Vrijdag 15/11/2019

Ultimas

Paul Schyvens: "Toen ik De Roma voor het eerst zag, dacht ik niet dat er iets met die zaal aan te vangen was"

Beeld Eric de Mildt

Van bouwvallige cinema tot een volksschouwburg die als voorbeeld dient voor de hele cultuursector. Paul Schyvens, die deze zomer afscheid neemt, heeft met ‘zijn’ Roma een gigantische weg afgelegd.

Liefde op het eerste gezicht was het niet. De eerste keer dat Paul Schyvens De Roma binnenwandelde, ergens halfweg de jaren 90, viel de zaal hem amper op. “Ik moest er een brief komen afgeven aan de mensen van Blauw Vier, die nu theatergroep Laika vormen. Zij speelden er een voorstelling boven op een gigantische berg puin. Maar toen ik de binnenkant van De Roma voor het eerst zag, heb ik me nooit de bedenking gemaakt dat er iets met die zaal aan te vangen was.”

De klik kwam er pas een paar jaar later, bij een tweede toevallig bezoek. “Ik kwam binnen en mijn mond viel open.” Schyvens en co. wisten een huurcontract te verkrijgen, tijdens een opendeurdag werden vrijwilligers geronseld en in januari 2003 ging de renovatie van start."

Hoe verliep die renovatie?

Paul Schyvens: “In één woord: rampzalig. We heb­ben een gigantische inschattingsfout ge­maakt. We zijn eraan begonnen met het idee dat de overheid snel mee op de kar zou springen. Borgerhout was toen een van de weinige Antwerpse districten zonder cultureel centrum. Wij gingen ervan uit dat de stad met geld over de brug zou komen. Dat ze zouden redeneren: als die gasten zo’n centrum willen uitbouwen, dan hoeven we dat zelf niet te doen. Maar we kwamen van een kale reis terug."

“Die eerste vier jaar was het echt behelpen. De Roma was toen afwisselend een half jaar open en een half jaar dicht vanwege de renovatie. De zaal was echt een stort. Dertig containers bouwafval hebben we gevuld. Alle nutsleidingen moesten uitgegraven en vervangen worden. Het was een titanenwerk. Pas vanaf 2007, toen er plots een convenant tot stand kwam tussen cultuurminister Bert Anciaux en de Antwerpse schepen Philippe Heylen, kregen we eindelijk zekerheid.”

Paul Schyvens: “In één woord: rampzalig. We heb­ben een gigantische inschattingsfout ge­maakt. We zijn eraan begonnen met het idee dat de overheid snel mee op de kar zou springen. Borgerhout was toen een van de weinige Antwerpse districten zonder cultureel centrum. Wij gingen ervan uit dat de stad met geld over de brug zou komen. Dat ze zouden redeneren: als die gasten zo’n centrum willen uitbouwen, dan hoeven we dat zelf niet te doen. Maar we kwamen van een kale reis terug."

“Die eerste vier jaar was het echt behelpen. De Roma was toen afwisselend een half jaar open en een half jaar dicht vanwege de renovatie. De zaal was echt een stort. Dertig containers bouwafval hebben we gevuld. Alle nutsleidingen moesten uitgegraven en vervangen worden. Het was een titanenwerk. Pas vanaf 2007, toen er plots een convenant tot stand kwam tussen cultuurminister Bert Anciaux en de Antwerpse schepen Philippe Heylen, kregen we eindelijk zekerheid.”

Paul Schyvens, directeur van De Roma in Antwerpen / © Eric de Mildt. All rights reserved. Beeld Eric de Mildt

Hebt u nooit aan stoppen gedacht?

“Dat was geen optie. Maar ik heb toen wel heel diep gezeten. De eerste maanden kwamen meer dan honderd vrijwilligers mee verbouwen. Maar de tweede en de derde winter stonden we elk weekend met dezelfde zes man gangen uit te scheppen. Een paar jaar geleden lieten ze in Het journaal nog eens de beelden van de start van de renovatie zien. Mijn maag draaide om. Elk weekend in de kou staan werken, kapot thuiskomen bij een vrouw die slechtgezind is omdat je nooit thuis bent en dan op maandag gewoon weer ‘echt’ aan de slag. Het was verschrikkelijk zwaar."

“Dat we het in het begin zo moeilijk hadden, heeft ook zijn voordelen gehad: hier wordt nooit met geld gemorst. Dat zit in onze genen. Ik discussieer nog steeds over elke euro met onze leveranciers. En als onze zaal niet helemaal vol zit, zullen we er tot het laatste moment alles aan doen om de lege plaatsen te vullen. Dat zie je ook aan de cijfers: in 2017 kwam 23 procent van onze inkomsten van de overheid, de resterende 77 procent zijn eigen inkomsten.”

