Zaterdag 16/01/2021

InterviewPaul McCartney

Paul McCartney: ‘Ik heb enorm veel succes gehad, waardoor je een vals gevoel van almacht krijgt’

Paul McCartney: ‘Ik kan me geen betere samenwerking voor de geest halen dan die met John, en er waren er miljoenen. Ik prijs me heel gelukkig.’Beeld Mary McCartney

Veertig jaar geleden is het al dat John Lennon werd dood­geschoten. ‘Ik kan daar nog altijd niet over nadenken’, zegt die andere Beatle, Paul McCartney (78). Een gesprek over liefde, vriendschap, geld en je kont verbranden.

Paul McCartney (78) had zoals ieder van ons dit jaar onverwacht zeeën van tijd om binnenshuis door te brengen. Maar anders dan de meesten onder ons gebruikte hij die tijd om een plaat op te nemen. Gezien de pandemische omstandigheden waarin het album tot stand kwam, ben je geneigd van een buitenbeentje in het oeuvre van de voormalige Beatle te spreken. Maar zoals de titel aangeeft zijn er dus wel precedenten: zoals McCartney (1970) en McCartney II (1980) werd het album in eerste instantie door McCartney alleen opgenomen, waarbij hij zowat alle instrumenten inspeelde en de productie volledig in handen nam.

“Ik heb op geen enkel moment gedacht: ‘Ik ben een album aan het maken, ik vat het beter ernstig op’”, zegt McCartney. “Het was meer van: ‘Je zit thuis opgesloten, je kunt verdorie doen wat je wilt.’” En dat was de moeite, zoals steeds. “Wat me vooral verbaast, is dat ik muziek niet beu word. Want strikt genomen had het me al jaren geleden moeten vervelen.”

Als je in je eentje muziek maakt, zoals u voor het nieuwe album deed, krijg je dan inzichten over wat je doet en hoe je het doet? Zijn er aspecten aan McCartney III die u van creatieve groei vindt getuigen?

“Het idee dat je groeit en nieuwe pijlen op je boog neemt, is leuk, maar ik weet niet zeker of dat me interesseert. Als ik terugkijk op ‘Yesterday’, dat ik schreef toen ik 21 of zoiets was, dan praat ik zowat als een 90-jarige. ‘Suddenly I’m not half the man I used to be.’ Er gaat een zekere wijsheid van zulke dingen en ‘Eleanor Rigby’ uit. Je bent geneigd dan te denken: oké, naarmate ik ouder word, ga ik ook een dieper inzicht verwerven. Maar ik weet niet of dat wel klopt. Volgens mij zit het leven nu eenmaal zo ineen dat persoonlijkheden niet al te hard veranderen. Je bent wie je bent, je leven lang.”

‘De liefde is altijd een heerlijk mysterie. Ook al schrijf ik liefdesliedjes, toch begrijp ik niet wat er speelt.’Beeld Mary McCartney

Is uw muzikale gave dan in niets anders op uw 78ste dan in 1980 of 1970, of dan toen u songs begon te schrijven?

“Het gaat om het verhaal dat je vertelt. Dat verandert. Toen ik voor het eerst tegen John (Lennon, red.) zei ‘ik heb een paar songs geschreven’, waren die heel eenvoudig. Mijn eerste song was getiteld ‘I Lost My Little Girl’ – vier akkoorden. Toen gingen we (The Beatles, red.) over naar de volgende fase van het songschrijven, waarin we met de fans praatten. Dat waren songs zoals ‘Thank You Girl’, ‘Love Me Do’, ‘Please Please Me’. Toen kwam een sterke periode waarin we volwassener werden, met dingen zoals ‘Let It Be’, ‘The Long and Winding Road’. Maar in se is het allemaal hetzelfde, en soms heb je wat geluk. ‘Let It Be’ bijvoorbeeld kwam uit een droom waarin mijn moeder dat zinnetje zei. ‘Yesterday’ ontstond uit een droom over een melodie. Ik geloof sterk in dromen. Ik kan dromen ook geweldig goed onthouden.”

