Donderdag 21/11/2019

Film

Op zoek naar het geheim van de Dikke en de Dunne: “De meesters van de escalatie!”

Steve Coogan als de Dunne en John C. Reilly als de Dikke in Stan & Ollie. Hun herkenbare look deed hen op elkaar lijken en zette tegelijk de contrasten tussen hen in de verf. Beeld RV

Met Stan & Ollie loopt vanaf woensdag een warme hommage aan de Dikke en de Dunne in de bioscoop. Het ideale moment om, met de hulp van bekende liefhebbers als Arnon Grunberg, Merho en Johan Heldenbergh, de code van hun succes te kraken. 

Wie ooit een filmpje van hen heeft gezien – en daar hoeft u in het YouTube-tijdperk echt geen moeite meer voor te doen –, heeft het wellicht aan den lijve ondervonden: Oliver Hardy en Stan Laurel staan voor het soort onweerstaanbare slapstick dat de mondhoeken onvrijwillig naar omhoog doet krullen. Taarten vliegen in het rond (The Battle of the Century), piano’s donderen onherroepelijk van trappen af (The Music Box), huizen worden volledig gesloopt (Big Business)... De Dikke en de Dunne zijn de vleesgeworden schaterlach. Ook anno 2019 nog.

Het is vandaag wellicht moeilijk om het onafscheidelijke duo nog los van elkaar te zien, maar Laurel en Hardy werden eind 19de eeuw wel degelijk uit verschillende moeders geboren, op verschillende continenten zelfs. Arthur Stanley Jefferson (de Dunne) zag het levenslicht in 1890, in het Engelse Ulverston. Norvell Hardy (al van bij zijn geboorte de Dikke, met maar liefst 6,3 kilo!) werd twee jaar later geboren in Harlem, in de Amerikaanse staat Georgia. Jarenlang timmerden ze in hun eentje aan de weg.

Eurekamoment

Hun gemeenschappelijke verhaal begon pas in 1927, pal in het midden van hun leven. Per toeval, dan nog. Beide mannen werkten in Hollywood voor Hal Roach, de belangrijkste comedyproducent van zijn tijd. Die dichtte Stan Laurel oorspronkelijk weinig toekomst toe als acteur, en wilde hem vooral inzetten als schrijver en regisseur. Maar toen Hardy op een dag uitviel – nadat hij zijn been verbrandde bij het bakken van een stuk vlees, nota bene –, deed Roach een beroep op Laurel om Hardy te vervangen in de komische kortfilm Get ’Em Young (1926). Een eurekamoment, want plots besefte Roach dat het enorme contrast tussen Laurel en Hardy wel eens heel grappig kon zijn. Een jaar later begon hij hen als duo op te voeren in films als Duck Soup, The Second Hundred Years en Putting Pants on Philip. De Dikke en de Dunne waren geboren.

Een gouden zet, vrij letterlijk zelfs: Laurel en Hardy wonnen in 1932 de allereerste Oscar voor de Beste Kortfilm met The Music Box, en golden in de jaren 30 een tijd lang als de meest winstgevende sterren ter wereld. Ze verleidden het publiek met hun herkenbare look, die beide acteurs op elkaar deed lijken (de identieke bolhoeden), en tegelijk de contrasten tussen hen stevig in de verf zette (een te ruime vest voor Laurel, een te korte das voor Hardy).

Laurel speelde de rol van de kinderlijke ingénu, die vaak stond te snikken voor de camera, maar was in werkelijkheid de brains van het duo. Terwijl Hardy zijn draaidagen liefst vroeg beëindigde om te gaan golfen of op de paarden te gaan gokken, dook Laurel tot laat op de avond de montagestudio in om hun films verder te perfectioneren.

Eeuwigheidswaarde

Het hoogtepunt van hun bekendheid – die dankzij tv en later video een nieuwe boost kreeg – mag intussen al even achter hen liggen, maar toch blijven de Dikke en de Dunne alom gekend. Wat geeft hen toch die eeuwigheidswaarde? Waarom blijven ze grappig? Acteur John C. Reilly, die Hardy vertolkt in de mooie nieuwe biopic Stan & Ollie, legt ons de humor van Laurel & Hardy als volgt uit: “In slapstick zie je regelmatig hoe iemand per ongeluk een plank tegen zijn achterhoofd krijgt, en daarna nog een keer tegen zijn voorhoofd. Maar Laurel en Hardy gaan verder: na drie klappen denk je: ‘Nu kan het toch onmogelijk nóg eens gebeuren?’ En dan landt die plank nóg eens vijf keer tegen zijn kop! (lacht) Ze waren echt meesters van de escalatie.”

In ons land is Dirk Van Vooren een van de grootste Laurel & Hardy-fans. De acteur, die niet toevallig het stomme personage Steven Stil speelde in Piet Piraat, looft vooral hun komische timing: “Wat ze doen, is natuurlijk tot in de puntjes voorbereid, maar hun timing is zo naturel dat dat er niet aan te zien is – zelfs niet voor mensen uit het vak. Terwijl, als ik naar Charlie Chaplin kijk, dan zie ik de techniek erop liggen. Hij voert duidelijk een ingestudeerde choreografie uit. Dat is ook een kunst, maar ik hou meer van het schijnbaar ongedwongene van de Dikke en de Dunne.”

