Maandag 19/08/2019

Concertrecensie

Parkway Drive op Rock Werchter: een kleine rimpeling ★★★✩✩

Beeld Koen Keppens

Parkway Drive stond een uur lang tussen Yungblud en Balthazar geprangd, op de Main Stage van Werchter. Acts waar deze metalcoreband werkelijk niets mee gemeen heeft. Geen cadeau, besefte ook het Australische vijftal zelf. Parkway Drive smeet zich met vuur, bommen en zweet. Maar of het daarmee veel zieltjes won?

Parkway Drive was (opgelet: woordspeling) het spreekwoordelijke varken op de tang van Werchter. “Als jullie ons niet kennen, zing dan gewoon ‘yeah yeah yeah’ mee.” Brulboei Winston McCall probeerde met het aanstekelijke ritme van ‘Vice Grip’ de wei te overtuigen. In de voorste vakken hoste iedereen vrolijk mee, maar de rest stond er naar te kijken als koeien naar een voorbijrazende metaltrein. Je zag de zanger fronsend denken: wat doen wij hier eigenlijk?

Na hun machtige passage op Graspop 2018 en Vorst dit voorjaar was Parkway Drive nu ‘gepromoveerd’ richting Werchter. Niet op de vrijdag helaas, toen half Graspop nog kwam afgezakt voor Tool en co. Maar op de rustigere slotdag, in de namiddagzon. “We beseffen dat wij veruit de zwaarste band zijn die hier staat vandaag”, knikte McCall tegen zichzelf. Desondanks probeerden hij en zijn bende er een feest van te maken.

Parkway Drive kwam op met vlammende toortsen, een podium vol rook en McCall in een pelsen jas. Een statement dat duidelijk moest maken dat hier een metalband betrof. De groep startte met ‘Wishing Wells’ en ‘Prey’ uit hun jongste plaat Reverence, die vorig jaar de wereld werd ingestuurd. Een stalen vuist was dat niet meteen. ‘Dedicated’ pakte je heel wat steviger vast. Park Way Drive bouwde er een muur aan gitaren en vlammen, en kreeg een circle pit in ruil. De opgebouwde vibe zakte snel weg toen bij ‘Writings on the Wall’ drie violistes en een celliste de groep vervoegden. Voor een streepje Koningin Elisabeth-wedstrijd op de wei van de Schuer. Het bracht het peinzende publiek nog meer in vertwijfeling, en ook McCall wist er niet goed kiezen tussen grunten en een kopstem vol gruis. ‘Shadow Boxing’ leed aan dezelfde ziekte: het viel tussen melig en machtig.

Dan veel liever ‘Wild Eyes’. Gespeeld met een barrage aan dubbele basdrums en de vier bandleden op een rij vooraan. Het ‘oh oh’-refrein werd vlotjes overgenomen door het Werchter-publiek, en de gitaren gierden over de wei. Het bracht zowaar even een glimlach op de tronie van McCall. Dan werd de slotronde al ingezet. ‘Crushed’ startte met boeddhistische gezangen en een podiumbreed haardvuur. “Een zomerse barbecue”, noemde McCall het. Hij stond er bij te hijgen en zweten als een razend rund. Tijdens afsluiter ‘Bottom Feeder’ bleven de vlammen opgespaard tot het slot, en liet Parkway Drive een laatste keer de muziek spreken.

Twee slotbemerkingen: deze band wilde dichter bij de fans raken, maar de catwalk van Muse stond hen een uur in de weg. En vooral: was een passage in The Barn hier niet veel beter geweest? Het had in elk geval voor véél meer vuur- en weerwerk gezorgd tussen publiek en band. Nu zorgde hun passage op Rock Werchter slechts voor een kleine rimpeling.

Beeld Koen Keppens
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden