Zaterdag 26/11/2022

Rubens

Op zoek naar de bakker, de butler en de keukenmeiden in Rubens' huishouden

Rubens en zijn gezin in 'De wandeling in de tuin', van de hand van de schilder zelf.
Rubens en zijn gezin in 'De wandeling in de tuin', van de hand van de schilder zelf. "In dit werk was ooit een knielende tuinman te zien. Maar die is later weggeschilderd", vertelt expert Bert Watteeuw.Beeld BPK / Bayerische Staatsgemälde SA

'Rubens privé', een intieme tentoonstelling over Rubens als familieman, gaat zaterdag open in het Antwerpse Rubenshuis. Met portretten van de meester zelf, zijn twee echtgenotes en veel kinderen. Rubenskenner Bert Watteeuw ging op zoek naar hoe de grote barokschilder leefde.

ERIC RINCKHOUT

Bert Watteeuw heeft opmerkelijk onderzoek verricht. Hij dook in de archieven om meer informatie te vinden over de leefwijze van Peter Paul Rubens (1577-1640) en de organisatie van zijn huishouden. Kortom: op zoek naar de mens achter de barokschilder. En hoe gek het mag klinken: Watteeuw is de eerste die dat gedaan heeft.

"Ik was in het begin een beetje bang van Rubens", vertelt Bert Watteeuw, wetenschappelijk medewerker aan het Rubenianum in Antwerpen, het onderzoekscentrum 16de- en 17de-eeuwse kunst. "Rubens is zo'n imposante figuur. Drie jaar geleden ben ik in het Rubenianum beginnen werken en sindsdien ben ik geïnteresseerd geraakt in de materiële cultuur van het gezin Rubens. Waar besteedden ze hun geld aan? Dan gaat het voor mij niet alleen om dure schilderijen en beelden. Dat hebben kunsthistorici heel terecht al grondig onderzocht. Ik heb het over de boterpotten en de zakken zout in de kelder. Wie was de bakker en wie leverde kleren? Hoe draaide dat huishouden?"

Rubenskenner Bert Watteeuw. Beeld rv
Rubenskenner Bert Watteeuw.Beeld rv

Waarom is dit onderzoek naar de mens Rubens nooit eerder gedaan?
Bert Watteeuw: "Ik ben bezig met een proefschrift over portretten en wat mij vooral interesseert is de marge: dus niet kijken naar wat Rubens en zijn modellen ons willen doen geloven, maar kijken met een gezonde achterdocht. Iedereen heeft het altijd over de hoge gasten: Maria de Medici en aartshertog Albrecht die op bezoek kwamen bij de meester. Ik wilde daar eens van af: wie zijn de figuren aan de rand van de schilderijen? Wie waren de zogeheten nobody's die toen in het huis van Rubens aan het werk waren? Niemand heeft zich daarmee bezig gehouden, terwijl er toch wel wat materiaal is."

Dat is sociale geschiedenis? Op zich niet nieuw.
"Historici zijn daar al een hele tijd mee bezig maar kunsthistorici kijken doorgaans toch meer naar de hogere lagen van de samenleving. Er zijn in schilderijen natuurlijk minder bedienden dan meesters te zien. De kunstgeschiedenis schurkt zich ook wat meer aan tegen de kunsthandel en de kunstverzamelaars en is misschien minder gediend van een wat meer marxistisch geïnspireerde sociale geschiedenis. Ik noem mezelf zeker geen marxist (lacht) maar er zijn wel marxistische historici geweest die mij hebben geïnspireerd."

"Daarbuiten denk ik dat het de toeschouwer kan inspireren: het is makkelijker om kijkers binnen te leiden in de wereld van Rubens door te praten over zijn bedienden in plaats van over de groten der aarde. Een tuinman of een keukenmeid wekt empathie op, zonder dat je meteen details over hun leven moet kennen."

De pigmentwrijver van Rubens, geschilderd door David III Rijckaert. Beeld rv
De pigmentwrijver van Rubens, geschilderd door David III Rijckaert.Beeld rv

Staan er veel tuinmannen en meiden op schilderijen uit die tijd?
"In een bekend familieportret van Jacob Jordaens staat duidelijk een dienstmeid afgebeeld. We kennen haar naam niet, maar ze valt op omdat ze zo'n rood jakje aanheeft, typisch voor Antwerpse dienstmeiden in de 17de eeuw. De familie zelf is in het kostbaarste zwart gekleed. Waarom staat de meid erbij? Werd ze beschouwd als een deel van het gezin? Of was het om de status van het gezin te verhogen? Er bestaan tekeningen van Rubens waarop een meid met een rood jakje - een symbool van nederigheid en dienstbaarheid - melk aan het karnen is."