Wat was de laatste interessante droom die u had?

“Die van afgelopen nacht was redelijk goed.”

Waarover ging hij?

“Hij was van seksuele aard, ik weet dus niet of het geschikt is voor de jeugdige lezer. Behoorlijk coole droom, wel. Heel interessant, seksueel getinte dromen als je getrouwd bent (McCartney is sinds 2011 getrouwd met zakenvrouw Nancy Shevell, red.). Want je getrouwde hoofd zegt in de droom: ‘Doe het niet, laat je niet vangen.’ Om duidelijk te zijn: dat heb ik niet gedaan. Maar het was wel een leuke droom.”

Ik had me voorgenomen het vroeg in dit interview niet over The Beatles te hebben, maar u hebt dat al een paar keer gedaan. De band ging vijftig jaar geleden uit elkaar. U hebt er ongeveer tien jaar deel van uitgemaakt. Als u geen interviews geeft of optreedt, hoe belangrijk is dan die episode van tien jaar van zo’n halve eeuw geleden?

“Zeer. Het was een fantastische groep. Dat wordt algemeen erkend.”

Doorgaans wel, ja.

(lacht) “Het is een beetje zoals herinneringen aan je middelbare school. Dat zijn mijn Beatles-herinneringen. Dat is het gevaar: tijdens etentjes vertel ik weleens dingen over mijn leven die de andere mensen al weten. Dan zie ik iedereen een geeuw onderdrukken.

“Maar je kunt niet aan The Beatles ontsnappen. Mijn dochter Mary (McCartney heeft vijf kinderen, red.) stuurt elke week wel een paar foto’s of tekst­jes: ‘Kijk, papa, daar sta je op een affiche’, of ‘Ik heb je op de radio gehoord’.

BIO

• geboren op 18 juni 1942 in Liverpool • popmuzikant, componist • was tussen 1957 en 1970 basgitarist, pianist, zanger en songschrijver van The Beatles • nadien solo en in zijn band Wings • is getrouwd met Nancy Shevell; eerdere huwelijken met Linda Eastman en Heather Mills • nieuw album McCartney III is net uit

“Wat me nu vooral verbaast, vanwege mijn eerbiedwaardige leeftijd, is dat je pakweg bij een van de beste dermatologen van New York op consultatie bent, en dat die dan een vurige Beatles-fan blijkt te zijn. Dat blijft me verwonderen. We wilden bekend worden, we probeerden goed materiaal te maken, en we zijn daarin geslaagd. Voor mij zijn dat dus allemaal fijne herinneringen.”

McCartney III kwam uit rond de 40ste verjaardag van de dood van John Lennon. Is de manier waarop u daarmee omgaat in de loop der jaren gewijzigd?

“Ik vind het moeilijk om erover na te denken. Ik speel het scenario opnieuw in mijn hoofd af. Heel emotioneel, in die mate zelfs dat ik er niet over kán nadenken. Ik klap als het ware in elkaar. Wat kun je erover denken, behalve woede, verdriet? Zoals bij elk verlies los je dat alleen op door terug te denken aan hoe goed het met John was. Want ik kan die zinloze daad simpelweg niet vatten. Ik kan er niet over nadenken. Het is ongetwijfeld een vorm van ontkenning. Maar ontkenning is de enige manier waarop ik ermee kan omgaan.

“Dat gezegd zijnde, denk ik er natuurlijk wél over na, en het is verschrikkelijk. Je doet dingen om het te beheersen. Ik deed een interview met zijn zoon Sean. Dat was fijn – praten over hoe cool John was, de kleine lacunes in zijn kennis aanvullen. Zulke kleine dingen kan ik doen, maar ik weet natuurlijk dat ze niet volstaan om me er overheen te krijgen. Toen hij neergeschoten was, brachten ze hem in New York naar het uitvaartcentrum Frank Campbell. Elke keer als ik daar passeer, zeg ik iets als ‘Alles kits, John’. Of ‘Hallo John’.”

