Dinsdag 04/08/2020

InterviewKobe Ilsen

‘Over de ‘superlonen’ van schermgezichten doen indianenverhalen de ronde, maar ze zijn niet buitensporig’

Beeld Carmen De Vos

Een jaar lang bleef hij van het scherm en onder de radar: geen interviews meer, zuinige Instagram-posts en zo weinig mogelijk rodeloperkiekjes met een Vlaamse schone aan zijn arm. Kobe Ilsen is op zijn 38ste een pak spaarzamer geworden op zichzelf en zijn privéleven. Bovendien had hij in 2019 een vette kluif aan de opnames van het tweede seizoen van Op één, het reisprogramma waarvoor hij opnieuw zestien landen en tig tijdszones doorkruiste. ‘Ik flirt weleens met een burn-out, ja.’

“Het heftigste programma dat ik ooit heb gemaakt”, zo omschreef De Meest Begeerde Stoppelbaard van Vlaanderen het eerste seizoen van Op één. Kijkend Vlaanderen zag hem kokhalzend uit een lijkenkelder in Mosoel strompelen, en in Hongkong deed de levenslust van een oud mannetje dat tussen de drugsverslaafden in een broeierig kruipkot leefde, hem huilend weglopen van de opnames.

“Ik was nog nooit zo diep gegaan voor een programma. Het heeft enkele maanden gekost om ervan te bekomen. Zestien landen bezoeken in een halfjaar tijd is verschrikkelijk intensief: door de jetlag en de stress, maar vooral door die schrijnende verhalen die onder je huid kruipen.”

En toch wilde je een tweede seizoen maken.

“’t Zal wel zijn! Zo’n programma blijft de natte droom van elke tv-maker. Ik heb het dit keer ook beter doorstaan, omdat ik gewapend was tegen wat zou komen. Maar als je die lijst met landen bekijkt, zie je dat we voortdurend van de ene tijdzone naar de andere zijn gereisd. Na elke trip konden we een weekje uitblazen, daarna vertrokken we opnieuw. Zo krijg je geen tijd om die ervaringen te laten insijpelen. Nu ik de afleveringen terugzie, beleef ik het pas echt.”

Welke scène heeft er het zwaarst ingehakt?

“De mortuariumscène in Moldavië uit onze eerste aflevering. Nergens ter wereld wordt meer gezopen: de gemiddelde Moldaviër drinkt jaarlijks 15 liter zuivere alcohol. Vanwege de vele dodelijke ongelukken hebben ze een nultolerantiebeleid ingevoerd: mensen die achter het stuur worden betrapt met 0,3 promille in hun bloed, verliezen drie jaar hun rijbewijs en moeten vijf uur lang een autopsie bijwonen. Dat was echt een traumatische ervaring. Ik kan de misselijkmakende geur van dat mortuarium zo weer oproepen.

“Een man van 35 werd voor onze neus volledig opengesneden. De patholoog zaagde zijn schedel open en haalde de hersenen eruit. Daarna brachten ze een kindje van zeven maanden binnen dat ook werd opengehaald. Gelukkig heb ik nog geen kinderen, maar aan de gezichten van die Moldaviërs kon je zien dat er een paar vaders bij waren. Sommigen stonden urenlang met hun ogen gesloten tegen die koude muur, vechtend tegen het afgrijzen.”

Je tolk noemde het een levensveranderde ervaring.

“Voor mij ook. Ik ben ook weleens in mijn auto gestapt met een pint te veel op. Sinds die scène heb ik beslist: nooit meer. Het is het risico niet waard.

“Ik vind dat een uitstekende Op één-scène, omdat je meteen de link kunt leggen met België. Bij ons stijgt het aantal verkeersdoden, terwijl die harde aanpak in Moldavië het aantal betrapte bestuurders en dodelijke ongelukken in een jaar tijd spectaculair deed dalen. Als zij dat kunnen, waarom wij dan niet? Populair zal het niet zijn, maar ik ben voor zware rijverboden. Ons boetesysteem is pure klassejustitie. Een miljonair die gepakt wordt bij 160 kilometer per uur, of met twee glazen te veel op, betaalt die paar honderd euro met de glimlach.”

Zou je dronken bestuurders verplichten om zo’n autopsie bij te wonen?

“Doodrijders wel, omdat je hen confronteert met het leed dat ze hebben veroorzaakt. Maar in Moldavië doen ze het ook met licht beschonken bestuurders die niet eens een ongeval hebben veroorzaakt. Dat is overdreven, want je zadelt mensen echt met een trauma op.”

Maar los van die akelige dissecties is Moldavië zo’n beetje de après-skihut van het Euraziatische continent?

“Hm, in après-skihutten is het doorgaans toch warmer en gezelliger. Dat land loopt op alle vlakken achter: het zit nog niet bij de EU en de mensen hebben er heimwee naar de tijd toen de staat nog voor hen zorgde. Sinds de val van het communisme staan de sukkelaars er alleen voor, en de intellectuelen zijn vertrokken. En dus trachten de mensen hun miserie weg te spoelen met alcohol. In tankstations kun je plastic flessen van 2,5 liter bier kopen, zoals cola bij ons. Nergens ter wereld vind je meer wijngaarden per vierkante meter. In elke tuin staan vaten waarin mensen hun eigen drank stoken. We zijn bij een arm gezin geweest met twee alcoholistische ouders: die vader had in een halfjaar tijd vierhonderd liter van zijn eigen flutwijn opgezopen.

'In Moldavië moet iedere chauffeur die licht beschonken betrapt wordt, een autopsie bijwonen. Sinds die scène kruip ik nooit meer achter het stuur met een pintje te veel op.’Beeld VRT

“Zelfs baby’s krijgen in de zondagsmis een paplepel wijn. Lagereschoolkinderen drinken bekertjes met gesuikerde glühwein, omdat mensen denken dat ze daar sterk van worden, terwijl uit alle studies blijkt dat je meer risico loopt op verslaving als je vroeg met alcohol begint.

“Maar onze drankcultuur staat daar niet zo ver van af, hoor. Wij drinken ook gemiddeld 12 liter pure alcohol per jaar, en bij ons stijgt dat cijfer nog, in Moldavië zakt het. Onze belangrijkste voetbalcompetitie is genoemd naar een biermerk, jonge tieners mogen op familiefeesten hun eerste pintje proeven, en de spoedafdelingen krijgen elke week minderjarige comazuipers binnen.”

Heb jij voor Over eten niet ooit een alcoholloze maand ingelast?

“Juist. Overal word je weggehoond als je enkel spuitwatertjes bestelt. Op den duur had ik zelfs geen zin meer om buiten te komen. Sindsdien ga ik wat bewuster met alcohol om dan een paar jaar geleden, toen restaurantbezoeken weleens ontaardden in bacchanalen. (lacht)

Jullie zijn in Zuid-Afrika geweest voor een aflevering over ‘goed leven’. Heb je daar op kosten van de VRT mogen genieten aan een zwembad tussen de wijngaarden van Stellenbosch, met een glas chenin blanc in je handen?

“Nee! We zaten in de sloppenwijken van Kaapstad, waar mensen in de diepste miserie leven, omringd door junkies, bendes en schietpartijen.”

Was je daar niet bang?

“In Molenbeek kun je ook een steen naar je kop krijgen, zoals sommige VRT-collega’s al hebben ondervonden. Ik heb me nooit echt bedreigd gevoeld. We hadden vooraf contact gelegd met lokale vzw’s, en met een voormalige drugsbaron die ons wilde rondleiden. Als je met open vizier komt en je toont respect, worden mensen graag eens gehoord, óók het crapuul. Ik heb achteraf een hoop Facebook-verzoeken gekregen van drugsdealers en criminelen. (lacht)

Wat zeiden die mannen dan?

“Dat er geen werk is, waardoor drugs verkopen en mensen beroven zowat de enige manier is om hun gezin te onderhouden. Ik heb bij niemand trots gezien. De drugsoorlog in Antwerpen gaat over status, macht en chique auto’s, maar in de sloppenwijken zijn ze bezig met overleven. Kinderen moeten ’s morgens in groep door vrijwilligers naar school worden gebracht, omdat ze anders worden ontvoerd of verkracht.

“Ik heb geleerd om mensen niet zomaar op te delen in goeden en slechten. Rutger Bregman heeft gelijk: de meeste mensen deugen. Maar de omstandigheden maken soms dat ze misdaden begaan die ze voor zichzelf proberen te verantwoorden. Het is niet omdat je iemand berooft om je kind te kunnen voeden, dat je per definitie crapuul bent.

“Ik was ontroerd toen een kind uit die sloppenwijken me spontaan kwam knuffelen. Dat deed me denken aan onze opnames op de vuilnisbelt van Agbogbloshie, het Sodom en Gomorra van Ghana, waar een vierjarig meisje naar me toe kwam in een smerig jurkje vol scheuren. Ik gaf haar een snoepje, waar ik eerst het papier af haalde, omdat haar handjes zo vuil waren. Ze bleef even naast me staan zuigen op dat snoepje, ik wreef over haar rug en wenste haar geluk. Daarna liep ze weg. Dat kind was een vogel voor de kat. Al het elektronisch afval van het Westen komt daar toe, en de arme luizen die er wonen smelten de kostbare stoffen eruit door alles in brand te steken. De grond was zwart van de as, en van de geur werd je letterlijk ziek. Achteraf was ik kapot: je wilt dat kind helpen, maar dat gaat niet.”

Zijn er nog mensen die je nooit meer zult vergeten?

“Een 72-jarige poetsvrouw uit Mexico. Ze was piepklein en krom gewerkt, maar elke dag stond ze om zes uur op om te gaan poetsen. Mexico heeft geen pensioensysteem. Toen ik vroeg welke droom ze nog had, zei ze: ‘Een mooie grafsteen.’

“Ze woonde op een kamertje van 3 meter op 3, zonder comfort, en toch leek ze gelukkig. Ik heb weleens het gevoel dat ik flirt met een burn-out, maar dan zie je zo’n oud vrouwtje dat elke morgen twee uur op de trein zit om zwaar werk te gaan verrichten voor belachelijk weinig geld, en toch haar lot aanvaardt met een zekere trots. Zet daar de Vlaming tegenover die vindt dat hij op zijn 57ste met pensioen moet kunnen…”

We zijn verwende nesten?

“Dat zal ik nooit zeggen.”

Maar wel denken?

“Je kunt dat de Vlaming niet kwalijk nemen, hij leeft in een andere context. Ik wil niet zeggen: ‘Je mag niet klagen,’ dat is niet de bedoeling van ons programma. Maar ik hoop wel dat mensen beseffen dat het in België allemaal nog goed georganiseerd is. Je vindt hier werk, onderdak, eten, gratis onderwijs, betaalbare gezondheidszorg, sociale zekerheid, persvrijheid, kwalitatieve tv-zenders… Wij vinden dat evident, maar in veel landen zou het een enorme vooruitgang zijn.

“In Mexico sprak ik een 70-jarige loodgieter die niet meer kon werken omdat hij cataract had. In België is dat verholpen met een kleine ingreep van 250 euro. Ginder kost dat tien keer meer. Die mens heeft dat geld niet, waardoor hij gedoemd is om blind te worden en zijn oude dag op straat te slijten. Als je dat toont, zet je de dingen toch een beetje in perspectief.”

Twee jaar geleden noemde je Op één nog expliciet een antiverzuringsprogramma. Je was ‘het gezeik van de Vlaming beu’. Wat is er veranderd?

“Ik ben milder geworden, omdat dat gezeik en de foertstemmen soms terecht zijn. Als je ziet hoe onze politici het beleid verlammen met hun persoonlijke vetes en doorzichtige partijstrategieën, moet je niet schrikken als mensen zich afkeren van de politiek. De voorbije tien jaar hebben wij drie jaar zonder regering gezeten, terwijl heel wat problemen om een oplossing smeekten: klimaat, vergrijzing, energie, ons eeuwige begrotingstekort, ons verbruik van water en open ruimte…

“Bijna overal in de wereld kampen ze met die problemen. Maar in sommige landen durven ze onpopulaire maatregelen te nemen die een groot maatschappelijk effect hebben. Bij ons woedt er een bijna permanente verkiezingskoorts, waardoor de kiezer constant moet worden gepaaid. Het resultaat is een non-beleid en een bevolking die steeds kwader wordt.”

In de aflevering over vergrijzing zegt een Japanner: ‘Geen enkel land is klaar voor de massale veroudering.’

