Vrijdag 04/12/2020

Reportage

Op insectensafari met Lieven Scheire en Peter Berx: ‘Vlinders zijn de K3 van de insectenwereld’

Lieven Scheire en Peter Berx houden in hun boek een pleidooi voor insecten.Beeld Wouter Van Vooren

Insecten hebben een imagoprobleem. Het zijn enge beesten die kriebelen, steken of je moestuin doen verpieteren. Met hun pas verschenen insectenboek willen Lieven Scheire en Peter Berx daar verandering in brengen. ‘Game of Thrones stelt niets voor in vergelijking met wat er zich in je tuin afspeelt.’

Het begon tien jaar geleden met een doos kakkerlakken. Zorgvuldig ingepakt en per post afgeleverd ten huize Lieven Scheire. Een cadeautje van Peter Berx, zo bleek. Entomoloog – of insectenkenner – verbonden aan het insectenmuseum Lieteberg. “Peter was fan van Neveneffecten”, vertelt Scheire. “En hij had een wat vreemde manier om die appreciatie te laten blijken.” Al zat er ook nog een andere bedoeling achter de doos vol beestjes. “Ik wou Lievens nieuwsgierigheid prikkelen. Hem warm maken voor insecten. In de hoop dat hij het ambassadeurschap voor de insectenweek op zich wou nemen.”

De strategie van Berx werkte. De kakkerlakken deden hun ding, Scheire raakte gebiologeerd en is – tien jaar na datum – een fanatiek verdediger van kriebelbeestjes allerhande. In een poging nog meer zieltjes te winnen voor de wondere wereld der insecten schreven beide heren een boek over hun favoriete dieren. Want die kunnen wel een imagocampagne gebruiken. “In een wereld vol puppy’s en dolfijnen is het moeilijk om mensen warm te maken voor insecten”, weet Scheire uit ervaring. En dat terwijl het bestuderen van insecten een fantastische hobby is. Al is het maar omdat je het altijd en overal kan doen.

Drastisch determineren

Om dat te bewijzen nemen beide heren ons mee op insectensafari. Daar hoeven we niet voor naar een of ander natuurgebied. Een verwaarloosde boomgaard naast de kantoren van het productiehuis waar Scheire mee samenwerkt is minstens even goed. Lang hoeven we niet te wachten op ons eerste beest. Amper een paar stappen ver hebben Berx en Scheire al een stel glanzende houtmieren gespot. Een wat grotere en – zoals de naam al doet vermoeden – blinkende variant van de gewone huis-, tuin- en keukenmier. 

Meteen wordt duidelijk dat een insectensafari toch net iets anders verloopt dan de safari’s waarbij je iets grotere dieren spot. Het determineren van de soort bijvoorbeeld, gebeurt bij mieren op behoorlijk drastische wijze. “De makkelijkste manier om zeker te zijn dat je met houtmieren te maken hebt is er een paar pletten”, legt Berx uit. “Als je ze fijn nijpt geven ze een lichte citrusgeur af. Houtmieren zijn de enige mierensoort bij wie dat het geval is.” De diertjes blijken op een stuk beukenhaag een miniatuur melkveebedrijf uit te baten. “Die mieren zijn verzot op het zoete sap dat afgescheiden wordt door bladluizen”, legt Berx uit. “En dus verzamelen ze zo veel mogelijk van die luizen die ze dan in een soort kudde bij elkaar houden en beschermen tegen predatoren.”

Een paar meter verder bestudeert Scheire ondertussen het bladerdek van een eikenboom. Op zoek naar galappels, zo blijkt. “Die ontstaan wanneer een sluipwesp eitjes achterlaat op zo’n eikenblad”, legt hij uit. “Om dat eitje te beschermen injecteert zo’n wesp een chemische stof waarna dat blad gaat woekeren en een mini-appeltje rond dat eitje vormt. Fascinerend toch?”

Lieven Scheire en Peter Berx demonstreren de truc met de paraplu.Beeld Wouter Van Vooren

Den duvel

“Het is hallucinant wat er zich onder onze neus afspeelt. Seks en geweld in overvloed. Game of Thrones is er niets bij.” Scheire vertelt enthousiast over de paardenhaarworm. Een beest van dertig centimeter lang dat op sprinkhanen parasiteert. De worm leeft helemaal opgerold binnenin zo’n sprinkhaan, neemt wanneer de tijd rijp is de hersenen van zijn gastheer over en stuurt de weerloze sprinkhaan in de richting van een poel of waterplas. Wanneer de sprinkhaan in het water duikelt wringt de worm zich een weg naar buiten om zich daar verder voort te planten. “En zo zijn er duizenden verhalen. Insecten zijn bijzonder inventief wanneer het gaat over manieren om elkaar den duvel aan te doen. En het gebeurt allemaal op een paar stappen van je achterdeur.”