Maar hét grote succeselement van Laurel & Hardy is precies die ampersand tussen hun namen: ze waren een komisch duo, en dat maakte hen destijds uniek op het grote scherm. Filmdocente Anke Brouwers (KASK): “Chaplin, Keaton, Harold Lloyd en Fatty Arbuckle waren ook allemaal geweldige comedians, maar zij werkten doorgaans niet in teams. Laurel & Hardy waren de eerste echte ‘buddy’s’ uit de filmgeschiedenis. De humor komt dan ook uit de grappen die ze samen beleven. Ze ergeren elkaar, maken ruzie en brengen elkaar in de problemen. Maar er is ook loyauteit en diepe vriendschap. Die voegt een klein beetje pathos en ontroering toe aan hun slapstick.”

Acteur Johan Heldenbergh (The Broken Circle Breakdown) is al zijn hele leven gepassioneerd door Laurel & Hardy. Ook hij vindt het duo-element hun grootste kracht: “Daarmee hebben ze alle anderen uit de markt geduwd. Ze spelen twee schlemielen, waarvan er één denkt dat hij slim is: Oliver Hardy. Dat werkte zo goed, dat zowat alle komische duo’s na hen op dezelfde dynamiek gebaseerd zijn. Denk bijvoorbeeld aan Gaston en Leo: Gaston is de Dunne, Leo de Dikke.”

Voor heel wat komische artiesten waren de films van Laurel en Hardy dan ook de perfecte leerschool. Dirk Van Vooren noemt zichzelf zelfs grappend de reïncarnatie van Stan Laurel: “Mijn zus plaagde me vroeger omdat ik een beetje op de Dunne leek, en uiteindelijk is dat ook mijn handelsmerk geworden. Voor Steven Stil kon ik heel wat visuele comedy gebruiken, en het gebeurt soms nog dat ik tijdens een voorstelling een bepaalde beweging maak, waarvan ik denk: ‘He, zo zou Stan Laurel het ook gedaan hebben!’ Hij zit diep in mijn acteurs-DNA ingebakken.”

Johan Heldenbergh, die in 2011 de door slapstick geïnspireerde theatervoorstelling Vorst-Forest maakte, leerde dan weer meer van de Dikke: “Als ik in mijn leven van andere acteurs gepikt heb, dan is het van Matthew Perry, die Chandler speelt in Friends, en van Oliver Hardy. Omdat zij allebei heel groot spelen. Dat doe ik zelf ook heel erg, zeker in mijn theaterwerk. Van Hardy heb ik ook geleerd om mijn tijd te nemen, zonder bang te zijn dat het saai wordt. Je kunt van alles een bezienswaardigheid maken, bewijst hij. Zelfs wanneer hij een glas op tafel neerzet, geeft hij daar een accent op, maakt hij er een moment van.”

Beeld Nick Wall

Troost

Striptekenaar Merho, geestelijke vader van De Kiekeboes, is naar eigen zeggen verslingerd aan de Dikke en de Dunne sinds hij vijf jaar oud was. “Het was liefde op het eerste gezicht”, vertelt hij. In de albums van De Kiekeboes zaten dan ook meer dan eens verwijzingen naar Laurel & Hardy verstopt: “In ‘Schiet niet op de pianist’ staat een notenbalk: als je die zou naspelen, hoor je ‘The Cuckoo Song’, het herkenbare melodietje dat aan elke film van de Dikke en de Dunne voorafgaat.”

Maar hun invloed op het werk van Merho gaat verder dan enkele knipogen: “Als ik in De Kiekeboes een grap wil schrijven, val ik vaak terug op de stelregel van Stan Laurel. Hij had het over de drie trappen van een gag: eerst moet je laten zien wat je gaat doen, dan moet je het doen, en ten slotte moet je aan de mensen laten zien dat je het gedaan hebt. Zo smeed je een complot met het publiek. Daar heb ik het vaak over met mijn medewerkers. Als je een grap niet klaar en duidelijk opbouwt, kun je ze helemaal verknoeien.”

Voor andere kunstenaars zijn Laurel & Hardy niet zozeer een inspiratiebron, als wel een houvast in het dagelijkse leven. Schrijver Arnon Grunberg (Tirza), die in 1998 een verzameling speelse essays publiceerde onder de titel Troost van de slapstick, vertelt ons: “Het werk van Laurel & Hardy biedt me, net als andere slapstick trouwens, troost. Door het gat tussen hoe het is en hoe het zou moeten zijn zichtbaar te maken én te overbruggen. Er zijn andere troosters, maar de schaterlach van de slapstick troost op een speciale manier.” De grootste les die hij van Laurel & Hardy heeft geleerd? “De omgang met vernederingen.”

‘Stan & Ollie’ speelt vanaf 13/03 in de bioscoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234