Zondag 05/04/2020

DM Zapt

Pas als mijn zoon en ik echt samen naar ‘The Lord of the Rings’ kijken, openbaart het betere gesprek zich

Een scène uit ‘The Lord of the Rings: The Two Towers’. Beeld EPA

Kris Kuppens zet deze week de blik op oneindig. Vandaag: The Lord of the Rings.

Meer dan waarschijnlijk omdat we als sardienen in eigen nat gekneld zitten, overkomt het mijn partner en ik opmerkelijk veel in bad. Met vrienden heb ik het vaker al wandelend of bij het drinken van een glas of twee en sinds kort hebben mijn zoon van tien en ik ook zo onze eigen manier gevonden om ertoe te komen: wij kijken – in de ondertussen aftandse zetel (de nagels van de poes zijn scherp en de hagelslag kleverig), elk van op een vaste plek, hij links in zijn gifgroene onesie als was hij de olijf in de holte van een opgerolde ansjovis en ik rechts met een kersenpitkussentje op mijn pijnlijke elleboog, dan weer nek en vervolgens schouder – een film. Bad, bos, pint en zetel: zie hier mijn uitverkoren decors voor het hebben van een goed gesprek.

Een beetje afgekeken van de koninklijke opdrachthouder (toen die tenminste nog een opdracht had), moet de film voldoen aan één, in wezen eenvoudige, voorwaarde: we moeten er beiden met een zekere goesting aan kunnen beginnen. Bij twijfel kan er op redelijke wijze door het aanbrengen van zinnige argumenten over gediscussieerd worden, maar laat het duidelijk zijn: als ik na zes keer te horen gekregen te hebben ‘want er zit veel bloed in’ nog altijd zeg: ‘nee, liever niet zo’n film, niet mijn ding’, dan betekent dat precies wat ik zeg: ‘andere piste please’. Hoezo is er een kloof tussen burger en politiek? Soit, The Lord of the Rings wordt het.

We proberen dagelijks een half uur te kijken maar stiekem lappen we er telkens nog twintig minuten bij en nog liever verliezen we de tijd gewoon – en wat mij betreft opzettelijk – helemaal uit het oog. We hebben een slordige drie keer drie uur te gaan en bingewatchers, ook die in spe, dulden geen getreuzel.

In het begin heeft hij het lastig: ‘Die bobbits,’ – hobbits dus – ‘wat zijn dat voor mensen?’ en ‘Waarom lijken Gandalf en die Sarudinges zo veel op elkaar?’. Mezelf hoor ik dan weer voorgekauwde praatjes over goed en kwaad verkondigen en wanneer de orks hun onfrisse muilen opensperren, maak ik me schuldig aan overdreven, fake geluiden van afschuw in de hoop zo mijn zoon nachtmerries te besparen. Maar algauw laten hij en ik dat alles varen en worden we als gelijken meegesleept door de avonturen van Frodo en co. Het is pas als we echt en samen kijken, de ouder- en zoonrol van ons afgeschud, dat het betere gesprek zich openbaart. Hij: ‘Wat zou jij doen?’ Pauze. ‘Als je weet dat de slechteriken gaan winnen, zou jij je dan bij hen aansluiten?’ Ik: ‘Moeilijk. Eerlijk? Ik weet het niet’, en ik denk aan al de geschiedenislessen die hij nog moet krijgen. Hij weer, nadrukkelijk: ‘Ik zou er álles aan doen om aan de goede kant te blijven.’ Ik, trots. Hij: ‘Maar als ik voel dat de slechten aan het winnen zijn, dan word ik toch maar slecht.’

The Lord of the Rings, te zien op Netflix. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234