Zondag 26/09/2021

InterviewAbel en Lola Van Dyck

‘Papa zegt: jullie zijn Van Dyckjes en jullie doen wat je zelf wilt’

Abel (links): ‘Ik ben ervan overtuigd dat ik me veel gelukkiger zou voelen zonder sociale media. Maar zelfs de communicatie over schooltaken verloopt via Instagram.’ Beeld Joris Casaer
Abel (links): ‘Ik ben ervan overtuigd dat ik me veel gelukkiger zou voelen zonder sociale media. Maar zelfs de communicatie over schooltaken verloopt via Instagram.’Beeld Joris Casaer

Lola (19) en Abel (17) Van Dyck zullen geen actrice worden. Ze hebben veel respect voor hun ouders, Tom Van Dyck en Alice Reijs, maar ze vinden de schijnwerpers te fel en de acteerwereld te bruut. Niet dat het hun aan creativiteit ontbreekt. Abel lanceerde op haar 14de al ComfortAbel, een eigen hoody- en T-shirtlabel, en Lola danste en acteerde er flink op los, maar allebei hebben ze genoeg van De Kunst en kunnen ze de heilige artisticiteit zalig relativeren.

Hoe komt het dat jullie de deur naar de kunsten hebben dichtgetrokken? Heeft de lockdown jullie aan het denken gezet?

Lola Van Dyck: “Mij zeker. Af en toe feesten of op café gaan helpt je dingen te relativeren. Maar dat ging dus niet, en dan lijken je kleine probleempjes opeens heel groot. Daardoor zijn veel vrienden van mij met zichzelf in de knoop geraakt, en ik ook. Mijn onzekerheden kwamen steeds harder bovendrijven. Ik volgde film aan de LUCA School of Arts, maar ik ben daar halverwege het jaar mee gestopt. Je moet er heel zelfstandig werken en (licht ironisch) ‘weten wie je bent als maker’. Maar wie weet er op zijn 18de nu wie hij is? Ik niet, in elk geval. De kunst met de grote K is niks voor mij, heb ik besloten.”

Terwijl jij ervan overtuigd was dat je actrice zou worden. Je had je ouders al gevraagd een film te schrijven met jou in de hoofdrol.

Lola (lacht): “Ik heb dat keihard willen worden. Ik heb op de middelbare school ook de richting woordkunst en drama gevolgd. Ik speel heel graag, maar om je hele leven in de spotlights te staan, altijd al die ogen op jou gericht te voelen en commentaar te krijgen... Het is best een brute wereld. Je moet zeker genoeg van jezelf zijn om die bruutheid aan te kunnen en te kunnen relativeren. Die zelfverzekerdheid heb ik op dit moment nog niet.

“Dat was ook het probleem aan LUCA. Ik wilde dat leraren me dingen aanreikten en me iets léérden, maar ik moest het allemaal zelf uitzoeken. Ik heb mijn klasgenoten in het eerste jaar ook nauwelijks leren kennen. Zonder corona had ik met hen op café kunnen zitten klagen over hoe kut de docenten waren en zo alles kunnen relativeren, maar dat ging niet.

“Het was wel eng om te stoppen. Ik heb daarna meteen een cursus grafische vormgeving gevolgd, waar ik veel van heb opgestoken. Maar nu wil ik me op sociaal werk of toegepaste psychologie richten. Ik wil echt iets voor anderen betekenen.”

Schrokken je ouders niet toen je zei dat je van school wilde?

Lola: “Eigenlijk waren zij het die zeiden: ‘Zou je niet stoppen?’ Ik wilde doorgaan, niet opgeven, maar ze zagen dat ik er mentaal onderdoor ging. Mijn punten waren wel goed, maar ik was niet tevreden over mezelf. Wat ik maakte, moest perfect zijn voor mij, en dat lukte niet.”

Het is nu net alsof ik je vader hoor spreken.

Lola: “Ja. Hij is ook zo. Hij weet ook niet van stoppen. Dat streven naar het allerbeste, niet opgeven en doorgaan tot je erbij neervalt, dat hebben Abel en ik erg meegekregen van onze ouders. Het is een goede eigenschap, maar je moet wel uitkijken dat het je niet kapotmaakt.”

