Zaterdag 19/10/2019
Ellen Deckwitz. Beeld Karoly Effenberger

column

Overduidelijk dom

Dichteres Ellen Deckwitz (1982) doet elke week haar ding met poëzie en proza.

Laatst ging het op een feestje, alle goede bedoelingen ten spijt, toch weer over de eeuwige koude oorlog tussen de seksen. Een vriendin zei dat emancipatie ook belangrijk is voor mannen, maar voor ze daar dieper kon op ingaan, werd ze onderbroken door een jongen die riep dat ze groot gelijk had en meteen begon op te sommen waarom. Chagrijnig vroeg ze hem of hij haar wilde laten uitpraten, waarop hij witheet werd: hij was toch ook feminist? Het wilde er bij hem niet in dat je ook dan soms vrouwen aan het woord moet laten.

Uiteindelijk werd het een leuk feestje, vooral omdat ik vroeg naar huis ging om verder te lezen in een fascinerende roman: het prijswinnende De polyglotte geliefden, van de Zweedse Lina Wolff, dat draait om de constante spraakverwarring tussen mannen en vrouwen (lees de passage onder deze column). Als een jongen bijvoorbeeld aan het meisje van zijn dromen vraagt of er iets is waarvan zij altijd hoopte dat een man het voor haar zou doen (en uit de context blijkt dat hij op iets seksueels doelt), zegt ze: “Ik heb altijd gewild dat iemand me zou leren vechten… maar dan ook echt als iemand die erop los beukt.”

Een van de hoofdpersonen is de 54-jarige schrijver Max, die werkt aan een roman waarin hij de Vrouw een stem wil geven. Een nobel streven, alleen is het jammer dat hij dames doorgaans ziet als “...warme planten op de bodem van de zee, verlangend omhoogstrevend naar mij”. Als een wat oudere onenightstand na afloop vraagt of hij het ook zo hemels vond, antwoordt hij: “Je bent niet goed. Je bent te oud, te ongeremd en te saai.” Hij ziet hoe ze ineenkrimpt en is verrast: “…wat er nu gebeurde was dat de vrouw tegenover me blijk gaf van een overduidelijke domheid doordat ze een vreemdeling de macht gaf exact te definiëren wie zij was.”

Dat die ‘domheid’ aangeleerd is, een cultureel verschijnsel ook wel bekend als het patriarchaat, ziet Max aanvankelijk niet, wat Wolff uitbuit om flink de draak met hem te steken. Pas na een hele tijd ontdekt Max dat vrouwen wel iets meer zijn dan warme planten. De lezer is dan al veel tragikomische scènes verder. Zowel de mannen als de vrouwen krijgen er van Wolff van langs, maar nooit zo dat het belerend wordt. Ze geeft hun het woord en laat hen op die manier zichzelf kapotmaken.

Door de verschillende vertelstemmen wordt het zo een polyglot werk avant la lettre, een stemmenspel van hoe mensen het allemaal wel leuk bedoelen maar meestal gewoon te druk met zichzelf zijn om te horen wat de ander zegt. Het levert eenzelfde soort sadistisch onderzoek naar machtsverhoudingen tussen de seksen op als in het werk van Houellebecq (een romancier met wie Wolff in deze roman overigens subtiel de vloer aanveegt), maar de analyses zijn scherper en de beelden sterker. Wanneer een van de personages op een zeker moment verliefd wordt op een wat narcistische man, kijkt ze uit het raam en ziet de dichtgevroren zee: “Je kon wakken zien, die zich in de wind ontvouwden als halfopen, ijskoude monden.”

Schreef Kafka niet dat een boek de bijl moet zijn om de bevroren zee in ons open te breken? Dit werk is zo’n bijl.

Passage uit De polyglotte geliefden

Toen al gebeurde het wel dat ik, in stilte voor mezelf, alle vrouwen telde die ik had gehad. Dat is iets wat ik nog steeds doe en ik denk dan niet afzonderlijk aan hen terug, maar herinner me hen als bossen zeewier die op de zeebodem van warme wateren groeien en die in Spanje poseidonias worden genoemd. Ze golven met de stromingen heen en weer en als je erboven zwemt, zie je ze als een harmonieus geheel – een zeebos waarvan de boomtoppen zich verwachtingsvol naar het oppervlak uitstrekken. In mijn herinnering vloeien sommige vrouwenlichamen in elkaar over, net als gezichten, namen en stemmen. Het gebeurt wel dat ik delen van sommigen combineer met delen van anderen en daar nieuwe lichamen van construeer. Ik maak vrouwen van vrouwen. Genot van genot, en soms; perfectie van perfectie. Ooit heb ik een keer mijn ideale vrouw geconstrueerd. In mijn fantasie was ze donker, klein en mollig en had ze een krullerig pagekapsel. Ze was een samenraapsel van acht vrouwen met wie ik was geweest. De fantasievrouw sprak een taal die ik niet verstond en daarmee was niet alleen elke kans, maar ook elke claim op communicatie onmogelijk. Dat verschafte mij een gevoel van diepe rust. Was ze verdrietig, dan kon ik haar niet troosten. Was ze blij, dan merkte ik het toch wel.

Lina Wolff, uit: De polyglotte geliefden, Atlas Contact, vertaling Janny Middelbeek-Oortgiesen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234