Woensdag 13/11/2019

Recensie

Overzichtstentoonstelling van Stephan Vanfleteren in het FOMU: het onfotografeerbare in beeld gebracht

Beeld Illias Teirlinck

Het is de eerste keer dat het FOMU uitpakt met zo’n grote tentoonstelling van een levende Belgische fotograaf. Het lijkt een retrospectieve, halvelings chronologisch met vele honderden foto’s, voorwerpen en andere nevenverschijnselen. Het geheel is apocalyptisch. Maar wel schoon, als de hel.

Stephan Vanfleteren toont vooral foto’s van mensen. Veel. Maar midden in de expositie is het vooral die foto van de zee die overtuigt. Het onfotografeerbare simpel en juist in beeld gebracht. Om dat te bereiken moet je weten wat foto’s kunnen en niet kunnen. Er is een standpunt voor nodig, een moment, een kleur en talloze elementen die het verschil maken tussen middelmatigheid en dit. Vanfleteren kan dat. Hij koos voor een kalme zee en één lange golfslag, scheef en vloeiend bij zacht licht. Niets spectaculairs. Het beeld werd de staatsiefoto van de Noordzee. Zijn zee.

Hij schrijft en praat de oren van je hoofd. Bij het ontstaan van elke foto hoort een wild verhaal dat op zijn beurt de basis is voor negentien andere. De expositie en het boek zijn een monoloog. Die monoloog in zijn foto’s is het naar zich toetrekken van de dingen. Bijvoorbeeld: het portret van Jan Decleir toont meer Stephan Vanfleteren dan Jan Decleir. De vraag is dan: wat is dit, een foto van Stephan Vanfleteren? Het is iets dat te maken heeft met lichamelijkheid en een zeldzame afwijking in de hersenen.

Vanfleteren zoekt dampende poriën, bochels, rimpels en zichtbare radioactiviteit. Zelfs bij dode mensen, ook bij dat geslachte lam bijvoorbeeld. Het ligt bloedend en met samengebonden poten op een altaar erotiserend te wezen en tegelijk als een bijbels tafereel in een ouderwets clair-obscuur. Op de grens van de kitsch. Deze manier van doen is er al van bij zijn eerste foto’s in 1988 als student aan Sint-Lukas in Schaarbeek. Het is het resultaat van iets zonderlings waarbij Vanfleteren de dingen rond hem opdeelt in twee dimensies, ingelijst en bewegingsloos. Zijn ogen en hersenen kiezen uit de chaos der zichtbaarheden het wonderbaarlijke dat eruit ziet als een historisch tafereel of portret. De tentoonstelling kan mensen verleiden om ook te fotograferen zoals hij dat doet. Het lijkt me verloren moeite. De hersenafwijking is zeldzaam.

Beeld Illias Teirlinck

Deze manier van doen, zijn voorkeur voor het vaak sombere zwart-wit, zijn drang om ook het zogezegd lelijke in beeld te brengen wekt bij veel kijkers zelfs agressie. Foto’s waren traditioneel al aanleiding om mensen, dingen en landschappen te verschonen. Te ontdoen van alles wat te maken heeft met verval, onveiligheid en het al te nieuwe. Deze verheerlijkende manier van kijken en fotograferen heeft diepe wortels. Het is allicht genetisch bepaald. Daar is niets mis mee. Ik herinner me hoe gedienstige (naamloze) fotografen in de jaren 60 vergoddelijkte foto’s maakten van ‘filmsterren’ om ze blijvend te exposeren in de inkomhal van elke cinemazaal. Het werden iconen, zelfs bij de pakjes kauwgom. De sterren straalden ongereptheid uit, met natte lippen en onbereikbare melancholie. Ik was daar zot van. 

Het is niet de schoonheid van Vanfleteren. Als hij de toch fysiek aantrekkelijke zangeres Melanie De Biasio fotografeert met een blote maar gespierde enigszins verwrongen rug is dat menselijker en minder mooi in de betekenis van ‘ontdaan van alles wat op verval kan wijzen’. Dit is zijn keuze.

Er is ook het dramatische. Zijn foto’s zijn het uitroepingsteken aan het einde van het verhaal. Iets in de stijl van: dit is het en het is niet anders. Stephan Vanfleteren is geen heimelijke femelaar. Hij fotografeert rechtdoor vaak vanop ooghoogte en zelfs met een enige symmetrie. Maar, Sonja, de majorette van de Mignonettes du Quartier Bruegel in Brussel poseert in de daglichtstudio van zijn huis in Veurne. De dame staat er in vol ornaat, de ene witte laars voor de andere, trots en flagrant midden in beeld. Maar dit keer is de foto genomen vanop de hoogte van haar dijen. Dit standpunt beklemtoont haar blanke zwaarlijvigheid. Dit is een dissonant.

Beeld Illias Teirlinck

De foto’s, het zijn er 450, in verschillende formaten, werden verdeeld over alle expositiezalen van het museum. Het circuit doet denken aan een spookkasteel op de kermis. Zelden is er buitenlicht, wel zijn er doorkijkramen tussen enkele zalen. Veel is geschikt volgens thema’s: dood (dat is dan in een donkere zaal), portretten, het vroegere werk, New York, verre reizen, Charleroi. Op de bovenste verdieping, op een gigantische tafel liggen krantenknipsels, toestellen, kostuums, het polaroidnegatief van de blote frontaal poserende Kristien Hemmerechts, notitieboeken, ontwerptekeningen. Het boek bij de tentoonstelling is lijvig en zorgvuldig gedrukt. De keuze van foto’s wijkt af van de tentoonstelling.

Stephan Vanfleteren zien we als een fotograaf van internationale allure. Zes jaar geleden verscheen zijn fotoboek Charleroi, il est clair que le gris est noir. Tijdens het werk in Charleroi, gedurende twee jaar, groeide zijn bewondering voor de inwoners van deze geteisterde stad, de Carolo’s. Ze zijn aanstekelijk openhartig, babbelachtig, levenslustig, sociaalvoelend en toch militant. Het moet lukken, deze eigenschappen zie ik ook bij hem en zijn werk. Stephan Vanfleteren is Carolo.  

Beeld Illias Teirlinck
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234