Heeft corona jouw leven ook op zijn kop gezet, Abel?

Abel Van Dyck: “Neen. Ik heb er niet zo’n last van gehad. Ik hou van zelfstandig werken en vond het eigenlijk wel prettig om me op mijn kamer af te zonderen en op mijn eigen manier, in mijn eentje, alle leerstof te verwerken. Als het even niet ging, dwong ik mezelf te relativeren. Wij hebben een leuk huis, een superfijn gezin met weinig problemen, hondjes… We zijn zo geprivilegieerd. Dat ik dat steeds goed tot mezelf liet doordringen, heeft ook wel geholpen, denk ik.”

Lola: “Jij stond ook vóór corona mentaal veel sterker in je schoenen. Jij bent redelijk stabiel.”

Dat moet wel, als je op je 14de al een eigen kledinglabel uit de grond stampt.

Abel: “Je stelt het nu wel heel groot voor. Ik heb bijna anderhalf jaar kunsthumaniora gevolgd en daar maakte ik veel collages. Mijn ouders hebben toen gezegd: ‘Zullen we die eens inscannen? Dan kun je ze op je T-shirts en hoody’s drukken.’ Daarna wilden mijn nichten en neven zo’n shirt, en mijn klasgenoten en hun vrienden ook, en zo is het een kleine business geworden.”

Het ondernemersbloed van je vader stroomt door je aderen.

Lola: “Ja. Abel lijkt heel erg op papa: organiseren, controleren, regisseren. Op vakantie maken zij ook altijd een roadbook met een schema waarin precies staat wat we wanneer en waar gaan doen. Mama en ik worden daar gek van.”

Hij vertelde me eens dat hij in alle staten is als jullie op je vakantiebestemming aankomen en niet de chalet toegewezen krijgen die jullie maanden eerder geboekt hebben.

Lola: “Ja (lacht). Mama en ik denken dan: yeah! Avontuur! Maar papa en Abel denken alleen maar: help! Voor hen is dat chaos en dat kunnen ze niet aan.”

Lola (rechts): ‘Wij willen ook doorgaan tot je erbij neervalt, zoals papa en mama. Maar je moet uitkijken dat het je niet kapotmaakt.’ Beeld Joris Casaer
Lola (rechts): ‘Wij willen ook doorgaan tot je erbij neervalt, zoals papa en mama. Maar je moet uitkijken dat het je niet kapotmaakt.’Beeld Joris Casaer

ELKE DAG EEN KROON

Ik moest erg lachen om de collage waarin je in een spiegel kijkt en Jezus ziet.

Abel: “Vraag me niet naar de diepere betekenis. Ik weet niet hoe zo’n idee in mijn hoofd ontstaat.”

Wilde jij niet naar de modeacademie?

Abel: “Ja. Ik was als kind erg bezig met de kleren die ik droeg.”

Lola: “Vanaf haar 4de kon niemand haar nog zeggen wat ze moest aantrekken. Ze wilde dat zélf bepalen. Vijf keer per dag veranderde ze van outfit. Een kind van 5 jaar, hè. Mijn moeder werd er hoorndol van. Ze trok iets aan, kwam naar beneden, keek in de spiegel en zei: ‘Neen, niet goed!’ En dan ging ze weer naar boven.”

Hoe wilde je eruitzien? Waar haalde je je inspiratie vandaan?

Lola: “Ik denk dat het vooral koppigheid was, want de outfits waren echt verschrikkelijk. Ze had ook altijd een kroon op het hoofd. Echt, ze heeft een jaar lang elke dag een kroon gedragen.”

Abel: “Dat is waar (lacht).”

Lola: “Mijn mama wist niet hoe ze van die kroon af kon raken. Ze heeft de hulp van mijn oma ingeroepen: ‘Zeg jij er eens iets van.’ Oma heeft toen tegen Abel gezegd: ‘Ik vind het aanstellerij.’”

Abel: “En daarna heb ik hem afgezet (lacht).

“Ondertussen is mijn interesse voor mode verwaterd en ben ik ook aan de kunsthumaniora gestopt. Ik was nooit tevreden over wat ik maakte. Ik had te hoge verwachtingen van mezelf, ik kon die niet waarmaken en wilde er weg.”