Hoe kijkt u naar het werk dat jullie samen verrichtten? Is dat veranderd?

“Ik heb altijd gevonden dat dat goed was. Ik vind het nog altijd goed. Soms moest ik hem geruststellen dat het goed was. Ik weet nog dat hij ooit tegen me zei: ‘Wat gaan ze over me denken als ik dood ben? Ga ik herinnerd worden?’ Ik voelde me als de oudere broer, ook al was hij ouder dan ik. Ik zei: ‘John, luister, je gaat zo hard herinnerd worden. Je bent zo geweldig, het is uitgesloten dat dit ooit weggaat.’ Een moment van onzekerheid van zijn kant, vermoed ik. Op andere momenten moest hij mij dan weer opmonteren. Het was een prachtige samenwerking. Ik kan me geen betere samenwerking voor de geest halen, en er waren er miljoenen. Ik prijs me heel gelukkig.

“We leerden elkaar in Liverpool kennen via een vriend van me, Ivan Vaughan. Ivan zei: ‘Ik denk dat die maat van me je zal bevallen.’ In ieders leven zit magie, maar die gast die mij en John samenbracht, en toen George die op een bus stapte (volgens de legende deed George Harrison auditie voor McCartney en Lennon op een bus, red.) – er waren een hoop toevalligheden nodig om tot The Beatles te komen.”

De mensen vragen u altijd naar John, en zelden naar George, hoewel ook hij relatief jong gestorven is.

“John is wellicht degene in de band die je hoe dan ook zou bijblijven, maar de omstandigheden van zijn dood waren ook extreem schrijnend. Als je op zo’n gruwelijke manier doodgaat, dan word je meer herinnerd. Maar ik begrijp je punt: en wat dan met George (hij stierf in 2001 op 58-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker, red.)? Ik denk vaak aan George omdat hij mijn kleine maatje was. Onlangs dacht ik aan mijn liftexcursies. Dat was voor The Beatles. Plotseling vond ik het leuk om te gaan liften, en dus verkocht ik dat idee aan George en daarna aan John.”

‘Muziek schrijven gaat mij blijkbaar beter af dan andere mensen.’Beeld Mary McCartney

U en George liftten naar Paignton, aan de Engelse zuidkust.

“Ja, naar Exeter en Paignton. En toen begon ik te liften met John. Wij schopten het zelfs tot Parijs. En waaraan ik dacht, was dit: toch interessant dat ik de initiatiefnemer was. Zij kwamen niet naar mij met de vraag: ‘Wat denk je, gaan we liften?’ Nee, ik was het die zei: ‘Ik heb een geweldig idee.’”

Waarom is dat zo interessant?

“Mijn theorie is dat die attitude in onze muziekcarrière werd doorgetrokken. Iedereen hing gewoon wat rond, en ik was het die hen belde en zei: ‘Mannen, het is tijd voor een plaat.’ En dan kwamen ze af, klagend dat ik hen afjaagde. Daar lachten we om. En dus op dezelfde manier als ik het initiatief nam voor de liftvakanties, bracht ik ook de ideeën aan. Zoals: ‘Het is tijd om een album te maken.’ Ik kan me niet herinneren dat Ringo, George of John me ooit opbelden om dat te zeggen.”

Hoe vreemd is het een lukrake herinnering uit uw jeugd te delen met iemand die het verhaal al kent – zoals ik daarnet het verhaal over het liften al kende? Mij lijkt dat nogal bizar.

“Het is redelijk irritant, David. Het is zoals mensen die tijdens een etentje geeuwen als ik verhalen vertel. Dat overkomt me constant.”

Ik ken de details zelfs. U en George sliepen op het strand.

“Dat klopt.”

Meisjes van het Leger des Heils hielden jullie warm.

“Ja.”

En op een bepaald moment ging u op een batterij van een auto zitten en verbrandde u uw kont.