“Japan is het land met de meeste 65-plussers ter wereld. We zijn daarheen getrokken in de veronderstelling dat ze het allemaal voor elkaar hadden, maar er vielen termen als ‘apocalyps’ en ‘tsunami’. Mensen slijten hun oude dag in rusthuizen waar alles geautomatiseerd is. De animatie gebeurt door robots en pluchen zeehonden op batterijen. Als je de tekorten in de zorgsector ziet, vrees ik dat Vlaanderen ook die richting uitgaat.

“In Mexico nemen mensen hun ouders gewoon in huis. Dat vinden ze normaal, aangezien hun ouders vroeger ook voor hen hebben gezorgd. Weet je hoeveel nieuwe kangoeroewoningen er vorig jaar in Vlaanderen werden geregistreerd? Vijftien. Dat zegt alles.”

‘Ik ben veeleisend en verdraag geen nonchalance. Dat heeft te maken met onzekerheid: is het goed genoeg, ben ík goed genoeg?’Beeld Carmen De Vos

Je trok ook naar Argentinië en India voor een aflevering over vlees.

“Ik vrees dat dat thema de komende jaren tot sterk gepolariseerde debatten zal leiden, net zoals over migratie en klimaat. Ik eet nog altijd vlees, maar mijn ogen zijn opengegaan. In India ligt de vleesconsumptie heel laag omdat koeien er als heilige beesten worden beschouwd. Maar de manier waarop ze schapen en kippen slachten, is van het ranzigste dat ik ooit heb gezien. We hebben gefilmd in een kleine, snikhete beenhouwerij waar twintig schapen stonden. Vijf minuten later lagen die allemaal op de vloer te stuiptrekken met overgesneden kelen. Zonder verdoving, met de botte bijl.”

Leef je soberder door wat je hebt gezien?

“Nauwelijks. Welke Zuid-Afrikaan is ermee gediend dat ik uit solidariteit ook in een krot ga wonen? Door mijn reizen besef ik wel beter wat voor een geprivilegieerd bestaan we hier leiden. Als ik één les heb geleerd, is het: koester de luxe en mensen rondom je, en maak het elke avond gezellig.

“Ik probeer ook inspiratie te halen uit de goede voorbeelden die ik zie. Voor onze aflevering over watergebruik zijn we in het Amazonewoud geweest, bij een indianenstam uit Guyana. Die mensen springen zo zuinig met water om dat ze zelfs in het regenseizoen maar 3 liter per persoon per dag gebruiken. Wij zitten aan 120 liter per dag. Toen ik hun vertelde dat mensen in België hun auto wassen met drinkbaar water, vielen ze van hun stoel. Zij beschouwen water als een kostbaar goed, wij spoelen er onze kak mee door en vullen er zwembaden mee.”

Luchtkwaliteit is de laatste jaren prominent op de agenda gekomen. Wat leert het buitenland daarover?

“Het Zweedse Stockholm is de hoofdstad met de beste luchtkwaliteit in de beschaafde wereld, omdat ze daar inzetten op openbaar vervoer en de zwakke weggebruiker. Die stad is een droom om in te fietsen. Bij ons rijden de bussen en treinen niet op tijd en worden De Lijn en de NMBS kapot bespaard. Ik zie niet hoe we mensen zó ooit een valabel alternatief gaan bieden voor de auto.”

Het land met de slechtste luchtkwaliteit in de steden is – zeer verrassend – Mongolië.

“Dat komt omdat er een middenklasse ontstaat die haar woningen verwarmt met steenkool en zich stilaan een oude auto kan veroorloven. We zijn er begin december gaan draaien, om de smog te kunnen zien. Het was er min 30, ik moest voor het eerst in mijn leven thermisch ondergoed aantrekken, wat niet de meest sexy shots opleverde. (lacht)

“Ik heb vaak aan Etienne Vermeersch gedacht. Die voorspelde veertig jaar geleden al dat er een klimaat- en milieucatastrofe zou ontstaan als de armen in China, India en Afrika zich ontwikkelden tot een middenklasse die consumeert en vervuilt zoals wij. Hij werd weggelachen, maar hij had gelijk. Elke aflevering van Op één kun je linken aan overbevolking. We zijn gewoon met te veel, daar was onze hele ploeg het over eens. Yuval Noah Hariri schrijft het ook in zijn boek Sapiens: overal waar de mens komt, gaat het naar de kloten.

“Toch wil ik niet fatalistisch zijn. Ik geloof in wetenschap en technologie, en in het gezond verstand van een politieke klasse die eindelijk eens met oplossingen moet komen. Singapore is het meest verkeersveilige land ter wereld, hoewel je er de grootste concentratie aan Porsches en Ferrari’s ziet. Dat komt door technologische vooruitgang: zelfrijdende auto’s, slimme camera’s, slimme voetpaden… Aan de KU Leuven werd vorig jaar een nieuw zonnepaneel ontwikkeld waaruit waterstof druppelt. Dat kan een geweldige oplossing zijn voor het klimaat.”

In tegenstelling tot de vele vluchten die jullie moesten maken voor jullie programma.

“Klopt, maar wij doen dat niet om een voetbalmatch te gaan spelen. Met ons programma proberen we honderdduizenden mensen tot inzichten te brengen en aan te zetten tot gedragsverandering. Maar als je ziet dat Zuhal Demir niet eens naar de klimaatconferentie van Madrid mag planepoolen, besef ik dat ik die discussie nooit kan winnen.”

Na de eerste reeks vond je het moeilijk dat je crewleden naar hun warme gezin konden, terwijl jij thuiskwam in een leeg appartement.

“Dat zijn momentopnames. Doorgaans is alleen zijn voor mij de beste manier om alles te verwerken. Op het vliegtuig sluit ik me al af van de buitenwereld, met een oogmasker en een hoofdtelefoon.

“Ook tijdens onze trips zoek ik ’s avonds de eenzaamheid op, we zijn geen enkele keer op stap geweest met de ploeg. Ik zie die mensen graag, maar we werken vijftien uur per dag intensief samen. Dan ga ik na het avondeten liever naar mijn kamer, in plaats van in de bar te zitten.”

Je zei twee jaar geleden ook dat je op menselijk vlak fouten had gemaakt tijdens de opnames.

“Nu weer. Ieder van ons is weleens uit zijn krammen geschoten. Dat is onvermijdelijk als je zo’n intens schema afwerkt. Dit seizoen was een moeilijke bevalling, sommige mensen hebben het project zelfs vroegtijdig verlaten.”

Kwam dat door jou?

“Misschien. Ik ben veeleisend en verdraag geen nonchalance. Dat heeft vooral te maken met onzekerheid: is het goed genoeg, ben ík goed genoeg? Die druk leg ik ook de ploeg op, en de mensen die vanuit Vlaanderen onze afspraken regelen. We hebben maar drie dagen om te filmen in een land. Als je dan in de Mongoolse vrieskou, in je belachelijke thermische onderbroek, ontdekt dat de zaken niet in orde zijn, dan ga ik over de rooie. Maar ik word nooit persoonlijk.

“Van het eerste seizoen herinner ik me een crisis nadat ik nogal cru had gezegd dat ik niet tevreden was over een opname. De hele ploeg was boos. Ik heb toen enkele bevriende schermgezichten ge-sms’t om advies. Uiteindelijk bood ik mijn excuses aan, hoewel ik overtuigd bleef van mijn mening. Ik ben maar één schakel in die ploeg, maar als het programma tegenvalt, ben ík degene die wordt afgemaakt. Dat maakt dat schermgezichten soms eenzaam zijn. Mensen denken dat wij allemaal vol zijn van onszelf, maar zelfs de grootste namen, van Jeroen Meus tot Erik Van Looy, blijven doodonzeker. Als ik achteraf scènes terugzie, denk ik vaak: ‘Verdomme, waarom was ik daar niet scherper?’”

Dan heeft je vriend Davy Parmentier niet het fijnste jaareinde beleefd. Zijn nieuwe talkshow op VTM, Wat een dag, werd vakkundig de grond in geboord.

“De manier waarop hij werd aangepakt, was er los over. Je kon dat zo voorspellen: ‘Ah, die dikkenek van een directeur denkt dat hij het zelf beter kan? We zullen hem eens afmaken.’ Davy had perfect op zijn troon kunnen blijven zitten bij VTM, maar had het lef om zijn geloofwaardigheid op het spel te zetten. En dat terwijl hij zijn zender door een transformatieproces leidt en wellicht nog mensen zal moeten ontslaan.