Lola: “Je hield ook niet van het schoolsysteem.”

Abel: “Nee, ik wilde meer structuur. Ik heb daarna humane wetenschappen gevolgd, en daarvoor heb ik net mijn laatste examen afgelegd.”

Jullie zitten dus allebei op hetzelfde sociale pad.

Abel: “Neen, helemaal niet. Ik zie mezelf niet één-op-één met mensen werken, zoals Lola van plan is. Ik wil op beleidsniveau werken en dingen structureel verbeteren.”

Lola: “Ik zie jou inderdaad niet onder een baas werken (lacht).”

Abel: “Daar zou ik het heel moeilijk mee hebben, ja (lacht).”

Daarin lijk je ook op je vader. Bij zijn laatste project Het beest in u wilde hij én zelf schrijven én zelf regisseren én zelf spelen.

Abel: “Dat is waar. Nu, mama heeft ook wel graag de touwtjes in handen.”

Lola: “Ja, maar ik denk toch dat mama en ik naar bevelen kunnen luisteren. Niet dat we die klakkeloos zullen opvolgen, we zullen wel vragen: ‘Waarom moet dat dan?’ We hebben een eigen mening, maar we kunnen ons aanpassen als we er het nut van inzien.”

Als ze speelt, heeft ze wel graag een regisseur die haar input geeft, zegt ze.

Lola: “Ja, om over die input dan een gesprek aan te gaan. We zijn opgevoed met het idee: je moet een eigen mening hebben en niet kritiekloos de groep volgen. Hoe zei papa het ook alweer: ‘Jullie zijn Van Dyckjes en jullie doen wat je zelf wilt.’ Niet zonder rekening te houden met anderen, hè. Wij houden altijd de groep in de gaten om te zien of anderen het ook goed hebben. Dat dat belangrijk is, hebben we ook meegekregen van thuis.”

Weet je al wat je gaat studeren, Abel?

Abel: “Neen. Ik ga een tussenjaar nemen en vrijwilligerswerk doen. Ik wil een bijdrage leveren, iets nuttigs doen en ondertussen iets van de wereld zien, andere culturen en andere visies op het leven leren kennen. Ik wil ook even helemaal weg zijn van alles. Totale vrijheid.”

Lola: “Abel is een heel sterke. Iedereen dacht ook lang dat zij actrice zou worden, omdat zij altijd de spotlights opzocht en op school alle toneeltjes in elkaar stak.”

Abel: “Op de lagere school, ja. Maar op de middelbare school begon ik me te schamen.

“Ik denk vaak: foert! Het kan me, bijvoorbeeld, niet schelen wat mensen van mijn persoonlijkheid denken. Ik vind het prettig als ze mijn gezelschap appreciëren, en ik probeer ook aangenaam in de omgang te zijn, maar ik ben wel een heel aanwezig iemand. Ik weet dat van mezelf.”

Maar als je toneelspeelt, heb je dat foertgevoel niet.

Abel: “Neen, als ik me moet laten gaan in een rol, voel ik mezelf al snel compleet belachelijk. Ik heb veel respect voor mensen die dat kunnen, maar als ik het probeer, denk ik meteen: wat sta jij je nu aan te stellen, je kunt dat niet. Dus laat ik het aan de rest van de familie over.”

RARE ROLLEN

Klopt het dat jullie je vader soms verboden aan de schoolpoort te staan?

Lola: “Ja! Als hij een rol speelt, wil hij zichzelf helemaal veranderen, zodat hij onherkenbaar is. Dan wil hij zichzelf zo lelijk mogelijk maken. En als hij dan weer eens zo’n vreselijk kapsel had waardoor hij er echt niet uitzag, schaamde ik me dood en zei ik dat hij me niet van school mocht komen halen.”

Abel: “Ja, wat voor rare rollen papa allemaal heeft gespeeld. Nu, ik moet wel eerlijk zeggen dat ik er nog bijna niets van heb gezien.”

Huh?

Abel: “Ja, ik schaam me daar wel voor.”