“Dat was George! Ik herinner me het nog goed. Hij toonde me de wonde (voor de duidelijkheid: Harrison zei in een boek dat het McCartney was, red.). Ik wil dat hier duidelijk rechtzetten: het was de kont van George, en de brandwonde had precies dezelfde vorm als een rits van een jeansbroek.”

Weet u nog wat het laatste was dat George tegen u gezegd heeft?

“We zeiden onnozele dingen. We waren in New York voor hij naar Los Angeles trok om te sterven. Het waren onnozele dingen, maar ze waren belangrijk voor mij. En ook voor hem, denk ik. We zaten daar, en ik hield zijn hand vast, en het viel me te binnen – ik heb dit nooit verteld – dat ik de hand van George niet wilde vasthouden. Je houdt de hand van je maten niet vast. Wij deden dat in elk geval niet. En ik herinner me dat hij er een beetje verveeld mee zat dat hij constant moest reizen – op zoek naar een behandeling die aansloeg. Hij was naar Genève gegaan om te zien wat ze daar konden doen. Daarna ging hij naar een gespecialiseerde kliniek in New York voor een adequate behandeling. Het idee was om vervolgens naar Los Angeles te gaan om te zien wat ze dáár konden doen. Hij had een beetje het gevoel: ‘Kunnen we niet gewoon ergens naartoe gaan en daar blijven?’ En ik zei: ‘Ja, Speke Hall (een beroemd landhuis in Liverpool uit de Tudor-tijd, red.). Laten we naar Speke Hall gaan.’

“Dat was een van de laatste dingen die we tegen elkaar zeiden, wetende dat hij wellicht de enige persoon in de kamer was die wist wat Speke Hall was. Jij weet dat waarschijnlijk ook.”

Jep.

“Ik kan jou ook met niets verrassen! Hoe dan ook, het leuke voor mij toen ik de hand van George vasthad, was dat hij me aankeek en glimlachte.”

Hoeveel goede Beatles-verhalen zijn er nog die nog niet werden verteld?

“Miljoenen. Soms zijn ze niet verteld omdat ze te privé zijn, en ik wil niet gaan roddelen. Maar de voornaamste verhalen worden voortdurend verteld.”

Vertel eens een verhaal dat niet eerder verteld werd.

“Hmm, ik zal de kolen nog eens oppoken. Oh, ik weet er één! Ik dacht er vanochtend aan. Het is redelijk goed. Ik denk niet dat ik het eerder verteld heb. Je gaat in je artikel moeten zetten: ‘Ik heb het uit hem gesleurd’, want ik klap een beetje uit de biecht.”

Ik wring u hierbij de arm om.

“Toen we het album Abbey Road aan het maken waren, was de fotograaf foto’s aan het nemen, die uiteindelijk op de cover zouden belanden. Ook Linda was daar foto’s aan het nemen (Linda McCartney was een rockfotograaf voordat ze stichtend lid werd van de post-Beatles-band Wings, red.). Ze nam er een paar van ons – ik denk van ons alle vier – terwijl we op de trap van de Abbey Road-studio’s zitten om even te pauzeren tijdens de opnames, en ik ben in een redelijk ernstig gesprek met John verwikkeld. “Vanochtend dacht ik: ik weet weer waar dat gesprek over ging. De boekhouder van John had mijn boekhouder gebeld om te zeggen: ‘John moet zijn belastingaangifte invullen. Hij doet dat niet.’

'We zijn allemaal complex. Hoewel, misschien ben ik wel complexer dan andere mensen omdat ik in armoede ben opgegroeid.'Beeld Mary McCartney

“Ik probeerde hem dus duidelijk te maken: ‘Luister gast, je moet dat doen.’ Ik gaf hem het verstandige advies niet opgepakt te worden voor belastingfraude. Daarom keek ik zo ernstig. Ik denk niet dat ik dat verhaal eerder al verteld heb.”

Ik weet dat u muziek maakt omdat u het fijn vindt. Wat bevalt u het meest aan uw nieuwe album?

