Dinsdag 12/11/2019

Dans

Peeping Tom stelt sluitstuk familietrilogie voor: ‘We proberen jong te blijven, ook al zijn we redelijk oud’

Een ­realistisch maar bevreemdend decor, ‘Kind’ doet soms erg Lynchiaans aan. Beeld DEGTIAROV OLEG

Peeping Tom, het internationaal bejubelde dansgezelschap van Franck Chartier en Gabriela Carrizo, wordt binnenkort twintig jaar, en betrekt weldra een nieuw atelier in Molenbeek. Maar eerst is er nog de Belgische première van Kind, het sluitstuk van hun uiterst succesvolle familietrilogie. ‘Onze dansers vormen een familie op zich.’

De backstage van Peeping Tom is een soort rariteitenkabinet. Als we, een halve dag voor de opvoering van Kind op het Julidans-festival in Amsterdam, door de coulissen van de schouwburg struinen en een kist met rekwisieten opentrekken, vinden we genoeg materiaal om de eigenaar van psychopathie te verdenken: in de kist liggen verschillende (valse) vuurwapens, een (opgezette) dode kat, en een (echte) hakbijl. Het zijn maar enkele van de onmisbare details in het bizarre universum van Peeping Tom, het Brusselse gezelschap van de Fransman Franck Chartier en de Argentijnse Gabriela Carrizo.

In 2020 zal Peeping Tom, dat zowel in binnen- als buitenland succes oogstte met voorstellingen die de grens tussen dans en theater doen vervagen, twintig jaar worden. De Belgische première van Kind is de perfecte aanloop naar die verjaardag: het is het slotstuk van een familietrilogie die begon met Vader (2014), dat de vereenzaming van een oude man in een bejaardentehuis toonde, en werd voortgezet met Moeder (2016), waarin er werd gerouwd om een dode oermoeder. “Mensen vragen ons vaak: waarom draait jullie werk zo vaak om familie?”, vertelt Carrizo. “Het antwoord is simpel: omdat het heel dicht bij de mensen staat. Iedereen is dagelijks bezig met familie, ook de mensen die bij Peeping Tom werken. Als je met familie werkt, werk je met menselijke relaties.”

Toch is Kind allesbehalve uit het leven gegrepen. Het decor is, zoals bij elke Peeping Tom-voorstelling, hyperrealistisch, maar ook hoogst bevreemdend: de rand van een bos, aan een bergwand. In dat bos rijdt het titelpersonage – vertolkt door de 55-jarige sopraan Eurudike De Bock, een oudgediende bij Peeping Tom – rond op een kinderfietsje, tussen vreemde wezens, verdwaalde toeristen en gewelddadige boswachters. Haar ouders zijn helemaal afwezig. Kind heeft meer gemeen met een David Lynch-film dan met een jeugdverhaal. Het verklaart meteen ook de bizarre rekwisieten die we backstage tegenkwamen.

“Dit stuk opvoeren is geen spelletje”, vertelt Chartier ons een dag na de première. “Aanvankelijk dachten we: dit gaat iets leuks, iets tof worden, iets dat zich afspeelt in een kinderwereld, vol verwondering en verbeelding en onschuld en dromen en spelletjes. Maar gaandeweg is het iets helemaal anders geworden. Tijdens het creatieproces werd Jair Bolsonaro verkozen in Brazilië, en liepen er plots militairen door de straten. Twee van onze danseressen zijn Braziliaans: dat heeft voor een plotse shift gezorgd. Plots praatten we over geweld en over wapens.” Carrizo vult aan: “Een van onze vertrekpunten was ook de idee van een kind dat geen ouders heeft, dat niet weet wat een thuis is, wat familie is. Een kind dat in een donker bos aan de rand van de bergen woont, zonder vader en zonder moeder. Dan kom je vanzelf bij geweld terecht. We zijn het gewend dat kinderen bemind en beschermd worden, maar in Kind is dat niet zo.”

Franck Chartier & Gabriela Carrizo. Beeld Jesse Willems

Compromissen

Al van bij het begin wisten de twee bezielers van Peeping Tom, zelf ouders van een vijftienjarige dochter, dat er drie voorstellingen zouden komen. “We hebben het nogal voor trilogieën, ik weet niet waarom”, legt Carrizo uit. “Eerder hebben we ook al Le jardin (2002), Le salon (2004) en Le sous-sol (2007) gemaakt. Misschien komt dat door de manier waarop we werken. Er zijn zo veel dingen die je ontdekt tijdens het maken van een voorstelling, er zijn zo veel vragen die worden opgeworpen die je nadien nog moet beantwoorden. Je denkt altijd aan een vervolg. En we hebben ook altijd zin om voort te doen. Om de dingen verder uit te diepen, of vanuit een ander standpunt te bekijken.”

Vader werd geregisseerd door Chartier, Moeder door Carrizo. Voor Kind deelden de twee de verantwoordelijkheid. “Ik weet niet of het gemakkelijker of moeilijker is. Het is in ieder geval anders”, lacht Carrizo. “Er zijn voordelen en er zijn nadelen. Als we met z’n tweeën samen iets maken, kom je onvermijdelijk uit bij compromissen. We zijn complementair, wij twee, maar we zijn ook verschillend. Maar het is fijn om de verantwoordelijkheden te kunnen delen. Dat haalt wat druk van de ketel. En gelukkig hebben we een zekere gedeelde visie.”