Lola: “Toen ik een keer ziek was, heb ik wel Het eiland gebingewatcht. Maar als mijn vrienden zeggen: ‘Die en die rollen van je vader waren legendarisch’, weet ik vaak niet goed waar ze het over hebben. Ans en Wilma, die keigoeie kindervoorstelling van mijn moeder en haar vriendin Ariane (van Vliet, red.) hebben we wel gezien, maar dat is al lang geleden. Voor ons is dat ook maar gewoon hun job, hè. Van vlees en bloed wil ik nu weleens bekijken. Ik ben op een leeftijd gekomen dat ik die serie kan begrijpen en appreciëren.”

Begrijpen wat een bospoeper is, bedoel je.

Lola: “Bijvoorbeeld, ja (lacht).”

Je moeder speelde de metgezel van de bospoeper, een rol die je vader voor haar had geschreven. Lijkt het jullie wat, een relatie waarin je ook samenwerkt?

Abel: “Ik zou dat superfijn vinden. Ik wil absoluut geen kinderen. Ik zie mezelf gewoon geen moeder zijn. Lola kan heel goed met kinderen spelen, maar ik wil een gesprek kunnen voeren en denk bij kinderen al snel: wat moet ik nu doen?”

Kinderen zijn onvoorspelbaar. Chaos.

Abel: “Ja, daar word ik nerveus van.”

Je vader zegt dat hij soms jaloers is op het gemak waarmee je moeder dingen kan laten gebeuren.

Abel: “Ik krijg alleen maar stress als ik Lola bezig zie. We willen nu naar Pukkelpop, dus ik wil nú die tickets kopen. Ik ben bang dat ze straks uitverkocht zijn, maar Lola zegt: ‘Het loopt wel los met die tickets.’ Ik snap niet hoe ze daar zo rustig bij kan blijven.”

Lola: “Abel zit zich nu al af te vragen wat ze op Pukkelpop gaat eten! ‘Hoeveel bonnetjes ga je kopen? En waar ga je slapen?’ Ik zie het ginder wel, hè. Ik vind het spannend als ik niet exact weet wat er zal gebeuren.”

Abel (schatert): “Daarin verschillen wij zo hard van elkaar.”

Weet je echt al wat je op de wei gaat eten?

Abel: “Nee! Maar ik denk wel na over wat er eventueel fout kan lopen. Waar moet ik me allemaal op voorbereiden?”

‘Papa zegt: jullie zijn Van Dyckjes en jullie doen wat je zelf wilt’ Beeld Joris Casaer
‘Papa zegt: jullie zijn Van Dyckjes en jullie doen wat je zelf wilt’Beeld Joris Casaer

Toen ze verliefd werd op je vader, is je moeder van Nederland naar België verhuisd en heeft ze daar een bloeiende carrière achtergelaten. Zouden jullie dat kunnen, je loopbaan op de helling zetten voor de liefde?

Lola: “Ik denk dat ik ook de liefde boven mijn carrière zou plaatsen. Dat klinkt nu heel dramatisch, maar het is wel zo. Ik hecht nu al meer waarde aan mijn vrienden dan aan de school. Ik vind banden aangaan met mensen zoveel belangrijker dan een loopbaan of geld verdienen. Jij hebt dat minder, hè, Abel?”

Abel: “Ik vind het een moeilijke vraag. Ik hang niet graag van anderen af. Ik denk dat ik toch eerst mijn eigen leven helemaal op poten wil hebben en dan pas iemand naast me wil. Ik ben zelfs nog nooit verliefd geweest. Ik ben zo bang dat, als ik een vriend heb, ik een stuk van mijn vrijheid voor hem moet opgeven. Ik heb een muur om me heen gebouwd. Een jongen zal echt hard moeten werken om erdoorheen te kunnen breken.”

Lola: “Ik denk dat je ook in een relatie onafhankelijk kunt zijn, hoor. In de liefde kun je elkaar juist optillen en groter maken in plaats van een stukje van jezelf kwijt te raken.”

Abel: “Dat is mooi gezegd.”

Hebben jullie vriendjes?

Lola & Abel: “Neen!”

Abel: “Papa en mama zeggen steeds: ‘Allee, meisje! Experimenteer een beetje!’ Maar zoals zij elkaar hebben leren kennen, zouden wij het nooit aanpakken. Mama ging de eerste avond al met papa mee, een jaar later hadden ze Lola, daarna meteen een huis… Zou jij dat doen, Lola?”