Wat minister Sven Gatz dan weer inspireert om De Roma als voorbeeldinstelling voor de Vlaamse cultuursector op te voeren.

“Omdat we in het begin helemaal geen subsidies kregen, moesten we wel geld uit de privésector halen. En dat zijn we blijven doen. Bovendien hebben we er destijds voor gekozen om een vrijwilligersorganisatie te worden, met een beperkt personeelsbestand. Dat is ons grote geluk. Dankzij ons grote vrijwilligersbestand kunnen we bijvoorbeeld onze bar runnen zonder dat daar één beroepskracht aan te pas komt. Dat levert ons jaarlijks veel geld op.”

“Maar ik zou niet graag hebben dat de minister ons als voorbeeld gebruikt om te bewijzen dat het ook met veel minder subsidies kan. Wij hebben een veel grotere zaal dan de meeste andere centra. Dat zorgt voor beduidend hogere inkomsten. Bo­vendien is wat bijvoorbeeld deSingel of de Vlaamse Opera doet, veel arbeidsintensiever. Wij produceren niets. Theater is ook veel duurder en bereikt een veel kleiner publiek dan de dingen die wij doen.”

Hoe kijkt u naar de opeenvolgende bespa­rings­operaties die de cultuursector nu al enige tijd te verwerken krijgt?

“Elk nadeel heeft zijn voordeel, liet de beroemde filosoof Johan Cruijff ooit optekenen. Rataplan (cultuurcentrum op een paar straten van De Roma) bijvoorbeeld krijgt geen subsidies meer uit het Kunstendecreet. Natuurlijk is dat niet leuk, maar je kunt het ook als een soort bevrijding zien. Als je geen geld meer krijgt, hoef je je ook niet meer om de vier jaar voor een commissie te gaan verantwoorden."

“Er is ook meer dan enkel dat Kunstendecreet. De boodschap van de overheid, dat er geen geld meer is, is een leugen. Er is nog nooit zoveel geld geweest. Alleen moet je weten waar het zit, heb je de juiste connecties nodig om er aan te raken en moet je goed liggen bij de overheid. En daar wringt het schoentje. Wij liggen niet goed. We lig­gen in Borgerhout, een dwars district dat soms recht tegen de koers van het stadsbestuur in gaat.”

De Roma wordt toch ook door het Antwerpse stadsbestuur gesubsidieerd?

“We krijgen elk jaar 800.000 euro van de stad, op een totale omzet van 4 miljoen euro.”

En dat ondanks het feit dat u geregeld met burgemeester Bart De Wever in de clinch gaat. Onlangs nog schreef u een vlammend opiniestuk toen hij het over de apartheid in de stad had.

“Als ik vind dat de burgemeester ongelijk heeft, dan zeg ik dat. Het is niet omdat je geld krijgt van een overheid dat je die overheid ook naar de mond moet praten. Maar je voelt wel dat het stadsbestuur goed in de gaten houdt wat hier gebeurt. Tijdens de stakingen na het aantreden van de huidige regering hebben we De Roma verhuurd aan het gemeenschappelijk vakbondsfront. Toen hadden we plots het stadhuis aan de telefoon. Ze wilden weten of De Roma vanaf nu het epicentrum van het verzet tegen het regeringsbeleid zou worden. 

Een paar jaar geleden probeerden ze op het Schoon Verdiep ook te sleutelen aan de convenant die we met het stadsbestuur hebben afgesloten. Er werd een clausule aan toegevoegd die bepaalde dat we ons voortaan moesten onthouden van elke politieke activiteit. We hebben meteen laten weten dat die er weer uit moest. Kon dat niet, dan stapten we naar de pers. Een dag later was er geen sprake meer van die extra eis.”

Ook de heisa rond de fors uitgevallen factuur van 664.290 euro die De Roma uitschreef voor de organisatie van Tramstad (bij de ingebruik­name van de vernieuwde tramlijn 8, red.) sleurde jullie mee de politieke arena in.

“Ik begrijp nog altijd niet waarom daar een probleem van gemaakt wordt. Ik heb onlangs de foto’s van dat evenement nog eens bekeken. De hele Turnhoutsebaan, alle zijstraten, alle pleinen, overal was iets te doen. We hebben de Turn­houtse­baan omgetoverd in een Antwerpse Ramblas, compleet met grasmatten, bloemenperken en zelfs palmbomen. Zeventigduizend man is ernaar komen kijken. Dat was godverdoeme een goedkoop feestje, denk ik dan.”

Als je weet dat het jaarbudget van De Roma 4 miljoen euro is, dan is 664.290 euro toch veel geld?