“Uiteraard stond Wat een dag niet meteen op punt. Die proefaflevering hadden ze beter niet op tv gegooid, maar Davy heeft wat geëxperimenteerd op een laat uur. Mág het even? Gert Late Night werd in het eerste seizoen ook afgemaakt, en kijk nu. Over Danira Boukhriss heb ik in de eerste week van Vandaag ook botte dingen gelezen, zelfs van ex-VRT’ers die beter zouden moeten weten. Ze is 28 en bulkt van het talent: geef haar toch een paar dagen om te roderen. Geen hond keek naar de eerste afleveringen van De wereld draait door, nu is dat hét programma, en wordt het gemaakt met een budget en een redactie waarvan we in Vlaanderen alleen maar kunnen dromen.

“De criticasters houden geen rekening met onze beperkte budgetten. Het eerste seizoen van Op één is ook met de grond gelijk gemaakt. Ik vind dat te gemakkelijk. Uiteraard halen wij geen Netflix-niveau: die mannen kunnen drie máánden in Mongolië gaan zitten.”

Heb je flink met de tanden geknarst toen de besparingen op de VRT werden bekendgemaakt?

“Die besparingen voelen wij nu al. Het tweede seizoen is met 10 procent minder budget gemaakt. Door creatief te zijn kun je dat wel opvangen, maar je bereikt een punt waarop je moet snijden in de kwaliteit, of zo’n duur programma zelfs niet meer kunt maken. Dat zou zonde zijn, want wij tonen wat er buiten de Vlaamse zakdoek gebeurt. Als je alleen naar je eigen navel kijkt, word je enggeestig en wereldvreemd. Kijk maar naar Amerika.

“Ik begrijp dat iedereen in moeilijke tijden moet besparen, maar we moeten opletten dat de openbare omroep zijn taak nog kan blijven doen. De commerciële zenders zouden Op één nooit maken.

“De VRT kost de Vlaming relatief weinig geld. Aan een avondje cinema, met een beker cola en een zak chips, ben je meer kwijt dan aan een jaar hoogstaande radio, televisie én websites. Als de politiek vindt dat de VRT alleen nog nieuwsprogramma’s moet brengen, verdwijnt al het entertainment naar de commerciëlen. Dan is het te hopen dat Christian Van Thillo VTM nog lang in eigen beheer houdt, want anders kan het rap gedaan zijn met de Vlaamse content. VIER en VIJF zijn nu al in Amerikaanse handen. De besparingen op de VRT staan totaal haaks op het pleidooi voor een Vlaamse canon. F.C. De Kampioenen, Dagelijkse kost, Thuis, Vandaag, Kamp Waes: dat ís de Vlaamse identiteit. Hoeveel balletjes in tomatensaus zou Jeroen al gemaakt hebben op het scherm?”

De besparingen zijn vooral gericht op de wedloop om uitzendrechten voor sportwedstrijden, maar ook op de hoge vergoedingen voor schermgezichten. Ben je bang dat ze straks in je zakken zitten?

“Over de ‘superlonen’ van schermgezichten doen allerlei indianenverhalen de ronde, maar ze zijn niet buitensporig. De VRT moet niet in een absurd opbod meegaan, maar je hebt wel gezichten nodig om de hoge marktaandelen te halen die de politiek ons oplegt.”

‘Als je met open vizier komt, worden mensen graag eens gehoord. Oók het crapuul: ik heb een hoop Facebook­verzoeken gekregen van drugsdealers en criminelen.’Beeld Carmen De Vos

Ben je weg als je moet inleveren?

“Mijn contract loopt nog een paar jaar. Als de VRT daarna zegt dat ze me niet meer kunnen betalen, heb ik een probleem. De lening voor mijn appartement is gebaseerd op mijn huidig loon. Vraag aan eender welke werknemer of hij hetzelfde werk wil doen voor 20 procent minder, en weinigen zullen staan te springen. Ik heb in het verleden al de kans gehad om meer te verdienen bij andere zenders, maar ik ben telkens gebleven, omdat ik mezelf beschouw als een kind van de VRT.

