Vrijdag 18/06/2021

Muziek

Opstandige muziek voor onrustige tijden: punk is terug uit de dood

Drie exponenten van de nieuwe generatie Britse keetschoppers: Goat Girl (boven), Sleaford Mods (linksonder) en Idles.  Beeld Photo News / Koen Keppens / Joel Hoylaerts
Drie exponenten van de nieuwe generatie Britse keetschoppers: Goat Girl (boven), Sleaford Mods (linksonder) en Idles. Beeld Photo News / Koen Keppens / Joel Hoylaerts

‘No future’ zongen de Sex Pistols eind jaren 70. Vandaag ziet de toekomst er voor punk nochtans rooskleurig uit. De rebelse esprit van weleer leeft andermaal op, niet toevallig in een tijdsgewricht dat beheerst wordt door hete hangijzers als racisme, rellen, bedreigende ziektes, koloniaal gedachtegoed en migratie.

Met White Riot is deze week een documentaire uit, die vertelt hoe de grootste antiracismebeweging van het Verenigd Koninkrijk gecreëerd werd. Rock Against Racism (RAR) was een politieke en culturele beweging die ontstond in 1976 als reactie op toenemende racistische aanvallen in de straten van Engeland. Britten schuwden niet langer om openlijk steun te verlenen aan het extreemrechtse National Front bij de stembusgang. En mogelijk nog pijnlijker: de beweging werd deels opgericht als tegenoffensief na racistische uitspraken van bekende rockmuzikanten zoals Eric Clapton en David Bowie. Say whút?

Die eerste had tijdens een optreden in Birmingham zijn steun uitgesproken voor de extreemrechtse, conservatieve politicus Enoch Powell. Het Verenigd Koninkrijk zou volgens de blueslegende ook niet langer een wit land zijn, maar een zwarte kolonie. “Komaan, Eric. Je muziek is zelf zo zwart als de neten”, schreef Red Saunders, agent provocateur en mede-steunpilaar van RAR, daarop aan het adres van Clapton. “Who shot the Sheriff, Eric? It sure as hell wasn’t you!” Bowie flirtte op zijn beurt – onder invloed van Friedrich Nietzsche, occultisme en een joekel van een cokeverslaving – met het Derde Rijk. “Adolf Hitler was een rockster,” luidde één van zijn minder briljante uitspraken in die tijd, net als: “Ik denk dat Engeland wel zou varen bij een fascistische leider.” Voor die bêtisses zou Bowie achteraf royaal door het stof gaan, maar het deed midjaren 70 vooral stof opwaaien bij de punkgeneratie, die er het zoveelste bewijs in zag dat de oude garde rot was in haast álle gelederen.

De titel van de documentaire White Riot verwijst overigens naar de eerste single van The Clash, die bijna een halve eeuw(!) na de release nog steeds verrassend eigentijds klinkt: “Black man gotta lot a problems / But they don’t mind throwing a brick / White people go to school /Where they teach you how to be thick.” Met de lyrics van een andere Clash-classic wisten ze de Zeitgeist rond de brexit ook perfect te vatten: “Should I stay or should I go now? If I go, there will be trouble. And if I stay it will be double.”

Hiphop

De docu oogt dan ook verbijsterend actueel. Maar het is evenmin toeval dat ze verschijnt terwijl een nieuwe postpunk-generatie de mainstream is ingegleden. Punk leeft weer. Al is het weliswaar niet meer zo’n monolitisch muziekgenre als in de seventies. Een groep als Fontaines D.C. rijmt punk met poëzie, Sleaford Mods eigende zich dan weer de minimalistische esthetiek van hiphop toe. Het antipolitieke Sports Team wilde volgens onze recensent dan weer graag art brut zijn, soms Pavement, soms The Kinks.

En een groep als Idles wordt op zijn beurt de mea culpa-brigade na #MeToo genoemd. In hun soms euforisch klinkende songs planten ze een roze vuist met een zwarte middelvinger in het gelaat van toxic masculinity, racisme en homofobie. “I raise my pink fist and say black is beautiful”, klinkt het in een van hun songs, terwijl ‘Ne touche pas moi’ een afgezaagde tweeloop richt op wie vrouwen onbetamelijke beschrijvingen nafluit. Mogen verder op de schopstoel: inkomensongelijkheid, kapitalisme, nationalisme en de brexit.