Voor Scheire is dat de grote aantrekkingskracht van de entomologie: het feit dat die insecten en de verhalen die ermee samenhangen echt overal zijn. “Ik heb nogal een bezig hoofd”, vertelt hij. “Als ik niks te doen heb, word ik zenuwachtig. Maar wie bezig is met insecten kan zich eigenlijk onmogelijk vervelen. Er is altijd wel iets te zien. Mijn vrouw vond het in het begin vervelend dat ik constant aan het kijken was naar wat er voorbij vloog, kroop of sprong. Maar ondertussen ziet ze er ook de voordelen van in. Die insecten zijn voor mij wat een tutje voor een peuter is. Als Sien me wil bezighouden hoeft ze enkel te vragen: ‘Wat vliegt daar in die struik?’”

Instapmodel

Maar waar tegenwoordig er niemand meer van opkijkt dat volwassen mensen hun vrije dagen slijten in vogelkijkhutten overal te lande, doet de mededeling dat je het weekend wil spenderen met het bestuderen van het insectenbestand in je tuin toch nog steeds wenkbrauwen fronsen. “Dat is het grote drama van de entomologie”, zegt Berx. “Veel mensen zien insecten nog steeds als vervelende beestjes die steken of de groenten in je moestuin verpesten. En dus gaan ze liever vogels of zoogdieren spotten. Dat zorgt ervoor dat negentig procent van de natuurliefhebbers zich bezighoudt met het bestuderen van amper 1,3 procent van het totale dierenrijk. Wij willen laten zien dat de insecten – goed voor meer dan 80 procent van dat dierenrijk – ook wat aandacht verdienen.”

Instapmodelletjes wat insectenkunde betreft zijn de vlinders. “De K3 van de insectenwereld”, zegt Scheire. “Wat meteen verklaart waarom de meeste entomologen er niet zoveel mee hebben. Ze zijn veel te populair.” Ook andere grote en felgekleurde insecten doen het bij beginners meestal goed. Scheire: “Wanneer ik gevraagd word om op tv iets te komen vertellen over insecten vragen ze me altijd om een aantal spectaculaire exemplaren mee te brengen. Ik begrijp wel waarom, ik zou als programmamaker waarschijnlijk net hetzelfde vragen. Een vliegend hert (grote keversoort, PD) of een felgekleurde wandelende tak ziet er fantastisch uit, maar na die goede eerste indruk valt er eigenlijk niet zo heel veel over die dieren te vertellen. Meestal is het net omgekeerd: hoe banaler het uiterlijk, hoe spectaculairder het verhaal.”

Een macro-lens op je smartphone brengt insecten verbazend dichtbij.Beeld Wouter Van Vooren

Alleen kom je dan al snel weer uit bij de kleine zwarte beestjes, zoals Berx ze liefdevol omschrijft. Om de troeven van die categorie wat dikker in de verf te zetten hebben Scheire en Berx een paar hulpmiddelen bij zich. Scheire vist een macro-lensje uit zijn broekzak. Een zwart dingetje dat hij met een clip aan de cameralens van zijn smartphone bevestigt. De eikelboorder die Scheire een paar minuten eerder uit een eikel peuterde was aanvankelijk nog een klein onooglijk kevertje. Maar onder de gepimpte smartphonelens blijkt het ineens een wonderbaarlijk schepsel dat met zijn lange snuit en bolle oogjes zo uit The Muppet Show lijkt weggelopen.

Pathetisch enthousiast

Ondertussen laat Berx een ander instrument aanrukken. Hij houdt een witte paraplu ondersteboven onder een boom en geeft Scheire de opdracht om een paar keer met een stok op de takken te slaan. “Twee keer slaan en er ligt een hele dierentuin in je paraplu”, legt hij uit. Een inspectieronde later moeten we hem gelijk geven. In de paraplu liggen een paar spinnen, wat wantsen, een handvol mieren, een oorworm en een vliegend beest dat even later een sluipwesp blijkt te zijn. “Kijk, kijk! Een legboor”, roepen Berx en Scheire wanneer ze het diertje proberen te identificeren. “Sorry dat we af en toe eens pathetisch enthousiast worden”, zegt Scheire wanneer hij merkt dat het insectenonderdeel in kwestie niet bij iedereen in het gezelschap dezelfde gevoelens opwekt. “We durven ons weleens mee te laten slepen.”

Wie is Peter Berx? 