Lola: “Ik weet het niet. Ik snap het wel: je bent verliefd en dan ga je gewoon mee in de flow.”

Abel: “Zo is Lola: go with the flow! Maar wat als die flow je ergens brengt waar je helemaal niet wilt zijn?”

Lola: “Daar leer je dan weer uit. Dat is wat er gebeurt als er iets mislukt.”

Jullie moeder heeft lef. Ze heeft een boek geschreven, Meneertje Prot, terwijl ze met dyslexie kampt.

Abel: “Maar dat is niet zo erg. Wij hebben dat ook. Wij schrijven ook spelfouten. We weten het al van op de lagere school, en we hebben daar heel goede ondersteuning gekregen.”

Lezen jullie?

Lola: “Ik wel. Voor woordkunst en drama heb ik veel moeten lezen. Ik wilde ook bewijzen dat het me lukte.”

Abel: “Ik lees niet. Mijn vader vindt dat verschrikkelijk. We hebben thuis een megagrote boekenkast en als er iemand obsessief leest, dan is het wel papa. Echt niet normaal. Hij leest zelfs verschillende boeken tegelijk.”

Van kleins af aan heeft hij jullie ook vogelsoorten leren onderscheiden.

Lola: “Hou op! Papa zou het liefst al zijn hobby’s met ons delen. ‘Had ik maar een zoon, dan kon ik met hem koersen’, zegt hij vaak.”

Abel: “Onze vriendjes moeten koersen, zegt hij. En ze mogen niet voetballen (lacht).”

Lola: “We lachen daar alleen maar mee.”

Abel, jij deelt met hem wel je liefde voor de kookkunst.

Abel: “Ja, maar sinds corona is Lola een betere kok. Ik heb wel veel gekookt tijdens de lockdown, maar ik volg nooit een recept. Ik deed er een beetje van dit bij en een beetje van dat, en het resultaat was altijd vies.”

Lola: “Héél vies.”

GEEN HEILIGEN

Je vader maakt zich ernstig zorgen over het milieu. Ik weet dat je nooit vlees in de pan legt.

Lola: “Neen. Ik ben al vegetariër sinds mijn 12de. Omdat papa kookte, heb ik hem gevraagd vegetarische gerechten te maken, en nu eet niemand thuis nog vlees. Dat is helemaal niet erg. Er zijn zoveel lekkere vleesvervangers. Heel soms eten we wel vis. Ik ben heel bang voor wat er met het milieu gebeurt, en ik vind het dierenleed in de vleesindustrie verschrikkelijk. Onder mijn vrienden zijn er ook steeds meer die vegetarisch eten. Niet dat dat alles oplost, maar het helpt wel. Nu, ik merk ook wel dat het een trend is: ze zeggen dat ze vegetariër zijn omdat het goed staat, en op hun Instagram posten ze van alles over het klimaat, maar ze gooien wel hun sigarettenpeuken op de grond. Wij zijn ook geen heiligen, hè, maar we zijn ons daar wel bewust van. Ik denk dat dat de eerste stap is.”

Je vader benijdt jullie niet: ‘Onderscheid je maar eens in deze tijd van sociale media’, zegt hij. ‘Ik kon in het stille Herentals nog denken: misschien kan ik wel iets uitzonderlijks. Ik moest niet op het internet zien dat ik niet zo uniek was, dat een ingeving al 165 mensen vóór mij door het hoofd was geschoten. Dat is voor mijn ontwikkeling niet slecht geweest.’

Abel: “Daar praten we thuis veel over. Ik ben ervan overtuigd dat ik me veel gelukkiger zou voelen zonder sociale media. Ik kan op Instagram wel het onderscheid maken tussen fake en realiteit, maar toch. Als ik in films van vroeger mensen naar de kermis zie gaan zonder gsm op zak, denk ik: wat moet het zalig zijn dat niemand weet waar je zit. Iedereen weet nu constant waar je bent en wat je doet, en met wie je bent. Een leven zonder die controle lijkt me zo vrij. Ik zou dat echt eens willen meemaken.”