“Je moet eens nagaan wat de overheid dagelijks in het bedrijfsleven investeert, qua financiële steun, allerhande faciliteiten, noem maar op. Maar als er geld naar de culturele sector gaat, is het ineens alsof wij een stel dieven zijn. Dat geld is trouwens uitgegeven. Aan techniekers die de tramtunnels van speciale verlichting hebben voorzien, aan de firma’s die ’s nachts hebben doorgewerkt om de Turnhoutsebaan te decoreren, aan alle muziekgroepen die er gespeeld hebben. Tachtig procent van dat geld is opgegaan aan jobs. Is dat niet precies wat de overheid wil?"

“Hoe komt het trouwens dat er nooit zulke vragen gesteld worden bij de Antwerpse aankomst van de Ronde van Frankrijk, de pontonbrug of de marathon? En dan heb ik het nog niet over de kosten die worden gemaakt wanneer Antwerp op de Bosuil tegen Club Brugge speelt.”

Beeld Eric de Mildt

Deze zomer wordt u opgevolgd door Danielle Dierckx, mevrouw Wouter Van Besien. Zal dat de politieke spanning niet nog verder op­drijven?

“Mijn opvolgster is als allerbeste naar voren gekomen uit een groep van dertig kandidaten. Zij heeft op voorhand laten weten wie of wat haar man is. Maar dat speelt voor mij geen enkele rol. We hebben Danielle gekozen op basis van haar capaciteiten. We praten ook nooit over haar man. (lacht) Alleen als Wouter weer eens door het slijk is moeten kruipen, probeer ik een beetje lief voor haar te zijn.”

Bent u niet bang dat de subsidiekraan in de toekomst nog wat meer wordt dichtgedraaid?

“Neen, de overheid moet objectief oordelen en geen rekening houden met wie iemand al of niet getrouwd is.”

Gevraagd naar haar grootste uitdaging, formuleerde uw opvolgster de wens om iedereen die in Borgerhout woont minstens één keer in De Roma binnen te krijgen. Is het bereiken van het multiculturele publiek een pijnpunt?

“We doen daar heel veel moeite voor, maar het blijft erg moeilijk. We bereiken een aantal van de 197 nationaliteiten die hier wonen. En dat lukt ons bovendien maar af en toe. Het is constant zoeken naar evenwicht. Nu de zaal helemaal is gerenoveerd, kunnen we van De Roma makkelijk een soort AB maken. De fantastische rock-’n-rollbands staan aan te schuiven om hier te mogen spelen. Maar dat is niet de bedoeling van De Roma. We willen verschillende dingen doen. De ene avond organiseren we een debat over genetische manipulatie, de volgende avond staat UB40 hier op het podium. Maar elk van die activiteiten blijft wel een eigen publiek aantrekken."

“Als we fado en flamenco programmeren, zit de zaal vol Spanjaarden en Portugezen, dat weet ik op voorhand. En als we iets Indisch doen, komen er veel Indiërs, maar die zien we daarna niet meer terug. Dat is bij Vlamingen niet anders, ook zij kiezen er hun activiteiten uit. Mijn intellectuele vrienden komen ook hun zetel niet uit voor Will Tura. Hoeveel Vlamingen zijn nog nooit naar de opera geweest? En moeten we er nu alles aan doen om hen daar alsnog naartoe krijgen? Neen toch. Laat de mensen toch doen waar ze zin in hebben. Het enige wat wij als De Roma moeten doen, is de drempel om hier binnen te stappen zo laag mogelijk houden.”

Waarom zet u aanstaande zomer een stap terug?

“Omdat ik 67 ben en dit niet tot mijn 70ste wil blijven doen. Ik besef ook dat het leven eindig is en ik wil met mijn vrouw en dochter nog een stuk van de wereld zien. Ik verdwijn hier ook niet. Ik kan me op andere manieren nog nuttig maken. Het liefste wat ik doe, is poetsen in De Roma en dat zal ik ook na deze zomer blijven doen. De vrijwilligers met wie we hier werken, vormen mijn vriendenkring. In mijn achterzak heb ik altijd een briefje zitten met vrijwilligers die ziek zijn of het even wat moeilijk hebben. Als de kans zich voordoet, maak ik graag tijd voor persoonlijk contact.”

Kunt u hier blijven rondlopen zonder de schoonmoeder uit te hangen?

“Dat wordt een uitdaging. Als ik hier binnenkom, zie ik meteen tientallen dingen die anderen niet zien. Een kar die in de branduitgang staat, een lamp die kapot is, iemand die niet staat waar hij zou moeten staan... Ik zie alles. Nu kan ik daar iets over zeggen, maar vanaf september ben ik een vrijwilliger als de anderen. Dat wordt ­wennen.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234