“Ik ben heel blij met ‘Women and Wives’. Ik was een boek over Lead Belly (Huddie Ledbetter, Amerikaanse folk- en blueszanger uit de eerste helft van de vorige eeuw, red.) aan het lezen. Ik dacht na over zijn leven en over de blues-scene destijds. Ik houd van zijn timbre, zijn energie, zijn stijl. Ik zat dus aan mijn piano te denken over Huddie Ledbetter, en begon wat te pingelen in re mineur. En dat leidde tot dit. ‘Hear me women and wives’ – met een stem waarvan ik vermoed dat een blueszanger het ook zo zou doen. Ik baseerde me op Lead Belly, op het universum, op de blues. En ik ben er vooral blij mee omdat de tekst redelijk goed advies geeft (Hear me women and wives / Hear me husband and lovers / What we do with our lives / Seems to matter to others, red.). Advies dat ik zelf ook wel zou willen krijgen.”

Er staat een song op McCartney III, ‘Pretty Boys’, die voor u wat ongewoon is, met een pretentieloze melodie, maar een ietwat sinistere tekst. Wat inspireerde u voor die song?

“Dat zal ik je exact uitleggen. Ik ben in de loop van de jaren door veel fotografen gefotografeerd. En als je naar Londen gaat en fotosessies doet met mensen zoals David Bailey (Britse mode- en portretfotograaf, red.), dan kunnen die redelijk energiek worden in de studio. Zoals Blow Up (film van regisseur Michelangelo Antonioni uit 1966 over een modefotograaf, red.), weet je wel. ‘Geef dat eens aan! De lens verdomme!’ ‘Wat? Nee, dat zie je van hier.’ Ik begrijp waarom ze dat doen. Het zijn dat soort kunstenaars. Je tolereert het.

“Sommige fotografen – over het algemeen zijn dat zeer goede fotografen trouwens – kunnen in de studio volledig over de schreef gaan. ‘Pretty Boys’ gaat dus over mannelijke modellen. En als je in New York of Londen bent, dan zie je die rijen fietsen die je kunt huren. Het viel me te binnen dat die iets van modellen hebben. Ze staan er om verhuurd te worden. Erg jammer.”

‘Lavatory Lil’ is nog zo’n song die me intrigeert. Het is een bijzondere titel.

“’Lavatory Lil’ is een parodie op iemand die ik niet leuk vond. Iemand met wie ik samenwerkte die een beetje en hufter bleek te zijn. Ik dacht dat alles prima was, maar het werd onaangenaam. Ik bedacht dus het personage Lavatory Lil en dacht terug aan een paar dingen die gebeurd waren en verwerkte die in de song. Ik hoef niet specifieker te worden dan dat. Ik zal niet onthullen wie het was.”

Ik heb nog een ruimere vraag. Op welke manier is volgens uw ervaring de liefde in een huwelijk anders in diverse levensfasen en in verschillende huwelijken?

“Ik denk niet dat er een verschil is. Het is altijd een heerlijk mysterie. Ook al schrijf ik liefdesliedjes, toch begrijp ik niet wat er speelt. Het zou fantastisch zijn als het constant rimpelloos en geweldig was, maar je krijgt daar kleine beetjes van en soms is het – je kunt vervelend worden. Voor Nancy ben ik nogal complex, gezien alles wat ik heb meegemaakt.”

Beeld Mary McCartney

Op welke manier?

“Ik ben ook maar een jongen uit de arbeidersklasse van Liverpool (zijn vader was een katoenverkoper en zijn moeder stierf toen hij 14 jaar was, red.). Ik heb mijn hele leven muziek gemaakt. Ik heb enorm veel succes gehad, en mensen proberen vaak te doen wat ik wil, waardoor je een vals gevoel van almacht krijgt. Dat alles samen maakt je tot een complexe persoon. We zijn allemaal complex. Hoewel, misschien ben ik wel complexer dan andere mensen omdat ik in armoede ben opgegroeid.”