Lola: “En hoezeer je je ook verzet, je vergelijkt jezelf toch met anderen en er zijn altijd mensen die mooier zijn. Ik denk dat dat veel jongeren heel onzeker maakt.”

Abel: “Je kunt jezelf afsluiten van de sociale media, maar dan word je een outsider. Zelfs de communicatie over schooltaken verloopt via Instagram. Ik probeer wel steeds heel hard te denken: blijf jezelf. Laat je inspireren door anderen, maar haal verder alles uit jezelf.”

Lola: “Die drang om iets speciaals bij te dragen heeft veel met je persoonlijkheid te maken, denk ik. Papa wist al van jongs af dat hij acteur wilde worden. Ik snap wel dat je dat wilt, en dat het idee dat je uniek bent je daarvoor kracht geeft. Mama is anders. Zij wist lang totaal niet wat ze wilde. Dat is helemaal niet erg. Zij heeft haar weg ook gevonden. Wat ik wil zeggen, is dat worstelen met uniek-zijn volgens mij meer te maken heeft met je karakter dan met de tijd waarin we leven.”

Als je vader iets maakt, sluit hij zich vaak ook helemaal af van de wereld.

Lola: “Hij smijt zich dan volledig. Als hij een rol aanneemt, loopt hij de hele dag door de keuken en vraagt hij: ‘Zal ik zó lopen of zó?’ De hele dag is hij met die loopjes bezig. En wij moeten dat allemaal aanzien, hè.”

Toen hij de voorstelling Het beest in u maakte, heeft hij zich even té veel gesmeten.

Lola: “Ja. Hij had al heel lang niet op het toneel gestaan en opeens wilde hij dat weer. Hij wilde ook alles alleen doen: schrijven, regisseren, spelen. Dat gaat niet. Soms moet je hulp zoeken, maar dat wilde hij niet.”

Tijdens de try-out ging bij hem het licht uit. Hij vertelde me: ‘Weet je wat mijn oudste dochter de dag na die try-out tegen me zei? Ik zat op de bank als slappe pap, ze pakte me vast en zei: ‘Het is allemaal niet zo erg. Je zult moeten leren omgaan met een teleurstelling. Dat is nieuw voor jou, maar iedereen moet dat leren.’’

Lola (zacht): “Ja. Papa heeft veel geluk gehad in zijn carrière. Hij had alleen nog maar dingen gemaakt die positief waren onthaald en nog nooit een tegenslag meegemaakt. Daarom was het zo moeilijk voor hem toen die voorstelling niet lukte. Ik denk dat hij die ervaring nodig had. Hij is er veel sterker uit gekomen.”

Abel, jij lijkt zo op hem, heb je niet gedacht: ik moet er, in mijn drang om alles alleen te willen doen, voor zorgen dat ik mezelf niet zo hard vastrijd?

Abel: “Mama en papa zeggen vaak tegen me: ‘Kijk uit. Doe rustig aan.’ Tijdens mijn examens was ik me zo aan het smijten dat mijn moeder op een gegeven moment mijn boeken heeft dichtgeklapt en gezegd: ‘Zo is het genoeg.’ Maar ik kan me niet verplaatsen in hoe papa zich voelde. Ik zal toch zelf moeten ondervinden hoe het voelt om tegen de muur te lopen.”

Hoe zien jullie je toekomst? Er zijn steeds minder jobs. Maken jullie je zorgen over hoe je straks je geld moet verdienen?

Lola: “Heel soms denk ik: o ja, ik moet wel zorgen dat ik later rondkom. Maar een seconde later is die gedachte alweer weg. Toen ik woordkunst en drama volgde, zat ik in een heel witte klas. Ik heb toen veel nagedacht over waarom dat zo was. Ik denk dat veel jongeren met een andere achtergrond niet worden gestimuleerd om die richting te volgen, omdat je er niet per se geld mee kunt verdienen. We hebben ons nooit zorgen over geld hoeven te maken. Wij zijn, ik zei het al, op dat gebied zo geprivilegieerd. We beseffen dat, maar we moeten het tegen onszelf blijven zeggen: ‘Dit is niet normaal! Dit is niet normaal!’”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234