Donderdag 02/07/2020

Concertverslag

Paul Weller is nog lang niet ingedommeld

Paul Weller in het Depot.Beeld Bas Bogaerts

Paul Weller is dit jaar zestig geworden en op die leeftijd mag een artiest al eens terugblikken op zijn leven in dit ondermaanse. Dat deed hij in Leuven met een rustieke set, waarin hij materiaal uit zijn nieuwe plaat True Meanings afwisselde met ouder werk dat alleen bij doorgewinterde fans een belletje deed rinkelen.

Als de ‘modfather’ het voorbije decennium al één ding bewees, was het wel dat hij nog lang niet was ingedommeld. Ook na zijn vijftigste ging hij rusteloos naar nieuwe ‘Sonik Kicks’ op zoek en bleef hij onverwachte muzikale paden verkennen. ‘My Ever Changing Moods’ blijft dan ook het sleutelnummer uit zijn carrière: punk, pop, funk, rhythm & blues, garagerock, blue-eyed soul, deep house, jazz, psychedelia, Paul Weller heeft het allemaal in de vingers.

Beeld Bas Bogaerts

Op zijn pas verschenen, veertiende langspeler krijgen we echter een opvallend bedachtzame en introspectieve Weller te horen. De tracks zijn één voor één akoestische ballads, die door hun uitgekiende orkestraties afwisselend doen denken aan Nick Drake en Terry Callier. De liedjes baden in een pastorale sfeer en doen erg persoonlijk aan, al vloeiden sommige teksten vreemd genoeg uit de pen van Conor O’Brien van Villagers en Erland Cooper van Erland & The Carnival.

Uiteraard heeft Weller zijn zachtaardige kant al vaker naar boven gewoeld. Op Days of Speed, een live-document uit 2001, speelde hij achttien van zijn songs bijvoorbeeld al in stekkerloze versies. Maar nooit eerder klonk de man zo intimistisch en ingetogen als op True Meanings, een plaat waarop hij zich afwisselend als singer-songwriter en als crooner manifesteert en zich in de rug laat dekken door folkmuzikanten als Martin Carthy en Danny Thompson. 

Beeld Bas Bogaerts

Ook in Het Depot kon Weller bezwaarlijk van burengerucht worden beschuldigd. Samen met zijn vijfkoppige band werkte hij zijn optreden zittend af en slenterde hij op zijn pantoffels door zijn repertoire. Daarbij deed hij weinig moeite om de sound van zijn jongste werkstuk op het podium te reproduceren. Wel bleef hij trouw aan de geest van True Meanings, door volumineuze uitspattingen tot een minimum te beperken en de nadruk te leggen op de akoestische gitaren. Soms werden er zelfs vier tegelijk in stelling gebracht.

Paul Weller serveerde een uitgekiende set van 24 songs, waarin zijn jongste worp haast integraal de revue passeerde. Wel werden de nieuwe liedjes slim afgewisseld met werk uit oudere platen als Stanley Road, Wild Wood, 22 Dreams en Wellers titelloze solodebuut uit 1992. Wie gekomen was voor de hits, was eraan voor de moeite, maar voor de kenners in de zaal was het uitgebreid likkebaarden geblazen. De zanger groef namelijk een eind weg in zijn discografie, maakte onvoorspelbare keuzes en kwam dus regelmatig met aangename verrassingen op de proppen.

Beeld Bas Bogaerts

Weller begon de avond aan het klavier met het mediterraan klinkende ‘One Bright Star’. ‘Country’ herinnerde aan de meest folky momenten van Traffic en Blind Faith, ‘Amongst Butterflies’ droeg een softfunkjasje en ‘The Strange Museum’ had een kabbelende soulballad van Bill Withers kunnen zijn. Uit zijn vorige plaat, A Kind Revolution, had de zanger slechts twee nummers overgehouden: het springerige, Kinks-achtige ‘Hopper’ en het naar The Stylistics neigende ‘Long Long Road’. 

Maar zelfs wanneer de aanstoker van de Britpop teruggreep op zijn prehistorie bij The Jam, hield hij het bij relatief obscure nummers als ‘A Boy About Town’ en het fraaie, meerstemmig gezongen ‘Private Hell’ uit 1979 (Weller, schertsend: “Ik schreef dit toen ik twaalf was”). Uit het oeuvre van The Style Council plukte hij het destijds voor de film Absolute Beginners bedachte en aan Burt Bacharach schatplichtige ‘Have You Ever Had It Blue’ en ‘A Man of Great Promise’, een nummer dat alleen muzikale archeologen zich nog voor de geest wisten te halen.

Beeld Bas Bogaerts

Tussendoor lieten Weller en zijn gezellen ook een tiental nieuwe liedjes uit. Die vielen tussen de rest nooit uit de toon. ‘Glide’ werd versierd met een autoharp; ‘The Soul Searchers’ was voorzien van een bossanova-vibe en geïnspireerde Hammondorgelosolo’s, maar helaas ook van strijkers-uit-een-doosje. In de bezadigde croonerfolk van ‘What Would He Say’ hoorde je dan weer een onzichtbare sax, een kunstgreep die toch een beetje vloekte met de gekozen organische aanpak. Neen, dan klonken het op walsbenen voorbijschuifelende ‘Aspects’, het op een bluesy riff gebouwde ‘Mayfly’ en het op close harmony-zang à la Crosby, Stills, Nash & Young steunende ‘Gravity’ veel overtuigender. Het met sierlijke fingerpicking gedecoreerde ‘White Horses’ was al net zo pakkend in zijn eenvoud.

“Nou, jullie zijn vanavond wel bijzonder geduldig geweest”, monkelde Paul Weller aan het eind van zijn set, waarin de evidente crowdpleasers achterwege waren gebleven en alleen de fijnproevers echt hun gading hadden gevonden. Dus rondde hij af met de pianoballad ‘You Do Something To Me’, die wél door alle aanwezigen werd herkend. Toch hoorden we, op een enkeling na, achteraf niemand mopperen. Na 42 jaar in de business hoeft Weller niets meer te bewijzen en kan hij precies doen waar hij zin in heeft. Een geruststellende conclusie: we kennen al genoeg artiesten die zich schaamteloos in routine wentelen. 

Beeld Bas Bogaerts
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234