“Toch vrees ik dat Siegfried Bracke – die soms nogal rancuneus doet over de VRT – gelijk heeft: de kijker wordt het grootste slachtoffer van de besparingen. Met de vele herhalingen zitten we nu al op het randje. Elke zomer gaan we drie maanden met vakantie en duwen we de mensen in de armen van Netflix, om in september te zeggen: ‘Hallo, we zijn terug, zet uw tv maar weer aan.’ Daardoor verliezen we elk jaar 15 procent.

“De VRT en VTM zijn zoals de muziekindustrie in de jaren 90: die dacht ook dat mensen wel cd’s zouden blijven kopen. ‘10 euro per maand voor een Spotify-abonnement, wie doet dat nu?’ Ondertussen betalen we ook 10 euro voor Netflix, en er zijn nog meer kapers op de kust. De tijd nadert dat zelfs het ijzersterke avondblok met Dagelijkse kost, Blokken, Het journaal, Iedereen beroemd en Thuis afbrokkelt. De lineaire kijkers sterven uit. Daarom heb ik gepleit om het tweede seizoen van Op één in één keer prijs te geven op VRT NU, zoals Netflix doet. Maar ik heb het niet gehaald.”

Na de stopzetting van Volt en De laatste week was je onzeker over je plaats als schermgezicht. Is dat nu weg?

“Nee. Ik ben fier op mijn traject van de laatste jaren, maar als dit tweede seizoen flopt, sijpelt dat door naar de bovenste echelons: ‘Oei, de mensen zijn Kobe beu.’ Mediacarrières worden steeds korter. Ik draai vijftien jaar mee en heb er al veel zien komen en gaan.”

Weet je waarom jij nog altijd meedraait?

“Ik heb één voordeel: ik voel niet meer de behoefte om de populairste te zijn of de meeste volgers te hebben op Instagram. Als je dat nastreeft, brand je sneller op. Ik heb geleerd om mijn privéleven uit de schijnwerpers te houden. Laat de mensen mij maar beoordelen op mijn programma’s, en niet op welk lief ik heb of op welke feestjes ik ben. Populaire vrienden met 250.000 volgers lachen mij soms uit omdat ik er drie keer minder heb, maar dat vind ik prima. Er is een bepaalde hype- en aandachtsgrens waar ik graag onder blijf.”

Dat is niet altijd gelukt.

“Nee, ik heb al eens domme dingen gezegd in interviews of te snel geroepen dat ik een nieuw lief had. Dat zal ik niet gauw meer doen.”

Je vond het dus ook niet erg dat je in 2019 niet op het scherm te zien was?

“Nee. Mensen hebben misschien een ander beeld van mij, maar ik ben echt niet constant op zoek naar applaus. Hoe ouder ik word, hoe meer ik geniet van de luwte.”

Je bent net 38 geworden. Is de wilde vrijgezel stilaan getemd?

(lacht) Laten we zeggen dat 2019 niet alleen acht afleveringen van Op één heeft opgeleverd. Maar verder: geen commentaar.”

Hoeveel geef je jezelf op de geluksschaal van nul tot tien?

“Onze laatste aflevering over ‘goed leven’ gaat daarover. Ik geef mezelf 7,5, zoals de gemiddelde Belg. Ik heb de laatste jaren mensen verloren die ik graag zag en conflicten meegemaakt die zijn blijven plakken. Maar ik weet ook dat ik niet moet klagen: in de Zuid-Afrikaanse sloppenwijken is het gemiddelde 3,5 op 10.”

Wat staat er nog op je bucketlist?

“Blijven doen wat ik nu doe. Het zou heel arrogant zijn om nog meer te willen. Toen ik afstudeerde, had ik nooit kunnen dromen dat ik van de grootste zender van het land een jaar de tijd zou krijgen om de grote verhalen uit het buitenland te mogen vertellen.

“En privé zal het een opluchting zijn als mijn lening is afbetaald. Dat antwoord past wellicht perfect in de Vlaamse canon. (lacht)

Zou je het een gemis vinden als je over tien jaar nog geen gezin hebt?

“Ja. Ik heb veel gezien en meegemaakt: de behoefte groeit om dat door te geven aan een kind. Het zou jammer zijn als het alleen voor mezelf geweest is. Tv maken is een boeiende job, maar het blijft heel vluchtig. Een kind is een project voor de rest van je leven. Maar er is geen haast bij, hoor. Dat is het voordeel aan man zijn.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234