Zijn er documenten over het huishouden van Rubens?
"Er is één erg belangrijk document: de Staetmasse uit 1645, over de uitstaande schulden van het gezin Rubens en de goederen in het Rubenshuis in 1640, het jaar van Rubens' dood, aangevuld met de kosten die gemaakt zijn voor zijn begrafenis. Je krijgt een inkijk in het uitgavenpatroon van dat gezin gedurende drie à vier jaar. De rijke Antwerpse gezinnen betaalden niet telkens als ze naar de winkel gingen: ze betaalden op krediet. Dat is goed voor ons, want we krijgen dan de afrekeningen met kerst of pasen. Zo kunnen we zien waar de olie voor de verf vandaan kwam en wie de zeepzieder was die de olie leverde. We kunnen dus heel dicht bij het gezin Rubens komen."

De koetsier van Rubens, die 54 gulden per jaar verdiende. Beeld rv
De koetsier van Rubens, die 54 gulden per jaar verdiende.Beeld rv

Hoe ging het er in 1640 aan toe?
"Op het moment van zijn overlijden waren acht mensen in dienst van Rubens. Dat is toch aanzienlijk. De externe leveranciers worden met voor- en achternaam genoemd, terwijl we van het huispersoneel alleen de voornaam kennen. Die mensen woonden ook in het Rubenshuis."

"Na de dood van Rubens op 30 mei 1640 werden rouwschoenen gekocht voor de kinderen, de meiden en de knechten bij schoenmaker Hans Hermans. Bij kleermaker Bertram del Baren kocht Rubens' echtgenote Helena Fourment rouwstoffen voor het hele gezin en het personeel. De rouwperiode was vrij lang en het huispersoneel had tijdens die hele periode een representatieve functie. Een dienstmeid, een zeker Anneken, ontving 24 gulden als compensatie omdat ze geen rouwkleed kreeg. Vaak waren dit soort fringe benefits heel belangrijk voor de bedienden."

"We weten zelfs hoeveel de kist kostte waarin Rubens begraven werd en wat de prijs was van zijn grafkapel in de Sint-Jacobskerk. Helena gaf zes weken lang de kost aan de hele familie, haar eigen kinderen en de kinderen uit het eerste huwelijk van Rubens, inclusief alle bedienden."

Hoe heten de meiden en knechten?
"In de documenten komen we, behalve Anneken, namen tegen van Adriaenken, een dienstmeid, en Willemyne, een ceuckenmaerte, een keukenmeid dus. Ze verdienden alledrie evenveel: 42 gulden per jaar. Jan den taefeldecker - dat is de huisknecht of butler - kreeg het hoogste loon: 72 gulden. Jan de koetsier verdiende 54 gulden per jaar. Voorts was er Franchoys de vryver: die prepareerde Rubens' pigmenten op een wrijfsteen. Er waren nog twee tuinmannen: Willem, die samen met de huisknecht de hoogste wedde had. Zijn assistent Jasper stond in voor de verzorging van de boompjes en werd veel minder betaald. Globaal verdienden de mannen meer dan de vrouwen."

Rubens stelde dus net voor zijn dood acht mensen tewerk?
"Ja, maar er waren ook mensen die niet vast in dienst waren, zoals de wasvrouwen, een bleker voor het linnengoed en een dansmeester voor de kinderen."

