publiek bleef nog minutenlang zingen en scanderen, nadat de band het podium verlaten had.

De Belgische fans in de Brielpoort hadden haast allemaal hetzelfde uniform aan: capuchons, of zeg maar hoodies. In meerdere variëteiten: zwart, dan wel geblokt of in camouflage-kleur. Het aantal kaalkoppen en bierbuiken was legio. Net als een rugzak, om vers gescoord vinyl of een fris shirt in te stoppen.

Municipal Waste. Beeld Tine Schoemaker

 “Wij komen uit Richmond, Virginia”, brulde Tony Foresta van Municipal Waste (**) trots, als een haan met stront tussen de tenen. Virginia bleek helaas ook de plek waar hij zijn stem had achtergelaten. Jammer. De crossover thrash-band pompte nooit uit alle cilinders.

Municipal Waste moet het hebben van korte en snedige songs. Die werden redelijk strak uitgevoerd, met vier vooraan. “Wij spelen snel en we zijn klootzakken”, grijnsde Foresta bij ‘The Thrashin’ of the Christ’. “We houden van satan en coole shit.”

Op een half uur speelde deze bende meer songs dan je kan tellen. Het nieuwe ‘Poison the Preacher’ was treffelijk. Maar gaandeweg werd het geluid van de band alsmaar modderiger, en de stem van Foresta heser. “Jullie hebben het beste bier ter wereld”, probeerde de frontman nog bij ‘Beer Pressure’. “Municipal Waste is gonna fuck you up” waren de laatste woorden van het Amerikaanse vijftal, maar dit Brielpoort is al steviger genaaid geweest.

Ignite. Beeld Tine Schoemaker

Gelukkig volgde nadien Ignite (****). De band uit Orange County in Californië stak écht de lont aan het vuur. “We hebben een korte set, we gaan blijven bewegen”, waarschuwde zanger Zoli Teglas. ‘Fear is Our Tradition’ was een furieuze start, die even goed naar het Amerika van Trump refereerde als aan onze samenleving. De groep zat meteen in een heerlijke groove. De drums van Craig Anderson spoorden band en publiek aan, terwijl brulboei Teglas met een even machtige als heldere stem zong. “Deze wereld is plots zo rechts geworden, zo verdomd vol haat”, gromde de frontman. Hij droeg ‘Judgement Day’ op aan de politici van vandaag. “Heb je lief gehad of rechter gespeeld en gemoord? Ik hoop dat dat de vraag is die ze te horen krijgen, als ze naar de hemel gaan.” Na deze Dag des Oordeels volgde het supersnelle ‘Know Your History’.

Ignite verkondigde zielsveel te houden van punkrock met politieke boodschappen. Te weinig groepen durven dat nog, vinden ze. Daarom eerde de band hun eigen helden Bad Religion, met een fraaie cover van ‘We’re Only Gonna Die’.

Ignite draagt het hart op de juiste plaats. De groep legde het concert twee keer kort stil, zonder dat dat stoorde. Eerst mochten enkele vrijwilligers van Sea Shepherd een boodschap brengen. Het publiek kreeg de gouden raad de stand van deze klimaatkrijgers te bezoeken, die in de zaal was opgesteld. ‘Slowdown’ werd vervolgens opgedragen aan Jason, een vriend van de groep die overleed aan een overdosis. Teglas waarschuwde voor de gevolgen van drugs, en vertelde dat heroïne een kanker is die jongeren zwaar treft in de Verenigde Staten.  Mooie band, dit Ignite. Hoog tijd dat ze eindelijk nog eens een nieuwe plaat maken.

Ignite. Beeld Tine Schoemaker
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234