Een groep als Fontaines D.C. rijmt punk met poëzie, hun inspiratie halen ze uit de tijd en de maatschappij waarin we leven – en alles wat daarin fout loopt. Beeld FDC
Een groep als Fontaines D.C. rijmt punk met poëzie, hun inspiratie halen ze uit de tijd en de maatschappij waarin we leven – en alles wat daarin fout loopt.Beeld FDC

Sleaford Mods, die in pure punktraditie overigens een broertje dood hebben aan hun tijdgenoten van Idles, tonen zich minder woke. Maar tegelijk lieten ze onlangs ook hun ergernis waaien over nationalistische uitwassen in het Verenigd Koninkrijk. Ze lieten die zelfs nog luider de vrije loop. In een van hun nieuwste songs klinkt het bijna als een scabreuze slogan: “let’s get brexit-fucked by a horse’s penis”. Dat die zin vast wel érgens op een muur in Engeland gekalkt zal worden, staat nu al in de sterren geschreven.

Ook Goat Girl, een zwart-humoristische groep à la The Libertines, sneert naar het politieke establishment, dat ze gelijk ook naar het schavot leiden met niet mis te interpreteren zinsnedes als “Build a bonfire / put the Tories on the top. Put the DUP (Democratic Unionist Party; GVA) in the middle and we’ll burn the fuckin’ lot.” Niet alleen het integrale parlement krijgt een pandoering, ook met vastgeroeste genderrollen gaan de vier punkdames vrolijk aan de haal. Zo nemen ze de beatlemania van weleer op de hak in de videoclip van ‘The Man’ waarin mannen hysterisch achter hen aanlopen.

Punk is dan ooit begonnen als provocatie, maar vandaag willen Britse, Ierse en Schotse postpunkers je eerder een geweten schoppen. Messcherpe gitaren worden op de keel van de regering gezet, en hun teksten barsten van zwarte gal over hypocrisie en de fatigue van het conservatieve juk.

Dat sentiment leeft in de samenleving en in het bijzonder onder jonge Britten, gelooft Rens Dietz, die zopas het boek GELOOF DE HYPE! Punk is niet dood, punk leeft heeft uitgebracht. Net die thema’s zijn natuurlijk gefundenes Fressen voor een nieuwe generatie (post)punkers. Hiphopartiesten namen een paar jaar geleden weliswaar de rol van punks over om maatschappelijke problemen aan de kaak te stellen, terwijl heel wat jonge rockartiesten escapisme zochten in psychedelische gitaarbands. Maar de onrust in de samenleving zorgde kennelijk voor een renaissance.

#MeToo

“Er was richting het eind van het decennium dan ook een continue dreiging van terroristische aanslagen”, verklaart Dietz. “Wereldleiders zoals Trump, Erdogan, Poetin en Duterte werden in kosmopolitische kringen niet als erg inspirerend ervaren, er was een groot vluchtelingenprobleem vanwege oorlogen in Afrika en het Midden-Oosten. #MeToo zette de genderverhoudingen dan weer op scherp en de klimaatproblemen werden steeds zichtbaarder. De boosheid over maatschappelijke ontwikkelingen deed spontaan nieuw leven in de Britse gitaarpop ontstaan. Engeland had weer punk nodig. En het had weer bands nodig, die de middelvinger opsteken naar de machthebbers. Britse jongeren zoeken massaal hun redding in muziek, als pleister op de wonde in deze onzekere tijden. Net zoals The Beatles, de Sex Pistols, Joy Division, Oasis en Arctic Monkeys dat deden in hun tijd.”