Hebben we enig idee hoe die mensen eruit zagen?
"Het enige schilderij waarop leden van het personeel samen met de vier kinderen uit het tweede huwelijk van Rubens voorkomen is van schilder Philip Fruytiers. Het werk dateert van 1638-'39. Voor de lijst en het glas werd 6 gulden en 12 stuivers betaald. Hoeveel het schilderij zelf kostte, weten we helaas niet. De meiden die erop staan kunnen dus Anneken en Adriaenken zijn. Bewijzen kan ik het niet. Het vijfde kind, dat acht maanden na de dood van Rubens werd geboren, staat er niet op. Ja, Rubens is tot op het eind zeer actief gebleven. (lacht)"

'Portret van vier kinderen' van Philip Fruytiers. De kinderen van Rubens verschijnen hier met twee bedienden. Watteeuw:
'Portret van vier kinderen' van Philip Fruytiers. De kinderen van Rubens verschijnen hier met twee bedienden. Watteeuw: "Rubens had twee meiden die Anneken en Adriaenken heetten, maar ik kan niet bewijzen dat zij dat zijn."Beeld The Royal Collection

Meesters en meiden leefden onder één dak. Leverde dat geen problemen op?
"Ja, daarover wordt natuurlijk geroddeld en gemoraliseerd. Er is ook sprake van spanningen, affaires en zelfs huwelijken tussen meesters en meiden. Bij Rubens weten we daar niets van. Maar hoe nauw het personeel en de familie met elkaar omgingen, blijkt uit het feit dat Helena Fourment de meter werd van het kind van Robert, de koetsier, en dat ze daarvoor een zilveren beker van 24 gulden kocht."

De wrijver was een belangrijke figuur. Hebt u daar afbeeldingen van gevonden?
"David III Ryckaert was een schilder die tot kerstmis 1639 een huisje van Rubens aan het Hopland huurde en waarschijnlijk in Rubens' atelier werkte. In 1638 maakte hij een schilderij van een atelier waarop rechts een pigmentwrijver te zien is. Dat zou Franchoys kunnen zijn. Maar het blijft een hypothese. Het geeft wel een mooi beeld van zijn activiteit. Maar de échte Franchoys is tussen de plooien van de geschiedenis verdwenen, in tegenstelling tot vorsten en hertogen."

Schrijft Rubens in zijn brieven over zijn bedienden?
"Niet veel, maar toch. Rubens' vriend, de wetenschapper Nicolas-Claude Fabri de Peiresc, troostte hem in 1622 met het verlies van 'Michaele', een van Rubens' trouwe dienaren. De brief van Rubens zelf is verloren gegaan. Peiresc zegt dat hij de toewijding van de bediende kende en looft Rubens als 'minzame meester'. Michiel zal de huisknecht zijn geweest, meer weten we helaas niet. Uit de briefwisseling met Peiresc blijkt ook dat de bedienden van Rubens niet zomaar handarbeiders waren: een van hen kopieerde teksten in opdracht van Rubens."

"De enige keer dat hij in een brief een bediende noemt, is als hij aan Lucas Faydherbe vraagt om een schilderij en wat flessen wijn uit Antwerpen naar het Steen (Rubens' buitenverblijf in Elewijt, ER) te brengen en om aan 'Wilm, den hovenier' peertjes en vijgen 'of iets anders treffelyck' uit de tuin te vragen."

Heeft Rubens zelf zijn bedienden geschilderd?
"Op het schilderij 'De wandeling in de tuin' was ooit een knielende tuinman te zien. Maar die is later weggeschilderd. Rubens lijkt er in het schilderij zelfs naar te wijzen. Links is ook een gedekte tafel te zien en een koelbak. De bedienden hebben hun sporen nagelaten. De vrouw die de pauwen eten geeft, heeft een mythologische betekenis, maar er bestaat van haar ook een tekening naar het leven. Of zij echt een bediende is, weten we helaas niet."

Behoorde Rubens met zoveel huispersoneel tot de top in Antwerpen?
"Absoluut. En de man had ook aardig wat vastgoed in portefeuille. Hij bezat het grootste stuk van het huizenblok tussen Wapper en Hopland, een huis in de Jodenstraat, een hoeve in Ekeren, land bij Doel en Zwijndrecht, en vanaf 1635 het Steen in Elewijt. Aan al die eigendommen waren kosten en inkomsten verbonden: er waren rentmeesters aangesteld, er moest pacht bij boeren worden geïnd, de oogst moest worden geregeld."

"Er waren lopende rekeningen bij een timmerman, glazenmaker en dakdekker. Die mensen zijn helemaal vergeten in de kunstgeschiedenis maar het is een troostende gedachte dat hun namen bewaard zijn gebleven. En het is goed om te bedenken dat zonder Franchoys de pigmentwrijver er geen schilderijen van Rubens waren geweest."

Rubens privé van 28 maart tot 28 juni in het Rubenshuis, Antwerpen. Reserveren is aangeraden.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234