• entomoloog

• werkte al productiemanager bij Biovert

• was educatief medewerker in het insectenmuseum De Lietenberg

• organiseert onder de noemer entomobiel tuinsafari’s en educatieve activiteiten die mens en insect dichter bij elkaar moeten brengen

Wie is Lieven Scheire? 

• televisiemaker en comedian

• een van de vier Neveneffecten

• houdt zich de laatste jaren vooral bezig met de combo comedy en wetenschap

• kreeg met de Lobofemora Scheirei een wandelende-taksoort naar zich genoemd

Na de parapluscène zetten we koers naar een oude waterput in een hoek van de boomgaard. Daar wil Scheire laten zien waarom zo’n plas stilstaand water voor een muggenprobleem kan zorgen. Wanneer hij een beetje water in een doorzichtig potje schept blijkt dat de put tjokvol muggenlarven te zitten. “Wanneer je geen muggen in huis wil is dat dus het eerste wat je moet doen: zorgen dat je nergens in de tuin stilstaand water hebt.” Want ook entomologen zijn niet noodzakelijk fan van alle insecten, zo blijkt. “Muggen en fruitvliegjes worden bij ons thuis keihard bestreden”, zegt Scheire. Alleen gebeurt dat wel op volledige natuurlijk wijze. “Een antimuggenstekker met gifpastilles is geen optie. Daar gaan mijn wandelende takken van dood.”

Scheire is niet alleen enthousiast over de insecten in zijn tuin. Hij houdt er ook van om de beestjes naar binnen te halen. In het insectenboek staat stap voor stap uitgelegd hoe je een mierennestje op bureauformaat kan bouwen of wat je moet doen om een vlinder op datzelfde bureau te zien ontpoppen. Of dat soms niet voor wrevel bij zijn huisgenoten zorgt, willen we weten. “We hebben weleens een gillende poetsvrouw gehad toen ze plots een wandelende tak op de muur zag zitten”, vertelt Scheire. “Maar voor de rest valt het met dat soort reacties wel mee. Mijn vrouw is liefdevol tolerant wat dat betreft. Ze heeft een hart voor de natuur, maar houdt die natuur wel liever buitenshuis.”

Tussen een stapel bouwafval ontdekken Scheire en Berx een plattewielwebspin.Beeld Wouter Van Vooren

Meer kiekens

Nadat we nog een plattewielwebspin ontdekken tussen een stapel bouwafval en een libelle weten te vangen in het vlindernetje, nog zo’n gadget dat je als beginnend insectenwatcher maar beter in huis haalt, komt de biodiversiteit ter sprake. Want ook in de insectenwereld gaat het wat dat betreft niet de goede kant op. Berx: “We zien veel minder dagvlinders en ook het aantal keversoorten gaat achteruit. Vooral de specialisten, die afhankelijk zijn van één soort plant of één bepaalde biotoop, hebben het lastig. Het probleem is dat heel weinig mensen daar voeling mee hebben. We hebben ooit in Houthalen onderzoek gedaan naar de impact van de aanleg van de Noord-Zuidverbinding. Op dat tracé bleken twee zeldzame mierensoorten te leven, plus een paar bedreigde spinnen en een aantal kevers die op de rode lijst staan. Maar mensen denken dan al snel: so what? Een paar kevers gaan die autosnelweg toch niet tegenhouden?” Nochtans kunnen we maar beter zo veel mogelijk insectensoorten in stand houden, waarschuwt Berx. “De impact van die insecten wordt nog te veel onderschat. Neem nu de cacaoplant. Die wordt bestoven door slechts drie heel specifieke knijtensoorten. Wanneer die verdwijnen is er gewoon wereldwijd geen chocolade meer.”

Een insectensoort waarvan ondertussen niemand het belang nog onderschat is de honingbij. Het beestje is de laatste jaren onderwerp van allerhande reddingsplannen en sensibiliseringscampagnes. Daar kan je als entomoloog toch alleen maar vrolijk van worden. Of niet? “Het probleem is dat de bijenwereld veel meer is dan enkel de honingbij”, zegt Scheire. “Alleen worden wij als mens veel minder met die andere soorten geconfronteerd waardoor ze compleet onder de radar blijven.”

Berx: “De focus ligt nu te nadrukkelijk op die honingbij. Je promoot één gedomesticeerde soort, maar negeert wat er gebeurt met die pakweg driehonderd andere soorten. Lopen toeteren: ‘het gaat slecht met de bijen, dus we moeten meer bijenkasten zetten’ is hetzelfde als zeggen: ‘het gaat slecht met de vogels, we moeten allemaal meer kiekens houden.’”

‘Insecten’ (€24,99, 208 p.) is uitgegeven bij Nerdland/Borgerhoff & LamberigtsBeeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234