Of de bands eeuwigheidswaarde hebben, lijkt hij te betwijfelen. “Muziekhypes duren nooit langer dan die van de maatschappelijke onrust.” Maar tegelijk merk je ook dat deze postpunkrevival ook nietsvermoedende popfans lijkt te overspoelen. Belangrijk verschil met de jaren 70 is dat de muziek nu toegankelijker en melodieuzer klinkt, en de kwaadheid van de acts niet verstokt is, waardoor de parodie lonkt. De nieuwste lichting postpunkers zet zich ook niet af tegen de cappucinobar-cultuur, zoals dat in 1999 het geval was. Maatschappelijk zware tijden vormen grotere inspiratie, geeft ook Grian Chatten van Fontaines D.C. grif toe. Het feit dat punk schopt tegen de bestaande orde, speelde mogelijk ook mee. Wie had gedacht dat Mark E. Smith van de postpunklegende The Fall zich pro-brexit zou tonen? Het zette jonge Britten alleen maar aan om een nieuw hoofdstuk muziek te schrijven: oude punk is officieel afgeschreven.

Die dynamiek verklaart meteen ook de cyclische natuur van de punkesprit. Sinds 1977 kun je er zowat de klok op gelijk zetten: punk maakt in een of andere vorm opnieuw furore wanneer de wereld weer in brand staat. In die mate dat je zelfs zou gaan geloven dat een hanenkam drie keer zal kraaien wanneer de dood van punk officieel wordt aangekondigd. “Nee, punk zal nooit écht doodgaan,” beaamt Jehnny Beth van postpunkgroep Savages. Vorig jaar polsten we bij haar naar een stand van zaken, nadat een iets jongere generatie die door hen aangejaagd werd, de mainstream in dook. “Het genre lijkt wel gemaakt om te verdwijnen en dan weer te verschijnen. De noodzaak van een wedergeboorte is net zo groot als die om ze snel weer te begraven. Zo blijft punk de eeuwige jeugd verleend.”

Wie had gedacht dat Mark E. Smith van de postpunklegende The Fall zich pro-brexit zou tonen? Het zette jonge Britten alleen maar aan om een nieuw hoofdstuk muziek te schrijven: oude punk is officieel afgeschreven. Beeld Gonzales Photo/Avalon
Wie had gedacht dat Mark E. Smith van de postpunklegende The Fall zich pro-brexit zou tonen? Het zette jonge Britten alleen maar aan om een nieuw hoofdstuk muziek te schrijven: oude punk is officieel afgeschreven.Beeld Gonzales Photo/Avalon

Ze toont zich verheugd om de nieuwe golf die nu al een jaar of twee door Engeland raast, en steeds meer aan kracht lijkt te winnen. “Het is de plicht van een artiest om de tijdsgeest te weerspiegelen. Dat doet punk méér dan andere genres, méér nog dan hiphop ook. Dat verklaart ongetwijfeld de huidige aantrekkingskracht van heel wat jonge groepen. Vooral wanneer ze thuis zijn in de ‘slimmere’ variant, die postpunk heet.” Daarmee doelt ze op de groepen die niet noodzakelijk hun heil zoeken bij drammerige gitaren, vier akkoorden en songs die niet langer duren dan een pispauze. “Postpunk is een ratjetoe van genres, zonder hokjesdenken, zonder elitarisme. Dat idee is volgens mij altijd de drijfveer geweest van punk zelf. Fuck the system: ook van binnenuit dus. Postpunkers stellen de wereld én zichzelf in vraag.”

Ook vandaag blijkt die punkesprit een broodnodig kompas voor jongeren. Artiesten durven als spreekbuis zeggen wat beleidsmakers niet willen, kunnen of wagen te adresseren. Dat vooral Engeland nu grote acts bovengronds brengt, ligt zonder twijfel aan de noodzaak tot rebelleren die er steeds groter is geworden. In de mainstream van Vlaanderen blijft het voorlopig relatief stil, maar het lijkt slechts een kwestie van tijd voor de boel ook hier escaleert en Belgische punk een golfslag maakt. No future? No way, man.

‘White Riot’ is te zien op Proximus Pickx, Cinema bij je thuis, en ZED vanuit je zetel.

Het boek ‘GELOOF DE HYPE! Punk is niet dood, punk leeft’ van Rens Dietz is zopas verschenen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234