Vrijdag 24/05/2019

REVIEW

‘Overlord’: nazi's en zombies in een verrassend sterke cocktail

Mathilde Ollivier in 'Overlord'. Beeld Peter Mountain

Een bruut oorlogsdrama, geïnjecteerd met een stevige portie zombiehorror: het klinkt wansmakelijk, en in zekere zin is het dat ook. Maar regisseur Julius Avery weet in Overlord het evenwicht opvallend goed te bewaren. Het resultaat is een gruwelijke, maar ook entertainende mengelmoes.

Nazi-zombies, ze zijn niet nieuw. Wie herinnert zich nog de Zweedse film Dead Snow, waarin een groepje tieners in een afgelegen berghut werden geconfronteerd met ondode SS’ers die al zestig jaar door de sneeuw dwaalden? Wie van Overlord eenzelfde soort hersenloze hap verwacht, met de tongue stevig in de cheek, komt echter bedrogen uit.

Overlord ontleent zijn titel aan de naam van de D-Day-operatie, en opent dan ook met een bataljon soldaten dat in nazi-bezet Frankrijk wordt gedropt. Zeggen dat regisseur Julius Avery zich in de openingsscène van zijn film even getalenteerd toont als Steven ‘Saving Private Ryan’ Spielberg, is de waarheid geweld aandoen. Maar het grimmige, chaotische oorlogsdecor waarin je als kijker meteen wordt gedropt, zet wel meteen de toon voor de hele film.

Boyce (Jovan Adepo), Ford (Wyatt Russell, zoon van Kurt) en Tibbet (John Magaro) zijn enkele Amerikaanse soldaten die niet vanaf minuut één uit de lucht worden geschoten, en trekken naar het Franse dorpje Cielblanc, waar ze hulp krijgen van de plaatselijke Chloe (Mathilde Ollivier) om daar de Duitsers te saboteren. En ook de creaturen die zich ophouden in een plaatselijk, ondergronds laboratorium. Want “een duizendjarig Reich heeft duizendjarige soldaten nodig”, vindt SS-commandant Wafner (Pilou Asbaek).

Grand guignol

Horrorfantasieën injecteren in een historisch drama is altijd riskant, en de Tweede Wereldoorlog op zich biedt al genoeg gruwel. Avery is zich daarvan ten zeerste bewust: hij gebruikt die oorlogstaferelen in de eerste helft van zijn film om zijn publiek mee te nemen in een wereld waarin de wreedheden onvoorstelbare vormen aannemen. Gaandeweg lengt hij dat oorlogsrealisme aan met steeds surrealistischere experimenten – in de letterlijke en figuurlijke zin.

Die voorzichtige opbouw maakt dat de net iets te uitzinnige finale misschien wat overdreven aanvoelt – alsof Avery zich na anderhalf uur inhouden plots niet meer kon bedwingen en al de groteske spielereien die hij nog te zijner beschikking had op het scherm moest pleuren. Maar voorts is Overlord een uitstekende evenwichtsoefening: dit is een horrorfilm die zichzelf én zijn thematiek serieus neemt, zonder dat die ernst verstikkend wordt. De acteurs weten hun personages net genoeg uit te diepen om geloofwaardig te zijn; de oorlogstaferelen worden kundig genoeg in beeld gebracht om niet als een gimmick aan te voelen.

Maar we moeten ook niet flauw doen: de grote sterkte van Overlord ligt in de zombies, en de verrukkelijke manier waarop ze worden vormgegeven. Daarbij hoeft het ook niet té ernstig: horror hoeft niet zwaar op de hand te zijn. Een scène in het laboratorium waar een Dr. Mengele-achtige wetenschapper zijn experimenten doet, barst van heerlijk griezelige taferelen en bizarre details die zo uit de grand guignol komen.

Avery staart zich niet ook blind op referenties aan klassiekers als Night of the Living Dead en The Evil Dead, en kiest ervoor om zijn eigen cocktail te brouwen. En die cocktail is, voor fans van het iets eigenzinnigere griezelgenre, delicieus afgekruid. Overlord is geen grootse film, maar weet de balans tussen oorlogsdrama en groteske horror wel uitstekend te bewaren. U hoort ons, met andere woorden, niet klagen: wij zijn voldaan.

Vanaf woensdag in de bioscoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.