Vrijdag 24/09/2021

AchtergrondDocumentaire

Otto-Jan Ham schrijft liefdesbrief aan zijn vergeten jeugdidool Jonny Polonsky

Jonny Polonsky en Otto-Jan Ham in de documentaire over een rockster die maar niet doorbreekt.  Beeld VRT
Jonny Polonsky en Otto-Jan Ham in de documentaire over een rockster die maar niet doorbreekt.Beeld VRT

Zelf noemt Otto-Jan Ham zijn documentairefilm Hi My Name is Jonny Polonsky een liefdesbrief aan zijn jeugdidool. Maar zoals dat met kalverliefdes gaat: in de achteruitkijkspiegel ziet alles er beter uit.

“You can’t always get what you want”, wisten The Rolling Stones al. Dat is niet anders bij voormalig boy wonder Jonny Polonsky. Of bij Otto-Jan Ham, die de carrière van zijn vroegere idool uit het slop wilde trekken en die poging op pellicule zet. Geen van beiden kreeg wat hij voor ogen hield. Gelukkig levert die impasse een even onderhoudende als ongemakkelijke docu op, die vanavond te zien is op Canvas.

“Het is een heel andere film geworden dan ik voor ogen hield”, geeft Ham ruiterlijk toe. “Al ben ik er nu bijzonder trots op.⁠ Eigenlijk wilde ik een portret maken van een artiest die het nét niet gehaald heeft, ondanks zijn grote talent. Mijn rol zou eerst heel klein geweest zijn. Maar elke poging tot dieptegesprek was tot mislukken gedoemd. Over zijn gefaalde carrière spreken bleek een no-go. Heel frustrerend om zo nooit écht hoogte van hem te krijgen. Die spanning is dan ook merkbaar in de film.”

Adelbrieven

⁠Om toch enig idee te krijgen wie die notoire onbekende Jonny Polonsky mag zijn: in 1996 verscheen zijn debuut Hi My Name is Jonny. Daarop wordt dit wonderkind onder de vleugels genomen van legendarische producer en platenmogol Rick Rubin. De songs zijn dan weer geproducet door Frank Black van Pixies, die over zijn poulain zegt: “Deze kerel is in de wieg gelegd om rockster te worden.”

Heel even lijkt het er ook op dat Polonsky de Olympus van de rock-’n-roll zal beklimmen. Om adelbrieven zit hij alvast niet verlegen. Marc Ribot, die onder meer de snaren beroert voor Tom Waits, stelde Polonsky enthousiast voor aan John Zorn. Die experimentele jazzlegende nodigde de jonge songsmid op zijn beurt uit voor een show in de legendarische New Yorkse club CBGB. Later zal één van de aanwezigen over die bewuste avond zeggen: “De ongelooflijke Jonny Polonsky legt zijn ziel in muziek. Je kunt zo het verschil merken tussen iemand die jat bij Beatles of The Kinks of iemand zoals hij.” De euforische fan in kwestie heet Jeff Buckley.

Maar met bezieling alléén kom je er niet. De jonge belofte breekt nooit door. Ook niet wanneer hij met de ritmesectie van Rage Against The Machine in Big Noise speelt. Of wanneer hij met James Maynard Keenan van Tool de fundamenten voor Puscifer legt. Als huurling werkt hij ook even voor sterren als Neil Diamond, Johnny Cash en actrice Minnie Driver. Maar eigenlijk verdwijnt Polonsky haast geruisloos van de radar.

Otto-Jan Ham en Frank Vander Linden maken deel uit van Polonsky's gelegenheidsband.  Beeld VRT
Otto-Jan Ham en Frank Vander Linden maken deel uit van Polonsky's gelegenheidsband.Beeld VRT

Het solodebuut van Polonsky groeide wel uit tot één van de favoriete platen van de achttienjarige student en aspirerende muzikant Otto-Jan Ham. Bijna 25 jaar later is die wannabe een gelauwerde mediafiguur, en de held van weleer een has-been. Ham haalt de gesjeesde rockheld van New York naar België in een poging om zijn jeugdheld weer op de kaart te zetten. ⁠Hij werpt zich spontaan op als tourmanager, en probeert een concertreeks uit te stippelen langs grote zalen als AB. Het worden uiteindelijk cafés, tochtige kruipholen en een sportbar. “Ik stak mijn broek af om íéts gedaan te krijgen”, bezweert Ham. “Maar het was bijzonder moeilijk om ergens voet tussen de deur te krijgen.” En dat was nog voor corona een argument werd.

Spreidstand

Die lijdensweg naar succes zorgde voor een vreemde, schizofrene spreidstand bij de maker. “Als fan en tourmanager wilde ik oprecht dat hij potten zou breken. Maar de documentairemaker had natuurlijk soms méér aan de teleurstelling en de moeilijkheden onderweg. (lacht) Toch hoopte ik ergens om de volgende Searching for Sugar Man te kunnen maken (documentaire die de zieltogende carrière van Sixto Rodriguez deed heropleven; GVA). Maar zonder happy ending heeft deze film allicht meer weg van Mistaken for Strangers.” In die documentaire neemt The National-frontman Matt Berninger zijn werkloze en hopeloze broer mee op tour, waarna die zowat alles in het honderd laat lopen. “Dat was ook bij ons het geval. Ik was een nerveuze tourmanager die zijn hand voortdurend overspeelt. In Het Depot nam ik bijvoorbeeld ook iets te onbesuisd de rol van bassist op mij.”

'Hi My Name Is Jonny', de debuutplaat van Jonny Polonski.  Beeld VRT
'Hi My Name Is Jonny', de debuutplaat van Jonny Polonski.Beeld VRT

Dat levert even pijnlijke als magnifieke televisie op. In Polonsky’s begeleidingsgroep met Isolde Lasoen op drums en Frank Vander linden op gitaar is Ham hoorbaar de zwakke schakel. “In mijn hoofd had dat concert de apotheose van de film moeten vormen”, bekent hij. “Zoals Jonny in een Hollywood-scenario vast zou eindigen op Rock Werchter. Maar hier liep het eerder uit op een anticlimax. Zonder al te veel weg te geven: de manier waarop hij Frank behandelde, of mij toesnauwde, zegt veel over hoe hij zich verhoudt tegenover andere mensen.” Omdat Ham het zelf niet uitspreekt: als een dictatoriale kloothommel. Dat beeld wil Otto-Jan toch nuanceren: “De hel was het niet. We hebben ook veel gelachen. En ik begreep zijn reactie ergens wel. Al die tijd heb ik me steeds aan hém opgedrongen. Hij liet zich trouwens vrij makkelijk op sleeptouw nemen, zelfs wanneer mijn plannen en voorstellen hem zichtbaar niet bevielen. Dat er geen klik was, snap ik ook: zit maar eens twee weken opgescheept met zo’n neuroot als ik. Dat is ook voor niemand plezant. ”

Verklaart dat waarom we Polonsky zich een weg doorheen de documentaire zien geeuwen? Ham lacht. “Dat was inderdaad opvallend. Volgens mij raakte hij niet van zijn jetlag af. Inderdaad, die duurde twee weken lang.(grinnikt) Maar om eerlijk te zijn: de vermoeidheid hakte er bij ons beiden diep in. Ik ben wel blij dat hij er een goed gevoel aan overhoudt. Hij zag de documentaire, en was er blij mee. Verbazend genoeg, want we komen er allebei niet erg fraai uit.”

Hi My Name is Jonny Polonsky, vanavond om 22 uur op Canvas. Ook te bekijken via VRT NU.⁠

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234