En hoe kijkt u tegenwoordig tegen geld aan?

“Dat is uiteraard veranderd. Wat gelijk is gebleven, is de centrale kern. Toen ik als kind in Liverpool opgroeide, luisterde ik gesprekken van mensen af. Ik herinner me een paar vrouwen die bezig waren over geld. ‘Ik en mijn man, wij maken constant ruzie over geld.’ En ik weet nog dat ik heel bewust dacht: ‘Oké, dat los ik op, ik ga geld verdienen.’ Daarmee belandde ik op het pad van: ‘Laten we niet te veel problemen met geld hebben.’

“Wat je ook had als er geen geld was: als er iets het huis binnenkwam, dan was dat belangrijk. Het was belangrijk als mijn wekelijkse strip werd bezorgd. Of als er een brief aankwam van mijn pennenvriend – ik had een pennenvriend in Spanje, Rodrigo – dan was dat een grootse gebeurtenis.

“Als er van die kleine cadeautjes bij een strip zaten, dan hield ik die steevast bij. Sommige mensen zullen dat een hamsterreflex noemen, maar niets bezitten als kind is mij bijgebleven. Op dat vlak ben ik enigszins geschift. Mijn vrouw niet, die kan dingen die ze niet nodig heeft wegdoen.”

Bent u een hamsteraar?

“Ik ben een bijhouder. Ik ga ergens naartoe en ik krijg wat ik koop in een mooie zak mee: dan zal ik die zak willen bijhouden. Ik ga ervan uit dat ik die zak zal kunnen gebruiken, bijvoorbeeld om morgen mijn boterhammen in te doen. Terwijl Nancy zegt: ‘We zullen wel een andere zak nemen.’ Op dat vlak is mijn houding ten aanzien van geld niet echt veranderd. Het gaat om hetzelfde instinct om te bewaren. Een van de fijne dingen aan geld is wat je ermee kunt doen. Als familie of vrienden een medisch probleem hebben, dan kan ik gewoon zeggen: ‘Ik help wel.’ Het leukste aan geld hebben, is dat je mensen kunt helpen.”

Wat nooit veranderd is tijdens uw muziekcarrière is uw talent om melodieën te bedenken. Dat blijkt ook op het nieuwe album. Is uw vermogen om een aanstekelijke melodie te schrijven soms een obstakel om uw songs meer te maken dan alleen aanstekelijk? Want een goed deuntje volstaat niet altijd om een goede song te hebben. Het redelijk nonsensicale ‘Bip Bop’, van een album uit 1971, is daar een voorbeeld van. Begrijpt u wat ik wil zeggen?

“Nee, dat weet ik. ‘Bip Bop’ is tekstueel niet overweldigend. Ik heb altijd wat gêne gevoeld voor die song. Letterlijk luidt het: ‘Bip Bop / take your bottom dollar.’ Het slaat nergens op. Maar toen ik dat een paar jaar geleden tegen een vriend, een producer, zei, reageerde hij: ‘Dat is mijn favoriet nummer van jou.’ Je weet dus niet wat mensen goed vinden. Het volstaat dat ik het goed vind en het leuk vond om het op te nemen en niet te veel met de tekst bezig wil zijn. Ik wil mij niet druk maken. Misschien zou het soms beter zijn als ik mij wel wat zou drukmaken. Ik heb dat een paar keer geprobeerd, en ik haatte het. Je hebt het gevoel: waar doe ik dit voor?”

Weet u na zowat 64 jaar songschrijven al waar de melodieën vandaan komen?

“Nee. Er is iets met mijn vermogen om muziek te schrijven waarvoor ik naar mijn aanvoelen niet helemaal verantwoordelijk ben. Het lijkt me gewoon beter af te gaan – hout vasthouden – dan andere mensen. Meer is het niet. Ik ben een gelukkig man.”

‘McCartney III’ is nu uit bij Capitol Records.Beeld RV
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234