Chartier: “We hebben ook een aantal kleine regels waaraan we ons houden. Als ik een scène schrijf en zij moet er niet van weten, vraag ik waarom ze het niet goed vindt. Misschien gaat het om kleine details, die de scène goed of slecht maken. En als ze het écht slecht vindt, discussiëren we daar niet te lang over. Dan schrappen we het gewoon. We discussiëren nooit op voorhand: we proberen het eerst, en dan zien we wel.

“Voor ons is het altijd leuk als we onszelf een beetje uit evenwicht brengen. Dat daagt ons uit, het stimuleert ons, als we een beetje meer kwetsbaar worden. Dat we die twee voorstellingen op ons eentje hebben gemaakt, heeft ook daarmee te maken. Het was angstaanjagend, hoor, op m’n eentje. Ik was gewoon om alles samen te doen. Maar we worden dus wel graag in een oncomfortabele positie geduwd. We gaan de confrontatie met moeilijkheden niet uit de weg.”

Scènebeeld uit ‘Kind’. Beeld Olympe Tits

Eeuwig jong

Die werkwijze heeft een redelijk indrukwekkende carrière opgeleverd. Hoewel de naam Peeping Tom bij het grote publiek misschien niet dezelfde resonantie heeft als andere Brusselse dansgezelschappen als Anne Teresa De Keersmaekers Rosas, Wim Vandekeybus’ Ultima Vez of Alain Platels Les Ballets C de la B – waar Chartier en Carrizo elkaar hebben leren kennen –, moeten ze qua internationaal succes nauwelijks onderdoen voor die oudere broertjes. Hun voorstellingen toerden de hele wereld rond, van São Paulo tot Tokio. In november wordt het tien jaar oude 32 Rue Vandenbranden (2009) voor het eerst opgevoerd in New York, en voor hun volgende creatie kwamen maar liefst 2.500 dansers op auditie. “Dansers van over de hele wereld. Mensen uit Costa Rica, Nieuw Zeeland, Brazilië, Chili, de VS...”, aldus Chartier. “Al die verschillende culturen zien samenkomen, c’est génial, ça.

Het zegt wat over de aantrekkingskracht van Peeping Tom. Tegelijk blijft het gezelschap ook eeuwig jong, een buitenbeentje in de wereld van dans en theater, dat koppig op zoek blijft gaan naar vernieuwing. “We doen ons best om jong te blijven. Ook al zijn we intussen redelijk oud”, grapt Chartier. “Maar we blijven natuurlijk jonger dan Anne Teresa De Keersmaeker, die in 1985 begonnen is, of dan Wim en Alain die in dezelfde periode begonnen zijn. Wij zijn in 2000 begonnen, dat is vijftien jaar later.”

Misschien behoudt Peeping Tom het imago van eeuwig jong te zijn ook door zichzelf steeds te vernieuwen, met de inbreng van een nieuwe generatie kunstenaars. Weldra betrekt het gezelschap ook een nieuw atelier, op de Gosset-site in Molenbeek, naast Jan Lauwers’ Needcompany. Die vaste stek moet, naast wat stabiliteit, ook helpen in de zoektocht naar die eeuwige jeugd. “We kunnen er kansen bieden aan de nieuwe generatie, aan de jongeren”, duidt Carrizo.

Chartier: “Het is voor ons belangrijk om met de nieuwste generatie te werken, want zij kunnen ons werk verrijken. Ze brengen zelf nieuw materiaal aan, ze stimuleren ons om nieuwe dingen te doen, om met hun werk een nieuw verhaal te vertellen. We zijn geen makers die zeggen: jij doet dit, jij doet dat. Voor onze manier van het werken is het essentieel dat we niet in onze comfortzone blijven. Dat we niet steeds hetzelfde doen. We hebben natuurlijk wel een zekere stijl, maar we willen ook niet voortdurend in herhaling vallen. De input van nieuwe mensen, zeker van jonge mensen, is heel belangrijk. Net zoals de inbreng van dansers die uit Costa Rica of Thailand komen. Of Vlaanderen (lacht).”

Die vaste stek biedt overigens nog andere voordelen. “Tot nu toe hadden we nooit geld voor een eigen plek. We waren afhankelijk van onze co-producteurs, zoals de KVS”, legt Chartier uit. “Maar nu we een eigen studio hebben, maakt dat de dingen wel gemakkelijker. We kunnen er ook al onze decors, onze rekwisieten, onze kostuums stockeren - nu liggen die nog opgeslagen in een entrepot in Gent. Nu kunnen we werken wanneer we willen, met al onze accessoires tot onze beschikking. We kunnen meer experimenteren.”

Weldra liggen er dus dode katten, hakbijlen en vuurwapens in een atelier in Molenbeek, waar het rariteitenkabinet van Peeping Tom zich verder kan uitbreiden En waar het gezelschap van Carrizo, Chatrier en hun dansers misschien eindelijk ook een echte thuisbasis kan uitbouwen. Dat kan geen kwaad, gezien de eindeloze tournees die het twintigjarige bestaan van Peeping Tom hebben gekenmerkt. “Onze dansers komen uit Korea, Brazilië, Thailand, Vlaanderen...”, zegt Chartier nog. “Ze komen uit de hele wereld, ze hebben eigenlijk geen familie meer. Dus dan zoek je vanzelf een nieuw soort familie.” Carrizo: “Ze reizen met elkaar voortdurend de wereld rond, ze brengen meer tijd door in hotels, met het gezelschap, dan thuis, met hun familie. Dus onze dansers vormen een familie op zich.”

Kind speelt van 17 tot 25 februari in de KVS, Brussel. Daarna op tournee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234